Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201323432 nr. 339

23 432 De situatie in het Midden-Oosten

Nr. 339 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 december 2012

Met deze brief informeer ik u over het voorgenomen kabinetsbeleid ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces (MOVP) en de betrekkingen van Nederland met Israël en de Palestijnse Autoriteit (PA). Deze brief is – zoals toegezegd door de minister-president tijdens het debat over de regeringsverklaring – een uitwerking van het voornemen in het regeerakkoord, dat Nederland waar mogelijk bijdraagt aan de vrede en veiligheid in het Midden-Oosten, waarbij de goede banden met zowel Israël als de PA worden benut. Eerder informeerde ik de Kamer met brieven op 15 november 2012, 27 november 2012 en 6 december 2012 over deelaspecten van ontwikkelingen rond het MOVP, te weten de Palestijnse AVVN-resolutie over non member observer state status, de recente Gaza-crisis en de Nederlandse inzet ten aanzien van het MOVP in de Raad Buitenlandse Zaken van 10 december 2012.

Terugblik

De Oslo-akkoorden en de twee-statenoplossing

Al decennia worden pogingen ondernomen om tot een vredesregeling te komen tussen Israël en de Palestijnen. Een doorbraak leek mogelijk bij het Oslo-akkoord van 1993 tussen Israël en de Palestine Liberation Organisation (PLO). Sinds dat akkoord zet de internationale gemeenschap in op een Israëlisch-Palestijns vredesakkoord dat moet leiden tot twee staten, op basis van directe onderhandelingen tussen beide partijen. Onderwerpen die daarbij volgens de Oslo-akkoorden aan bod moeten komen zijn: de status van Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen, veiligheid, grenzen, relaties en samenwerking met buurlanden en andere zaken van gemeenschappelijk belang.

Het Oslo-akkoord voorzag in een interim-periode van vijf jaar, waarin onderhandelingen moesten leiden tot een permanente-statusovereenkomst op basis van een twee-statenoplossing. Na negentien jaar is er nauwelijks vooruitgang geboekt, ondanks herhaalde pogingen daartoe, waaronder de top in Camp David in 2000, besprekingen op basis van de «Clinton-parameters» in Taba in 2001, het opstellen van de Routekaart voor de Vrede in 2003, de Annapolis Conferentie in 2007 en directe onderhandelingen in 2010. In feite zijn de Vredesverdragen tussen Israël en Egypte (1979) en tussen Israël en Jordanië (1994) de voornaamste resultaten van de inspanningen om tot een vreedzaam en stabiel Midden-Oosten te komen.

Inzet Nederland

Nederland heeft de afgelopen decennia een actief beleid gevoerd, zowel bilateraal, via de band van de EU, als in het kader van de VN ter ondersteuning van een door middel van onderhandelingen te bereiken twee-statenoplossing. Nederland en Israël hebben van oudsher goede betrekkingen, die beide landen op vele terreinen met elkaar verbinden. Deze krijgen onder meer gestalte in een frequente politieke dialoog en samenwerking op het gebied van handel, wetenschap en cultuur. De relaties met de PA zijn sinds vele jaren eveneens goed en krijgen onder meer vorm in jaarlijkse politieke consultaties, jaarlijkse consultaties over de besteding van Nederlandse hulpgelden en steun voor de Palestijnse staatsopbouw. In dat kader bestaat een substantieel hulpprogramma gericht op voedselzekerheid en op private-sectorontwikkeling, veiligheid en rechtsorde, watervoorziening en humanitaire hulp.

Rol EU, Kwartet en Arabische Liga

Sinds jaar en dag worstelt de EU met het vinden van een evenwichtige consensus over een gemeenschappelijk Midden-Oostenbeleid. Toch lukt het de lidstaten, stap voor stap, dichter bij elkaar te komen. Het besef dat een verdeelde EU een weinig invloedrijke EU zal blijven, lijkt steeds meer tot alle lidstaten door te dringen. Maar we zijn er nog niet. Opeenvolgende Nederlandse regeringen hebben actief bijgedragen aan de ontwikkeling van Europees beleid ten aanzien van het MOVP, zoals onder meer vastgelegd in Raadsconclusies van december 2009 en mei 2012. Nederland heeft zich daarbij ingezet voor een evenwichtig EU-optreden, waarbij de zorgen en belangen van zowel Israël als de Palestijnen zorgvuldig in acht werden genomen.

