22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

JU VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 8 juli 2026

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het groene kaart initiatief inzake een actieplan voor plantaardig voedsel. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 1 juni 2026.

  • • De antwoordbrief van 6 juli 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Wolf

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Den Haag, 1 juni 2026

De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van het Deense parlement van 25 november 2025 inzake een groene kaart over een actieplan voor plantaardig voedsel aan de Europese Commissie In de commissievergadering van 9 september 2025 besloot de commissie LNV van de Eerste Kamer dit initiatief te steunen. Voorts heeft de commissie met belangstelling kennisgenomen van de reactie van de Europese Commissie hierop, vervat in de brief van 30 maart 2026.2

De leden van de fracties van de PVV, SP, GroenLinks-PvdA en Fractie-Visseren-Hamakers hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen. De leden van de fracties van SP en GroenLinks-PvdA hebben hun vragen en opmerkingen gezamenlijk geformuleerd.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de PVV

De fractieleden van de PVV stellen dat het gaat om een initiatief van onder andere het Deense parlement om de Europese Commissie te vragen een EU-actieplan voor plantaardige voeding op te laten stellen met als doel het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) te hervormen, waarbij de eiwittransitie richting plantaardig zal worden versneld. Er bestaat vanuit Brussel nog geen formele procedure dan wel een verplichting om dit actieplan mee te nemen in te voeren landbouwbeleid. De fractieleden van de PVV zien dat in Nederland inmiddels vleesproducten met plantaardige ingrediënten worden gemengd, de Postcode Loterij cadeaukaarten uitdeelt aan de deelnemers voor gratis plantaardige producten, de Gezondheidsraad adviseert om maximaal 1 gehaktbal per week te eten of maximaal 100 gram rood vlees te nuttigen, het Voedingscentrum de zogenaamde Schijf van Vijf heeft vernieuwd (maximaal 300 gram vlees per week, minder kaas/maximaal 20 gram per dag) en dat de Minister prijsafspraken met de supermarkten wil maken.

Kunt u aangeven of het Nederlandse landbouwbeleid en de voedingsstrategie, met de nadruk op het streven naar een meer plantaardig voedselpatroon, wezenlijk deel uitmaakt van het uit te rollen beleid dat in de pas loopt of zelfs vooruitloopt op dit actieplan?

Kunt u aangeven of de Postcode Loterij, de Gezondheidsraad, het Voedingscentrum, het mengen van vleesproducten met plantaardige ingrediënten en het maken van prijsafspraken met supermarkten wezenlijk onderdeel uitmaakt van de programma’s voor onder andere eiwittransitie en innovatie en ketenontwikkeling via het landbouw- en klimaatbeleid (waaronder de halvering van de veestapel)?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de SP en GroenLinks-PvdA gezamenlijk

De fractieleden van de SP en GroenLinks-PvdA vragen wat meer plantaardig voedsel zou betekenen voor de beschikbaarheid van landbouwgrond voor andere doelen, zoals woningbouw, natuurontwikkeling of milieuvriendelijke landbouw.

Welk effect zou dit actieplan hebben op de stikstofuitstoot? Welk effect heeft dit actieplan volgens u op de volksgezondheid? Welke stappen gaat u zetten om het actieplan verder te ondersteunen? Welke plannen heeft u al om plantaardig voedsel te stimuleren?

Op welke manier worden de voedselketens en partijen als supermarkten geholpen en gestimuleerd om plantaardig voedsel bereikbaar en betaalbaar te maken voor huishoudens?

Wat zou de overgang naar een plantaardig voedselsysteem betekenen voor de voedselzekerheid en zelfstandigheid in de voedselvoorziening?

Wat zou dit actieplan betekenen voor wereldwijze voedselzekerheid en ontwikkelingssamenwerking?

Vragen en opmerkingen van het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers

Het fractielid van de Fractie-Visseren-Hamakers vraagt welke vervolgstappen u wilt zetten om de Europese Commissie ertoe te bewegen het actieplan op te stellen waar de groene kaart toe oproept.

Het actieplan wordt momenteel door parlementen van drie landen gesteund, hoe gaat u zich inzetten om meer landen aan boord te krijgen?

Voedselzekerheid

De Nederlandse veehouderij is afhankelijk van de import van plantaardige eiwitten voor veevoer, bijvoorbeeld soja uit Brazilië.3 De Europese Commissie ziet deze afhankelijkheid als een risico.

Bent u het met dit lid eens dat dit risico voor Nederland groter is dan voor andere EU-landen, gegeven de relatief grote omvang van onze veehouderijsector?

Bent u bereid om een crisisplan op te stellen om voorbereid te zijn op het scenario dat de import van plantaardige eiwitten stilvalt? Wilt u daarvoor onderzoeken hoe Nederlandse boeren in zo een geval snel over kunnen schakelen naar de productie van peulvruchten en andere plantaardige eiwitbronnen?

Gezond voedsel

Het EU-actieplan roept op om een gezond dieet te stimuleren dat rijk is aan plantaardig voedsel. De Gezondheidsraad stelt dat het huidige Nederlandse voedingspatroon minder plantaardige en meer dierlijke eiwitten bevat dan gewenst.4

Hoe gaat u stimuleren dat het Nederlandse voedingspatroon gezonder wordt?

Welke verandering in het Nederlandse voedingspatroon wenst u binnen deze kabinetsperiode te zien, en welke maatregelen bent u bereid te nemen om dit te behalen?

Bent u bereid om financiële prikkels in te stellen die gezond voedsel aantrekkelijker en betaalbaarder maken? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Welke maatregelen wilt u nemen om te sturen op een groter aandeel plantaardige voeding in kantines van overheden, ziekenhuizen, universiteiten en defensie?

Toekomstbestendige landbouw

In haar reactie stelt de Europese Commissie dat er een brede consensus is dat het voedselsysteem moet veranderen om economische, milieu en maatschappelijke uitdagingen aan te gaan.5

Bent u het met dit lid eens dat een verschuiving van dierlijk naar meer plantaardig voedselproductie in Nederland de toekomstbestendigheid van de Nederlandse landbouw vergroot?

Bent u het met dit lid eens dat een dergelijke verschuiving de voedselzekerheid vergroot?

De leden van de vaste commissie voor LNV zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken.

Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit G.J. Oplaat

BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2026

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de fracties van de PVV, SP, GroenLinks-PvdA en Fractie-Visseren-Hamakers over Groene kaart inzake een actieplan voor plantaardig voedsel (Kenmerk 18 1062; ingezonden op 1 juni 2026).

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

18 1062

Vragen fractie PVV

1

Kunt u aangeven of het Nederlandse landbouwbeleid en de voedingsstrategie, met de nadruk op het streven naar een meer plantaardig voedselpatroon, wezenlijk deel uitmaakt van het uit te rollen beleid dat in de pas loopt of zelfs vooruitloopt op dit actieplan?

Antwoord

Er is tot op heden nog geen EU-actieplan voor plantaardig voedsel gepubliceerd door de Europese Commissie. De verwachting is dat deze op 1 juli verschijnt, waarna deze nog door ons bestudeerd moet worden. Daarmee is het plan nog geen onderdeel van mijn beleid. De verduurzaming van de voedselproductie en onze consumptie zie ik als belangrijke speerpunten. Ik zet mij daarom in voor het bevorderen van de plantaardige teelt. Daarnaast is het de ambitie van het kabinet om in 2030 een balans in de gemiddelde eiwitconsumptie te bereiken van 50% dierlijke eiwitten en 50% plantaardige eiwitten. Ook werkt het kabinet een Strategische Agenda Voedselzekerheid, die zich richt op het vergroten van de weerbaarheid van de voedselvoorziening. Eén van de prioriteiten van deze agenda is het verminderen van strategische afhankelijkheden. Dit betreft ook de afhankelijkheden van plantaardige eiwitten voor bijvoorbeeld diervoeder.

2

Kunt u aangeven of de Postcode Loterij, de Gezondheidsraad, het Voedingscentrum, het mengen van vleesproducten met plantaardige ingrediënten en het maken van prijsafspraken met supermarkten wezenlijk onderdeel uitmaakt van de programma’s voor onder andere eiwittransitie en innovatie en ketenontwikkeling via het landbouw- en klimaatbeleid (waaronder de halvering van de veestapel)?

Antwoord

De adviezen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum worden onafhankelijk opgesteld en zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het vermengen van plantaardige ingrediënten in vleesproducten is een eigen keuze van producenten. Ook initiatieven die de Postcode Loterij introduceert, worden op eigen initiatief genomen.

Om de beleidsdoelstelling op de eiwittransitie te bereiken – zie antwoord vraag 1- wordt ingezet op voorlichting, consumentenactivatie, de voedselomgeving en een groter aanbod plantaardige eiwitten. De volledige inzet wordt momenteel uitgewerkt, maar ik zal onder andere in gesprek gaan met supermarkten. Dit zal echter niet gaan om prijsafspraken. Het kabinet zet niet in op halvering van de veestapel.

Vragen fracties SP en GroenLinks-PvdA gezamenlijk

3

Wat zou meer plantaardig voedsel betekenen voor de beschikbaarheid van landbouwgrond voor andere doelen, zoals woningbouw, natuurontwikkeling of milieuvriendelijke landbouw?

Antwoord

Het is niet mogelijk om te kwantificeren wat een omschakeling naar een plantaardiger voedingspatroon in Nederland zou betekenen voor de beschikbaarheid van huidig landbouwareaal voor andere doelen. Ik begrijp de redenering, aangezien een groot deel van het Nederlandse landbouwareaal wordt gebruikt voor de productie van veevoer. Er zijn echter veel factoren die grondgebruik beïnvloeden. Niet al het voedsel dat in ons land wordt geconsumeerd, wordt in Nederland geproduceerd. Ook wordt in Nederland voedsel geproduceerd, bewerkt en verwerkt voor de export.

4

Welk effect zou dit actieplan hebben op de stikstofuitstoot? Welk effect heeft dit actieplan volgens u op de volksgezondheid? Welke stappen gaat u zetten om het actieplan verder te ondersteunen? Welke plannen heeft u al om plantaardig voedsel te stimuleren?

Antwoord

Op dit moment is de inhoud van het actieplan van de EC nog niet bekend. Het is daarom voor mij niet mogelijk om in te gaan op specifieke effecten van het plan, zoals op de stikstofuitstoot. Uit wetenschappelijk onderzoek, waaronder de adviezen van de Gezondheidsraad, blijkt dat een meer plantaardig eetpatroon goed is voor de gezondheid van de meeste Nederlanders en kan leiden tot een afname van 25% in milieu-impact ten opzichte van het huidige voedingspatroon, zowel wat betreft uitstoot van broeikasgassen als landgebruik6.

In het najaar van 2026 zal ik de Tweede Kamer nader informeren over mijn beleid op de verduurzaming van de voedselconsumptie.

5

Op welke manier worden de voedselketens en partijen als supermarkten geholpen en gestimuleerd om plantaardig voedsel bereikbaar en betaalbaar te maken voor huishoudens?

Antwoord

Ik vind de bijdrage van partijen in de voedselketen aan het bereikbaar en betaalbaar maken van plantaardig voedsel erg belangrijk. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij deze partijen zelf. Het kabinet biedt op verschillende manieren ondersteuning. Zo is er een samenwerking geweest met verschillende ketenpartijen in de Bean Deal en de Bean Meal campagne7. Daarnaast zet het kabinet in op innovatie en onderzoek voor efficiënte toepassing van (nieuwe) plantaardige en alternatieve eiwitten, zoals peulvruchten en microalgen.

Tijdens mijn werkbezoeken ben ik ook in gesprek met verschillende partijen in de voedselketen. Ik sta open voor het gesprek om te horen wat partijen van mij nodig hebben om de eiwittransitie te versnellen.

6

Wat zou de overgang naar een plantaardig voedselsysteem betekenen voor de voedselzekerheid en zelfstandigheid in de voedselvoorziening?

Antwoord

Een verschuiving naar meer plantaardige teelten voor humane consumptie kan de voedselzekerheid, specifiek het onderdeel stabiliteit, vergroten en de Nederlandse en Europese afhankelijkheid van geïmporteerd veevoer uit derde landen verminderen, zoals soja.

Een groot deel van het Nederlandse landbouwareaal wordt momenteel gebruikt voor de productie van veevoer, zoals gras, snijmaïs en granen. Deze gewassen worden via vee omgezet in vlees en zuivelproducten. Omdat de omzetting van plantaardige naar dierlijke eiwitten energieverlies met zich meebrengt, is dit een minder efficiënte manier van voedselproductie dan productie van voedsel dat direct door mensen geconsumeerd kan worden.

