Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200922112 nr. 855

22 112
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

nr. 855
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 11 mei 2009

De vaste commissie voor Economische Zaken1 en de vaste commissie voor Justitie2 hebben op 2 april 2009 overleg gevoerd met staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken en minister Hirsch Ballin van Justitie over:

– de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 3 december 2008 over Richtlijn consumentenrechten (22 112, nr. 742);

– de brief van de staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 29 januari 2009 over Agenda 2009 Consumentenautoriteit (27 879, nr. 19).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Van der Ham Griffier: De Veth

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. Geen witboek, zoals gebruikelijk, maar een motie waarin wordt gezegd dat de consumentenbescherming niet achteruit mag gaan, geknabbel aan de rechten van de Nederlandse consument, volledige harmonisatie van enkele regels op het gebied van consumentenrechten en een Europees burgerlijk wetboek via de achterdeur. De Europese Commissie is nog steeds een regering die hartstochtelijk op zoek is naar een volk en daarbij de regels aan haar laars lapt, haast heeft, broddelwerk levert en keer op keer niet inziet dat dit niet de manier is om steun voor haar maatregelen te krijgen. Het zijn technocraten die alleen zelf denken dat zij iets goeds doen voor de ander en nog even goede sier denken te kunnen maken voor de verkiezingen.

Het zal niet verbazen dat de SP er niets voor voelt om mee te doen aan dit gênante circus. Ik heb dat tijdens eerdere debatten al gezegd en ik zeg het nu weer. Ik heb namelijk niets onder ogen gekregen wat mij daaraan doet twijfelen. Eerlijk gezegd, reken ik erop dat de Nederlandse politiek vandaag gezamenlijk tegen de Commissie zegt dat zij lekker op de hei kan gaan zitten met het voorstel, want tijdens de begrotingsbehandeling hebben de PvdA, de ChristenUnie en de SP een motie ingediend waarin de regering wordt meegedeeld dat zij niet zitten te wachten op een aantasting van de Nederlandse consumentenrechten door Brussel. En dat is nu precies wat er wel gebeurt. Laat ik een voorbeeld geven: de wettelijke garantie die wij in Nederland kennen. Gedurende de levensduur van een product heeft de consument recht op vervanging of reparatie bij non-conformiteit. Dat is iets moois. Daaraan kleeft zeker nog een aantal problematische aspecten, waar ik zo nog op terug zal komen, maar met het Brussels voorstel wordt dat na twee jaar onmogelijk. Valt je auto na iets meer dan twee jaar uit elkaar, dan heb je dus geen garantie meer. En dat terwijl je juist extra kilometers zou moeten rijden om over de grens je inkopen te doen, als het aan de Europese Commissie ligt. Dat is nou typisch iets waar Brussel van af moet blijven. Een minimumniveau van consumentenbescherming in Europa is prima, maar wij gaan niet voor die ene keer dat je iets in het buitenland koopt, in Nederland verworven rechten overboord kieperen.

Vanochtend hebben wij een debat gevoerd over Pretium Telecom, een debat waarin glashelder naar voren kwam dat wij zelfs in Nederland nog een wereld te winnen hebben op het gebied van consumentenbescherming. Dan gaan wij niet onze standaarden naar beneden bijstellen omdat een eurocommissaris vlak voor vertrek nog een eigen steen op aarde wil hebben gelegd. Dat mag zij doen in haar eigen achtertuin, maar niet over de rug van de Nederlandse consument.

De wettelijke garantie en de agenda van de Consumentenautoriteit. Een tijd geleden stelde de SP-fractie vragen over de voorwaarden die sommige branches kennen. De toenmalige staatssecretaris gaf destijds aan dat branchevoorwaarden van diverse branches dienen te voldoen aan wettelijke eisen. Is de staatssecretaris van mening dat de Consumentenautoriteit de bilaterale overeenkomsten tussen branches en de Consumentenautoriteit langs de lat van de geldende wetten dient te leggen? Kan en zal de Consumentenautoriteit die overeenkomsten, waarbij branchevoorwaarden zijn opgesteld die niet in overeenstemming zijn met de in Nederland geldende wetten, aanpakken? Wat vindt de staatssecretaris ervan dat de geschillencommissies regelmatig geschillen beoordelen op basis van branchevoorwaarden die in feite strijdig zijn met de wet?

Gaat de Consumentenautoriteit toezien op de naleving van het Quelle-arrest? In dat arrest heeft het Europese Hof van Justitie bepaald dat er gedurende twee jaar kosteloze vervanging of reparatie dient te gebeuren bij non-conformiteit. In gewoon Nederlands: een slecht product dient de eerste twee jaar zonder betaling te worden vervangen of te worden gerepareerd. Vindt de staatssecretaris dat winkels die zich niet houden aan het Quelle-arrest, een boete moeten kunnen krijgen? Zo nee, wat gaat de staatssecretaris dan doen om ervoor te zorgen dat de consument gedurende twee jaar recht krijgt op een kosteloze vervanging of reparatie? Vindt de staatssecretaris dat de Consumentenautoriteit de winkeliers moet helpen bij het verhalen van de kosten op eerdere schakels, zijnde de fabrikanten?

De SP is er blij mee dat de Consumentenautoriteit kan optreden bij een collectieve inbreuk op de consumentenrechten, maar er moet nogal wat water door de Rijn voordat consumenten zich organiseren. Vaak weten mensen niet hoeveel medeburgers eenzelfde probleem hebben en als zij contact opnemen met ConsuWijzer, krijgen zij te horen dat de Consumentenautoriteit geen individuele zaken behandelt. Wat vindt het kabinet van het idee om op www.consuwijzer.nl een meldpunt te maken waar mensen die een bepaald probleem hebben, zich kunnen melden? Het is dan een soort emmer: elke klacht is een druppel en wanneer er voldoende klachten binnen zijn, stroomt die emmer vanzelf over en kan de Consumentenautoriteit actie ondernemen. Zo maak je het makkelijker voor consumenten om zich te organiseren. Deze informatie en de binnengekomen klachten moeten openlijk toegankelijk zijn. Dan kunnen consumenten zien hoeveel klachten zijn binnengekomen en op welk bedrijf deze betrekking hebben.

Mevrouw Vos (PvdA): Voorzitter. De PvdA-fractie kiest voor de consument en voor een hoog niveau van consumentenbescherming. Dat is niet alleen goed voor de consument zelf, maar ook voor het consumentenvertrouwen. En dat is weer goed voor bedrijven. Wij willen het Nederlandse niveau handhaven en niet inboeten op het hoge niveau van consumentenbescherming. De voorstellen die wij hebben gezien, zijn niet erg hoopgevend. Deze zullen leiden tot een verslechtering van de consumentenbescherming, zeker in Nederland. Ik snap niet hoe de Commissie deze voorstellen kan doen als net bij een onderzoek is vastgesteld dat het Europese consumentenvertrouwen redelijk laag is. Dan zou je toch verwachten dat zij eerst op verbetering van het consumentenvertrouwen gaat inzetten? Juist op dit moment, nu het consumentenvertrouwen door de kredietcrisis een flinke deuk heeft opgelopen, lijkt mij dat de prioriteit. Wij begrijpen best dat de ondernemers graag willen dat er maximaal wordt georganiseerd, maar de PvdA zal de gedaalde consumentenbescherming die daarvan het gevolg is, niet voor lief nemen. Bovendien, de meeste consumenten kopen nog steeds binnenslands. Het lijkt mij niet dat de intra-Europese handel wordt bevorderd door de consumentenbescherming te verminderen.

Je moet niet op Europees niveau iets willen vastleggen als dat beter nationaal kan worden geregeld. De maximale harmonisatieregel legt gemeenschappelijke regels op die van toepassing zijn op het hele Europese grondgebied, wat verhindert dat lidstaten nationale regels invoeren of handhaven die de consumenten meer beschermen. De realisatie en de werking van een eenheidsmarkt zijn niet noodzakelijkerwijs onverenigbaar met de invoering en het behoud van nationale regels. In de Verenigde Staten heeft bijvoorbeeld elke staat zijn eigen handelsrecht. En daar is toch ook handel tussen de verschillende staten mogelijk. Als ooit voor meer harmonisatie wordt gekozen, dan moet dat het sluitstuk zijn van het proces van een verdergaande verbetering van de consumentenbescherming. Het zou mooi zijn als het niveau van Nederland voor andere lidstaten het ijkpunt is. «Nederland Gidsland» heb ik al heel lang niet meer gehoord. Daar schaamden wij ons een beetje voor. Zeker als ik daarbij let op het niveau in de andere lidstaten zou ik Nederland Gidsland voor de consumentenbescherming zo weer uit de kast willen trekken. Vanochtend bleek uit het algemeen overleg over Pretium dat wij zeker nog verbeteringen kunnen doorvoeren.

Uit de fiche die het kabinet ons heeft gestuurd, blijkt niet duidelijk waarop het kabinet precies gaat inzetten. Het kabinet is in het algemeen bereid om in Europees verband in te zetten op een verbetering van de consumentenbescherming. Als wij hiermee doorgaan, doet dit geen recht aan de motie die ik heb ingediend bij de behandeling van de begroting van Economische Zaken. Voor deze motie, die gericht was op het op peil houden van het Nederlandse niveau van consumentenbescherming, was brede steun. Ik ben erg benieuwd hoe het kabinet hierover denkt.

De garantietermijn is in het voorstel twee jaar. Deze termijn verschilt per product. Een goedkoop elektronicaprulletje gaat wellicht minder lang mee dan een koelkast van een bepaald merk. Kan niet worden ingezet op een garantie voor een levensduur die de ondernemer redelijk vindt? Maximumharmonisatie, niet dat wij dat willen, kan ook betekenen dat iedere ondernemer wordt geacht om een redelijke termijn vast te stellen. Dat kan ook een mooi verkoopargument zijn. Goedkopere producten hebben dan bijvoorbeeld een lagere garantietermijn. Twee jaar is veel te rigide.

De klachtplicht zou er binnen twee maanden zijn. Ik zie niet in welk effect dit heeft op de consumentenbescherming. Je kunt de klachtplicht ook binnen een bepaalde termijn laten vervallen. Dan heb je het ook Europees geregeld.

Wij vinden het raar dat software en digitale producten in deze voorstellen ontbreken. Dat is vreemd in deze informatiesamenleving. Een ontzettend groot percentage van de aankopen betreft software en digitale producten. Waarom staan deze er eigenlijk niet in? Is het kabinet bereid om deze omissie aan de orde te stellen?

Onze lijst met oneerlijke bedingen zou eigenlijk de standaard moeten zijn. Dat is nou iets waar wij trots op kunnen zijn. Of kan de minister vertellen welk oneerlijk beding op deze lijst – een beding dat na heel erg lang delibereren op de lijst staat – mag komen te vervallen? Staan op onze lijst oneerlijke bedingen die niet nuttig zijn?

Kortom, mijn fractie zou graag zien dat het kabinet, trots op het Nederlandse niveau, onze standaard verdedigt. Dan moet je dus beginnen met het vergroten van het consumentenvertrouwen, zeker na alle deuken die het heeft opgelopen. Wij menen dat ook het bedrijfsleven profiteert van een hoger consumentenvertrouwen, want hoe meer vertrouwen er is, hoe meer spullen de bedrijven kunnen verkopen. Wij volgen dus een andere logica. Niet eerst verminderen en dan verwachten dat de intra-Europese handel verbetert. Eerst beginnen met ervoor zorgen dat de consumenten echt vertrouwen hebben in onze ondernemers.