Ook de EU heeft zich gecommitteerd aan een onderhandelde twee-statenoplossing, op basis van onder meer de relevante VN-Veiligheidsraadresoluties, de Routekaart voor de vrede en overige overeengekomen akkoorden. De EU en Nederland hanteren de volgende parameters voor een vredesakkoord:

  • 1. Grenzen van ’67 zijn uitgangspunt. Wijziging alleen met instemming van beide partijen;

  • 2. Veiligheidsgaranties die recht doen aan Israëlische en Palestijnse veiligheidsbehoeften;

  • 3. Een oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk dient te worden gevonden op basis van onderhandelingen.

  • 4. Een oplossing voor de status van Jeruzalem als hoofdstad van twee staten dient te worden gevonden op basis van onderhandelingen.

De EU werkt nauw samen met de Kwartet-partners: Rusland, de VN en de VS. Algemeen wordt aangenomen dat een alomvattend akkoord niet zonder intensieve betrokkenheid van de VS tot stand kan komen. De VS hebben in het recente verleden veelal in de context van het Kwartet geopereerd. De effectiviteit van de EU in dit samenwerkingsverband hangt sterk af van de mate waarin de Unie eensgezindheid weet te bereiken. Pogingen van het Kwartet om bij te dragen aan directe onderhandelingen tussen partijen kregen laatstelijk vorm in de verklaring van september 2011, die voorzag in een eerste fase gericht op het bereiken van een raamwerkakkoord over grenzen en veiligheid, waarna onderhandelingen over Jeruzalem en vluchtelingen zouden volgen. Nederland en andere landen, waaronder de VS, Jordanië en Frankrijk hebben zich het afgelopen jaar ingespannen om directe onderhandelingen tot stand te brengen. Het genoemde raamwerkakkoord had er uiterlijk eind 2012 moeten zijn, maar de kansen daarop zijn nihil. Zoals gezegd acht de regering actieve betrokkenheid van de VS noodzakelijk om in de huidige situatie verandering aan te brengen.

De EU heeft ook een eigenstandige positie, die onder meer tot uitdrukking komt in het Associatie Akkoord met Israël en in het Interim Associatie Akkoord dat de Unie sloot met de PLO, die optrad namens de PA. Het akkoord met Israël omvat onder meer afspraken over een politieke dialoog, handel en samenwerking op tal van andere terreinen. Het akkoord met de Palestijnen biedt de meeste goederen uit de Palestijnse gebieden rechten-vrije en «quota-vrije » toegang tot de EU. De Palestijnse Gebieden ontvangen bovendien aanzienlijke hulp van de EU en de EU-lidstaten voor de opbouw van staatsstructuren van de PA. Voor 2011–2012 droeg de EU met nabuurschapsgelden minimaal 548 miljoen euro bij aan lopende kosten van de PA en aan de opbouw van duurzame Palestijnse instituties.

Verder draagt de EU bij aan ontwikkeling van de veiligheidssector en rechtstaatontwikkeling, onder meer via de EU-politiemissie in de Palestijnse Gebieden (EUPOL COPPS). De European Union Border Assistance Mission bij de Rafah grensovergang (EUBAM Rafah) staat sinds de machtsovername van Hamas in 2007 op «stand by». Nederland levert een bijdrage aan beide EU-missies. Ook ondersteunt Nederland de Amerikaanse missie van de United States Security Coordinator (USSC) bij de opbouw van de Palestijnse veiligheidssector.

De positie van de Arabische Liga is neergelegd in het Arabische Vredesinitiatief uit 2002, dat eveneens is gebaseerd op het principe van de twee-statenoplossing. In dat initiatief bieden de Arabische landen normalisering van de betrekkingen met Israël aan in ruil voor Israëlische terugtrekking uit de Palestijnse Gebieden, de Golan Hoogte, een oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk en de vestiging van een Palestijnse staat in de gebieden die werden bezet in 1967, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

Stand van zaken

De levensvatbaarheid van de twee-statenoplossing staat thans door een aantal ontwikkelingen ernstig onder druk.

1. Veiligheid

Van veiligheidsgaranties die volledig recht doen aan Israëlische en Palestijnse veiligheidsbehoeften is nog geen sprake. De recente raket-aanvallen vanuit de Gaza-strook illustreerden eens te meer hoe precair de situatie is. Tegelijkertijd is er wel degelijk vooruitgang geboekt op de Westoever, waar de samenwerking tussen Israël en de Palestijnse veiligheidsdiensten goed verloopt. De voortdurende dreiging van terreuraanslagen en raketaanvallen is van grote invloed op de Israëlische publieke opinie en voedt de behoefte aan effectieve veiligheidsmaatregelen. Dat betekent dat iedere Israëlische regering betrouwbare veiligheidsgaranties zal willen krijgen voordat zij een vredesakkoord sluit.

2. Nederzettingen

De voortdurende uitbreiding van Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns Gebied is een ernstige bedreiging voor het vredesproces. De bouw van nederzettingen is strijdig met internationaal recht en loopt vooruit op eventuele wijzigingen van de grenzen van »67. De nederzettingenbouw is bovendien zo omvangrijk dat de twee-statenoplossing fysiek onmogelijk dreigt te worden. In ieder geval maakt dat een mogelijke uiteindelijke afspraak betreffende land-ruil extra moeilijk. Op basis van de meest recente cijfers bestaan er ongeveer 150 nederzettingen op de Westoever inclusief Oost-Jerusalem. Daar wonen ongeveer 500 000 Israëli’s, waarvan bijna 200 000 in Oost-Jeruzalem. De jurisdictie van deze nederzettingen beslaat ongeveer 43% van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Dit land is daarmee niet beschikbaar voor de opbouw van een Palestijnse staat.

3. Jeruzalem

Een oplossing voor de status van Jeruzalem lijkt ver weg. Israël heeft Oost-Jeruzalem geannexeerd (hetgeen internationaal niet erkend wordt) en als gevolg van de nederzettingenbouw dreigt Oost-Jeruzalem effectief te worden afgesneden van de Westoever. Alleen het zogeheten E1 gebied ten oosten van Jeruzalem biedt nog een verbinding tussen Oost-Jerusalem en de rest van de Westoever. De aankondiging van Premier Netanyahu dat ook daar nederzettingen zullen worden gebouwd dreigt te leiden tot een volledige fysieke scheiding tussen deze gebieden.

4. Palestijnse verdeeldheid

Het Palestijnse leiderschap van de PA en de PLO staat onder toenemende druk. Het gebrek aan tastbare resultaten aan de onderhandelingstafel, de voortdurende uitbreiding van nederzettingen en de in de ogen van veel Palestijnen toegenomen statuur van Hamas hebben geleid tot erosie van de positie van de Palestijnse President Abbas.

Pogingen – mede onder auspiciën van Egypte en Qatar – om te komen tot Palestijnse verzoening zijn tot op heden vruchteloos gebleken. Hamas heeft in het recente verleden afbreuk gedaan aan pogingen tot verzoening te komen en de positie van Abbas ondergraven. Zonder verzoening lijkt medewerking door Hamas aan een vredesregeling echter niet goed denkbaar. Het bereik van een vredesakkoord zou zich zodoende beperken tot de Westelijke Jordaanoever. Een structurele oplossing voor het conflict tussen Israël en Gaza/Hamas blijft dan uit, waarmee noch de veiligheid van Israël noch de bevolking van Gaza gediend zou zijn. Ook beperkt een definitieve scheiding tussen Gaza en de Westoever de economische ontwikkelingsmogelijkheden van de Palestijnse Gebieden.

Om zicht te houden op een alomvattend vredesakkoord zal daarom ingezet moeten worden op de vorming van een eenheidsregering. Hamas staat sinds 2003 op de EU-terrorismelijst. Ten aanzien van contacten met een eventuele eenheidsregering gelden de zogenaamde Kwartetbeginselen. Dat zijn:

  • erkennen van Israël;

  • afzweren van geweld;

  • erkennen van bestaande akkoorden.