7

Wat zou dit actieplan betekenen voor wereldwijze voedselzekerheid en ontwikkelingssamenwerking?

Antwoord

Een EU-actieplan voor plantaardig voedsel kan op verschillende manieren gevolgen hebben voor de mondiale voedselzekerheid en ontwikkelingssamenwerking. Een grotere productie en consumptie van plantaardige voedingsmiddelen kan bijdragen aan een efficiënter gebruik van landbouwgrond en natuurlijke hulpbronnen. Dit kan op mondiaal niveau bijdragen aan een grotere beschikbaarheid van voedsel en een vermindering van de druk op ecosystemen.

Voor ontwikkelingssamenwerking kunnen aanknopingspunten liggen in de ondersteuning van duurzame, lokaal passende landbouwsystemen, versterking van lokale voedselketens, kennisuitwisseling en klimaatbestendige landbouw. De uiteindelijke effecten zijn afhankelijk van de concrete uitwerking van het actieplan.

Het kabinet acht het van belang dat eventuele beleidsmaatregelen bijdragen aan zowel de voedselzekerheid binnen de Europese Unie als aan mondiale voedselzekerheid, en dat mogelijke gevolgen voor ontwikkelingslanden zorgvuldig worden meegewogen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de voedingssituatie in ontwikkelingslanden, waar dierlijke voedingsmiddelen voor kwetsbare groepen, zoals opgroeiende kinderen en vrouwen, een belangrijke bron van essentiële voedingsstoffen kunnen zijn.

Vragen en opmerkingen van het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers

8

Welke vervolgstappen wilt u zetten om de Europese Commissie ertoe te bewegen het actieplan op te stellen waar de groene kaart toe oproept. Het actieplan wordt momenteel door parlementen van drie landen gesteund, hoe gaat u zich inzetten om meer landen aan boord te krijgen?

Antwoord

Ik waardeer de aandacht die er vanuit verschillende parlementen – zo ook het Nederlandse parlement – is voor de verduurzaming van het voedselsysteem en de inzet op het vergroten van onze weerbaarheid en strategische onafhankelijkheid. De inhoudelijke boodschap die ten grondslag ligt aan de verstuurde «groene kaart» neem ik mee tijdens de gesprekken die ik voer in Brussel, wanneer daar de ruimte en gelegenheid toe is.

9

De Nederlandse veehouderij is afhankelijk van de import van plantaardige eiwitten voor veevoer, bijvoorbeeld soja uit Brazilië. De Europese Commissie ziet deze afhankelijkheid als een risico. Bent u het met dit lid eens dat dit risico voor Nederland groter is dan voor andere EU-landen, gegeven de relatief grote omvang van onze veehouderijsector?

Antwoord

Nederland is voor de productie van diervoeder in aanzienlijke mate afhankelijk van de import van eiwitrijke gewassen, met name soja. De mate van importafhankelijkheid verschilt echter per diercategorie: varkens en kippen eten voornamelijk voer met veel geïmporteerde eiwitten, terwijl koeien vooral lokaal geteeld gras en snijmaïs krijgen. Door de omvang en intensiteit van de Nederlandse veehouderij is het gebruik van geïmporteerde eiwitten in Nederland substantieel.

Ook andere lidstaten met een omvangrijke veehouderijsector, zoals Duitsland en Spanje, vertonen vergelijkbare afhankelijkheden en absolute volumes. Daarom beschouwt de Europese Commissie deze afhankelijkheid als een Europees vraagstuk. In dat kader heeft de Commissie in 2018 alle lidstaten opgeroepen om via nationale eiwitstrategieën maatregelen te treffen ter vermindering van deze afhankelijkheid en ter versterking van de Europese eiwitvoorzieningszekerheid. In lijn met de Nationale Eiwitstrategie werk ik samen met de sector, ook op EU-niveau, aan het verduurzamen van de diervoederketen. Dit gebeurt onder andere door het benutten van reststromen en verwerkte dierlijke eiwitten in diervoeder en door de ontwikkeling van insecten als alternatieve eiwitbron.

10

Bent u bereid om een crisisplan op te stellen om voorbereid te zijn op het scenario dat de import van plantaardige eiwitten stilvalt? Wilt u daarvoor onderzoeken hoe Nederlandse boeren in zo een geval snel over kunnen schakelen naar de productie van peulvruchten en andere plantaardige eiwitbronnen?

Antwoord

Als onderdeel van de weerbaarheidsopgave werkt LVVN aan het Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid (LCP-V). Hierin is ook het scenario opgenomen dat er minder import is van plantaardige eiwitten. Dit plan biedt op hoofdlijnen inzicht in de afspraken die zijn gemaakt om de voedselvoorziening tijdens een crisis te beheersen. Daarbij staat de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties centraal, met als doel de continuïteit van de voedselvoorziening ook onder uitzonderlijke omstandigheden te waarborgen.

In een kortstondige crisis, wordt bezien waar substitutie mogelijk is van deze eiwitbron ten behoeve van het voedingspatroon voor de inwoners van Nederland. Hiervoor wordt uitvraag gedaan naar de voorraden in Nederland en alternatieven. Hiervoor werken wij samen met LTO, FNLI, CBL en het Voedingscentrum.

Om de teelt van eiwitrijke gewassen in Nederland te stimuleren is de eco-activiteit «stikstofbindend gewas» in de eco-regeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) opgenomen. Uit drie jaar Green Vlinderbloemigen (oftewel de Bean Deal) blijkt dat vanuit agrariërs interesse is om vlinderbloemigen te telen maar dat vooral dat achterblijvende marktvraag het opschalen van de teelt van vlinderbloemigen in Nederland belemmert. Inkoopprijzen op de wereldmarkt zijn zodanig laag dat Nederlandse telers op verkoopprijs niet kunnen concurreren, en belemmeren een groot deel van de afnemers om lokaal geteelde peulvruchten uit Nederland in te kopen tegen een hogere prijs. Wanneer marktvraag aanwezig is, door bijvoorbeeld het stilvallen van de import en agrariërs vlinderbloemigen rendabeler kunnen telen, zal opschaling plaats kunnen vinden. De teelt van vlinderbloemigen vindt plaats in een specifiek teeltseizoen waarbij doorgaans zaai in het vroege voorjaar plaats zal vinden en oogst in de zomer/vroege najaar.

11

Het EU-actieplan roept op om een gezond dieet te stimuleren dat rijk is aan plantaardig voedsel. De Gezondheidsraad stelt dat het huidige Nederlandse voedingspatroon minder plantaardige en meer dierlijke eiwitten bevat dan gewenst. Hoe gaat u stimuleren dat het Nederlandse voedingspatroon gezonder wordt?

Antwoord

Het kabinet bouwt aan de gezondste generatie ooit. In het coalitieakkoord staat bijvoorbeeld aangekondigd dat schoolfruit wordt ingevoerd. De inzet op een gezond voedingspatroon is de verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Een gezamenlijke appreciatie van Minister Hermans en mijzelf op de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad (dec 2025)8 volgt nog per brief aan de Tweede Kamer in de tweede helft van 2026.

12

Welke verandering in het Nederlandse voedingspatroon wenst u binnen deze kabinetsperiode te zien, en welke maatregelen bent u bereid te nemen om dit te behalen?

Antwoord

Het kabinet streeft ernaar dat meer mensen eten volgens de Schijf van Vijf. De Schijf van Vijf van het Voedingscentrum laat zien welke keuzes passen binnen een veilig, gezond en duurzaam eetpatroon. Het is daarnaast de ambitie van het kabinet om in 2030 een balans in de gemiddelde eiwitconsumptie te bereiken van 50% dierlijke eiwitten en 50% plantaardige eiwitten. Verandering van eetgewoonten vraagt een breed pakket aan maatregelen. Ik zet onder andere in op voorlichting, consumentenactivatie, de voedselomgeving en een groter aanbod plantaardige eiwitten. Momenteel bekijk ik hoe mijn volledige beleidsinzet op duurzaam voedsel er precies uit gaat zien. Daar wordt de Tweede Kamer in het najaar over geïnformeerd.

