Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 april 2013
Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor
Buitenlandse Zaken van 22 februari 2013 inzake het bericht «Freedom of Expression? Not for Palestinians» waarin wordt ingegaan op de inperkingen van de persvrijheid door machthebbers in
de Palestijnse Gebieden – de Palestijnse Autoriteit (PA), Hamas en het Israëlische
leger – en de gebrekkige internationale aandacht hiervoor.
Context
De vrijheid van meningsuiting wordt beschermd in de Palestijnse Grondwet. Deze verbiedt
ook censuur. In de praktijk zijn de media in de Palestijnse Gebieden echter niet volledig
vrij. Zowel de PA, Hamas als het Israëlische leger in de Palestijnse Gebieden oefent
censuur uit. Journalisten, NGO’s, mensenrechten-verdedigers en anderen die zich kritisch
uitlaten over de machthebbers lopen de kans te worden beperkt in hun bewegingsvrijheid
of slachtoffer te worden van intimidatie.
In 2012 inventariseerde de Palestijnse Independent Commission for Human Rights (ICHR), het onafhankelijke orgaan voor de bescherming van mensenrechten in de Palestijnse
Gebieden, verschillende schendingen van de vrijheid van meningsuiting door de PA op
de Westelijke Jordaanoever en Hamas in de Gazastrook. De volgens deze commissie meest
voorkomende schendingen betroffen arrestaties en onder-vragingen van journalisten,
fysiek geweld door veiligheidsdiensten en het verbod op distributie van publicaties
afkomstig van de oppositie. De PA sloot negen websites; Hamas legde verschillende
journalisten een reisverbod op.
Over schendingen door Israël werd gerapporteerd door Madaa, het Palestijnse Centrum voor Ontwikkeling en Vrijheid van Media. Volgens het Centrum
betreffen de meest voorkomende schendingen door het Israëlische leger in 2012: fysiek
geweld tegen journalisten tijdens verslaglegging van protesten (o.a. met vuurwapens)
en administratieve detentie van verslaggevers en arrestaties. Tevens noemde het Centrum
verstoring door het leger van radio en tv-uitzendingen.
Tegen schendingen van de vrijheid van meningsuiting wordt in de Palestijnse Gebieden
beperkt opgetreden. Niettemin heeft de PA in 2012 een aantal overheidsfunctionarissen,
verantwoordelijk voor onrechtmatige inperking hiervan, op andere posities geplaatst.
Daarnaast werden gedetineerde journalisten in vrijheid gesteld.
In afwezigheid van een functionerend parlement speelt het Palestijnse maatschappelijk
middenveld een cruciale rol bij het registreren en wereldkundig maken van schendingen
van de vrijheid van meningsuiting. Tevens verleent het maatschappelijk middenveld
rechtshulp aan gearresteerde journalisten. Een voorbeeld is de campagne tegen het
verbod van majesteitsschennis, dat in voorkomende gevallen wordt gebruikt om publicaties
over President Abbas te verbieden.
Nederlandse inzet
Ieder mens, waar ook ter wereld, heeft het recht zich vrij te uiten, ongeacht zijn
of haar woonplaats en ongeacht de vraag wie het (feitelijk) gezag over die woonplaats
uitoefent.
Nederland maakt zich zowel via de EU als bilateraal sterk voor de bescherming van
de vrijheid van meningsuiting in de Palestijnse Gebieden. Ter uitvoering van de oproep
van de Raad Buitenlandse Zaken in mei 2012 om in het kader van het Midden-Oosten Vredesproces
de vrijheid van meningsuiting te garanderen, ziet Nederland erop toe dat dit onderwerp
steeds aan de orde wordt gesteld in bilaterale consultaties tussen de EU en de PA.
Nederland bespreekt schendingen ook in bilaterale contacten. Dat gebeurde begin dit
jaar nog tijdens consultaties op hoog ambtelijk niveau.
Nederland staat niet in rechtstreeks contact met Hamas maar probeert Hamas aan te
spreken via organisaties die in Gaza actief zijn zoals de hierboven genoemde ICHR
dat Nederland sinds medio jaren negentig steunt. Dit instituut, dat conform internationale
mensenrechtenverplichtingen door de PA in het leven is geroepen, is zowel op de West
Bank als in Gaza actief. ICHR brengt schendingen in kaart, onderhoudt contacten met
zowel de PA als Hamas en doet concrete oproepen om de persvrijheid beter te beschermen
aan zowel de PA als Hamas. Via een daarvoor ingericht mensenrechtenfonds – waaraan
ook Noorwegen, Zwitserland, Zweden en Denemarken bijdragen – steunt Nederland mensenorganisaties
in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Israël. Een aantal van deze
organisaties besteedt specifiek aandacht aan persvrijheid en vrijheid van meningsuiting,
zoals het Ramallah Center for Human Rights Studies (RCHRS), Musawa (The Palestinian Centre for the Independence of the Judiciary and the Legal Profession), Al Haq en Al-Mezan.
De EU stelt mensenrechten structureel aan de orde bij de Israëlische autoriteiten,
ook tijdens de EU-Israël politieke dialoog. De vrijheid van meningsuiting maakt hier
onderdeel van uit. Ook in bilaterale contacten roept Nederland Israël op om de vrijheid
van meningsuiting en pers te respecteren.
De minister van Buitenlandse Zaken,
F.C.G.M. Timmermans