23 432 De situatie in het Midden-Oosten

Nr. 740 MOTIE VAN HET LID CEDER

Voorgesteld 16 april 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ontwerpgrondwet van de Palestijnse Autoriteit de sharia benoemt als een primaire bron van wetgeving en nergens enige vorm van co-existentie met Joden voorkomt in de stukken;

overwegende dat de internationale gemeenschap verdere hervormingen heeft geëist van de PA en het gepresenteerde voornemen op meerdere onderdelen op gespannen voet staat met deze eis;

spreekt uit dat de conceptgrondwet waarin de sharia leidend is voor een Palestijns bestuur onwenselijk is;

verzoekt de regering in haar diplomatieke contacten expliciet te benadrukken dat Nederland een politieke richting waarbij de shariawetgeving zo wordt ingericht dat er onderdrukkende mechanismen voor minderheden ontstaan, niet kan steunen en tevens niet verenigbaar acht met de hervormingen zoals de internationale gemeenschap die van de PA verwacht,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ceder

Naar boven