Ik ga in op de agenda van de Consumentenautoriteit. Er is nog één probleem. Er wordt nogal de hand gelicht met de richtlijn bij de definitieve prijzen van vliegtickets. Wij begrijpen niet waarom dit niet wettelijk kan worden geregeld. Per 1 november is de EG-verordening 1008/2008 ingegaan. Deze gaat over het handhaven van prijstransparantie bij het aanbieden van vliegtickets. Luchtvaartmaatschappijen moeten prijzen bieden inclusief alle onvermijdbare kosten en zij mogen geen facultatieve diensten aanbieden op basis van opting-out. In Nederland is nog steeds een instantie aangewezen om deze regels te handhaven. Welke deadline heeft de staatssecretaris samen met zijn collega Eurlings bijvoorbeeld om tot wettelijke maatregelen en dus ook handhaving over te gaan? Het lijkt mij erg mooi als dit voor de zomer van 2009 kan gebeuren. Wij hebben dan ook al de vliegtaks afgeschaft. Dan heeft de consument voor de zomer helderheid over de prijzen. Het lijkt mij dat de Consumentenautoriteit de juiste instantie is om dat te handhaven. Kan de staatssecretaris zeggen of dat misschien ook op de agenda van de Consumentenautoriteit kan staan?

Het groenboek. De PvdA-fractie is positief over het voorstel. Wij zouden graag zien dat het kabinet dan inzet op optie 4, gewoon Europees regelen dat consumenten collectief verhaal kunnen halen. Dat zou ook heel mooi zijn bij het Pretium-verhaal. Waarom heeft het zo lang geduurd voordat het kabinet hierop een reactie heeft gegeven?

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Voorzitter. Wij spreken over de Consumentenrichtlijn, die de zaken regelt bij de handel tussen bedrijven en consumenten. Handel tussen consumenten onderling valt dus niet onder de werking van deze richtlijn. Het zal niet de laatste keer zijn dat wij hierover praten, want eurocommissaris Kuneva heeft een aantal weken geleden in een hoorzitting gezegd dat de landen nog met elkaar worden vergeleken. Naar aanleiding daarvan zal zeker weer een debat plaatsvinden, maar het is goed om nu een aantal piketpalen te slaan.

Zoals eerder uitgesproken, kan de CDA-fractie zich in grote lijnen vinden in de reactie van de regering op het Europese voorstel. Nu ook de regering in beginsel de keuze voor de maximale harmonisatie onderschrijft, zitten wij ook op dat punt op één lijn. Net als de regering plaatst het CDA wel een aantal kanttekeningen bij de voorstellen van de Europese Commissie. Ik zal die voor de duidelijkheid, ook voor de ambtenaren, artikelsgewijs aansnijden.

In hoofdstuk 1, artikel 2.4. wordt aangegeven welke goederen niet onder de werking van de richtlijn zullen vallen. Wij begrijpen dat water en gas, onderwerpen die nog niet klaar zijn voor de markt, niet onder de werking van de richtlijn vallen. Waarom energie daar niet onder valt, begrijpen wij echter niet. De energiemarkt is immers duidelijk grensoverschrijdend geworden en de energiemaatschappijen zitten niet stil. Het Limburgs Dagblad berichtte onlangs uitgebreid over de manier van klantenwerving, bijvoorbeeld door E.ON, waarbij mensen die «ja» antwoorden op de vraag of E.ON informatie mag sturen, vervolgens vastzitten aan een contract. Daarom vindt het CDA dat energie opgenomen moet worden in de richtlijn.

In hoofdstuk 2, artikel 5.1 over de informatieplicht wordt gezegd dat de consument minimaal informatie over de voornaamste kenmerken van een product moet krijgen. Het CDA is er een groot voorstander van dat ook het verbruik van stoffen die nodig zijn om een apparaat te laten functioneren onder deze plicht valt. Het is heel gebruikelijk dat het verbruik van een auto bekend is, maar ook een goedkope printer kan uiteindelijk heel duur blijken te zijn omdat hij ontzettend veel inkt verbruikt. Wij verzoeken de regering om dit op te nemen in de reactie die aan de Europese Commissie wordt gegeven.

In hoofdstuk 3, artikel 2, over het retourneren van producten staat dat de consument niet verantwoordelijk is voor de waardevermindering van goederen die het gevolg is van het hanteren van het product of het gebruik van het product dat nodig is om de aard en het functioneren van het product te controleren. Bij wie ligt dan de bewijslast? Als een jurk niet alleen is gepast, maar ook is gedragen op een feestje, wie moet dan bewijzen dat dit is gebeurd? In hetzelfde hoofdstuk staat dat de verzekeringen buiten de werking van het herroepingsrecht vallen. Mij is niet duidelijk waarom. Kan de staatssecretaris daar duidelijkheid over geven?

In hoofdstuk 4, artikel 26.2, staat dat de handelaar vanaf het moment dat het risico is overgegaan naar de consument beslist of een product wordt gerepareerd of vervangen. Ik wil de volgende situatie voorleggen. Ik koop een nieuwe auto. Omdat de auto wordt geleverd in het door mij gewenste model en in de door mij gewenste kleur, ben ik verplicht om die auto af te nemen. Tijdens het transport komt die auto echter onder de deuken te zitten. Vervolgens, nog voordat hij van een kenteken wordt voorzien, wordt de auto uitgedeukt en opnieuw bespoten. Ik koop dus een nieuwe auto, maar die nieuwe auto is wel een schadeauto. Ben ik dan volgens de richtlijn toch verplicht om die auto af te nemen?

Ik lees dat de vastgestelde garantie voor nieuwe producten twee jaar is en voor gebruikte producten minimaal één jaar. Met name de minimale garantie van een jaar op gebruikte producten lijkt ons een ernstig negatief effect te hebben op de handel. Wat zal dit voor gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de handel in tweedehands auto’s? Je kunt toch geen garantie verwachten van een jaar op een auto die tien jaar oud is? Een auto van tien jaar kan echter een prima uitkomst zijn voor een student die net zijn rijbewijs heeft of voor iemand die krap bij kas zit. Nadat de vergelijking van de huidige garantietermijn en de voorwaarden in de lidstaten heeft plaatsgevonden, zullen wij daar zeker weer over spreken. Zaken waar het CDA belang aan hecht, zijn in ieder geval de overdraagbaarheid van de garantie bij verkoop binnen de garantietermijn en het mede verantwoordelijk laten zijn van de fabrikant.

Over de bedingen in artikel 39 heerst een brede ontevredenheid omdat de desbetreffende lijsten veel beperkter zijn dan de huidige Nederlandse lijsten. Zo ontbreekt bijvoorbeeld het beding dat de prijs niet gewijzigd mag worden na het afsluiten van het contract. De regering erkent dit in haar schriftelijke reactie op de richtlijn en zegt dit kritisch te bekijken. De CDA-fractie hoopt dat het niet alleen bij kijken blijft. De regering geeft terecht aan dat een overlap van de verschillende richtlijnen niet wenselijk is. Wij moeten voorkomen dat consumenten van het kastje naar de muur worden gestuurd. Duidelijk moet zijn op welke richtlijn zij zich kunnen beroepen. Graag hoor ik van de bewindslieden hoe het staat met de overlap tussen de Consumentenrichtlijn en de Dienstenrichtlijn bij het huren van producten.

Volgens het CDA ontbreekt het betalingsverkeer in de richtlijn. Omdat steeds meer via het internet wordt gekocht, zouden ook daarvoor eenduidige regels moeten zijn. Een aantal weken geleden las ik een bericht in de krant waaruit bleek dat betalen en kopen via het internet niet in één keer mogen plaatsvinden. Daar schijnt grote ontevredenheid over te bestaan. In sommige gevallen kan ik mij voorstellen dat de spullen niet worden verzonden voordat zij zijn betaald. Stel je voor dat de koper zegt dat hij de spullen nooit heeft ontvangen, wat dan?

Voorzitter. Het deel van mijn betoog dat nog rest, bewaar ik voor de tweede termijn.

De heer Elias (VVD): Voorzitter. Omdat ik weinig spreektijd heb, maak ik slechts een enkele opmerking over de Consumentenautoriteit, die zich in 2009 in het bijzonder zal richten op sms-diensten, garantie, conformiteit, telemarketing en verkoopdemonstraties. Op welke termijn zal het optreden van de Consumentenautoriteit tot een direct voordeel voor de consument leiden, als dat al het geval is? Welke rol denkt de Consumentenautoriteit te gaan spelen na de inwerkingtreding van de Consumentenrichtlijn? Ik denk daarbij aan ingrijpen of aan het opleggen van sancties. Hoe verhoudt de rol van de Consumentenautoriteit zich tot die van de NMa?

De ontwerprichtlijn consumentenrechten gaat uit van een volledige harmonisatie. Dat betekent dat lidstaten geen nationale koppen, noch ten nadele, noch ten voordele van de consument mogen invoeren binnen de reikwijdte van de richtlijn. De VVD is het met dit laatste als principe eens. Wij willen geen wetgevende kerstbomen uit Europa. Het doel van de richtlijn is om de interne markt van goederen en diensten voor consumenten beter te laten functioneren door het vertrouwen van de consument te versterken en de terughoudendheid van het bedrijfsleven bij grensoverschrijdende handel te verminderen. Tevens zal een forse vereenvoudiging van de regelgeving plaatsvinden. De VVD steunt om deze redenen in principe de ontwerprichtlijn. Harmonisatie zorgt er in principe voor dat iedereen, bedrijven en consumenten, weet waar hij of zij aan toe is bij grensoverschrijdende handel en dat grensoverschrijdende handel wordt gestimuleerd. Ook biedt de richtlijn voordelen voor bedrijven omdat zij niet meer van land tot land hun voorwaarden hoeven aan te passen. Het is echter niet geheel duidelijk welke rol het consumentenrecht precies heeft in de werking van de interne markt. Graag hoor ik vooral op dit laatste punt een reactie van het kabinet.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Het is de heer Elias nog niet helemaal duidelijk, maar volgens mij is één ding wel duidelijk en dat is dat ons niveau van consumentenbescherming flink op de schop gaat door dit voorstel. In Nederland heb je nu recht op een deugdelijk product voor de levensduur van dat product. Daar zitten nog wel wat haken en ogen aan en daarbij denk ik aan de mate waarin de consumenten dat recht ook krijgen, maar zij hebben dat recht in principe wel. Hoe zal het vertrouwen van de consument volgens de heer Elias worden verbeterd en leiden tot meer grensoverschrijdende aankopen, terwijl wij flink het mes zetten in de bescherming door te stellen dat de consument nog maar twee jaar recht heeft op een deugdelijk product? Daarna heeft de consument gewoon pech gehad.

De heer Elias (VVD): Daar zal ik in de loop van mijn betoog op ingaan.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Dan kan ik net zo goed niet interrumperen.

De heer Elias (VVD): Dat is ook verre te prefereren.

Voorzitter. De harmonisatie kan grote voordelen voor de consument opleveren. Er zal meer concurrentie ontstaan doordat er meer aanbieders zijn. De keerzijde is echter dat het niveau van consumentenbescherming in Nederland enigszins kan afnemen. Nederland kent een hoog niveau van consumentenbescherming en zal op verschillende punten niet meer in de gelegenheid worden gesteld om datzelfde niveau te handhaven. Daarom klinkt al snel de roep van onder andere de Consumentenbond, maar ook van mevrouw Gesthuizen, om de volledige harmonisatie los te laten en het huidige systeem van minimumharmonisatie vast te houden. Zoals u ziet, mevrouw Gesthuizen, u krijgt antwoord.

Het kabinet wil per onderdeel bekijken of volledige harmonisatie opportuun is. Onduidelijk is welke onderdelen van het consumentenrecht het kabinet wil uitzonderen. Hierover moet snel duidelijkheid komen om een scherper oordeel te kunnen geven over de inzet van het kabinet.

De heetste hangijzers uit de ontwerprichtlijn zijn de bescherming van de consument bij non-conformiteit, dus wanneer niet wordt geleverd wat is overeengekomen, en de zwarte lijst met oneerlijke bedingen. De zwarte lijst die Nederland hanteert, is uitgebreider dan de zwarte lijst in het Europese voorstel. De VVD vraagt zich af in hoeverre de Nederlandse zwarte lijst als maatstaf kan dienen voor de Europese regelgeving. Verder vraagt de VVD zich af hoe het nu zit met de volstrekte gelijktrekking van de wettelijke garantie. Zij wil er daarbij wel op wijzen dat Nederland geen eiland is. Consumenten begeven zich steeds meer op markten buiten de landsgrenzen. Deze trend wordt versterkt door de opkomst van internethandel. Om deze ontwikkeling te ondersteunen, moet de regelgeving worden gemoderniseerd en is harmonisatie waarschijnlijk een goede manier om duidelijkheid te bieden voor ondernemers en consumenten. Wij nemen met belangstelling, en ook wel met enige sympathie, kennis van de bezwaren die door consumentenorganisaties worden aangedragen over de verslechteringen, maar wij willen daarbij toch het oog sterk gericht houden op het wijdere belang van een interne markt, waar consumenten en ondernemers van kunnen profiteren. De duidelijkheid en vereenvoudiging van het consumentenrecht, die ontstaan door een volledige harmonisatie, komt ook het toezicht ten goede.

Namens de VVD vraag ik het kabinet hoe met zo min mogelijk regels zo veel mogelijk kan worden geregeld. Eenvoudigweg roepen, zoals net ook gebeurde, om het behoud van het huidige Nederlandse niveau van consumentenbescherming is naar onze opvatting te kort door de bocht. Niet duidelijk is immers hoe effectief de verschillende onderdelen van het nationale consumentenrecht ten opzichte van het Europese voorstel zijn.

De SER is gevraagd om te kijken naar de gevolgen van het voorstel voor het Nederlandse consumentenrecht. De Europese Unie zal nog een paper uitgeven waarin het richtlijnvoorstel wordt vergeleken met de wetgeving van alle lidstaten. Het is zaak dat deze stukken echt helderheid bieden, aangezien voldoende partijen klaarstaan om het kind met het badwater weg te gooien. Zo ligt er al een motie-Vos c.s. waarin wordt verzocht om de consumentenbescherming op ten minste hetzelfde niveau te houden, in het bijzonder met betrekking tot de non-conformiteit. Wat doet het kabinet met deze motie? Mag ik van mijn collega van de CDA-fractie, die tegen deze motie heeft gestemd, vernemen of zij niet net als ik van mening is dat door de uitvoering van deze motie de harmonisatie onderuit wordt getrokken?

De ontwerprichtlijn geeft lidstaten tot achttien maanden na vaststelling de tijd om deze te vertalen naar nationale wetgeving. Het kabinet vindt dit veel te kort en wil drie jaar de tijd hebben. De VVD wil weten waarom zoveel tijd nodig is om de Colportagewet en drie afdelingen van het Burgerlijk Wetboek aan te passen. Consumenten en bedrijven moeten hierdoor onnodig lang wachten op de voordelen die de richtlijn kan bieden.

Op dit moment zijn er verschillende keurmerken voor Nederlandse «internetwinkels». De meeste van deze keurmerken zijn echter een illusie. Door betaling wordt een internetwinkel lid en belooft hij zich te committeren aan de gedragsregels van het desbetreffende keurmerk. Hieraan gaat geen screening, controle of anderszins vooraf. Dit leidt tot onoverzichtelijkheid voor de consument. Is het kabinet het met mij eens dat gestreefd dient te worden naar één keurmerk? Zo ja, hoe zou het kabinet dat willen realiseren? Wordt dit dan een Europees of een Nederlands keurmerk? Wij geven de voorkeur aan het eerste. Dit is mede ingegeven door het rapport over barrières die aankopen via het internet met zich brengen. Ik verwijs naar het rapport Barriers to e-commerce.

Zowel GroenLinks als de SP heeft in de diverse overleggen die ik sinds mijn start in januari heb mogen meemaken, getamboereerd op het einde van het marktdenken en het failliet van het concurrentiedenken. Speciaal aan hen, maar eigenlijk aan allen hier aanwezig, wil ik nadrukkelijk de volgende hoofdconclusie van het scorebord voor de consumentenmarkten van 2 februari 2009 voorhouden.

Waar concurrentie is en waar consumenten kunnen switchen gaat het goed, zijn er relatief weinig klachten en gaan de prijzen omlaag. Dat doet zich bijvoorbeeld voor bij autoverzekeringen en mobiele telefonie. Overal waar niet tussen dienstverleners wordt geswitcht en waar de concurrentie matig is – energie, bus, trein, banken – gaat het fout en hebben consumenten het minst te klagen. «Ei ei», liet Marten Toonder zijn professor SickBock in zulke gevallen zeggen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): De laatste opmerking ondersteunt natuurlijk het betoog dat sommige zaken niet aan de markt overgelaten kunnen worden en andere dingen weer wel.

Voorzitter. Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag. Ik heb de heer Elias een heleboel horen zeggen. Ik heb ook gehoord dat hij de richtlijn ondersteunt en dat hij graag wil dat het aantal grensoverschrijdende aankopen toeneemt. Ik heb hem nog niet horen zeggen hoe hij dat wil gaan realiseren met deze richtlijn. Deze richtlijn snijdt vooral in het niveau van de consumentenbescherming. Hoe wil de heer Elias nu dat vertrouwen vergroten?

De heer Elias (VVD): Hierop heb ik wel antwoord gegeven. Ik ben bereid om een zekere mate van verslechtering te accepteren als dat leidt tot een harmonisatie die op termijn zal leiden tot een betere interne markt en meer grensoverschrijdende aankopen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Niet alleen de Consumentenbond wijst op deze toch wel pijnlijke zaken in de richtlijn, ook in het Nederlands Juristenblad is hierover onlangs gepubliceerd. In mijn ogen betekent dit dat de VVD deze richtlijn vooral omarmt omdat deze vóór het bedrijfsleven is en dat de VVD verder lak heeft aan de consumentenrechten.

De heer Elias (VVD): Dat soort generaliserende conclusies laat ik uiteraard geheel voor rekening van mevrouw Gesthuizen.

De heer Graus (PVV): Ik denk dat de richtlijn voor het bedrijfsleven veel nadelen heeft en een lastenverzwaring betekent. Ik weet dat de VVD erg voor de bedrijven is. De richtlijn heeft dus ook nadelen voor de bedrijven en niet alleen voor de consumenten.

De heer Elias (VVD): Ik val in herhaling. Ik meen dat de harmonisatie op de langere termijn gunstig is, zowel voor consumenten als voor bedrijven. Anderen denken daar wellicht anders over. Dat is hun goed recht.

Mevrouw Vos (PvdA): Hoe dan precies? Ik ben ook geschoold in causaliteit en dergelijke. De heer Elias zet heel grote stappen. Kan hij met een voorbeeld aangeven hoe het gelijktrekken van regels andere entiteiten zoals het consumentenvertrouwen kan versterken? Dat snap ik niet. Misschien kan ik het dan zo vriendelijk vragen.

De heer Elias (VVD): Het maakt mij helemaal niet uit op welke toon de vraag wordt gesteld. Er is een verschil van opvatting. Er wordt hier verschillend gedacht over economische aspecten. Dat komt ik regelmatig tegen. Als er wordt geharmoniseerd, wordt op het gebied van garantietermijnen en betalingen meer gelijkgetrokken. Uit een van de onderliggende stukken blijkt dat meer in het buitenland wordt gekocht als er meer vertrouwen is en als de garantie in het land waar je iets koopt goed is geregeld. Dat komt dan door die harmonisatie. In Nederland ligt dit percentage nu op ongeveer 16; in Europa is dit gemiddeld 7.

Mevrouw Vos (PvdA): De heer Elias spreekt zichzelf nu wel heel erg tegen. Er is nog geen harmonisatie. Hij zeg dat het consumentenvertrouwen belangrijk is voor het doen van aankopen in een buitenland. Zijn redenering klopt niet.

De heer Elias (VVD): Als duidelijk is dat je bij een aankoop in een ander land, bijvoorbeeld via het internet, kunt terugvallen op internationaal functionerende, geharmoniseerde verhoudingen en regelingen, dan neemt het vertrouwen toe. Dan zal dat dus ook gebeuren.

Mevrouw Vos (PvdA): Dat Nederlanders wat meer in het buitenland kopen – dat is de onderzoekshypothese waar de SER waarschijnlijk ook van uit zal gaan – komt omdat in Nederland een hoog niveau van consumentenvertrouwen kent. De buitenlanders doen dat wellicht minder omdat de bescherming daar minder is. Misschien zou dat een heel mooie conclusie zijn.

De voorzitter: Die is voor uw eigen rekening.

Het woord is aan de heer Graus van de PVV.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ook deze richtlijn klinkt sympathiek, alhoewel ik denk dat de staatssecretaris diep in zijn hart meer twijfels heeft dan hij laat blijken.

Ik wil in mijn eigen termijn even terugkomen op het betoog van de heer Elias. Bij de liberalisering van TNT, van de postmarkt, hebben wij gezegd dat prijs van de kerstpostzegel mogelijk zal stijgen. De heer Elias zei daarop: wij spreken elkaar wel over twee jaar. Maar nu al blijkt dat de prijs van deze postzegel door de liberalisering van de postmarkt nog voor de kerst omhooggaat. Ik heb daarin dus toch gelijk gekregen, zoals in vele zaken. Ik kan hem voorspellen dat ik ook hier gelijk ga krijgen. Dit is een zeer ellendige richtlijn, waar de PVV tegen is. Dat mag duidelijk zijn. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris mij gelijk zal geven. Ik zal dan ook een VAO aanvragen en proberen om via een motie een en ander tegen te houden.

Nog los van de zorgen van de Consumentenbond en nog los van de twijfels die de staatssecretaris ook zelf heeft over deze richtlijn en de liberalisering van de postmarkt, wijs ik erop dat er meer dan één nadeel is. Er wordt alleen maar over de consumenten gepraat, maar ook voor de bedrijven komen er forse nadelen die wij nu nog niet kunnen overzien. Het is bekend dat wij enkel voor een economische samenwerking zijn of voor een samenwerking op monetair gebied. Wij zijn tegen deze Brusselse bemoeienissen. Wij willen niet dat aan onze consumentenrechten wordt gesleuteld onder druk van Brusselse bureaucraten. Dat mag heel duidelijk zijn. Door deze Europese bemoeienis gaan niet alleen de consumenten erop achteruit – ik heb het al tien keer gezegd – maar ook de bedrijven, want er komt een lastenverzwaring. De staatssecretaris heeft toegezegd de lasten fors te verminderen, maar liefst met 25%, en nu gaan wij deze lasten alleen maar verzwaren. Wij zijn tegen deze Brusselse bemoeienis. Wij moeten altijd onafhankelijk blijven. Bij de energie maken wij fouten en ook bij de liberalisering van de postmarkt zijn fouten gemaakt. Hiermee gaan wij helemaal op onze bek. Dat wil ik hier toch een keer gezegd hebben, al betreft het niet helemaal de portefeuille van deze staatssecretaris. Ik vraag de staatssecretaris en de minister om mij tevreden te stellen en af te zien van deze Brusselse bemoeienis. Zo niet, dan zal ik een motie indienen, al is het alleen maar om een signaal te geven aan onze groeiende aanhang.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): De heer Graus spreekt over een lastenverzwaring, maar dat begrijp ik niet. Een bedrijf dat internationaal opereert moet de algemene voorwaarden opstellen conform de eisen van al die verschillende lidstaten. Als de richtlijn er is, hoeft een bedrijf nog maar één setje algemene voorwaarden te hebben. Dat gaat door de vertaalmachine, en klaar! Ik zie niet waar die lastenverzwaring zit.

De heer Graus (PVV): De praktijk zal het uitwijzen. Let maar goed op mijn woorden. De heer Elias heeft al binnen een week ongelijk gekregen. Andere Kamerleden hebben binnen twee jaar ongelijk gekregen over mijn voorspelling over het dichtdraaien van de gaskraan door de Russen. Dat is ook allemaal uitgekomen. Dit gaat ook uitkomen. Geloof me. De Europese Commissie heeft alleen maar voor lastenverzwaring gezorgd. Het heeft geen enkel voordeel. In de tweeënhalf jaar dat ik Kamerlid ben, heb ik nog geen enkel bedrijf gesproken dat voordeel heeft gehad van de Europese Commissie. Mijn collega Elias, die ook veel met bedrijven te maken heeft, moet dat weten. Zij ervaren enkel lastenverzwaring. Vroeger hadden zij een paar uur per week nodig, maar nu zijn zij echt één dag per week bezig met de administratieve lasten. Dat wordt alleen maar erger. De praktijk zal het uitwijzen. Ik zie dat er wordt gelachen, maar uit onze groeiende achterban blijkt dat de mensen en de bedrijven wel zien dat wij gelijk hebben. Daarom steunen zij ons. Zij zien dat wij gelijk hebben. Wat wij zeggen, komt uit. Wij wachten onze tijd wel af.

Mevrouw Vos (PvdA): Ik ben altijd weer diep onder de indruk van de voorspellende waarde van de PVV-fractie. Ik weet niet of de heer Graus de reacties van het bedrijfsleven heeft gelezen op dit voorstel. Daardoor gingen bij mij de alarmbellen rinkelen. Het bedrijfsleven was hierover namelijk heel enthousiast omdat dit de administratieve lasten zou verminderen. Misschien is de heer Graus een betere voorspeller, maar bedrijven voorspellen dat de administratieve lasten minder worden. Heeft de heer Graus deze reactie gelezen en wat is zijn reactie daarop? Of zien ook VNO-NCW en MKB-Nederland het verkeerd?

De heer Graus (PVV): Mevrouw Vos, de tijd zal het uitwijzen. De bedrijven die ik heb bezocht zijn bedrijven van Jan met de pet. Dat zijn kleine bedrijven. Zij zien dit met argwaan tegemoet. Het klopt, mevrouw Vos, ik heb twee jaar geleden voorspeld dat de Russen de gaskraan gingen dichtdraaien. Dat is gebeurd. U bent een van de weinigen die dat wil bevestigen. De heer Van der Ham zei nog tegen mij «mijnheer Graus, gaat u nu ook nog de Russen pesten buiten de Marokkanen en de Antillianen?», maar ik heb wel gelijk gekregen. Ik heb voorspeld dat de prijs van de postzegels omhoog zou gaan. De heer Elias heeft mij daarover vorige week nog uitgelachen. Dat gaat ook gebeuren. Zie mij niet meer als een Limburgse klompenboer. Neem wat van ons aan, wat de mensen in het land ook doen. Dan zult u zien dat het beter gaat met Nederland.

De heer Elias (VVD): Ik doe voor het gemak alsof ik de heer Graus in dezen serieus neem. Vorige week heb ik bij de liberalisering van de postmarkt gezegd: wij spreken elkaar over twee jaar nader. De heer Graus grijpt de eerste rimpeling in de branding van het opengaan van de postmarkt op de tweede dag aan om zijn gelijk te claimen. Dat is voorzichtig gezegd rijkelijk voorbarig.

De voorzitter: Daar houden wij het bij, want dit gaat over een heel ander onderwerp. Ik geef het voorzitterschap aan mevrouw Gesthuizen, zodat ik mijn bijdrage kan uitspreken.

Voorzitter: Gesthuizen

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Wij zijn gematigd positief over de Richtlijn consumentenrechten. D66 stelt in het overheidsbeleid inzake de markt, de consument centraal. Het is van belang dat de consument wat te kiezen heeft en dat hij met zijn voorkeur en afkeur de markt kan sturen, naar meer duurzame producten, naar betere ziektekostenverzekeringen voor een redelijke prijs, of naar een eerlijker inzicht in voorwaarden of productieketens. Marktwerking is daarbij van belang. Er dienen geen monopolies te zijn, ook niet van de Staat, en er moet een toegankelijke weg zijn naar de rechter of een toezichthoudend orgaan als iemand onrecht is aangedaan. In dat licht zien wij ook deze richtlijn. Deze zou moeten bijdragen aan een vrij verkeer van diensten en producten binnen de Europese Unie. Het level playing field moet worden bewaard en de marktwerking mag niet worden beperkt, zodat de consumenten niet alleen in hun recht staan maar hun recht ook kunnen halen en oneigenlijke praktijken worden vermeden. Anderen hebben de percentages al genoemd: 56% internetverkopen in Nederland, de 16% in het buitenland.

Ik vind het van belang om te horen over welke producten wij het eigenlijk hebben. Dat is van belang om te weten of er inderdaad sprake is van een rechtenproblematiek. Gaat het inderdaad over koelkasten, of gaat het toch veel meer over andere zaken die op het gebied van de consumentenrechten anders moeten worden gewogen? Dat is voor ons van belang om te kunnen wegen hoe wij met deze richtlijn moeten omgaan.

Deze richtlijn betekent op een aantal punten een verscherping van de huidige Nederlandse situatie. Hierover heb ik een aantal vragen.

Er wordt een uniforme garantietermijn van twee jaar voorgesteld. In Nederland is bepaald dat de verwachte levensduur leidend is, waardoor de garantietermijn variabel is. Dat kan dus naar boven gaan, maar ook naar beneden. Voor sommige producten is een garantietermijn van twee jaar niet redelijk, voor andere producten juist wel. Wat vindt de Nederlandse regering nu precies hiervan en hoe worden de consumenten beschermd bij producten waarbij nu een langere termijn wordt gehanteerd? Dat probleem heeft ook de Consumentenbond met de richtlijn.

Wat houden de precontractuele informatieverplichtingen van de handelaar nu precies in? Welke consequenties heeft dit precies voor de Nederlandse situatie? Ook wordt iets veranderd aan de herroepingstermijnen voor verkoop op afstand, colportage en verkoop onder druk. Deze gaat van zeven naar veertien dagen. In Nederland is dat nu zeven of acht dagen. Ik zie dit nu juist als een verbetering door de richtlijn ten opzichte van de Nederlandse situatie. Hierin zie ik een versterking van de rechten van consumenten. Overigens gaat het daarbij ook om de transactiekosten, die ook een verbetering van de huidige situatie inhouden. Ook de zwarte lijst moet waarschijnlijk worden aangepast. Hoe gaat dat precies in zijn werk? Voor Nederland betekent dit een beperking. Wordt hierover overlegd met bijvoorbeeld MKB-Nederland en de Consumentenbond, de belanghebbenden op dat punt? Op al deze punten krijg ik graag meer inzicht in de inzet van de regering en wat meer toelichting op het verloop van de onderhandelingen.

De ontwikkeling naar een betere civielrechtelijke handhaving van de interne marktregels wordt terecht door de regering ondersteund, maar hoe wordt hier vervolgens vorm aan gegeven en hoe zal dit binnen Nederland en binnen Europa gebeuren?

Wij hebben de motie-Vos c.s. ondersteund. Eigenlijk werd gezegd dat het zo moet blijven als het is. Het mag in ieder geval niet minder worden. De voorliggende richtlijn vinden wij op dit moment niet op alle punten tot een verslechtering leiden voor de Nederlandse consumenten. Op een aantal punten leidt hij zelfs tot een verbetering. Consumenten hebben baat bij meer harmonisatie en bij meer level playing field voor bedrijven. Ook zij hebben baat bij een beter toezicht en bij al die andere zaken die ten opzichte van de Nederlandse situatie worden verbeterd. Wij hebben daarom sympathie voor dit voorstel. Wij wachten wel op de reactie van de minister en de staatssecretaris op de gestelde vragen. Het is echter best mogelijk dat deze richtlijn heel goed voldoet aan de motie-Vos c.s., waarin wordt gezegd dat de consumentenbescherming per saldo niet mag verminderen. Sommige dingen verslechteren, andere verbeteren. Het saldo kan best wel eens positief blijken te zijn. Wij wachten op het antwoord van de regering.

Mevrouw Vos (PvdA): Als veranderingen door de richtlijn bij elkaar opgeteld, zo dat al kan, positief uitvallen, dan vindt D66 dat de motie-Vos c.s. is uitgevoerd. Stel dat de garantietermijn echt naar beneden gaat. Hoe ziet de heer Van der Ham dat dan?

De heer Van der Ham (D66): In de politiek moet je gewoon naar de plussen en de minnen kijken. Sommige dingen zijn plus, andere zijn min. Ik vind wel dat het per saldo een verbetering moet zijn. Een betere marktwerking is uiteindelijk ook goed voor de prijs, zo zeg ik er maar bij. Ik stelde daarom ook een vraag over de aard van de producten die binnen Europa worden verhandeld. Je kunt je voorstellen dat voor sommige producten de garantietermijn een kleinere rol speelt. In dat soort dingen wil ik meer inzicht hebben. Als per saldo blijkt dat de prijs daardoor voor de consument beter wordt – dat is volgens mij ook de insteek van de heer Elias – ben ik bereid om een aantal minnetjes te accepteren. Want dan zijn er heel veel plussen die mijn overweging uiteindelijk in een positief oordeel doen eindigen.

Mevrouw Vos (PvdA): Grappig. Ik had niet verwacht dat er ook op deze manier steun kan zijn voor een motie. Mijn interpretatie van de motie is toch minstens dat hetzelfde niveau van consumentenbescherming wordt gehandhaafd. Ik vind echt dat Nederland moet inzetten op de verhoging van het niveau in onze buurlanden. Het consumentenvertrouwen vind ik ontzettend belangrijk. Ik ben de eerste indiener van de motie en mijn interpretatie is net iets anders.

