22 112
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

nr. 966
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 november 2009

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij 2 fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):

1. Richtlijn inzake verleggingsregeling fraudegevoelige goederen en diensten (Kamerstuk 22 112, nr. 965);

2. Mededeling «Investeren in de ontwikkeling van koolstofarme technologieën» (SET-plan).

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

F. C. G. M. Timmermans

Fiche: Mededeling «Investeren in de ontwikkeling van koolstofarme technologieën (SET-Plan)»

1. Algemene gegevens

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s «Investeren in de ontwikkeling van koolstofarme technologieën (SET-Plan)»

Datum Commissie document: 7 oktober 2009

Nr. Commissiedocument: COM(2009)519 definitief

Pre-lex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId =198663

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: SEC(2009)1298, SEC(2009)1296, SEC(2009)1295, SEC(2009)1297.

Behandelingstraject Raad: Energie Raad d.d. 7 december 2009.

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Economische Zaken

2. Essentie voorstel

In vervolg op het eerder door de Commissie uitgebrachte Strategisch Plan voor Energietechnologie, SET-Plan (zie ook eerder BNC fiche, vergaderjaar 2007–2008, 22 112, nr. 559) presenteert de Commissie thans de financiële voorwaarden voor de realisatie ervan. Om de doelstellingen, een CO2-reductie van 20% in 2020 en van 80% in 2050, te halen is een algehele herziening van ons energiesysteem nodig. Voor de periode tot 2020 heeft de Commissie Roadmaps ontwikkeld, inclusief enkele bijbehorende initiatieven, zoals het Europese Industriële Initiatief, het Intelligente Steden (Smart Cities-)initiatief en de Europese Energieonderzoeksalliantie (EERA). Voorts heeft de Commissie overheden, bedrijven en onderzoekers opgeroepen de inspanningen te bundelen om tussen nu en 2020 de technologieën te ontwikkelen die nodig zijn om de klimaatverandering aan te pakken, de energievoorziening in de EU veilig te stellen en het concurrentievermogen van onze economieën te garanderen. De Commissie heeft in haar voorstel «Investeren in de ontwikkeling van koolstofarme technologieën» geraamd dat de komende 10 jaar een extra investering van 50 miljard euro voor energietechnologisch onderzoek nodig is. Dit betekent dat de jaarlijkse investering in de Europese Unie bijna moet verdriedubbelen, van 3 tot 8 miljard euro. De financiering daarvoor moet uit verschillende nationale en internationale bronnen komen bij overheden en de particuliere sector. Omwille van het scheppen van banen en een efficiënte aanwending van middelen zal de besteding van financiële middelen moeten worden gecoördineerd. Ook heeft de Commissie aandacht voor EU-ondersteuning aan ontwikkelingslanden als het gaat om schone energie technologieën.

3. Kondigt de Commissie acties, maatregelen of concrete weten regelgeving aan voor de toekomst? Zo ja, hoe luidt dan het voorlopige Nederlandse oordeel over bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit en hoe schat Nederland de financiële gevolgen in?

De Commissie kondigt geen concrete wet- of regelgeving aan. Wel noemt de Commissie concrete bedragen die per beleidsveld gemobiliseerd dienen te worden. Een nadere onderbouwing van deze bedragen ontbreekt echter. Verder gaat de Commissie in algemene zin in op mogelijkheden voor de financiering van de benodigde 50 miljard (zie onder). Omdat het de voorstellen hier aan concreetheid ontbreekt is een subsidiariteits en proportionaliteitsoordeel vooralsnog niet te geven.

Concrete beleidsvoorstellen zullen, zoals gebruikelijk via de reguliere nationale trajecten, worden beoordeeld op subsidiariteit en proportionaliteit. Voor het overige vormen de (kosten)effectiviteit en de efficiency van het beleid een belangrijk onderdeel van het Nederlandse oordeel.