5. AVVN-resolutie

President Abbas heeft tegen deze achtergrond de resolutie over statusverhoging in de VN doorgezet. De resolutie is aangenomen met 138 voorstemmen, 9 tegenstemmen en 41 onthoudingen. Nederland heeft, zoals bekend, zich onthouden. De toekenning van de status van non-member observer state achtte Nederland legitiem, maar ontijdig, omdat het hervatting van de onderhandelingen nodeloos compliceert. Het is op dit moment te vroeg om de gevolgen hiervan te overzien, aangezien nog onduidelijk is welke gevolgen de reacties van de verschillende partijen zullen hebben voor de mogelijke herstart van onderhandelingen. In ieder geval heeft het wel geleid tot Israëlische tegenmaatregelen die de situatie verder compliceren.

6. Regionale ontwikkelingen

De stormachtige ontwikkelingen van de laatste twee jaar in de Arabische wereld hebben de verhoudingen in het Midden Oosten danig opgeschud. De nieuwe regeringen die als gevolg van de Arabische transitie aan de macht zijn gekomen staan kritischer tegenover Israël dan hun voorgangers en de steun voor Hamas is groeiende, vooral vanuit Egypte, Turkije en Qatar. Daarmee zijn in het bijzonder de Israëlische relaties met Egypte en Jordanië gecompliceerder geworden. De voorheen goede relaties tussen Israël en Turkije zijn sinds operatie Cast Lead van 2008 en vooral sinds het Gaza-flotilla-incident van mei 2010 sterk verslechterd. Daarnaast is de steun in de Arabische wereld voor het Arabisch Vredesinitiatief tanende.

De crisis in Syrië – en de gevolgen daarvan in Libanon en Jordanië – zorgt voor toenemende instabiliteit aan de Israëlische noord- en oostgrens. De veiligheid van Israël staat verder onder druk door Iran, zowel als gevolg van het Iraanse nucleaire programma, als door de steun die Iran verleent aan Hamas, Hezbollah en Palestinian Islamic Jihad.

Ook in dit kader is een duurzaam Israëlisch-Palestijns vredesakkoord van groot belang. Een dergelijk akkoord zou een positieve impuls geven aan de betrekkingen tussen het Westen en de Arabische wereld en het zou gematigde krachten steunen en extremisten de wind uit de zeilen nemen.

Het toegenomen zelfbewuste optreden van de Arabische Liga in de regio biedt kansen voor nadere dialoog over het vredesproces. Het Arabisch Vredesinitiatief biedt daar een goede basis voor. Vooral Egypte en Jordanië vervullen binnen de Arabische wereld een bijzondere rol bij de bevordering van een vredesregeling vanwege hun genormaliseerde betrekkingen met Israël. Met name nauwe betrokkenheid van Egypte bij de Israëlisch-Palestijnse vredesbesprekingen is zeer wenselijk, gezien de regionale machtspositie en de rol die het speelt in Gaza.

Inzet kabinet

In het licht van het bovenstaande is de inzet van het kabinet gericht op een alomvattend vredesakkoord op basis van de twee-statenoplossing. Hoe langer de huidige status quo voortduurt, des te kleiner het draagvlak wordt voor – en de kans op – een alomvattend akkoord.

Parameters twee-statenoplossing

Nederland zal tegenwicht bieden aan de ontwikkelingen die de levensvatbaarheid van de twee-statenoplossing bedreigen en bijdragen aan een oplossing op de onderscheiden elementen van de zogenaamde parameters voor een twee-statenoplossing.

1. Veiligheid

De samenwerking op veiligheidsgebied gedurende een reeks van jaren tussen de PA en Israël heeft positieve resultaten opgeleverd, met name op het gebied van het tegengaan van terroristische aanslagen. Het geweld, dat bij tijd en wijle nog steeds oplaait, is echter bijzonder schadelijk voor de versterking van wederzijds vertrouwen. De raketaanvallen uit Gaza zijn hiervan weer een schokkend voorbeeld. Israël heeft het volste recht zijn bevolking voor die dreiging te allen tijde te beschermen met inachtneming van de proportionaliteit die het internationale recht voorschrijft. Het kabinet steunt Israël daar ook in. Overigens ondervindt Israël een soortgelijke dreiging van Hezbollah uit Libanon.

