22 545
Herinrichting van de Algemene Bijstandswet (Algemene Bijstandswet)

nr. 53
BRIEF VAN DE MINISTER EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 1995

Op 1 maart 1995 trad de Wet aanscherping referte-eisen WW (Sb. 1994, 955) grotendeels in werking. In de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel dat tot deze wet heeft geleid (Kamerstukken II, 1994/1995, 23 985, nrs. 3 en 5), werd aangekondigd dat het kabinet voornemens was het begrip passende arbeid door middel van een daartoe op te stellen algemene maatregel van bestuur (amvb) voor schoolverlaters en academici te verruimen. Hetzelfde geschiedde in de toelichting bij de eerste nota van wijziging betreffende het wetsvoorstel Herinrichting van de ABW (Algemene bijstandswet; Kamerstukken II, 1993/1994, 22 545, nr. 18). Ook in het regeerakkoord is het voornemen opgenomen om het begrip passende arbeid te verruimen.

Tijdens de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel aanscherping referte-eisen WW is toegezegd de betreffende amvb voor inwerkingtreding aan de Tweede Kamer voor te leggen. Conform deze toezegging zenden wij u hierbij de concept-amvb1.

Wij merken daarbij nog het volgende op. De amvb dient op 1 januari 1996 in werking te treden, terwijl het zeer wenselijk is deze onder meer op de Abw gebaseerde amvb voor 1 oktober 1995 in het Staatsblad te plaatsen. Met het oog op een zo snel mogelijke procedure is de concept-amvb gelijktijdig met verzending aan uw Kamer ter advisering voorgelegd aan de Sociaal-Economische Raad, aan het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en aan het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, met het verzoek binnen zes weken te adviseren. Na ommekomst van de adviezen van deze organen en na een eventueel gesprek met (leden van) uw Kamer, zal de – zonodig aangepaste – concept-amvb dan ter advisering aan de Raad van State kunnen worden verzonden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

R. L. O. Linschoten


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven