nr. 175
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 oktober 2004
De Verenigde Naties hebben Nederland verzocht een vliegtuig ter beschikking
te stellen voor het transport van de Speciale Vertegenwoordiger van de VN
(SRSG) voor Irak, personeel van de United Nations Assistance Mission in Iraq
(UNAMI) en beperkte hoeveelheden vracht. In deze brief informeer ik u, mede
namens de minister van Buitenlandse Zaken, over het besluit positief te reageren
op het verzoek van de VN een Fokker 60 transportvliegtuig ter beschikking
te stellen voor de duur van ruim één maand (4 oktober tot
10 november 2004).
Rol van de VN in het politieke proces
VN Veiligheidsresolutie 1546 van 8 juni jl. stelt dat de VN, als
de Irakezen dat wensen en de omstandigheden het toelaten, een leidende rol
zullen spelen bij de ondersteuning en advisering ten aanzien van het organiseren
van verkiezingen en de totstandkoming van een Iraakse grondwet. Daarnaast
zullen de VN een ondersteunende rol spelen op het gebied van de ontwikkeling
van civiele en sociale diensten, wederopbouw en humanitaire hulp, bevordering
van de mensenrechten, versterking van de «rule of law» en bij
de organisatie en uitvoering van een census.
De regering hecht veel waarde aan de rol van de VN in Irak. Vanwege de
problematische veiligheidssituatie zijn momenteel slechts 35 VN-medewerkers
in Bagdad werkzaam, en opereert UNAMI voor een groot deel vanuit Amman. Om
onder deze beperkende omstandigheden zo goed mogelijk invulling te kunnen
geven aan de belangrijke rol die de VN in het politieke proces in Irak toegekend
is, is luchttransportcapaciteit essentieel. Vanwege de dreiging tegen vliegtuigen
en de bijzondere procedures die gevolgd moeten worden, maken de VN geen gebruik
van civiele toestellen. Met het beschikbaar stellen van een Fokker 60 transportvliegtuig
draagt de regering derhalve bij aan de voortgang van de werkzaamheden van
UNAMI.
Inzet van de Fokker 60
De Fokker 60 van de Koninklijke luchtmacht wordt op verzoek van UNAMI
ingezet als luchtbrug vanuit Amman (Jordanië) naar Bagdad en andere steden
in Irak. Het toestel dat van 4 oktober tot 10 november wordt ingezet,
zal worden afgelost door een Italiaans vliegtuig.
De inzet van het vliegtuig wordt gecoördineerd door de United Nations
Humanitarian Air Service (UNHAS), een agentschap van het Wereldvoedselprogramma
(WFP) van de Verenigde Naties. Het vluchtschema van UNAMI staat toe dat ook
personeel van WFP zal worden vervoerd. Op verzoek van de VN en in overleg
met Nederland kan het toestel incidenteel op luchthavens buiten Irak vliegen.
Op 4 oktober vertrekt de Fokker 60 met de twintig personeelsleden naar
Jordanië.
Het Fokkerdetachement staat onder het operationele commando van de chef
Defensiestaf. De bevoegdheid te besluiten of een vlucht al dan niet doorgaat,
ligt derhalve in de Nederlandse bevelslijn, in eerste instantie bij de detachementscommandant.
Deze staat in contact met de chef Defensiestaf en zal dagelijks rapporteren.
Nederland is in onderhandeling met de VN over een contract, waarin operationele,
juridische en financiële afspraken worden vastgelegd. Het personeel van
deze missie krijgt een VN-status, waardoor zij zijn gevrijwaard van de lokale
rechtspraak in Jordanië. De additionele kosten van deze uitzending worden
voor zes weken geraamd op ongeveer 250 000 euro en zullen worden gecompenseerd
door de VN.
Dreigingsanalyse Fokker-60
Van 1 februari 2004 tot 1 augustus 2004 onderhield een Nederlandse
Fokker 60 voor het Wereldvoedselprogramma een luchtbrug vanuit Amman. (Kamerstuk
23 432, nr. 144; 19 december 2003). Voor deze inzet werd het
toestel voorzien van extra zelfbeschermingsmiddelen. Dit toestel wordt ook
voor de huidige uitzending gebruikt.
De militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst (MIVD) heeft een dreigingsanalyse
gemaakt voor vluchten van Amman naar Bagdad, Basra, Erbil, Kirkuk en Mosul.
Evenals in de analyse bij de vorige uitzending constateert de MIVD dat in
de nabijheid van steden een dreiging bestaat tegen luchtverkeer. De dreiging
wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van klein kaliber wapens, «rocket
propelled grenades» (RPG's) en «man portable air defence systems»
(MANPADS). Het gebied met de grootste grond-luchtdreiging is gelegen in centraal
Irak. De risico's worden met inachtneming van voorzorgsmaatregelen acceptabel
geacht en door de MIVD voortdurend geanalyseerd en gerapporteerd aan de chef
Defensiestaf.
Meer specifiek geldt ten aanzien van:
• Bagdad International Airport: deze luchthaven wordt door Amerikaanse
militairen beveiligd. Het betreft de meest risicovolle locatie om op te vliegen.
De dreiging betreft vooral beschietingen met klein kaliber wapens of raketten.
Derhalve worden voor zover dat mogelijk is voorspelbare vliegpatronen vermeden.
• Basra: deze luchthaven wordt door Britse militairen beveiligd.
De Koninklijke luchtmacht gebruikt deze luchthaven thans voor de ondersteuning
van de Nederlandse eenheden in het gebied.
• Erbil Noordwest: de dreigingsanalyse levert voor het in het noorden
van Irak gelegen Erbil de inschatting op dat het er relatief veilig is. Het
vliegveld ligt in Koerdisch gebied en wordt beveiligd door Amerikaanse militairen.
Er hebben zich in een straal van vijftig kilometer rond dit vliegveld voor
zover bekend geen incidenten voorgedaan.
• Kirkuk: dit vliegveld wordt door Amerikaanse militairen gecontroleerd.
• Mosul: samen met Iraakse veiligheidstroepen bewaken Amerikaanse
militairen het vliegveld van Mosul.
De Minister van Defensie,
H. G. J. Kamp