Hoewel van een andere orde, is het toegenomen geweld van kolonisten tegen Palestijnen en Palestijnse belangen, waar onvoldoende tegen wordt opgetreden en dat vaak zelfs geheel onbestraft blijft, ook een ernstige hinderpaal in het vergroten van onderling vertrouwen.

Om de veiligheidssituatie te verbeteren zal Nederland blijven inzetten op versterking van de veiligheidsstructuren, zowel multilateraal (bijvoorbeeld door bijdrages aan EUPOL COPPS en EUBAM Rafah) als bilateraal (voortzetting van het bestaande programma in de Palestijnse Gebieden op gebied veiligheid en rechtsorde). Nederland zal actief bijdragen aan inspanningen die wapensmokkel trachten tegen te gaan, zoals die worden ondernomen in het kader van het Gaza Counter Arms Smuggling Initiative (GCASI). Tevens zal Nederland zich sterk blijven maken voor de aanpak van kolonistengeweld. Ook zal Nederland zich blijven inspannen voor een einde aan opruiing en aan oproepen tot geweld, via de (op dit moment niet actieve) tri-laterale commissie (VS, Israël en PA).

2. Nederzettingen / Grenzen van ’67

Uitgangspunt is dat de grenzen van ’67 alleen met onderlinge overeenstemming kunnen worden gewijzigd. Daarom ook is het stopzetten van de uitbreiding van nederzettingen zo belangrijk. Onderdeel daarvan is dat de internationale gemeenschap de nederzettingen noch de facto, noch de jure erkent. Nederland zal zich daarom sterk blijven uitspreken tegen uitbreidingen. In dit verband zal Nederland zich er in de EU ook voor inzetten dat producten afkomstig uit de nederzettingen niet in de EU worden ingevoerd onder misleidende labels of onder voor Israëlische producten geldende preferentiële invoertarieven. Een en ander wordt momenteel uitgewerkt. Uitgangspunt is dat producten uit de nederzettingen niet mogen worden aangemerkt of behandeld als Israëlische producten. Nederland zal tevens inzetten op het verbeteren van de leefomstandigheden en de ontwikkelingsmogelijkheden voor de Palestijnen in die gebieden op de Westoever die nu nog onder volledige controle staan van Israël (het zogeheten «Area C»-gebied). In dit verband verdienen de Nederlandse inspanningen om tot plaatsing van container-scanners te komen bijzondere vermelding.

3. Vluchtelingen

Een oplossing voor het vluchtelingenvraagstuk kan alleen worden bereikt via directe onderhandelingen. Ondertussen kan Nederland wel een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling en het verbeteren van de humanitaire situatie van de Palestijnse vluchtelingen. Activiteiten op dat terrein zullen worden voortgezet, zoals de steun aan UNRWA.

4. Jeruzalem

Waar mogelijk zal Nederland een bijdrage leveren aan het oplossen van praktische problemen die zich kunnen voordoen bij de uitwerking van een oplossing voor de status van Jeruzalem, bijvoorbeeld op het gebied van de beoogde samenwerking tussen gemeentelijke overheden en politiediensten. Nederland zal tevens bijdragen aan het wegnemen van belemmeringen voor culturele, economische, sociale en politieke activiteiten van Palestijnen in Oost-Jeruzalem, om zo bij te dragen aan het in leven houden van het vooruitzicht dat Oost-Jeruzalem de hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat zal worden.

Hervatting onderhandelingen

Nederland wil bijdragen aan een zo gunstig mogelijk klimaat voor de hervatting van onderhandelingen, om vervolgens ook inhoudelijk te kunnen bijdragen aan de totstandkoming en bestendiging van een vredesakkoord.

Prioriteit ligt bij hervatting van directe onderhandelingen. Ondertussen moeten we blijven inzetten op het levensvatbaar houden van de twee-statenoplossing. Nederland zal daarbij de goede relaties met Israël en de PA benutten, zal hun zorgen en belangen zorgvuldig in acht nemen en zal beide partijen aanspreken op hun verantwoordelijkheden. Om de effectiviteit van het Nederlandse en EU-beleid te maximaliseren streeft het kabinet naar een eensgezind en evenwichtig EU-optreden.

