Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201323235 nr. 99

23 235 Thuiszorg

Nr. 99 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2013

Tijdens de regeling van werkzaamheden van 9 april en 22 mei 2013 (Handelingen II 2012/13, nrs. 72 en 85) heeft Kamerlid Leijten het kabinet verzocht om vòòr 10 juni een schriftelijke reactie te geven op de notitie van Kiwa Prismant over de mogelijke effecten van de bezuiniging op de huishoudelijke verzorging, dat is uitgevoerd in opdracht van Abvakabo FNV. Met dit schrijven voldoe ik aan dit verzoek.

Het onderzoek van Kiwa Prismant onderstreept het belang om de werkgelegenheidseffecten als gevolg van de hervorming in de langdurige zorg, waaronder een zorgvuldige omgang met boventallige of te herplaatsen werknemers, te volgen. Om die reden heb ik in het zorgoverleg met sociale partners ook afgesproken dat er sectorplannen opgesteld worden, welke financieel gefaciliteerd worden door het kabinet. De ArbeidsmarktEffectRapportage (AER) die thans uitgevoerd wordt (en waar ook de Abvakabo FNV bij betrokken is), zal daar ook relevante informatie voor leveren. De eerste effectrapportage wordt komende zomer naar de Kamer gezonden. Daarnaast heb ik naar aanleiding van het onderzoek van Kiwa Prismant tijdens de landelijke thuiszorgdemonstratie op 6 april de Abvakabo FNV toegezegd om samen met hen en thuiszorgmedewerkers door te praten over de mogelijke effecten van de bezuiniging op de huishoudelijke hulp. Ik heb inmiddels met de Abvakabo gesproken en bij hen benadrukt dat ik het werk van de thuiszorgmedewerkers zeer waardeer en dat deze waardering geheel los staat van de vraag hoe de huishoudelijke hulp het beste georganiseerd zou kunnen worden.

Ik heb wel een aantal kanttekeningen bij het rapport, waardoor ik de conclusies die worden getrokken niet deel. Zo geldt dat de korting op de huishoudelijke hulp is verzacht, zodat de doorgerekende effecten op de kosten (gebaseerd op cijfers in het regeerakkoord) niet meer actueel zijn. Los daarvan wil ik ook inhoudelijk ingaan op de analyse die Kiwa Prismant heeft gemaakt.

Gebruik van uitkomsten SCP-onderzoek

Het rapport van het SCP waarop dit onderzoek grotendeels is gebaseerd is reeds 10 jaar oud en heeft als uitgangspunt het verzilveren van bestaande rechten. Het kabinet wil nu juist een omslag hierin maken door eerst uit te gaan van wat iemand zelf nog kan, al dan niet met hulp uit het sociale netwerk, om vervolgens te bezien of er aanvullende zorg en ondersteuning op maat nodig is. Dit geldt ook voor mensen die nu bijvoorbeeld begeleiding en persoonlijke verzorging ontvangen.

De beoogde omslag houdt ook in dat gemeenten middelen zullen inzetten om zwaardere problematiek te voorkomen, waardoor de door Kiwa Prismant verwachte effecten (duurdere zorg) voorkomen kunnen worden. In dit verband is de intensivering van € 250 miljoen voor wijkverpleging en sociale wijkteams zeer van belang. Het onderzoek neemt de effecten van deze intensivering niet mee in haar berekeningen.

Ook geldt dat het SCP in 2003 al gemeld heeft dat zeer voorzichtig omgegaan moet worden met de resultaten en recentelijk hebben de onderzoekers ook aangegeven dat de resultaten uit 2003 niet doorvertaald kunnen worden naar gedragseffecten van cliënten bij stopzetten van de huishoudelijke hulp. Daarnaast heeft Kiwa Prismant haar veronderstellingen over gedragseffecten niet nader onderbouwd zodat bijvoorbeeld onduidelijk is of de bevindingen van de derde tussenrapportage evaluatie Wmo zijn meegenomen. Een van deze bevindingen is dat in ongeveer een kwart van de situaties waarin de levering van huishoudelijke verzorging is gewijzigd mensen deze zelf zijn gaan betalen.

Dynamiek in zorgvraag

In tabel 1 van het onderzoek van Kiwa Prismant worden de huidige situatie en de toekomstige situatie naast elkaar gezet. Door deze manier van presenteren wordt geen rekening gehouden met de dynamiek van de AWBZ-zorg. Het is namelijk zeer aannemelijk dat mensen met een lichte vorm van zorg door de tijd heen een grotere zorgvraag kunnen ontwikkelen en zodoende zwaardere vormen van AWBZ-zorg gaan ontvangen. Dit heeft tot gevolg dat de verdeling over de verschillende categorieën die Kiwa Prismant hanteert door de tijd heen wijzigt en dat daar in de doorrekening aandacht aan moet worden gegeven.

Hogere indicaties

In tabel 2 hanteert Kiwa Prismant percentages die aangeven wat voor indicatie deze mensen zouden krijgen als ze opnieuw geïndiceerd zouden worden. Vervolgens worden de resulterende aantallen vermenigvuldigd met de gemiddelde kosten per jaar per zorgvorm. De genoemde percentages gaan uit van de indicatiepraktijk van 2003, waarbij het voorkwam dat iemand een zwaardere herindicatie kon ontvangen dan daadwerkelijk nodig was. Deze indicatiepraktijk is inmiddels sterk gewijzigd (zo zijn inmiddels gemeenten verantwoordelijk voor de huishoudelijke verzorging en zijn er een nieuwe indicaties voor ZZP1 meer mogelijk). De genoemde percentages zijn dus niet meer toepasbaar voor een reële inschatting van het onderzochte effect.

Effecten op de arbeidsmarkt

Verder is het mij opgevallen dat in het rapport geconcludeerd wordt dat van de thuishulpen die belast zijn met de huishoudelijke hulp er 60.000 hun baan verliezen als gevolg van de in het Regeerakkoord opgenomen bezuiniging van 75%. Door de resultaten van het zorgoverleg wordt dit werkgelegenheidsverlies aan de onderkant van de arbeidsmarkt in de zorg in belangrijke mate beperkt.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn