Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1994-1995 | 23029-(R1461) nr. 29 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1994-1995 | 23029-(R1461) nr. 29 |
Vastgesteld 21 februari 1995
De vaste Commissie voor Justitie1 heeft bij brief van 9 februari jl. een vraag voorgelegd aan de Staatssecretaris van Justitie naar aanleiding van het uitstel van de plenaire behandeling van dit wetsvoorstel.
De staatssecretaris heeft deze vraag beantwoord bij brief van 15 februari.
De brief van de commissie en de brief van de staatssecretaris zijn hierna afgedrukt.
's-Gravenhage, 9 februari 1995
Aan de Staatssecretaris van Justitie
De vaste Commissie voor Justitie heeft in haar procedurevergadering van 8 februari 1995 besloten u de volgende vraag voor te leggen in verband met het uitstel van de plenaire behandeling van wetsvoorstel 23 029 (R 1461), Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Op dit ogenblik verliezen vele in het buitenland verblijvende Nederlanders met een dubbele nationaliteit hun Nederlandschap. Als wetsvoorstel 23 029 (R 1461) wordt aanvaard, kunnen bovengenoemde Nederlanders hun Nederlandse nationaliteit behouden, als zij eens in de tien jaar ofwel een reisdocument verkrijgen in de zin van de Paspoortwet ofwel een verklaring over het bezit van het Nederlanderschap afleggen.
Nu wetsvoorstel 23 029 echter niet wordt behandeld, zullen meer en meer in het buitenland verblijvende Nederlanders hun Nederlanderschap verliezen. Bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel zullen deze Nederlanders hun Nederlanderschap weliswaar met terugwerkende kracht herkrijgen, maar dit laat onverlet dat zij in de periode van 1 januari 1995 tot inwerkingtreding van het wetsvoorstel niet langer in het bezit zijn van hun Nederlandse nationaliteit. Dit leidt tot ongewenste gevolgen die niet later kunnen worden gerepareerd, zoals kiesrecht en consulaire bijstand.
De commissie verzoekt u zo spoedig mogelijk uw reactie te geven op dit probleem.
De griffier van de commissie,
De Gier
Aan de Voorzitter van de vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 15 februari 1995
Naar aanleiding van uw brief deel ik u het volgende mede:
Over dit onderwerp zijn op 6 december 1994 schriftelijke vragen gesteld door de leden van de Tweede Kamer Verhagen, Apostolou en Dittrich. Deze vragen zijn door mij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, op 28 december 1994 beantwoord.
In mijn antwoord heb ik aangegeven dat bedoeld verlies van het Nederlanderschap voortvloeit uit het bepaalde in artikel 15, onder c, van de huidige Rijkswet op het Nederlanderschap.
Dit artikel luidt (voor zover van belang):
«Het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige verloren:
a. ...
b. ...
c. wanneer betrokkene na zijn meerderjarigheid gedurende een ononderbroken periode van 10 jaren woonplaats buiten Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba heeft in het land waarin hij is geboren en waarvan hij eveneens de nationaliteit bezit, anders dan in een dienstverband met Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel een internationaal orgaan waarin het Koninkrijk is vertegenwoordigd, of als echtgenoot van een persoon met een zodanig dienstverband;
d. ...»
Ingevolge artikel 26 van deze wet is genoemd artikel 15, onder c, op 1 januari 1995 effectief geworden. Vanaf deze datum zullen Nederlanders die na meerderjarigheid gedurende een ononderbroken periode van 10 jaar buiten het Koninkrijk wonen in het land waarin zij zijn geboren en waarvan zij eveneens de nationaliteit bezitten, de Nederlandse nationaliteit verliezen.
In genoemd antwoord heb ik ook vermeld dat de huidige Rijkswet op het Nederlanderschap geen mogelijkheid geeft om een voorziening te treffen waardoor deze Nederlanders geen nadeel zullen ondervinden van de uitgestelde behandeling van wetsvoorstel 23 029 (R 1461). Juist met het oog op een inwerkingtreding van de wetswijziging nà 1 januari 1995 is in het wetsvoorstel in Artikel IV een tweeledige overgangsregeling getroffen, die de gevolgen van artikel 15, onder c, voor zoveel mogelijk neutraliseert.
In uw brief wijst U op ongewenste gevolgen van het verlies van het Nederlanderschap, zoals het kiesrecht en de consulaire bijstand.
Met betrekking tot het kiesrecht wijs ik erop dat het in casu per definitie gaat om permanent in het buitenland gevestigde (oud-)Nederlanders. Voor zover het de aanstaande verkiezingen voor Provinciale Staten betreft, missen deze personen het aktief kiesrecht, omdat dat alleen aan ingezetenen van de provincie toekomt. Met betrekking tot het passieve kiesrecht zij opgemerkt, dat woonplaats en nationaliteit geen vereiste zijn bij de kandidaatstelling, maar eerst bij het onderzoek naar de geloofsbrieven. Andere verkiezingen, zoals de verkiezingen voor de Tweede kamer en het Europese Parlement, waaraan Nederlanders wel kunnen deelnemen, zijn thans niet aan de orde.
Met betrekking tot de vraag naar de gevolgen voor de consulaire bijstand merk ik op, dat diplomatieke en consulaire bijstand aan Nederlanders met een meervoudige nationaliteit, die wonen in het land van hun andere nationaliteit(en), volgens het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer, en het Verdrag van Wenen van 24 april 1963 inzake consulaire betrekkingen slechts kan worden verleend voor zover dit strookt met de redelijkheid en voor zover zulks de instemming heeft van de desbetreffende autoriteiten.
De Staatssecretaris van Justitie,
E. M. A. Schmitz
Samenstelling: Leden: V. A. M. van der Burg (CDA), voorzitter, Schutte (GPV), Groenman (D66), Korthals (VVD), Janmaat (CD), De Hoop Scheffer (CDA), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Van de Camp (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, M. M. van der Burg (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Aiking-van Wageningen (AOV), Rabbae (GroenLinks), J. M. de Vries (VVD), Van Oven (PvdA), Van der Stoel (VVD), Dittrich (D66), Verhagen (CDA), Dijksman (PvdA), De Graaf (D66), Rouvoet (RPF), B. M. de Vries (VVD), O. P. G. Vos (VVD).
Plv. leden: Koekkoek (CDA), Van den Berg (SGP), Van Vliet (D66), Dees (VVD), Marijnissen (SP), Biesheuvel (CDA), Hirsch Ballin (CDA), Doelman-Pel (CDA), Van Traa (PvdA), Van Heemst (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Rehwinkel (PvdA), Vliegenthart (PvdA), Boogaard (AOV), Sipkes (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Middel (PvdA), Te Veldhuis (VVD), Van Boxtel (D66), Van der Heijden (CDA), Apostolou (PvdA), Versnel-Schmitz (D66), Leerkes (Unie 55+), Van den Doel (VVD), Weisglas (VVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-23029-29.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.