Publiek en private investeringen in de ontwikkeling van energietechnologie moeten fors toenemen en wel onmiddellijk. Volgens de Commissie is het aan de particuliere sector en de lidstaten om het merendeel van de benodigde middelen ter beschikking te stellen. Ten aanzien van de ontwikkeling van nieuwe technologieën moeten overheden volgens de Commissie voorbereid zijn op een «aanzienlijke verhoging» van overheidsfinanciering en ook voor wat betreft onderzoek stelt de Commissie dat het nodig zou kunnen zijn om het publieke financieringsaandeel te verhogen. Aan de hand van deze onderhavige mededeling zijn de totale financiële gevolgen nog niet in te schatten.

Nationale budgettaire gevolgen zullen worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels budgetdiscipline.

Volgens de Commissie kan alleen een deel van de middelen worden gevonden in de EU begroting, waarbij de Commissie signaleert dat een krachtiger interventie op Europees niveau een effectief middel kan zijn om de gewenste brede portfolio na te streven.

Op grond hiervan roept de Commissie de Raad en EP op om de opgestelde Roadmaps en de verschillende bijbehorende initiatieven te ondersteunen. Voorts stelt de Commissie voor om haar bestaande programma’s in dienst te stellen van het SET-Plan en dringt zij er bij de Lidstaten op aan om – met behoud van de zeggenschap over de nationale onderzoekmiddelen – hun financiële inspanningen op dit terrein te vergroten. Ten slotte beveelt de Commissie aan om de financiële instrumenten te versterken teneinde grote demonstratieprojecten optimaal te kunnen financieren.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Nederland heeft er destijds op aangedrongen dat het SET-Plan er zou komen. Er is behoefte aan een ambitieuze en integrale EU-aanpak voor energie-innovatie, gelet op de (20-20-20-)doelen voor 2020, en de Europese ambitie om economische kansen te grijpen. Lidstaten moeten wel hun eigen prioriteiten kunnen blijven uitvoeren. Nederland ondersteunt op hoofdlijnen de initiatieven die de Commissie aankondigt in haar plan (betere internationale samenwerking; het oprichten van een Europese alliantie voor energieonderzoek, het oprichten van een beheersstructuur, uitvoering van de verschillende EU Industriële Initiatieven). Nederland is het voorts eens met de Commissie dat in het algemeen meer financiële middelen moeten worden ingezet in onderzoek en technologieontwikkeling op het gebied van energie (incl. educatie en training) om de doelstellingen voor emissiereductie, hernieuwbare energie, energiebesparing en biobrandstoffen, die de EU zichzelf voor 2020 heeft opgelegd te kunnen halen. Wat Nederland betreft kan, zoals de Commissie aanbeveelt, het SET-Plan worden gefinancierd uit een mix van private middelen en publieke middelen op nationaal en EU-niveau. Hierbij is het voor Nederland van essentieel belang dat het aan de lidstaten is om te bepalen, hoe zij hun eigen middelen (inclusief ETS veilingopbrengsten) willen aanwenden. Nederland is van mening dat moet worden bezien hoe het reeds bestaande KP7-budget, voornamelijk het deel dat geoormerkt is voor energieonderzoek (in het energiethema van het programma «cooperation» en in EURATOM-verband), kan worden ingezet om het SET plan te ondersteunen. Zonder af te doen aan het belang van een ambitieuze aanpak stelt Nederland zich wel op het standpunt dat – voor die maatregelen waar moet worden geput uit de EU-begroting – financiële middelen gevonden dienen te worden binnen de bestaande financiële kaders van de EU-begroting. Voor wat betreft de Nederlandse prioriteiten voor een moderne EU-begroting heeft Nederland in zijn reactie op het consultatie paper van de Commissie (april 2008) reeds aangegeven dat het aandeel van middelen binnen de EU-begroting voor onderzoek, ontwikkeling en demonstratie ten behoeve van mitigatie kan toenemen. Aangezien het SET-Plan een meerjarenplanning betreft, zal het ook zijn beslag moeten krijgen in de Financiële Perspectieven van 2014–2020. Om een integrale afweging van opties binnen de bestedingsruimte van de nieuwe Financiële Perspectieven te waarborgen, mag in de discussie over het SET-Plan echter niet vooruit worden gelopen op de concrete invulling van de nieuwe Financiële Perspectieven. Dit hoort onderwerp te zijn van de budget review en de volgende financiële programmering. Nederland zal de Commissie vragen om de financiering van het SET-Plan nader te onderbouwen en te preciseren.

Naar boven