13

Bent u bereid om financiële prikkels in te stellen die gezond voedsel aantrekkelijker en betaalbaarder maken? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet bouwt aan de gezondste generatie ooit. De inzet op gezonde voeding ligt bij de Minister van VWS. In het coalitieakkoord is onder meer een suikerbelasting opgenomen.

14

Welke maatregelen wilt u nemen om te sturen op een groter aandeel plantaardige voeding in kantines van overheden, ziekenhuizen, universiteiten en defensie?

Antwoord

Overheden, ziekenhuizen en universiteiten hebben een belangrijke voorbeeldrol kijkende naar het aanbod van voedsel, zo ook in de eiwittransitie. Binnen de rijksoverheid is de eiwittransitie een belangrijk speerpunt. In het huidige aanbestedingskader9 is de ambitie opgenomen dat minimaal 50% van het totaal ingekochte eiwit plantaardig is. Het is mijn inzet deze ambitie te verhogen naar 60% bij een volgende herziening van dit kader. Dit in lijn met de adviezen van het Voedingscentrum voor aanbesteden10. Cateraars van bedrijfsrestaurants en hun opdrachtgevers kunnen deze criteria gebruiken om hun voedselinkoop en -aanbod gezonder en duurzamer te maken. Daarnaast zet ik me in voor een grote wijziging van de MVOI-criteriatool, die gebruikt wordt door veel overheden en instanties, waaronder het Rijk.

Ziekenhuizen en universiteiten hebben een koploperspositie als het aankomt op het duurzamer maken van het voedselaanbod. Veel ziekenhuizen zijn aangesloten bij de Green Deal Duurzame Zorg. Via het project Goede Zorg Proef je wordt in ziekenhuizen en zorginstellingen al een aantal jaar gewerkt aan gezonde en duurzame voeding voor patiënt, medewerker en bezoeker. Dit gebeurt met de Schijf van Vijf als uitgangspunt. Ook bij Defensie is aandacht voor duurzame voeding, zowel in de samenstelling als qua herkomst.

15

In haar reactie stelt de Europese Commissie dat er een brede consensus is dat het voedselsysteem moet veranderen om economische, milieu en maatschappelijke uitdagingen aan te gaan. Bent u het met dit lid eens dat een verschuiving van dierlijk naar meer plantaardig voedselproductie in Nederland de toekomstbestendigheid van de Nederlandse landbouw vergroot?

Antwoord

De verduurzaming van de voedselproductie en onze voedselconsumptie zie ik als belangrijke speerpunten. Ik zet daarom onder andere in op vergroting van de productie van plantaardige eiwitgewassen in Nederland. De Gezondheidsraad schat in dat een verschuiving naar een voedingspatroon met 60% plantaardige eiwitten en 40% dierlijke eiwitten kan leiden tot een afname van 25% in milieu-impact ten opzichte van het huidige voedingspatroon, zowel wat betreft uitstoot van broeikasgassen als landgebruik.

In het Nederlandse voedselsysteem passen dierlijke en plantaardige sectoren goed naast elkaar. Niet al het areaal wat nu bestemd is voor de productie van veevoer is bijvoorbeeld geschikt voor de teelt van gewassen voor humane consumptie. Het benutten van reststromen uit de akkerbouw en menselijke consumptie door ze in te zetten als veevoer is essentieel voor een duurzaam voedselsysteem. Reststromen, zoals groenten- en fruitafval of graanresten, worden optimaal gebruikt, wat niet alleen verspilling vermindert, maar ook de druk op landgebruik verlicht. Door vee te voeden met reststromen, wordt de afhankelijkheid van onder andere kunstmest verminderd. Dieren zetten de gewasresten om in mest, wat bijdraagt aan een efficiëntere en duurzamere voedselproductie.

16

Bent u het met dit lid eens dat een dergelijke verschuiving de voedselzekerheid vergroot?

Antwoord

Zie hiervoor beantwoording vraag 6.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Steenkamp (CDA), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26, 22.112, JR.

X Noot
3

WUR, «Stimuleren gebruik eiwithoudende grondstoffen uit Europa», te raadplegen op: Eerste Kamer der Staten-Generaal.

X Noot
4

De Gezondheidsraad, «Advies Gezonde Eiwittransitie», te raadplegen op: Advies Gezonde eiwittransitie | Gezondheidsraad.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 22 112, JR, p. 1.

Naar boven