Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juni 2013
Tijdens de regeling van werkzaamheden van 9 april en 22 mei 2013 (Handelingen II 2012/13,
nrs. 72 en 85) heeft Kamerlid Leijten het kabinet verzocht om vòòr 10 juni een schriftelijke
reactie te geven op de notitie van Kiwa Prismant over de mogelijke effecten van de
bezuiniging op de huishoudelijke verzorging, dat is uitgevoerd in opdracht van Abvakabo
FNV. Met dit schrijven voldoe ik aan dit verzoek.
Het onderzoek van Kiwa Prismant onderstreept het belang om de werkgelegenheidseffecten
als gevolg van de hervorming in de langdurige zorg, waaronder een zorgvuldige omgang
met boventallige of te herplaatsen werknemers, te volgen. Om die reden heb ik in het
zorgoverleg met sociale partners ook afgesproken dat er sectorplannen opgesteld worden,
welke financieel gefaciliteerd worden door het kabinet. De ArbeidsmarktEffectRapportage
(AER) die thans uitgevoerd wordt (en waar ook de Abvakabo FNV bij betrokken is), zal
daar ook relevante informatie voor leveren. De eerste effectrapportage wordt komende
zomer naar de Kamer gezonden. Daarnaast heb ik naar aanleiding van het onderzoek van
Kiwa Prismant tijdens de landelijke thuiszorgdemonstratie op 6 april de Abvakabo FNV
toegezegd om samen met hen en thuiszorgmedewerkers door te praten over de mogelijke
effecten van de bezuiniging op de huishoudelijke hulp. Ik heb inmiddels met de Abvakabo
gesproken en bij hen benadrukt dat ik het werk van de thuiszorgmedewerkers zeer waardeer
en dat deze waardering geheel los staat van de vraag hoe de huishoudelijke hulp het
beste georganiseerd zou kunnen worden.
Ik heb wel een aantal kanttekeningen bij het rapport, waardoor ik de conclusies die
worden getrokken niet deel. Zo geldt dat de korting op de huishoudelijke hulp is verzacht,
zodat de doorgerekende effecten op de kosten (gebaseerd op cijfers in het regeerakkoord)
niet meer actueel zijn. Los daarvan wil ik ook inhoudelijk ingaan op de analyse die
Kiwa Prismant heeft gemaakt.
Gebruik van uitkomsten SCP-onderzoek
Het rapport van het SCP waarop dit onderzoek grotendeels is gebaseerd is reeds 10
jaar oud en heeft als uitgangspunt het verzilveren van bestaande rechten. Het kabinet
wil nu juist een omslag hierin maken door eerst uit te gaan van wat iemand zelf nog
kan, al dan niet met hulp uit het sociale netwerk, om vervolgens te bezien of er aanvullende
zorg en ondersteuning op maat nodig is. Dit geldt ook voor mensen die nu bijvoorbeeld
begeleiding en persoonlijke verzorging ontvangen.
De beoogde omslag houdt ook in dat gemeenten middelen zullen inzetten om zwaardere
problematiek te voorkomen, waardoor de door Kiwa Prismant verwachte effecten (duurdere
zorg) voorkomen kunnen worden. In dit verband is de intensivering van € 250 miljoen
voor wijkverpleging en sociale wijkteams zeer van belang. Het onderzoek neemt de effecten
van deze intensivering niet mee in haar berekeningen.
Ook geldt dat het SCP in 2003 al gemeld heeft dat zeer voorzichtig omgegaan moet worden
met de resultaten en recentelijk hebben de onderzoekers ook aangegeven dat de resultaten
uit 2003 niet doorvertaald kunnen worden naar gedragseffecten van cliënten bij stopzetten
van de huishoudelijke hulp. Daarnaast heeft Kiwa Prismant haar veronderstellingen
over gedragseffecten niet nader onderbouwd zodat bijvoorbeeld onduidelijk is of de
bevindingen van de derde tussenrapportage evaluatie Wmo zijn meegenomen. Een van deze
bevindingen is dat in ongeveer een kwart van de situaties waarin de levering van huishoudelijke
verzorging is gewijzigd mensen deze zelf zijn gaan betalen.
Dynamiek in zorgvraag
In tabel 1 van het onderzoek van Kiwa Prismant worden de huidige situatie en de toekomstige
situatie naast elkaar gezet. Door deze manier van presenteren wordt geen rekening
gehouden met de dynamiek van de AWBZ-zorg. Het is namelijk zeer aannemelijk dat mensen
met een lichte vorm van zorg door de tijd heen een grotere zorgvraag kunnen ontwikkelen
en zodoende zwaardere vormen van AWBZ-zorg gaan ontvangen. Dit heeft tot gevolg dat
de verdeling over de verschillende categorieën die Kiwa Prismant hanteert door de
tijd heen wijzigt en dat daar in de doorrekening aandacht aan moet worden gegeven.
Hogere indicaties
In tabel 2 hanteert Kiwa Prismant percentages die aangeven wat voor indicatie deze
mensen zouden krijgen als ze opnieuw geïndiceerd zouden worden. Vervolgens worden
de resulterende aantallen vermenigvuldigd met de gemiddelde kosten per jaar per zorgvorm.
De genoemde percentages gaan uit van de indicatiepraktijk van 2003, waarbij het voorkwam
dat iemand een zwaardere herindicatie kon ontvangen dan daadwerkelijk nodig was. Deze
indicatiepraktijk is inmiddels sterk gewijzigd (zo zijn inmiddels gemeenten verantwoordelijk
voor de huishoudelijke verzorging en zijn er een nieuwe indicaties voor ZZP1 meer
mogelijk). De genoemde percentages zijn dus niet meer toepasbaar voor een reële inschatting
van het onderzochte effect.
Effecten op de arbeidsmarkt
Verder is het mij opgevallen dat in het rapport geconcludeerd wordt dat van de thuishulpen
die belast zijn met de huishoudelijke hulp er 60.000 hun baan verliezen als gevolg
van de in het Regeerakkoord opgenomen bezuiniging van 75%. Door de resultaten van
het zorgoverleg wordt dit werkgelegenheidsverlies aan de onderkant van de arbeidsmarkt
in de zorg in belangrijke mate beperkt.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn