22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Un

IA BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 juli 2020

Op 19 februari jl. ontving ik van de voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken van de Tweede Kamer het besluit van de commissie inzake het geactualiseerde overzicht van de afspraken inzake de informatievoorziening van het kabinet aan de Kamer over Europese dossiers en onderhandelingen (kenmerk 2020Z02287/2020D0791). Middels deze brief stuur ik u een afschrift van de reactie van het kabinet.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2020

In uw brief van 19 februari 2020 (kenmerk 2020Z02287/2020D0791) doet u mij het besluit toekomen van de vaste commissie voor Europese Zaken van 13 februari inzake het geactualiseerde overzicht van de afspraken inzake de informatievoorziening van het kabinet aan de Kamer over Europese dossiers en onderhandelingen. Dit mede naar aanleiding van hetgeen hierover is gewisseld tijdens het algemeen overleg EU-informatievoorziening van 15 januari 2020.

Zoals u terecht stelt, zijn de afspraken rond de EU-informatievoorziening organisch gegroeid en vastgelegd in een groot aantal kamerbrieven, moties en toezeggingen. Het kabinet juicht het dan ook toe dat met uw brief, en in het bijzonder de bijlage, een totaaloverzicht van de afspraken rond de EU-informatievoorziening tot stand komt. Ik zou willen voorstellen om dit overzicht van de afspraken jaarlijkse tijdens het algemeen overleg EU-informatievoorziening met uw Kamer te bespreken en dit een vast onderdeel van de agenda te maken. Op deze wijze kan met uw Kamer worden vastgesteld of de bestaande afspraken nog volstaan of dat er op grond van ontwikkelingen in de Europese Unie nadere afspraken moeten worden gemaakt teneinde uw Kamer in staat te stellen zo goed mogelijk haar rol te vervullen. Voorgaande laat uiteraard onverlet dat mochten de ontwikkelingen in de Europese Unie daarom vragen, uiteraard in de tussenliggende periode aanvullende informatieafspraken kunnen worden gemaakt.

Ten aanzien van het overzicht van de afspraken rond de EU-informatievoorziening1 zou ik, als coördinerend bewindspersoon, namens het kabinet nog een aantal opmerkingen willen maken. Deze zijn cursief opgenomen in de bijlage bij deze brief. Ik ga ervanuit dat deze, tezamen met de afspraken uit uw brief van 19 februari, het totaaloverzicht van de afspraken betreffende de EU-informatievoorziening vormen en bij het volgende algemeen overleg EU-informatievoorziening zullen worden besproken.

Tot slot merk ik graag op dat de afspraken betreffende de EU-informatievoorziening met uw Kamer worden gemaakt, maar dat deze eveneens worden benut voor de EU-informatievoorziening aan de Eerste Kamer. Om deze reden stuur ik een afschrift van deze brief aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok


X Noot
1

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 167324.

Naar boven