Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1994-1995 | 23030 nr. 14 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1994-1995 | 23030 nr. 14 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juni 1995
Hierbij bied ik u aan de effectrapportage afschaffing fiscale grenzen over de periode januari–maart 1995. Deze rapportage zond ik heden eveneens aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.
EFFECTRAPPORTAGE AFSCHAFFING FISCALE GRENZEN (JANUARI–MAART 1995)
In deze notitie wordt in vervolg op de effectrapportage over het vierde kwartaal van 1994 (Kamerstukken II 1994/95, 23 030, nr. 13) ingegaan op ontwikkelingen met betrekking tot het overgangsstelsel voor de btw en het communautaire accijnsstelsel in het eerste kwartaal van 1995.
In mijn vorige effectrapportage heb ik de Kamer meegedeeld dat de Raad van de Europese Unie ernaar streefde de zogenoemde Tweede Vereenvoudigingsrichtlijn-btw zo spoedig mogelijk vast te stellen.
Nadat op de Ecofin-Raad van 20 maart daaraanvoorafgaande daarover overeenstemming was bereikt werd deze richtlijn op 10 april 1995 formeel vastgesteld1. Daarin worden onder meer regels gegeven ter vereenvoudiging van de btw-heffing ter zake van transacties die geschieden in het kader van een stelsel van entrepots, andere dan douane-entrepots. Voorts zijn bepalingen opgenomen ter vereenvoudiging van de btw-heffing over binnenlandse goederenvervoersdiensten die rechtstreeks verband houden met intracommunautaire goederenvervoersdiensten en ter vereenvoudiging van de btw-heffing over diensten verricht aan roerende goederen die daarvoor tijdelijk zijn overgebracht naar een andere Lid-Staat. Ook zijn er in de richtlijn bepalingen gesteld met betrekking tot de levering van goederen die gaan behoren tot de persoonlijke bagage van reizigers naar derde-landen.
Het is niet mogelijk gebleken in de richtlijn bepalingen op te nemen ter vereenvoudiging van de btw-heffing over leveringen die deel uitmaken van de zogenoemde lange ketentransacties. Ook kon geen overeenstemming worden bereikt over een vrijstellingsbepaling met betrekking tot de leveringen van goederen aan- en de dienstverrichtingen ten behoeve van diplomaten en van instellingen die vallen onder internationale overeenkomsten en verdragen.
De Europese Commissie heeft de evaluatierapporten inzake de minimumtarieven voor de geharmoniseerde accijnzen nog steeds niet uitgebracht, hoewel dit ultimo 1994 had moeten geschieden. Zoals reeds in de vorige effectrapportage gemeld, ben ik voornemens om, zodra deze zijn uitgebracht, de Kamer hierover nader te informeren.
3. Nationale positie bedrijfsleven
De zogenoemde Tweede Vereenvoudigingsrichtlijn-btw dient te worden omgezet in de Nederlandse wetgeving per 1 januari 1996. Een wetsvoorstel zal zo spoedig mogelijk bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden ingediend.
In het eerste kwartaal is een wetsvoorstel voorbereid ter implementatie van de zogenoemde tweede vereenvoudigingsrichtlijn accijns (verwezen zij ook naar paragraaf 3.2.1. van de voorgaande effectrapportage) in de nationale regelgeving. Dit heeft geleid tot een voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de accijns, dat op 24 maart 1995 is aangeboden aan de Raad van State en na ontvangst van het advies inmiddels aan de Tweede Kamer is aangeboden. In verband hiermee zullen ook het Uitvoeringsbesluit accijns en de Uitvoeringsregeling accijns worden aangepast.
4.1.1. Intracommunautaire transacties
De uitbreiding van de EU met drie nieuwe lid-staten heeft geleid tot een geringe toename van het aantal verificaties van BTW-identificatienummers. Deze toename kon zonder problemen worden verwerkt.
De uitbreiding van de EU heeft verder tot gevolg dat een aantal ondernemers voor de eerste maal wordt geconfronteerd met intracommunautaire transacties en de daaruit voortvloeiende administratieve verplichtingen. Deze ondernemers zullen op dezelfde wijze worden begeleid als de ondernemers die reeds vanaf 1 januari 1993 met intracommunautaire transacties te maken hebben, zodat het door aanloopproblemen te verwachten kwaliteitsverlies bij de listing minimaal zal zijn.
In de voorgaande rapportage heb ik in paragraaf 4.1.2 melding gemaakt van een actie, waarbij een groot aantal ondernemers schriftelijk is gewezen op het feit dat zij hun verwervingen niet of onjuist op de aangifte omzetbelasting hadden vermeld. Deze actie heeft een positieve invloed gehad op het aangiftegedrag van de desbetreffende ondernemers. Het aantal ondernemers dat op de aangifte omzetbelasting melding maakt van intracommunautaire verwervingen is met ruim 60% gestegen.
Hoewel de naar aanleiding van de vorige matching ingestelde controles nog niet allemaal zijn afgerond, zijn al wel enkele resultaten te melden. Zo bleek uit de reeds afgeronde onderzoeken naar verwervingen door vrijgestelde ondernemers, landbouwers die onder de landbouwregeling vallen en andere niet-aftrekgerechtigde ondernemers en lichamen, dat in 8% van de gevallen ten onrechte geen aangifte omzetbelasting was gedaan. De ter zake verschuldigde belasting is alsnog nageheven.
Uit de matching zijn voorts enkele gevallen boven water gekomen die als frauduleus kunnen worden gekwalificeerd. Een korte beschrijving hiervan heb ik opgenomen onder punt 5.
Verder heeft deze actie tot een forse toename geleid van het aantal aangiften omzetbelasting wegens overschrijding van de bij intracommunautaire verwervingen geldende drempelbedragen.
Mochten de gegevens van de controles naar aanleiding van de matching over 1993 ruimschoots vóór de volgende effectrapportage geheel zijn gecompleteerd, dan zal ik u daarover separaat berichten.
4.1.2. Administratieve samenwerking
Zoals was voorzien, neemt het aantal verzoeken op grond van artikel 5 van de Verordening 218/92 om aanvullende informatie toe. In het eerste kwartaal van 1995 zijn 82 verzoeken om informatie van andere lid-staten ontvangen, en zijn 184 verzoeken om informatie uitgezonden. De snelheid waarmee de lid-staten dit soort verzoeken behandelen is in het algemeen bevredigend. Gemiddeld wordt meer dan 90% van de verzoeken afgehandeld binnen de in de verordening gestelde termijn van drie maanden.
In dit kader is nog vermeldenswaard dat in januari 1995 het gewijzigde besluit 'Wederzijdse Bijstand m.b.t. de omzetbelasting in het intra-EU-verkeer, nr. AFZ94/3085 aan de eenheden van de Belastingdienst kenbaar is gemaakt. Het besluit geeft richtlijnen aan de Centrale Eenheid ICT en de overige eenheden van de Belastingdienst inzake de uitvoering van de internationale inlichtingenuitwisseling m.b.t. de omzetbelasting en in het bijzonder inzake Verordening 218/92/EEG. In het besluit is onder meer bepaald dat de Wet op de internationale Bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) zoveel mogelijk van toepassing is voor wat betreft de verstrekking van inlichtingen op basis van de Verordening. Toepassing van de WIB houdt onder andere in dat het besluit tot inwilliging van een verzoek om inlichtingen als bedoeld in artikel 5 van de Verordening in gevallen van niet-frauduleuze aard wordt toegezonden aan de in Nederland gevestigde of woonachtige belanghebbende. Daarbij wordt een omschrijving van de te verstrekken inlichtingen gegeven, onder vermelding van de bevoegde autoriteit van wie het verzoek afkomstig is. In de bekendmaking wordt tevens aangegeven dat het mogelijk is om bezwaar aan te tekenen tegen het besluit tot inlichtingenuitwisseling. De verstrekking van de inlichtingen aan de andere lid-staat wordt daarbij in de regel opgeschort tot het einde van de bezwaartermijn.
Het voordeel van deze bekendmakingsprocedure is niet alleen dat de Nederlandse ondernemer op de hoogte is van de verstrekking van de gegevens aan een andere EU-lidstaat, maar tevens dat hij in staat wordt gesteld om de te verstrekken gegevens te verifiëren en onjuistheden te signaleren door middel van het indienen van een bezwaarschrift bij de Centrale Eenheid ICT. De verzoekende lid-staat is daardoor verzekerd van betrouwbare informatie.
De regelgeving ten behoeve van de Belastingdienst is daarbij zodanig opgezet dat de in de Verordening gestelde termijn van drie maanden waarbinnen een verzoek moet zijn afgehandeld door de bekendmakingsprocedure, zoals uit de eerste alinea van deze paragraaf blijkt, niet in gevaar is gebracht.
Tot op heden zijn geen bezwaarschriften ingediend tegen de verstrekking van gegevens naar aanleiding van verzoeken die op basis van artikel 5 van de Verordening 218/92 zijn gedaan.
In de tweede helft van 1994 zijn bij wijze van experiment door vier lid-staten enkele multinationale ondernemingen, die daarvan tevoren in kennis waren gesteld, gecontroleerd. Daarbij bleek dat de in het VIES-systeem opgeslagen gegevens een goed hulpmiddel waren bij deze controles. Voorts zijn ervaringen opgedaan met betrekking tot de bij dergelijke controles noodzakelijke samenwerking tussen de diverse belastingdiensten. Daar waar de betrokken multi-nationale ondernemingen eveneens een vestiging binnen Nederland hebben, heeft de Nederlandse belastingdienst aan het experiment deelgenomen, een en ander binnen de kaders van de Richtlijn 77/799 en de Verordening 218/92.
Zoals ik bij punt 4.1.1 reeds aangaf, zijn uit de matching over 1993 enkele fraudegevallen naar voren gekomen. Ter illustratie geef ik u hier enkele voorbeelden van de aard en omvang van de geconstateerde fraude.
Bij vergelijking van de uit het buitenland afkomstige gegevens en de gegevens van de aangiften omzetbelasting, waarbij een verschil aan omzet werd geconstateerd van f 300 000, is een ondernemer opgespoord die gedurende geruime tijd, ook al vóór 1 januari 1993, goederen zwart in het buitenland inkocht. Er zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonbelasting opgelegd tot een gezamenlijk bedrag van circa f 850 000.
Een ander geval waarbij zwarte inkopen werden geconstateerd is nog in onderzoek.
Enkele gevallen van carrousselfraude zijn thans in onderzoek bij de FIOD, waarbij wordt samengewerkt met de fiscale opsporingsdiensten van de desbetreffende lid-staten. Het betreft hier een omzet van enige miljoenen.
Een ondernemer die onder de landbouwregeling valt gebruikte het sofinummer van zijn echtgenote als BTW-identificatienummer voor het doen van inkopen tot een waarde van circa f 500 000 in een andere lid-staat tegen het 0-tarief voor de omzetbelasting. De ter zake verschuldigde omzetbelasting is nageheven.
Een soortgelijk geval deed zich voor bij een maatschap waarbij het sofinummer van een van de maten als BTW-identificatienummer is gebruikt.
Naast de gegevens van leveringen en verwervingen signaleert het VIES-systeem ook het gebruik van BTW-identificatienummers die weliswaar voldoen aan de constructieregels, maar niet actueel worden gebruikt door ondernemers. Aan de hand van zo'n signaal is een Nederlandse ondernemer opgespoord die gebruik maakte van BTW-identificatienummers die toebehoorden aan buitenlandse ondernemers die geen aangifte deden voor de omzetbelasting. Navraag bij de desbetreffende lid-staat leerde dat deze ondernemers inmiddels failliet zijn gegaan. Aangezien de Nederlandse ondernemer niet kon aantonen dat de goederen Nederland hebben verlaten, is een bedrag van circa f 100 000 aan omzetbelasting nageheven.
Een eerste beschouwing geeft mij het beeld dat hier sprake is van geïsoleerde gevallen, en dat geen tendens van de ontwikkeling van nieuwe fraudepatronen waarneembaar is. In ieder geval kan worden geconcludeerd dat het VIES-systeem een effectief hulpmiddel kan zijn bij de fraudebestrijding.
Over het eerste kwartaal van 1995 vallen voornamelijk ontwikkelingen op het gebied van de btw te melden.
De uitbreiding van de Europese Unie per 1 januari 1995 heeft geen bijzondere problemen opgeleverd.
De administratieve samenwerking met andere Lid-Staten loopt bevredigend. Op nationaal niveau zijn daarvoor richtlijnen aan de Centrale Eenheid ICT en de overige eenheden van de Belastingdienst uitgevaardigd.
Van nieuwe fraudepatronen is niet gebleken. Wèl zijn geïsoleerde fraude gevallen opgespoord. Het zogenoemde VIES-systeem is een goed hulpmiddel gebleken bij ingestelde controles bij enkele multinationale ondernemingen.
Een actie alsmede controles tot verbetering van het aangiftegedrag van ondernemers hebben positieve resultaten gehad.
Een wetsvoorstel tot implementatie van de zogenoemde tweede vereenvoudigingsrichtlijn-btw is in voorbereiding.
Richtlijn 95/7/EG van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG en tot invoering van nieuwe vereenvoudigingsmaatregelen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde–werkingssfeer en praktische regeling voor de toepassing van bepaalde vrijstellingen (Publikatieblad nr. L 102 van 5.5.1995, blz. 18).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-23030-14.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.