Aan de voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken/Klimaat en Groene
Groei
Cc: Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Brussel, 3 augustus 2026
De Commissie dankt de Eerste Kamer voor haar reactie met betrekking tot het EU-actieplan
voor plantaardige levensmiddelen.
Volgens de Commissie is het essentieel dat de EU minder afhankelijk wordt van ingevoerde
plantaardige eiwitten, vooral uit sojabonen. Dat zal de veerkracht, de duurzaamheid
en de strategische autonomie van het eiwitsysteem van de EU ten goede komen. Daartoe
heeft de Commissie op 7 juli 2026 een actieplan goedgekeurd1. Bij de opstelling van het actieplan is terdege rekening gehouden met de opmerkingen
van de nationale parlementen.
Het actieplan voor eiwitten heeft tot doel de open strategische autonomie van de EU
te vergroten door het duurzame aanbod van eiwitten uit Europa uit te breiden. Dat
zal onder meer gebeuren door landbouwers te stimuleren om diversere productiesystemen
met minder gebruik van meststoffen toe te passen en om oliehoudende zaden en eiwitrijke
gewassen te telen, wat verschillende voordelen biedt. Het voorstel van juli 2025 tot
wijziging van de verordening voor een gemeenschappelijke marktordening2 bevat al elementen in die zin, zoals de oprichting van een eiwitsector, de verplichte
erkenning van producentenorganisaties in de sector eiwitrijke gewassen en de invoering
van handelsnormen. Het actieplan heeft ook tot doel de keuzemogelijkheden voor de
consument te bevorderen en te zorgen voor meer opties voor een gediversifieerd voedingspatroon,
waarin naast plantaardige eiwitten uit fruit, groenten en peulvruchten ook ruimte
is voor vlees, onder meer van vee dat met lokaal aangepaste voedermiddelen wordt gefokt,
in plaats van een prescriptieve voedingsaanpak te propageren. Om consumenten te helpen
bij het maken van weloverwogen keuzes, bevat het plan ook acties aan de vraagzijde,
zoals oorsprongsetikettering, de toepassing van duurzaamheidscriteria voor overheidsopdrachten
en bewustmakingscampagnes, bijvoorbeeld over de voordelen van peulvruchten.
Voorts is het actieplan bedoeld om de veerkracht, het concurrentievermogen en de paraatheid
van het bredere eiwitsysteem van de EU, waaronder de diervoederindustrie, te verbeteren
door de oorsprong van de invoer te diversifiëren, onderzoek en innovatie te bevorderen
en meer te investeren. Daarnaast is het plan zo opgesteld dat de eiwitwaardeketens
in de EU worden versterkt door de markt aantrekkelijker te maken en lokale oplossingen
te promoten, bijvoorbeeld door veeteeltsystemen af te stemmen op regionale en lokale
voederproductie.
Tot slot mikt het actieplan op een sterkere coördinatie tussen het beleid en belanghebbenden.
De Commissie stelt daarom monitoringmaatregelen voor, zoals jaarlijkse eiwitdialogen
met de EU-landen, regelmatige vergaderingen van het marktobservatorium voor granen,
oliehoudende zaden en eiwitrijke gewassen en een periodieke beoordeling van de vooruitgang
in de richting van strategische autonomie van de EU op het gebied van eiwitten, waarbij
het aandeel uit de EU afkomstige eiwitrijke diervoeders moet stijgen van 25% in 2025
naar 35% in 2035.
De Commissie hoopt dat zij met deze uitleg de vragen van de Eerste Kamer heeft beantwoord
en kijkt uit naar de verdere voortzetting van de politieke dialoog.
Lid van de Commissie, E. Zaharieva