Het beste tijdstip om de onderhandelingen te hervatten is onmiddellijk na de formatie van een nieuw Israëlisch kabinet begin 2013. Voor het succes van de onderhandelingen is ook een sterke Palestijnse partner nodig, waarbij de regering president Abbas zal aanspreken op zijn toezegging om na de statusverhoging in de VN zonder voorwaarden vooraf tot directe onderhandelingen bereid te zijn. Intra-Palestijnse verzoening is in dat opzicht van belang. Het kabinet zal verder pogingen steunen om te komen tot intra-Palestijnse verzoening – mits de Kwartet-principes in acht worden genomen – met het doel een vredesakkoord dat betrekking heeft op zowel de Westoever als Gaza.

Nederland zal in dit kader steun verlenen aan Hoge Vertegenwoordiger Ashton en een krachtige inzet van de VS bepleiten. Daarnaast zal Nederland werken aan het ontwikkelen van «deposits»: toezeggingen aan de betrokken partijen die het vertrouwen in een vredesakkoord vergroten, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, economische ontwikkeling of monitoring van akkoorden.

Verder zet Nederland in op behoud van het perspectief op vrede tussen Israël en de Arabische wereld, indachtig het Arabisch Vredesinitiatief en de vredesverdragen van Israël met Egypte en Jordanië. Door de recente ontwikkelingen in de Arabische wereld staan deze onder druk.

Bilateraal

Nederland zal de goede banden met Israël en de PA benutten om waar mogelijk bij te dragen aan het MOVP en zal daartoe ook samen met andere Europese landen constructieve voorstellen doen. Nederland zal de dialoog aangaan over mogelijke intensiveringen van Europese samenwerking.

De relatie met respectievelijk Israël en de Palestijnse Autoriteit kan onder meer gestalte krijgen in de vorm van bilaterale fora, zoals Nederland die heeft met onder meer Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Die fora zijn gericht op het bijeenbrengen van brede geledingen uit de maatschappij om te spreken over samenwerking en maatschappelijke kwesties waarvoor in beide landen belangstelling bestaat. Het kan gaan om bijeenkomsten waar kabinetsleden aan deel nemen, maar ook om ontmoetingen tussen vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, het bedrijfsleven of overheden. Zodoende kan worden voortgebouwd op de bestaande samenwerking en er zal ook gekeken worden naar mogelijkheden voor trilaterale samenwerking, zoals dat momenteel gebeurt op het gebied van grensovergangen. Ook op het gebied van water, waar al een schat aan kennis, ervaring en expertise ligt, bestaan mogelijkheden voor verdere trilaterale samenwerking. Een en ander zal in overleg met Israël en de Palestijnse Autoriteit nader vormgegeven worden. Tevens bestaat de mogelijkheid in een goede relatie beide partijen aan te sporen voortgang in het MOVP te maken en zich te onthouden van eenzijdige stappen.

Voor de relatie met Israël liggen er perspectieven voor meer samenwerking met betrekking tot economie, wetenschap, innovatie, onderzoek en investeringen, landbouw en cultuur. Speciale aandacht blijft uitgaan naar de gemeenschap van Nederlanders en anderszins met Nederland verbonden inwoners van Israël. Voor de relatie met de Palestijnen zijn er perspectieven voor een verdere bijdrage aan de opbouw van een Palestijnse staat en voor de ontwikkeling van de sociaal-economische relatie, waarbij nadrukkelijke aandacht besteed zal worden aan de private sector.

Het kabinet is ervan overtuigd dat het geheel van bovenstaande standpunten, benaderingen en concrete stappen Nederland de positie verschaft om een constructieve rol te spelen, binnen de internationale gemeenschap, in de Europese Unie en in de relatie met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, met als doel om het vredesproces nieuw leven in te blazen. Deze constructieve benadering moet ons in staat stellen te stimuleren wat goed gaat en te ontmoedigen wat het proces frustreert. Vanuit de gedachte dat een betrokken partner ook een directe en eerlijke partner kan zijn.

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans