23 432
De situatie in het Midden-Oosten

nr. 118
MOTIE VAN DE LEDEN KARIMI EN DUIVESTEIJN

Voorgesteld 26 juni 2003

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening, dat tot op heden geen sprake is van een officiële beëindiging van de oorlog tussen Irak en de Coalition of the Willing en dat de aanwezigheid van de troepen aldaar moet primair worden aangemerkt als een bezettingsmacht;

van mening, dat een spoedige beëindiging van de bezetting gewenst is en gelijktijdig dient te worden vervangen door een Irakese overgangsregering onder auspiciën van de Verenigde Naties;

constateert, een oplopende reeks incidenten tussen de bezettingsmacht en (delen) van de Iraakse bevolking;

constateert voorts, dat in de huidige hybride situatie een Nederlandse deelname aan een internationale stabilisatiemacht niet verantwoord is;

verzoekt de regering geen Nederlandse troepen beschikbaar te stellen ten behoeve van een internationale stabilisatie macht in Irak welke zal het ressorteren onder de autoriteit van de bezettingsmacht,

en gaat over tot de orde van de dag.

Karimi

Duivesteijn

Naar boven