22 343 Handhaving milieuwetgeving

Nr. 250 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 januari 2011

Vooruitlopend op de Kabinetsreactie op het rapport van de Gezondheidsraad over asbest die momenteel in voorbereiding is, reageer ik mede namens de minister van OCW en de staatssecretaris van SZW in deze brief op de recente aandacht van de media en op vragen uit uw Kamer over asbest in scholen (zie stenografisch verslag van het ordedebat van 19 januari jl.). Ik verwacht dat de Kabinetsreactie conform eerdere toezeggingen binnenkort aan uw Kamer aangeboden kan worden.

Op zaterdag 15 januari jl. was er een ZEMBLA uitzending met als titel «Asbest in scholen». In deze uitzending kwam een item aan de orde dat ging over onderhoudswerkzaamheden in een school in Amsterdam waarbij asbest is vrijgekomen. Een dergelijke incident betreur ik zeer omdat ouders van leerlingen en leerkrachten mogen verwachten dat de school een veilige leer- en werkomgeving is. Als bij werkzaamheden in scholen asbestmaterialen worden beschadigd en/of onzorgvuldig verwijderd, kan dit gevolgen voor de gezondheid van leerlingen en leerkrachten hebben.

Mijn ambtsvoorganger heeft vanuit onder andere dit perspectief in oktober 2008 een brief naar alle gemeenten in Nederland gestuurd om samen met de gemeenten door middel van voorlichting de aanpak bij het verwijderen van asbest te verbeteren onder het motto «Asbest: regel het goed». Daarop is mijn departement met een voorlichtingstraject gestart.

In aanvulling op de oktoberbrief heeft het ministerie in april 2010 alle Colleges van BenW in Nederland een brief gestuurd met het verzoek om in hun rol van (mede)eigenaar van schoolgebouwen en in de gemeentelijke contacten met schoolbesturen bijzondere aandacht te besteden aan het voorkomen van asbestbesmettingen in schoolgebouwen. Schoolbesturen zijn immers verantwoordelijk en aansprakelijk voor het gebruik.

Ik kan u meedelen dat de VNG, PO-Raad (Primair Onderwijs) en de VO-Raad (Voortgezet Onderwijs) hun verantwoordelijkheid hierin namen en nemen. Eind vorig jaar zijn door de PO en VO-Raad nieuwe initiatieven in gang gezet voor het informeren van hun leden. Zij hebben hun leden om inzicht verzocht in de situatie rond asbest. Schooldirecties zijn niet in alle gevallen op de hoogte, maar vaak weten schoolbesturen of de gemeenten wel of er asbest in een schoolgebouw zit.

Overigens hebben naar aanleiding van het verbod in 1993 op de toepassing van asbest diverse gemeenten het initiatief genomen om asbestinventarisaties in scholen uit te laten voeren en zijn waar nodig asbestsaneringen uitgevoerd.

Het kan voorkomen dat aan een school in het verleden een vrijgave is gegeven na het verwijderen van asbest, terwijl later toch kan blijken dat er nog asbest in een ander deel van het gebouw aanwezig is. Dat kan een potentieel risico opleveren zodra er nieuwe werkzaamheden worden verricht. Het is daarom belangrijk dat de eigenaren ervan uit moeten gaan dat altijd asbest kan voorkomen in gebouwen van voor 1994.

De VNG, PO- en VO-raad hebben hun leden opgeroepen om inzicht te geven in de aanwezigheid van asbest om nieuwe situaties met blootstelling aan asbest te voorkomen. Zij adviseren de schoolbesturen om de situatie in hun gebouwen nauwkeurig in kaart te brengen en alles in het werk te stellen om de risico’s te minimaliseren. De schoolbesturen werken daarbij nauw samen met de gemeenten, die financieel verantwoordelijk zijn. En de sectorraden bieden zoveel mogelijk ondersteuning.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

J. J. Atsma

Naar boven