Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 22660 nr. BK |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 22660 nr. BK |
Vastgesteld 21 december 2021
Op maandag 30 mei en dinsdag 1 juni 2021 vond onder Portugees Voorzitterschap de LXV plenaire conferentie van commissies voor Europese aangelegenheden uit de nationale parlementen van de lidstaten van de Europese Unie en van een delegatie uit het Europees Parlement, hierna aangeduid als plenaire COSAC, virtueel plaats. De plenaire COSAC vond plaats in de vorm van een videoconferentie, omwille van de coronamaatregelen die op dat moment in Europa waren getroffen. Naast de genoemde delegaties namen ook delegaties van de nationale parlementen van de kandidaat-lidstaten van de Europese Unie deel als waarnemer, evenals delegaties van de Raad van de Europese Unie en van de Europese Commissie.
De Nederlandse delegatie voor de Eerste Kamer naar deze conferentie bestond uit de voorzitter van de commissie voor Europese Zaken in de Eerste Kamer, Ria Oomen-Ruijten (CDA), en de ondervoorzitter Bastiaan van Apeldoorn (SP).
De delegatie is ambtelijk begeleid door Van den Driessche (Eerste Kamer). De delegatie brengt als volgt verslag uit1:
Welkomstwoorden en procedurele zaken
De voorzitter van de Portugese Assembleia da República, Eduardo Ferro Rodrigues, verwelkomde de delegaties in dit virtuele debat, maar betreurde het dat, als gevolg van de pandemie, het niet mogelijk was om de delegaties in Lissabon persoonlijk te verwelkomen. In zijn inleidende woorden kaartte hij onder andere de economische, digitale en klimaat-gerelateerde uitdagingen aan waar Europa voor stond.
Luís Capoulas Santos, voorzitter van de commissie voor Europese Zaken en dagvoorzitter, verwees in zijn inleidende woorden naar de samenwerking van de parlementen in de EU in het kader van de Conferentie over de Toekomst van Europa. Hij vervolgde met de vaststelling van de agenda en enkele procedurele zaken. Omwille van de pandemie was het niet mogelijk om fysiek te vergaderen, waardoor ook geen conclusies en contributies waren opgesteld. In plaats daarvan zal een brief worden opgesteld met de uitkomsten van de plenaire COSAC die aan de Voorzitters van de EU instellingen zal worden aangeboden.
Vervolgens werd het 35e halfjaarlijks COSAC-verslag voorgesteld.
Tot slot verwees Capoulas Santos naar de procedure voor de cofinanciering van het COSAC-secretariaat voor 2022–2023 en de verzonden letter of intent. Hij riep de parlementen op de brief mede te ondertekenen.
Sessie I: Het Portuguese Voorzitterschap van de Raad van de EU
De premier van Portugal, António Costa, opende de sessie met de opmerking dat de COVID-19 pandemie de samenleving enorm had getroffen en dat de huidige economische en sociale crisis de grootste was gezien sinds de tweede wereldoorlog. Hij was van mening dat de EU van meet af aan had gereageerd met een zeer gecoördineerde en stevige mode, in tegenstelling tot eerdere crises. Hij was zeer blij met de snelle ratificatie, in vijf maanden, van het Eigen Middelen Besluit (ORD) door nationale parlementen, waaruit bleek dat de nationale parlementen zich ten volle bewust waren van de urgentie. COSTA vervolgde met de resultaten van de prioriteiten van het Portugese voorzitterschap onder het motto: «Tijd om te leveren: een eerlijke, groen en digitaal herstel» in 2021.
Roberta Metsola, eerste vicevoorzitter van het Europees Parlement, was de tweede hoofdspreker, en verving van David SASSOLI, voorzitter van het Europees Parlement. Ze wees erop dat de focus nu moet liggen op het samen bouwen aan een duurzame, eerlijke en inclusieve toekomst en benadrukte het belang van versterking van het Europese project en versterking van de parlementaire democratie. In haar inleiding lichtte zij de projecten en initiatieven van het Europees Parlement toe die daartoe moeten bijdragen. Tot slot riep zij op tot parlementaire solidariteit en samenwerking.
Margaritis Schinas, vicevoorzitter van de Europese Commissie, was de derde hoofdspreker tijdens deze sessie. Hij merkte op dat de Europese manier van leven in deze maanden zwaar op de proef werd gesteld, maar benadrukte ook dat de EU collectief trots kon zijn op het feit dat het Europese samenlevingsmodel in deze buitengewone omstandigheden zo veerkrachtig, samenhangend en solide was gebleken. Schinas ging met name verder ook in op de vaccinatiestrategie van de EU en het actieplan voor de sociale pijler.
In het debat dat volgde informeerde Oomen-Ruijten de delegaties dat de Eerste Kamer recent het Eigen Middelen Besluit had geratificeerd en ze bevestigde dat de snelle afronding van het ratificatieproces in de lidstaten een grote doorbraak was. Zij feliciteerde het Portugese Voorzitterschap met name ook voor de organisatie van de Porto Social Summit en vertrouwde erop dat het Actieplan voor de sociale pijler ook invloed zou hebben op de herstelplannen van de lidstaten.
Verschillende delegaties verwezen naar de Conferentie over de Toekomst van Europa, de rol van de nationale parlementen hierin en de onderwerpen die aan bod zouden moeten komen. Verder werden door de delegaties onderwerpen aangekaart, zoals de pandemie, klimaat en digitalisering, Westelijke Balkan, migratie, buitenlandbeleid van de EU en de rol van jongeren in de EU.
Sessie II: Sociaal Europa: welk model voor de drievoudige economische, digitale en klimaattransitie?
De Europees Commissaris voor Banen en Sociale Rechten, Nicolas Schmit, sprak in zijn interventie verheugd over de gezamenlijke toezeggingen van de regeringen van de EU, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld die tijdens de Sociale top in Porto waren gedaan. Hij stelde dat sociale kwesties hand in hand met economische kwesties moesten worden besproken en dat de grote veranderingen waarmee Europa wordt geconfronteerd op een eerlijke manier moesten worden aangepakt. Schmit gaf vervolgens een kort overzicht van de EU-kerndoelen voorgesteld door de Europese Commissie in haar Actieplan voor de sociale pijler die in 2030 moet worden bereikt op het gebied van werkgelegenheid, vaardigheden en sociale bescherming.
De Staatssecretaris voor Sociale Zekerheid van Portugal, Gabriel Bastos, weidde uit over de verwoestende sociale en de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie en drong er bij de parlementariërs op aan om te zorgen voor een constante gedachtewisseling met burgers over de maatregelen die tijdens de pandemie zijn genomen. De Porto Social Commitment noemde hij een mijlpaal in een nieuw tijdperk.
Luca Visentini, vertegenwoordiger van het Europees Verbond van Vakverenigingen, sprak ook over de enorme impact van de pandemie op de Europese economieën en over twee andere uitdagingen: klimaatverandering en digitale transformatie. Hij benadrukte de noodzaak om een duurzamer, inclusiever en rechtvaardiger economisch model op te bouwen dat niemand achterlaat.
Markus J. Beyrer, vertegenwoordiger van Business Europe zei dat de lidstaten zich moeten concentreren op de reële groei die uit de digitale en groene transformatie kan leiden. Hij voegde eraan toe dat in het nemen van maatregelen onderscheid moest worden gemaakt tussen het Europese niveau en het nationale niveau en dat subsidiariteit daarbij cruciaal is.
María Rordriguez, vertegenwoordiger van het Europees Jeugdforum, benadrukte de belangrijke jeugdwerkloosheid waarmee Europa werd geconfronteerd. Ze riep parlementsleden op om naar hun jonge kiezers te luisteren en hun sociale rechten te beschermen.
In het debat dat volgde werd door de delegaties algemene steun uitgesproken voor de resultaten van de Porto Social Summit. Verschillende sprekers vroegen tevens aandacht voor het lot van jongeren en voor inclusiviteit bij de digitale en klimaattransities.
Sessie III: Uitvoering van de nationale herstel- en weerbaarheidsplannen – de rol van de nationale parlementen
De Eurocommissaris voor Economie, Paolo Gentiloni, benadrukte in zijn inleiding de nauwe samenwerking tussen de Europese Commissie en de lidstaten bij de voorbereiding de nationale herstel- en weerbaarheidsplannen van de afgelopen maanden. Alle nationale parlementen hadden inmiddels het Eigen Middelen Besluit geratificeerd dat de Europese Commissie in staat stelde de Recovery and Resilience Facility (RRF) op te richten en de financiële markten op te gaan. Hij legde vervolgens de procedure uit die de komende maanden zou worden uitgerold ten aanzien van de nationale herstelplannen. Hij benadrukte dat parlementen ook bij de implementatie van de plannen betrokken zouden moeten blijven.
Roberta METSOLA, eerste vicevoorzitter van het Europees Parlement, sprak over de rol van het Europees Parlement in de controle van de RRF, waaronder de tweemaandelijkse Herstel- en Veerkrachtdialoog tussen de Europese Commissie en het Europees Parlement. Zij riep nationale parlementen op tot een soortgelijke parlementaire controle van hun uitvoerende machten en benadrukte verder het belang van regelmatige samenwerking en uitwisseling van standpunten tussen parlementen.
Tot slot sprak Marko Pogačnik, voorzitter van de commissie Europese Zaken van de Sloveense Državni zbor over het potentieel dat de RRF had om het economische concurrentievermogen van Europa te verbeteren.
Hij vroeg Gentili of alle nationale herstel- en veerkrachtplannen als een pakket konden worden aangenomen om te voorkomen dat een lidstaat een voorsprong zou kunnen krijgen. Hij sprak ook de hoop uit dat de Europese Commissie tijdens het uitvoeringsproces de lidstaten zou kunnen adviseren. POGAČNIK vreesde dat Europa, na de pandemie, in een nieuwe economische crisis zou kunnen verzeilen en zag digitalisering als een mogelijkheid voor lidstaten om bij te dragen aan het herstel van het concurrentievermogen van Europa.
Verschillende sprekers brachten op dat hun Kamer of parlement niet was betrokken bij het opstellen van het nationale R&R-plan, terwijl parlementaire controle op de uitvoering van de plannen noodzakelijk is. Er werd onder andere door de Franse Assemblée nationale en het Europees Parlement geopperd om de parlementaire controle op de uitvoering van de plannen te delen onder de parlementen en dat in COSAC-verband verder te organiseren. Vanuit de Europese Commissie werd nogmaals benadrukt dat de nationale herstel- en veerkrachtplannen toekomstgerichte plannen moesten zijn die ook de transities en de noodzakelijke hervormingen aanpakken die de Europese Commissie in haar landenspecifieke aanbevelingen doet.
Sessie IV: Stand van zaken in de Conferentie over de Toekomst van Europa
Dagvoorzitter Capoulas Santos opende de sessie door alle voorzitters van de commissies voor Europese Zaken te bedanken voor hun samenwerking bij het beschermen van de belangen van de nationale parlementen in de Conferentie over de toekomst van Europa (CoFE). Hoewel hij het betreurde dat niet alle ideeën in het reglement van orde waren opgenomen, verwelkomde hij het feit dat in de plenaire vergadering van de conferentie de nationale parlementen vertegenwoordigd zouden zijn door 108 leden. Hij benadrukte dat dit is bereikt dankzij frequente en transparante uitwisseling van informatie en sprak de hoop uit dat een dergelijke samenwerking in de toekomst zou worden voortgezet.
Antonio Tajani, voorzitter van de commissie constitutionele zaken (AFCO) van de Europees Parlement prees de goede samenwerking tussen EU-instellingen, nationale parlementen en andere belanghebbenden om de doelstellingen van CoFE te bereiken. Hij benadrukte dat de belangrijkste conclusies van de CoFE zouden moeten worden weerspiegeld in voorstellen voor beleids- en institutionele veranderingen.
Guy Verhofstadt, lid van het Europees Parlement, benadrukte dat de structuur van de CoFE gebaseerd is op een «bottom-up»-benadering. Hij legde vervolgens de structuur van de conferentie uit, met plenaire vergaderingen, werkgroepen, burgerpanels en een Meertalig Digitaal Platform.
Ana Paula Zacarias, Staatssecretaris voor Europese Zaken van Portugal, sprak in een videoboodschap over het belang van de betrokkenheid van de nationale parlementen bij sleutelmomenten van de CoFE en sprak de hoop uit dat andere belanghebbenden, met name de nationale parlementen, uitgebreide evenementen zouden organiseren om burgers te bereiken.
Dubravka Šuica, Vicevoorzitter van de Europese Commissie, sprak over de rol van burgers in de conferentie, het gebruik van het Meertalig Digitaal Platform en te organiseren evenementen. Ze verzekerde dat een feedbackmechanisme ervoor zou zorgen dat de inbreng van burgers zou resulteren in concrete beleidsaanbevelingen.
De meeste delegaties brachten in het debat dat erop volgde op dat de inbreng van burgers leidend moesten zijn voor het verloop en de conclusies van de conferentie. Ook Van Apeldoorn benadrukte dit en zei dat daaronder ook de geluiden van burgers die sceptisch zijn over het Europese project gehoord moeten worden. Een verdragswijziging zou tot de mogelijkheden moeten behoren, wanneer daarom wordt gevraagd. Verschillende sprekers spraken ook hun verwachting uit dat jongeren zouden moeten worden betrokken bij conferentie.
In zijn slotwoord onderstreepte Verhofstadt nog dat de conferentie niet de representatieve democratie zou vervangen door directe democratie. Op verzoek van de delegaties uit de Westelijke Balkan-landen verzekerde hij dat deze landen ook in de CoFE vertegenwoordigd zouden worden.
Conclusies
De voorzitter van de commissie voor Europese Zaken van het Sloveense parlement werd het woord gegeven om de parlementaire dimensie van het Sloveense Voorzitterschap toe te lichten.
De dagvoorzitter dankt tot slot alle deelnemers voor hun bijdragen tijdens de vergadering, en, alvorens af te sluiten, werd nog een korte videoboodschap afgespeeld van de voorzitter van de Portugese Republiek, de heer Marcelo Rebelo De Sousa.
Namens de delegatie,
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken van de Eerste Kamer, Oomen-Ruijten
De notulen van de conferentie zijn raadpleegbaar op de COSAC-pagina van de website van IPEX: https://secure.ipex.eu/IPEXL-WEB/conferences/cosac/home.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22660-BK.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.