23 432
De situatie in het Midden-Oosten

nr. 137
MOTIE VAN DE LEDEN KARIMI EN DUIVESTEIJN

Voorgesteld 18 december 2003

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening, dat tot op heden de aanwezigheid van buitenlandse troepen in Irak nog steeds primair moet worden aangemerkt als een bezettingsmacht;

constateert, een significant oplopende reeks van aanslagen tegen troepen van de bezettingsmacht, waarbij geen onderscheid gemaakt wordt tussen de bezetters en de troepen die ressorteren onder de autoriteit van de bezettingsmacht in Irak;

constateert, voorts dat de oorlog in Irak nog steeds voortduurt en dat de verplichtingen zoals omschreven in de desbetreffende VN-resoluties inzake effectieve hulp voor stabiliteit, niet gehaald worden;

van mening, dat de Nederlandse inzet zich moet richten op een spoedige beëindiging van de bezetting die gelijktijdig dient te worden vervangen door een Irakese overgangsregering onder auspiciën van de Verenigde Naties;

spreekt zich uit tegen de verlenging met zes maanden van de Nederlandse militaire bijdrage aan de multinationale stabilisatiemacht voor Irak,

en gaat over tot de orde van de dag.

Karimi

Duivesteijn

Naar boven