nr. 894
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juli 2009
Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij vijf fiches
aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen
(BNC):
1. Mededeling inzake strategie van de Europese Unie voor het Oostzeegebied
2. Verordening inzake het op de markt brengen en het gebruik van biociden
(22 112, nr. 896);
3. Mededeling inzake Internetgovernance (22 112, nr. 895);
4. Mededeling inzake het internet van de dingen (22 112, nr. 897);
5. Verordening inzake tariefcontingent voor de invoer van rundvlees (22 112,
nr. 898).
De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
F. C. G. M. Timmermans
Fiche: mededeling inzake de strategie van de Europese
Unie voor het Oostzeegebied
1. Algemene gegevens
Titel voorstel: mededeling inzake de strategie
van de Europese Unie voor het Oostzeegebied
Datum Commissiedocument: 10 juni 2009
Nr. Commissiedocument: COM(2009) 248
Pre-lex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId
=198335
Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment
Board:
http://ec.europa.eu/governance/impact/cia_2009_en.htm
Behandelingstraject Raad: De mededeling zal
besproken worden tijdens de Raad Algemene Zaken van 27 en 28 juli aanstaande.
Het is voorzien dat de strategie tijdens de Europese Raad van 29 en 30 oktober
2009 zal worden aangenomen.
Eerstverantwoordelijk ministerie: ministerie
van Buitenlandse Zaken
2. Essentie voorstel
De EU-strategie voor het Oostzeegebied beoogt een meer effectieve coördinatie
van activiteiten in de regio te bewerkstelligen, waarmee een hogere levensstandaard
gerealiseerd kan worden. In het bijbehorende indicatieve actieplan worden
maatregelen voorgesteld om dit te bereiken. De strategie heeft betrekking
op de acht EU-lidstaten rond de Oostzee. Daarnaast wordt samenwerking met
Rusland, alsmede Noorwegen en Wit-Rusland, van belang geacht om de uitdagingen
in de regio het hoofd te bieden. De betrekkingen met derde landen dienen bij
voorkeur via de Noordelijke Dimensie1 te lopen.
De Commissie is van mening dat één geïntegreerde multisectorale
regionale strategie het beste antwoord is op de uitdagingen in de Oostzeeregio.
De vier belangrijkste doelstellingen van de samenwerking zijn: beschermen
van het milieu van de Oostzee, bevorderen van de welvaart, vergroten van de
toegankelijkheid door het versterken van vervoers- en energieverbindingen
en verzekeren van veiligheid in de regio (betreft o.a. scheepvaartveiligheid
en het bestrijden van de grensoverschrijdende misdaad).
De lidstaten rond de Oostzee kennen grote verschillen in economisch, milieu
en cultureel opzicht, maar delen gemeenschappelijke hulpbronnen en zijn in
veel opzichten onderling afhankelijk. De strategie beoogt het potentieel van
de regio beter te benutten.
De strategie voor het Oostzeegebied kent een macroregionale benadering,
en is daarmee een innovatief beleidsinstrument dat v.w.b. eventuele interventies
uitgaat van de behoeften van een bepaalde regio. De regio kan in dat opzicht
een model zijn voor andere regio’s in de EU waar betere coördinatie
kan leiden tot meer welvaart en een duurzamer milieu. Tijdens de Europese
Raad van 18/19 juni jl. heeft de Raad de Commissie verzocht om in navolging
van deze strategie uiterlijk eind 2010 met een voorstel voor een macro-regionale
strategie voor het stroomgebied van de Donau te komen
3. Kondigt de Commissie acties, maatregelen of concrete
wet- en regelgeving aan voor de toekomst? Zo ja, hoe luidt dan het voorlopige
Nederlandse oordeel over bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit
en hoe schat Nederland de financiële gevolgen in?
De Commissie stelt geen concrete wet- of regelgeving voor. Wel is aan
de strategie een indicatief actieplan gekoppeld, waarin «acties»
worden voorgesteld op de verschillende aandachtsgebieden van de strategie,
alsmede speerpuntprojecten. In zoverre er een oordeel over de bevoegdheid,
subsidiariteit en proportionaliteit kan worden gegeven, is het oordeel positief.
De acties betreffen beleidsgebieden waarvoor de EG een bevoegdheid heeft (zoals
cohesiebeleid, de strategie voor duurzame ontwikkeling, milieubeleid, het
geïntegreerd maritiem beleid en de interne markt). De strategie is een
initiatief dat op specifiek verzoek van de betrokken lidstaten tot stand is
gekomen. Met het oog op een meer effectieve coördinatie van de activiteiten
in de betreffende regio, is sturing vanuit Brussel gewenst. De acties dragen
bij aan de optimalisering van de voordelen van het EU-lidmaatschap voor de
betreffende lidstaten. De Commissie geeft aan dat enkele van de door haar
voorgestelde «acties» uit het actieplan veranderingen in de nationale
wetgeving van de lidstaten uit het Oostzeegebied kunnen vereisen. De acties
hebben dan ook geen consequenties voor Nederlandse wet- en regelgeving. De
strategie moet leiden tot betere afstemming van bestaand EU beleid en fondsen,
zoals de structuurfondsen beschikbaar voor de regio. Voor de financiering
van dit samenwerkingsverband zullen geen additionele communautaire financieringsinstrumenten
worden ingezet. Er zijn geen financiële gevolgen voor Nederland voorzien.
4. Nederlandse positie over de mededeling
Nederland steunt het streven van de Commissie om te komen tot een geïntegreerde
multisectorale strategie voor de Oostzee regio. Het is een strategie die op
specifiek verzoek van de betrokken landen tot stand is gekomen. De strategie
kan worden gezien als een concreet voorbeeld van territoriale cohesie, waarbij
de specifieke kenmerken van een gebied – in dit geval het Oostzeegebied –
in hun onderlinge samenhang worden bekeken. Nederland is voorstander van het
verbeteren van het milieu en het versterken van de economische samenwerking
in de regio. Dit kan het Nederlandse belang in Nord Stream1 ten goede komen maar ook het Nederlandse bedrijfsleven in bredere
zin. Nederland deelt het oordeel van de Commissie dat er geen nieuwe instituties
moeten worden opgetuigd voor de implementatie van deze strategie. De Commissie
stelt geen additionele communautaire financiering voor in het voorstel. Dat
moet wat Nederland betreft ook zo blijven.