De heer Van der Ham (D66): Uiteindelijk ga ik toch over mijn eigen antwoorden. Ik ben zeer benieuwd naar het antwoord op mijn vragen. Ik heb ook gesproken over de garantietermijn en aangegeven dat ik dat echt een verslechtering zou vinden. Ik hoop ook dat de regering op dat punt een goed antwoord geeft of dat zij dit in Europa gaat bevechten. Daarbij trekken wij samen op. Voor de rest kan de weging tussen de fracties van de Partij van de Arbeid en D66 anders zijn. Dat gebeurt wel vaker.

De heer Elias (VVD): Het doet mij genoegen om vast te stellen dat de D66-fractie de denklijnen die ik zo-even heb genoemd, onderschrijft. Het is echter één van de twee: of D66 doet dat, en dan is zij met hier en daar wat mitsen en maren en nog wat vragen aan het kabinet voor de harmonisatie, of D66 is voor de motie-Vos c.s. en wil dan niet dat wij gaan harmoniseren. Het kan niet allebei. Dat werkt niet.

De heer Van der Ham (D66): In de eerste termijn mag ik alles. Ik heb vragen gesteld. «Gehoord de beraadslaging» staat heel vaak op papier. Die beraadslaging hoor ik graag aan. Ik heb een aantal kritische vragen, maar ik begon mijn inbreng met «wij zijn gematigd positief». Mooier kunt u het niet krijgen, mijnheer Elias. Zou het er nu op aankomen, dan zou de richtlijn het voordeel van de twijfel krijgen en dan zouden wij er dus voor zijn, maar ik mag toch wel een paar vragen stellen?

De heer Elias (VVD): Natuurlijk, maar dan moet u niet zo’n motie ondersteunen.

De heer Van der Ham (D66): Jawel, want wij vinden per saldo dat de consumentenrechten niet mogen afnemen. Met een paar rekensommetjes kun je daar best op uitkomen. Mevrouw Vos en ik verschillen van mening over de vraag hoe dat precies moet worden gewogen.

Voorzitter: Van der Ham

Antwoord van de bewindslieden

Staatssecretaris Heemskerk: Voorzitter. Ik dank de fracties voor hun inbreng in eerste termijn. Dit consumentenacquis raakt in feite elke consument en bestrijkt een breed terrein van wetgeving en het werkterrein van de Consumentenautoriteit. Ik vind het een onderwerp dat de voordelen van Europa en van het beter op elkaar afstemmen van wet- en regelgeving laat zien, voor consumenten en voor bedrijven. Die twee dingen staan niet altijd haaks op elkaar. Integendeel, als bedrijven efficiënter en tegen lagere transactiekosten kunnen produceren en als er voldoende keuzemogelijkheden en transparatie in de markt zijn, dan profiteren consumenten daar in hoge mate van. Het richtlijnvoorstel is gebaseerd op een volledige harmonisatie en voegt vier bestaande richtlijnen samen tot één nieuw kaderinstrument. De vier bestaande richtlijnen zijn de Richtlijn verkoop op afstand, de Richtlijn colportage, de Richtlijn consumentenkoop en garanties en de Richtlijn oneerlijke bedingen. Hiermee wordt ook een van de doelen van het consumentenacquis bereikt, namelijk de verbetering, de vereenvoudiging en de actualisering van het bestaande consumentenrecht. De woorden «haast» en «broddelwerk» vind ik dan ook veel te groot. Er wordt tempo gemaakt. In het vorige algemeen overleg hebben wij gesproken over de vraag of de witboekfase nu wel of niet kon worden overgeslagen. Nou ja, het mocht en ze doen het. Men maakt tempo. Ik geef wel toe dat de verkiezingen en de termijnen van de Commissie daarmee iets te maken hebben, maar wij moeten volgens mij kijken naar de inhoud van de voorstellen die voorliggen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik roep toch wel in herinnering dat men in het vorige algemeen overleg, tot en met de VVD, ernstig betwijfelde of het wel zo verstandig was om al die fases over te slaan. Nu zegt de staatssecretaris dat ze het doen en dat het dus mag, maar dat is niet mijn conclusie. Ik vind dat er wel sprake is van haast en broddelwerk.

Staatssecretaris Heemskerk: Heb gezegd dat ik dit in Brussel zou melden. Daarover heb ik ook in het BNC-fiche over de richtlijn Consumentenrechten aan de Kamer gerapporteerd. Het gaat mij uiteindelijk om het resultaat dat voorligt. Daar mogen wij het voorstel op beoordelen. De Commissie moest die tussenstap niet nemen en zij heeft ervoor gekozen om dat niet te doen. Zij maakt dus tempo.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Dat is nou net het heikele punt. In onze ogen is nog helemaal niet aangetoond welk groot probleem hiermee wordt opgelost. Het enige wat ik weet is dat er op dit moment verdraaid weinig grensoverschrijdende aankopen zijn en dat wij in ruil voor het beter beschermen daarvan ons eigen niveau van consumentenbescherming naar beneden bijstellen. Ik heb het gevoel dat in deze commissie breed het gevoelen bestaat dat wij dat maar niet moeten doen.

Staatssecretaris Heemskerk: Er is wel degelijk een aantal problemen en daar worden ook oplossingen voor geboden. Op een aantal terreinen is zelfs sprake van een verbetering van de consumentenbescherming in Nederland. Nederland is op dit terrein bepaald niet altijd een gidsland geweest. Op een aantal punten heeft Europa juist gedwongen tot het creëren van meer openheid op markten in Nederland.

Waar zitten de problemen? De richtlijnen hebben veel overlap. Bijvoorbeeld het begrip «consument» of «handelaar» verschilt in de vier richtlijnen zonder dat daarvoor een goede reden is. Ook de informatieverplichtingen lopen in de vier richtlijnen nogal uiteen. Er is verder onduidelijkheid over wanneer welke richtlijn van toepassing is. Dat wordt allemaal opgelost met het voorstel van de Commissie. De definities worden geüniformeerd. Er worden algemene informatieverplichtingen geïntroduceerd die voor alle consumentenovereenkomsten gelden. Het voorstel is gebaseerd op volledige harmonisatie. Dat levert voordelen op voor de consument en voor de ondernemer. Het voordeel van harmonisatie is dat de consument ervan uit kan gaan dat bij een aankoop in een andere lidstaat dezelfde bescherming geldt. Dat je weet dat je dezelfde bescherming hebt, maakt het makkelijker om grensoverschrijdende aankopen te gaan doen. Voor de ondernemers levert deze harmonisatie schaalvoordelen op zoals lagere transactiekosten. Ook die worden doorvertaald naar de consumenten.

De heer Graus (PVV): Twee weken geleden hoorde ik de staatssecretaris zeggen dat wij allemaal in eigen land op vakantie moesten gaan. Doordat wij in Nederland een betere consumentenbescherming kennen, kan hij er dus voor zorgen dat meer producten in Nederland worden gekocht. Mensen zijn dan minder snel geneigd om het ergens anders te kopen omdat bij ons alles goed is geregeld voor de consumenten. Nou kan de staatssecretaris daaraan bijdragen, maar nu draait hij zich daar weer van weg. Hij was net op het goede pad, en meteen slaat hij een verkeerde weg in.

Staatssecretaris Heemskerk: Ik denk zelfs dat Europese producenten meer producten in Nederland zullen aanbieden. Eerst was de markt te klein, met allemaal specifieke wetten en regels, maar nu kan men ervan uitgaan dat het in Nederland op dezelfde manier werkt als in Duitsland of Frankrijk. Dan kunnen zij die markt erbij pakken. Het kan dus voor de Nederlandse consument die in Nederland op vakantie gaat, ook voordelen bieden.

De heer Graus (PVV): Ik woon zelf tegen de Duitse grens aan. Fototoestellen en dergelijke zijn in Duitsland goedkoper. Toch gun ik het de Nederlandse ondernemer. En het is allemaal veel beter geregeld als er problemen zijn met de garantie. Mocht het tot een juridisch proces komen, dan is het een voordeel dat een en ander beter is afgedicht in Nederland. Nu haalt de staatssecretaris dat onderuit. Laat dat toch zo, laat de Nederlanders het voordeel houden dat zij hier een betere bescherming genieten. Dat is een pre voor de Nederlandse ondernemers, die daardoor meer omzet kunnen genereren.

Staatssecretaris Heemskerk: Nee, de Nederlandse consument profiteert er ook van als meerdere producenten uit Europa de Nederlandse markt bedienen. Ik verzet me tegen de stelling dat de consumentenbescherming in Nederland zou verslechteren. Ik wil graag uiteenzetten waarom.

Naast de zojuist genoemde macrovoordelen kan ik een aantal specifieke pluspunten noemen. Ten eerste gaat de duur van het herroepingsrecht, de bedenktermijn, bij koop op afstand en colportage van zeven naar veertien dagen. Gedurende die periode kan de consument zonder opgave van reden afzien van een aankoop. Vanochtend hebben wij dat nog met elkaar besproken tijdens het AO over Pretium Telecom. Mensen willen extra dagen bedenktijd; dat komt nu in Nederland omdat wij dat in Europees verband harmoniseren. Dit punt is ook tijdens het vorige AO aan de orde geweest. Toen heb ik, gehoord hebbende de Kamer, gezegd: laten wij nu naar één termijn gaan. In die zin biedt een termijn van veertien dagen een betere bescherming dan zeven dagen.

Ten tweede moet de ondernemer voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst informatie over een aantal belangrijke aspecten van de overeenkomst geven, zoals informatie over het product, het adres van de ondernemer, de prijs van het product, inclusief belastingen, en de wijze van betaling en levering. Die informatieverplichtingen gelden voor iedere informatieovereenkomst en dus niet alleen voor overeenkomsten die worden gesloten via colportage of via kopen op afstand. Dit is dus een verbetering voor de consument, omdat deze beschikt over de benodigde basisinformatie over die overeenkomst.

Een derde pluspunt is de standaardopzeggingsbrief voor de consument bij aankoop op afstand en colportage, zodat hij op een laagdrempelige manier gebruik kan maken van zijn herroepingsrecht.

Ten vierde mag verkoop via internet niet langer plaatsvinden via op voorhand aangekruiste hokjes op bestel- en boekingsformulieren. Op het digitale bestelformulier voor een dvd van uw favoriete artiest staat nu soms een hokje bij de tekst «Ik bestel tevens een cd van de zanger voor €20.» dat reeds is afgevinkt. Het gebruik van vooraf afgevinkte hokjes wordt dus niet langer toegestaan. De consument moet zelf aangeven dat hij die cd wil kopen.

Ten vijfde wordt door het voorstel ook de ondernemer gesteund. Af en toe wordt een schijntegenstelling gecreëerd: het zou altijd slechter uitpakken voor de consument als je de ondernemer een zetje in de rug geeft. Ik begrijp dat gewoon niet, want er zijn ook weleens consumenten die enigszins doortrapt consumeren, zoals bij die feestjurk, al dan niet met vlekken. De nieuwe regel biedt de verkoper op afstand, het bedrijf, bescherming tegen zulke doortrapte consumenten die onzorgvuldig omspringen met hun aankoop tijdens de bedenkperiode. De consument mag het online gekochte product alleen uitproberen om de aard ervan te testen. Ga je verder dan dat – je gaat dus zwieredansen met zo’n jurk en hij komt gescheurd en vuil terug – dan is de consument in plaats van de ondernemer aansprakelijk voor de waardevermindering van het product. Het is inderdaad beter voor de ondernemer, maar tegen de heer Graus zeg ik dat het ook heel goed nieuws is voor alle consumenten die zich wel netjes gedragen.

Per saldo is dit dus een verbetering van de consumentenbescherming in den brede. De minister zal straks nog op twee specifieke punten nader ingaan met betrekking tot de vraag hoe ver je nu moet je harmoniseren. Daarbij gaat het om de non-conformiteit, de wettelijke garantie en om de algemene voorwaarden. Dit punt heb ik ook in het gesprek met eurocommissaris Kuneva onder de aandacht gebracht. In Nederland gaan wij iets verder dan wat in Europees verband wordt voorgesteld.

Daarmee kom ik op de specifieke vragen. De heer Graus vroeg of de richtlijn een lastenverzwaring voor ondernemers betekent. Uit het impactassessment blijkt dat in het algemeen de administratieve lasten van het voorstel laag zijn. Dat assessment had wel betrekking op heel Europa. In aanvang zal door aanpassing van de nieuwe wetgeving – zo ver zijn wij nog niet – in Nederland sprake zijn van een beperkte toename van de administratieve lasten. Daarna zullen schaalvoordelen weer leiden tot een daling van die kosten. Wij hebben echter daarvoor nog geen aparte berekening voor Nederland opgesteld.

Mevrouw Aasted Madsen vroeg of ik bereid was bij de Commissie aan te geven dat ondernemers verplicht worden de extra kosten voor normaal gebruik goed te melden aan de consument. Zij noemde daarbij het voorbeeld van de inktslurpende cartridge of de cartridgeslurpende printer. Ik ben het met haar eens dat de consument goed geïnformeerd een besluit moet kunnen nemen over de aankoop van een product of dienst. De verkoper moet de koper informeren over de prijs van het product en over de extra kosten om dat product normaal te laten functioneren. Ik zal dit punt zeker onder de aandacht brengen van de Commissie en van de lidstaten in de raadswerkgroepen.

De voorzitter: Ik hoop wel dat die printers inkt uitspugen in plaats van opslurpen. Anders schiet het printen niet op. Dit is overigens een geheel onafhankelijke opmerking in mijn hoedanigheid als voorzitter.

Staatssecretaris Heemskerk: Tja, mijn kinderen zijn de Teletubbies ontgroeid, maar in dat programma had je die ontzettende slurper waar alles roze van werd.

Mevrouw Aasted Madsen vroeg ook naar de overlap tussen het Commissievoorstel en de Dienstenrichtlijn ten aanzien van het huren van producten. De Dienstenrichtlijn bevat algemene informatieverplichtingen van de dienstverlener jegens de dienstafnemers. Dat kunnen zowel consumenten als professionele afnemers zijn. Als de afnemer van een dienst die onder de Dienstenrichtlijn valt, een consument is, is het richtlijnvoorstel eveneens van toepassing. Soms zijn dus beide richtlijnen van toepassing. Daarom hebben meerdere lidstaten aangegeven dat de verhouding van dit richtlijnvoorstel tot andere richtlijnen, zoals de Dienstenrichtlijn maar ook de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, moet worden verduidelijkt. Nederland zet daar dus ook op in.

De heer Elias vroeg wat de Consumentenautoriteit doet als dit allemaal afgerond is. Als de richtlijn definitief is, heeft ook de minister van Justitie het voortouw om samen met mij deze te implementeren in het BW. De aanpassing ervan wordt dan onderdeel van het takenpakket van de Consumentenautoriteit. De Wet handhaving consumentenbescherming zal bijvoorbeeld worden aangepast. De Consumentenautoriteit kan dus deze regels handhaven.

Wat is het verschil tussen de NMa en de Consumentenautoriteit? Het kortste antwoord daarop is dat de NMa eigenlijk weinig met het BW te maken heeft. De NMa ziet toe op het gedrag van bedrijven, kartels, misbruik van economische machtsposities et cetera. Wel moeten beide organisaties ervoor zorgen dat de Nederlandse consument er beter van wordt.

De heer Van der Ham vroeg wat deze richtlijn nu precies allemaal bestrijkt. Dat zijn natuurlijk zaken die via het internet worden gekocht, zoals boeken, cd’s, dvd’s en studieboeken. Het gaat ook om zaken die in de grensstreek worden aangeschaft; ik begrijp van de heer Graus dat dit dan fototoestellen zijn, maar het betreft ook keukens en auto’s. Het betreft zaken die worden aangeschaft door die Nederlanders die wel in het buitenland op vakantie gaan, zoals kleding, schoenen en dergelijke. Dit zijn echter allemaal micro-aankoopbeslissingen. De macropositieve gevolgen mogen niet worden onderschat. Als een bedrijf zich kan richten op de markten in verschillende lidstaten, kunnen die schaalvoordelen worden vertaald naar alle consumenten die niet in het buitenland maar in het binnenland producten kopen.

De heer Elias vroeg ook nog wanneer het optreden van de Consumentenautoriteit voordelen oplevert voor de consument. Kort gezegd: per vandaag, per gisteren en per morgen. De Consumentenautoriteit is volledig bezig om de positie van consumenten te versterken. Deze maand ontvangt de Kamer het jaarverslag met alle aansprekende resultaten, zoals hoe vaak – bijna één miljoen keer – die website wordt aangeklikt.

Mevrouw Gesthuizen vroeg of de Consumentenautoriteit optreedt tegen branchevoorwaarden die in strijd zijn met de wet. Het antwoord daarop is: ja. De regels voor algemene voorwaarden staan in de artikelen 6:231 en verder van het BW. De Consumentenautoriteit handhaaft deze regels op basis van de Wet handhaving consumentenbescherming.

Mevrouw Gesthuizen vroeg ook of de geschillencommissies alleen op basis van de tweezijdige algemene voorwaarden toetst en of die soms ook niet conform de wet zijn. Het antwoord daarop is: nee. De geschillencommissie toetst aan de huidige wet- en regelgeving en aan de algemene voorwaarden en op basis van redelijkheid en billijkheid, maar de minister kan dergelijke mooie woorden veel beter uitspreken dan een eenvoudig econoom. Er is een behoorlijke kwaliteitstoets, juist ook op de algemene voorwaarden. Dit is een van de aandachtspunten van de Consumentenautoriteit. De Consumentenbond is er ook bij betrokken, evenals de SER-Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg. Ik heb geen aanwijzingen voor fouten in tweezijdige algemene voorwaarden.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Die zijn er wel degelijk en die ik wil ik u graag aanleveren. Ik ben overigens wel blij met uw duidelijke antwoord dat de Consumentenautoriteit dit wel gaat aanpakken.

Staatssecretaris Heemskerk: Als u concrete voorbeelden hebt, laat het ons weten en dan gaan wij daarmee aan de slag.

De voorzitter: Mevrouw Gesthuizen zal het via direct mail of via Sandd aan u toesturen. Of wordt het TNT Post?

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. U mag niet vloeken in de kerk.

Staatssecretaris Heemskerk: Kamervragen helpen ook.

De voorzitter: Een mailtje mag ook.

De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Heemskerk: Mevrouw Gesthuizen vroeg ook of individuele klachten of meldingen op ConsuWijzer kunnen worden geplaatst. Er bestaan zelfs speciale meldlijnen, ook voor sms-diensten. ConsuWijzer registreert alle meldingen die als signaal voor de handhavers van de Consumentenautoriteit dienen. ConsuWijzer doet dus juist zeer veel met die individuele signalen, een van de punten waarover wij vanochtend ook met elkaar spraken tijdens het AO over Pretium.

Mevrouw Aasted Madsen vroeg nog waarom elektriciteit niet onder het bereik van het richtlijnvoorstel valt. Het klopt dat elektriciteit in het voorstel buiten de definitie van goederen valt, want de Commissie gaat ervan uit dat de levering van energie en elektriciteit een dienst is en daarom onder de dienstenovereenkomst valt. In Nederland wordt de levering van elektriciteit wel beschouwd als een goed; het Hof van Justitie heeft dit ook geoordeeld. Daarom hebben Nederland en andere lidstaten aangegeven dat het niet wenselijk is om elektriciteit als dienst te beschouwen. De SER-Commissie Consumentenaangelegenheden heeft evenzeer aangegeven de levering van elektriciteit als een goed te willen definiëren; zij komt hier nog op terug. Dit punt stel ik dus ook aan de orde in Brussel tijdens de raadswerkgroepen, waarbij ik mij dus gesteund weet door de direct betrokkenen.

Mevrouw Vos vroeg waarom de Verordening (EG) nr. 1008/2008 inzake tarieftransparantie in de luchtvaart niet wordt gehandhaafd. Deze verordening wordt in Nederland geïmplementeerd. Minister Eurlings is primair verantwoordelijk voor het wetgevingstraject, dat hij heeft opgestart. Volgens mij loopt Nederland voorop bij de aanpak van geschillenbeslechting en bij het opzetten van geschillencommissies in de luchtvaartsector. Collega Eurlings en ik zijn in gesprek over de vraag wie de tarieftransparantie zal gaan handhaven, waarbij de Consumentenautoriteit zeer zeker voor de hand ligt. Door het bestaan van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken kan intransparantie van vliegprijzen ook al worden aangepakt. De Consumentenautoriteit volgt het probleem van het niet melden van verborgen kosten. Zij heeft bijvoorbeeld ook meegedaan aan een internetsweep op Europees niveau, bij alle websites die goedkope tickets beloven, maar waarbij de echte prijs niet helemaal juist wordt vermeld.

Mevrouw Vos (PvdA): Kunnen die beraadslagingen met minister Eurlings nog even voor de zomervakantie worden afgerond? Welke autoriteit naast de Consumentenautoriteit zou dit kunnen handhaven?

Staatssecretaris Heemskerk: Er komen twee autoriteiten in aanmerking, namelijk ten eerste de Inspectie Verkeer en Waterstaat, die zich natuurlijk ook moet verdiepen in consumentenzaken en -belangen. Ten tweede gaat het om de Consumentenautoriteit; ik vind deze zeer voor de hand liggen. Wij zijn er bijna uit.

De voorzitter: Mevrouw Vos wil graag voor haar zomervakantie nadere informatie.

Staatssecretaris Heemskerk: Ik ken de status van de behandeling en dus de implementatie niet. Ik kom daar eventueel in mijn tweede termijn nog op terug. Mevrouw Vos kan gerust zijn: ook als zij naar het buitenland op vakantie gaat, ...

Mevrouw Vos PvdA) Ik wel.

Staatssecretaris Heemskerk: Op basis van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken kunnen wij nu ook iets doen tegen onjuiste reclame.

Tegen de heer Van der Ham die vroeg wat de precontractuele voorwaarden inhouden, zeg ik dat de consument meer informatie voorafgaand aan de koop ontvangt, zowel bij aankoop via internet als in de winkel. Dit is dus een pluspunt.

De voorzitter: Er was nog een vraag op dit punt gesteld. Wordt die beantwoord in tweede termijn? Zo ja, dan wachten wij daar even op.

Staatssecretaris Heemskerk: De heer Elias stelde nog een vraag over de keurmerkensite. Wij streven naar wellicht één Europees keurmerk. Het kenmerk van keurmerken is vaak dat de brancheorganisaties deze via zelfregulering tot stand brengen. Ik kan keurmerken stimuleren; wij doen dat financieel via het Initiatief Duurzame Handel. Eigenlijk doen wij twee dingen. Als een keurmerk onterecht wordt gevoerd, kunnen wij dat aanpakken via de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Wij laten zien hoe geloofwaardig en zorgvuldig die keurmerken zijn, via ConsuWijzer, die een aparte keurmerkensite heeft, welke laat zien hoe de verschillende keurmerken tot stand zijn gekomen en wat ze eigenlijk beloven. Ik denk niet dat wij uiteindelijk tot één keurmerk kunnen komen, omdat mensen geïnformeerd willen worden over hoe het product in het buitenland is geproduceerd, over voedselveiligheid, over duurzaamheid of wellicht over de meest efficiënte inktprinters. Er zijn zo veel verschillende keurmerken dat consumenten vaak door de bomen het bos niet meer zien. Wij zijn het wel aan het indikken en wij proberen oneigenlijke claims tegen te gaan, maar volgens mij gaat het niet lukken om tot één keurmerk te komen.

De vraag van mevrouw Vos over de omissie dat het richtlijnvoorstel niet van toepassing is op software en op digitale producten, is een lastige. Het downloaden van software en muziek, en de bescherming die de consument daarbij geniet, is inderdaad een complexe materie. Daarom is deze aan de orde geweest in Brussel en tijdens een klankbordbijeenkomst die de ministeries van EZ en Justitie organiseerden voor de stakeholders. Het is lastig te bepalen of het downloaden van software nu een product of een dienst is. Als je software installeert op je computer, heb je het dan gebruikt en kun je je nog beroepen op de garantie? Wij hebben zodanige vragen gesteld, dat de Commissie nog bezig is deze te onderzoeken. Wij hebben tevens de SER om advies gevraagd. Deze komt voor de zomer met een reactie.

Mevrouw Vos (PvdA): Ik hoor dus dat het uitvoerig besproken wordt en dat de Kamer daar nog een antwoord op krijgt. Begrijp ik nu goed dat eigenlijk al is vastgesteld dat het een omissie is? Volgens mij is het zowel een product als een dienst. Onze jurist zal wel weten of het heel ingewikkeld is om iets twee eigenschappen te geven, maar volgens mij gaat deze richtlijn over producten en diensten en dan neem ik aan dat dit punt daaronder valt.

Overigens gaat het niet alleen om downloaden; je kunt ook cd’s kopen met spellen erop.

Staatssecretaris Heemskerk: Die omissie is aan de orde gekomen. Het is dezelfde omissie als het punt of het afnemen van energie nu een goed of een dienst is. Dit is een van de punten waar wij volop mee bezig zijn.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Ik heb een aantal zaken aan de orde gesteld, waarop ik geen reactie heb gehoord. Misschien heb ik slecht geluisterd, maar ...

Staatssecretaris Heemskerk: Wellicht komt de minister daar nog op terug.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Maar om in tweede termijn te kunnen reageren, wil ik nu wel aangeven om welke zaken het gaat.

De voorzitter: Een aantal van uw vragen wordt wellicht door de minister beantwoord.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Bij de desbetreffende vraag weet ik zeker van niet.

De voorzitter: Als u dat zeker weet, dan mag u uw vraag stellen.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): De staatssecretaris had het over die feestjurk. Ik vroeg bij wie de bewijslast ligt, want dat is niet goed geregeld.

De voorzitter: Over jurken gaat meestal de minister van Justitie, net als over de boerka’s.

Staatssecretaris Heemskerk: De minister zal deze vraag beantwoorden.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Ik heb evenmin reactie gekregen op mijn vragen over verzekeringen en betalingsverkeer.

De voorzitter: Kan de staatssecretaris aangeven of hij of de minister daarop reageert?

Staatssecretaris Heemskerk: Ik heb een antwoord op de vraag over de verzekeringen. Mevrouw Aasted Madsen vroeg of deze buiten het herroepingsrecht vallen. Zij verwijst daarbij naar artikel 20, lid 2 van de richtlijn. Daarin staat echter dat de bepalingen over buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten niet van toepassing zijn op verzekeringen.

Er is nu een verbod op het colporteren van verzekeringen. Dat is zo in de huidige richtlijn evenals in de Colportagewet.

De voorzitter: Dat is een antwoord op de vraag van mevrouw Aasted Madsen.

De heer Elias (VVD): Antwoordt de staatssecretaris of de minister op mijn vragen over de motie-Vos c.s.?

Staatssecretaris Heemskerk: Het kabinet houdt zich natuurlijk aan aanvaarde moties. Die motie roept de regering op, de consumentenbescherming in Nederland op ten minste hetzelfde niveau te houden. Ik heb al uitgelegd dat er zowel op macro- als op microniveau een groot aantal pluspunten is.

De minister van Justitie gaat nader in op de zwarte lijst en de garantietermijnen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik had nog één klein puntje, namelijk mijn suggestie om klachten via bijvoorbeeld ConsuWijzer te melden. U zegt dat de Consumentenautoriteit al iets doet met meldingen, maar ik zou graag zien dat mensen laagdrempeliger klachten kunnen melden, door dat bijvoorbeeld online te doen. Ook zullen alle Kamervragen, met name die van mevrouw Vos, de Consumentenautoriteit tot actie hebben bewogen.

Staatssecretaris Heemskerk: Nu legt u een verband met de Pretiumzaak. Ik heb vanochtend uiteengezet dat wij natuurlijk zorgvuldig moeten handelen, want wij willen niet nat gaan op vormfouten. De Consumentenautoriteit heeft er bovenop gezeten, maar kon door alle juridische procedures niet eerder dan in maart jongstleden het uiteindelijke besluit, dat al van december 2008 dateerde, openbaar maken. Ik was af en toe enigszins terughoudend in de beantwoording van de Kamervragen, omdat al die procedures nog liepen. Het melden van zaken bij de Consumentenautoriteit is belangrijk; dat kan per mail, per telefoon en ook nog per brief.

De voorzitter: Tot zover de staatssecretaris van Economische Zaken in eerste termijn. Voordat ik het woord geeft aan de minister van Justitie, wil ik het volgende zeggen. Omdat de minister de twee grootste kritiekpunten moet behandelen, wil ik de Kamerleden de gelegenheid geven hem te interrumperen. Wel wil ik echt klaar zijn met de eerste termijn van de minister om 17.15 uur. Als dat niet lukt, dan gaat dat ten koste van de tweede termijn.

Minister Hirsch Ballin: Voorzitter. Ik ben mij ervan bewust dat deze vergadering is gepland tot 17.30 uur.

De voorzitter: Ik deed niet zozeer een oproep aan u, maar aan de commissieleden. Ik zal u alle ruimte geven die u nodig hebt.

Minister Hirsch Ballin: Dank u wel. Maar volgens mij heb ik niet zo veel ruimte nodig. Zoals de staatssecretaris al zei, staat het kabinet overwegend positief tegenover de voorliggende richtlijn. Het Europese consumentenacquis wordt geactualiseerd en geüniformeerd, de kwaliteit van de regelgeving wordt verbeterd, het richtlijnvoorstel gaat uit van volledige harmonisatie. Ik heb tegen eurocommissaris Kuneva gezegd dat Nederland daar blij mee is. Alleen op die manier kunnen wij voorkomen dat consumenten en leveranciers van goederen en diensten te maken krijgen met verschillende rechtsstelsels als zij grensoverschrijdend bezig zijn.

Wij houden uiteraard in het oog wat er is gezegd over het handhaven van het consumentenbeschermingsniveau. Wij zullen dat doen op een redelijke en verstandige manier. Zodra er een verstandig alternatief komt voor iets wat wij hebben neergelegd in Nederlandse regelgeving, dan zullen wij tegenover 26 lidstaten niet zeggen dat er maar één lidstaat is die echt goed overziet wat er nodig is en de rest niet. Wij kijken er behoorlijk precies naar; ik zal dat graag toelichten.

Ik zal in ieder geval niets herhalen wat de staatssecretaris al heeft gezegd. Wel ga ik in op de non-conformiteit, op de oneerlijke bedingen en op de lijsten, omdat daarover nogal wat vragen zijn gesteld. Zoals gezegd, behoud van niveau is onze maatstaf.

De leden Gesthuizen, Vos, Aasted Madsen en Van der Ham – de laatste als woordvoerder van de D66-fractie en niet als voorzitter – hebben het kabinet geconfronteerd met de vraag hoe het moet met de non-conformiteit. Het BW kent, anders dan de richtlijn, geen termijn voor non-conformiteit. Wij hebben dat onderkend en besproken met eurocommissaris Kuneva. Dat betekent dat ook in Nederland na twee jaar nog een beroep kan worden gedaan op non-conformiteit. Ik heb natuurlijk het voorbeeld genoemd van de auto die na drie jaar door de as zakt en van andere goederen waarvan je mag verwachten dat ze een langere levensduur dan die twee jaar hebben. Ik heb daarbij de eurocommissaris twee suggesties aangereikt. Ten eerste zouden wij een uitzondering kunnen maken voor duurzame goederen, want natuurlijk geldt het argument niet bij het voor de hand liggende niet-duurzame voorbeeld. Hiertoe zouden wij artikel 28, lid 1 van de richtlijn op dat punt kunnen aanvullen. Ten tweede zou in de preambule kunnen worden vermeld dat de richtlijn niet eraan in de weg staat dat lidstaten in andere mogelijkheden voorzien om te bereiken dat consumenten het gekochte product in dergelijke situaties kunnen laten herstellen of vervangen of een schadevergoeding kunnen krijgen. Het nadeel van variant 2 is natuurlijk dat dit wel betekent dat wij het verschil accepteren. Variant 1 is als maatwerk voorstelbaar. Ik kreeg de indruk dat die gedachten werden opgepikt, maar uiteraard was dat overleg niet het juiste moment om conclusies te trekken. Ik heb dus wel enige hoop dat wij hier tot een goede uitwerking zullen kunnen komen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Klopt het dat in beide gevallen er een kop op de Europese wetgeving komt? Bedoelt u daarentegen dat bij variant 1 op Europees niveau een uitzondering zou worden gecreëerd voor duurzame goederen?

Minister Hirsch Ballin: Een kop in de zin waarin dat begrip wordt gebruikt, ook in de discussie met de Eerste Kamer, is het in geen van beide varianten. Met een kop op de Europese wetgeving wordt uitsluitend bedoeld een type wetgeving waarbij wij meer doen dan Europeesrechtelijk is overeengekomen; vroeger hebben wij deze wel gekend, maar tegenwoordig wordt dat vermeden. Als een Europese richtlijn ruimte biedt aan de nationale wetgever om te kiezen? tussen een aantal mogelijke benaderingen – als deze dus stelt dat er geen volledige harmonisatie op een bepaald punt is – dan is het in stand laten van de Nederlandse wetgeving op dat punt, zoals ik suggereerde in variant 2, geen kop. Zoals ik al zei, is wel het bezwaar dat er dan een verschil op dat punt ontstaat in de Nederlandse en de Europese consumentenbescherming; ik heb dat in het gesprek met eurocommissaris Kuneva ook onder ogen gezien.

Variant 1 is daarom aantrekkelijker – misschien impliceerde mevrouw Gesthuizen dat – want dan differentieer je tussen de producten waarbij de tweejarentermijn van belang is en die waarbij deze niet van belang is.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Op Europees niveau zou ik dat verwachten. Als wij voor variant 2 kiezen, stappen wij in feite dus af van het idee van een maximale harmonisatie.

Minister Hirsch Ballin: Volledige harmonisatie is wenselijk om de redenen die wij hebben aangegeven. Variant 2 betekent inderdaad dat voor dit punt een uitzondering op de maximumbenadering wordt gekozen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Het is mij nu niet langer helder. Als wij zaken in wetten gaan vastleggen, dan is het zeker geregeld. Als de minister nu aangeeft dat er ruimte zal zijn, dan kan op Europees niveau een uitzondering worden bedongen en dan is het gewoon Europees geregeld, of krijgt Nederland wettelijk gezien de mogelijkheid om vast te leggen dat wij verder gaan en dat die non-conformiteit en kosteloze vervanging dan wel reparatie blijven bestaan gedurende de levensduur van het product.

Minister Hirsch Ballin: Ja, dat klopt. De richtlijn opent daartoe dan de mogelijkheid, zoals ik in de tweede variant in overweging gaf. U zult begrijpen dat wij in het overleg met eurocommissaris Kuneva niet aan het redigeren waren.

Mevrouw Vos (PvdA): Dank voor uw antwoord. Als ik het goed begrijp, bestaat dus eigenlijk de mogelijkheid om op die variabele garantietermijnen in te zetten. Is het dan de bedoeling dat Europa dat voor duurzame producten vastlegt, dus dat een koelkast vijf jaar meegaat en een auto twintig jaar? Laten wij het daarentegen los, zoals in Nederland, waar in feite de fabrikant bepaalt dat een product geacht wordt zoveel jaar mee te gaan? Uw eerste variant stelt eigenlijk voor de Nederlandse praktijk over te zetten; de tweede variant is de Nederlandse praktijk via een «dalletje».

Minister Hirsch Ballin: Of een bergje.

Mevrouw Vos (PvdA): Bergje of dalletje, colletje, whatever. Hoe reageerde mevrouw Kuneva?

Minister Hirsch Ballin: Zij reageerde geïnteresseerd. Zij vond het ook goed om aan varianten en compromissen te denken. Het was dus geen vergadering waar je samen een bepaling zit te redigeren. Aan het eind van de vergadering constateerden mevrouw Kuneva en ik beiden dat het een nuttig overleg was geweest, mede vanwege het feit dat het precies en helder was. In de eerste variant wordt Europeesrechtelijk gedifferentieerd, naar gelang het type product.

De voorzitter: Aansluitend bij de woorden van mevrouw Vos wil ik dan weten of er een Europese lijst komt op het punt van hoe duurzaamheid wordt gedefinieerd.

Minister Hirsch Ballin: Dat reikt heel veel verder dan het stadium waarin wij nu zitten. Wij zullen de Kamer natuurlijk informeren zodra een en ander nader wordt uitgewerkt.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Dat komt natuurlijk straks ook terug in die landenvergelijking. Mevrouw Gesthuizen schept echter enige onduidelijkheid over de definitie «maximale harmonisatie». In haar reactie gaf zij aan «Dus als er voor bepaalde producten een langere termijn geldt, stappen wij af van maximale harmonisatie.» Volgens mij heeft die maximale harmonisatie echter alleen maar betrekking op het feit dat het in alle landen geldig is. Als Europa straks aangeeft dat een auto naar verwachting vier jaar moet meegaan, en die regel geldt in alle lidstaten, dan is er volgens mij nog steeds sprake van maximale harmonisatie.

Minister Hirsch Ballin: Ik geloof dat u het meer hebt over de eerste variant en mevrouw Gesthuizen over de tweede variant. Waar u het onderling verder over oneens bent, volgens mij bent u het onderling niet echt oneens op dit punt.

De voorzitter: De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Hirsch Ballin: In het kader van het Quelle-arrest sprak mevrouw Gesthuizen over kosteloze vervanging en herstel. De Nederlandse wet is in overeenstemming met wat uit dit arrest voortvloeit. Volgens de Nederlandse regeling is het in uitzonderingsgevallen mogelijk om enige reparatie- of vervangingskosten in rekening te brengen, als na twee jaar een beroep op non-conformiteit wordt gedaan. De Consumentenautoriteit kan worden ingeschakeld als winkels zich hier op grote schaal niet aan houden.

De leden Vos, Elias en Van der Ham vroegen naar de oneerlijke bedingen en welk deel van de Nederlandse lijst wij dan gaan handhaven. Hierover heb ik ook gesproken met commissaris Kuneva. De Nederlandse grijze en zwarte lijsten, zoals opgenomen in het BW, zijn uitgebreider en vaak gedetailleerder dan de lijsten van de richtlijn. De ontwerprichtlijn kiest voor een open formulering. Volgens ons is het bezwaar daartegen dat dit de consument minder zekerheid biedt dan de Nederlandse grijze en zwarte lijsten. Daardoor bestaat het risico dat handelaren de neiging voelen opkomen om de grenzen van de vagere omschrijvingen in de richtlijn te verkennen. Wij proberen op dit punt de Commissie en het beraad met de andere lidstaten dus wat andere gedachten mee te geven, door een aantal suggesties voor het aanscherpen van formuleringen en het toevoegen van een aantal bedingen, conform de motie-Vos c.s. die ertoe strekt dat het niveau van consumentenbescherming op peil blijft.

De heer Elias (VVD): Is het denkbaar, zoals ik in mijn eerste termijn suggereerde, dat weliswaar niet alles maar wel een groot deel van de criteria van de Nederlandse zwarte lijst daadwerkelijk wordt overgenomen?

Minister Hirsch Ballin: Wij werken daarnaar toe. Mede omdat wij het niveau van consumentenbescherming willen handhaven, proberen wij zo veel mogelijk van de Nederlandse zwarte en grijze lijsten in te brengen in de richtlijncriteria. Nogmaals, wij moeten niet verwachten dat de Commissie zal voorstellen om het Nederlandse BW Europees in te voeren, maar in dit proces proberen wij de in onze ogen te vage formuleringen aan te scherpen, respectievelijk aan te vullen met extra bepalingen. Ik heb dat ook aangegeven in het gesprek met commissaris Kuneva; volgens mij gaat dat in de richting van wat de heer Elias bedoelde.

De heer Elias (VVD): Gaat dat een beetje lukken?

De voorzitter: Klikt het een beetje?

De heer Elias (VVD): Nee, ik vroeg of het gaat lukken. De sfeer waarin doet er dan niet toe.

Minister Hirsch Ballin: Het een staat niet los van het ander. Ik zou niet willen spreken van «klikken» in de positieve betekenis die de voorzitter eraan toekent, als het niet was gebaseerd op het gevoel dat de overtuiging van zowel mevrouw Kuneva als mijzelf dezelfde richting opgaat.

De voorzitter: Doorklikken dus.

Gaat u door.

Minister Hirsch Ballin: Mevrouw Vos vroeg naar de reikwijdte van de toepasselijkheid van de richtlijn. Misschien mag ik daarvoor verwijzen naar de nationale regelingen. In de BNC-fiche hebben wij aangegeven dat wij de Commissie om opheldering zullen vragen. Nu gaat de discussie nog over de al genoemde onderwerpen; de rest komt later aan de orde.

Mevrouw Vos vroeg vervolgens of de klachtplicht van twee maanden waarbinnen het gebrek moet worden gemeld, kan worden losgelaten. Volgens artikel 28, lid 4 van de ontwerprichtlijn dient de consument binnen twee maanden na ontdekking van het gebrek de handelaar op de hoogte te stellen. Artikel 7:23, lid 1 van het BW is niet zo gepreciseerd als de richtlijn, maar geeft de consument een beperkte tijd om na ontdekking het gebrek te melden. Ook naar Nederlands recht heeft de consument dus niet onbeperkt de tijd. Enige afbakening van de tijdigheid lijkt ons redelijk.

Mevrouw Vos (PvdA): Het is altijd fijn om met een jurist te praten. In het BW is die bepaling eigenlijk open geformuleerd als «zo snel mogelijk», maar dat kan dus ook na een jaar zijn. Bestaan er gegevens over hoe snel dat meestal gaat? Is de termijn van twee maanden, zoals de Commissie nu voorstelt, niet veel korter dan wij gewend zijn?

Minister Hirsch Ballin: Ik zal bezien welke aanknopingspunten te vinden zijn in de jurisprudentie dienaangaande. «Twee maanden» en «zo snel mogelijk» zouden weleens dicht bij elkaar kunnen liggen, maar ik zal dat aan de hand van de jurisprudentie checken.

De voorzitter: Dat is een toezegging.

Minister Hirsch Ballin: Mevrouw Vos vroeg naar het groenboek. Daar spreken wij morgen over. Daarna sturen wij de conceptkabinetsreactie aan de Kamer.

Staatssecretaris Heemskerk: Wij zijn er al uit.

Minister Hirsch Ballin: Even voor alle duidelijkheid: op gedempte toon zeg ik tegen mijn collega dat de overige leden van het kabinet er nog wel mee moeten instemmen. Wij verwachten na de ministerraad morgen op heel korte termijn de Kamer te kunnen informeren.

Mevrouw Vos (PvdA): U kent onze voorkeuren.

De voorzitter: De minister gaat door.

Minister Hirsch Ballin: De lidstaten hebben daardoor een belangrijk moment om zich in de discussie over collectieve afdoeningen van massavorderingen te mengen. Wij hebben daarom onze reactie zorgvuldig voorbereid. Wij willen de positieve en internationaal gewaardeerde ervaringen met de collectieve afdoening van massavorderingen – ik heb in een ander AO hierover ook al eens gesproken – graag delen met onze Europese collega’s. Dat heb ik uiteraard ook tegen mevrouw Kuneva gezegd tijdens onze ontmoeting. Ik heb toen ook melding gemaakt van de conferentie over dit onderwerp aan de Universiteit van Tilburg, waar, ook van buiten de EU, een zeer positieve internationale weerklank op een dergelijke afdoening viel te constateren. Ik meen dat deze opmerking ook heel goed werd opgepikt. Ik heb mevrouw Kuneva gemeld dat wij verwachten rond deze tijd met een reactie op het groenboek te kunnen komen.

Mevrouw Aasted Madsen stelde een vraag over de aansprakelijkheid voor de waardevermindering als gevolg van het hanteren van het product of van het gebruik dat verder gaat dan nodig om het product te controleren, alsmede over de bewijslast. Waardevermindering van goederen kan het gevolg zijn van zulk vergaand gebruik dat wij uitkomen op een redelijke bewijslastverdeling bij de consument. Het uitproberen van – laat ik een ander voorbeeld dan die feestjurk nemen – wandelschoenen tijdens een forse wandeling zou de redelijke grenzen overschrijden; daarom hebben schoenwinkels meestal een zachte vloerbedekking.

Wij zullen aandacht schenken aan de praktische problemen rond de bewijslast. Het is goed dat de Kamer daarop wijst; wij hebben dergelijke onderwerpen aangekaart in de raadswerkgroep om tot een verduidelijking van de richtlijn te komen.

Er waren nog enkele casuïstische vragen, zoals de gedeukte auto van mevrouw Aasted Madsen. Het is goed om aandacht te besteden aan transportschadegarantie op tweedehands auto’s. Volgens mij hoef ik het hier niet precies zo concreet te bespreken, maar wij zullen dergelijke voorbeelden zeker betrekken bij de verdere discussies in Brussel; dat bepaalt ook hoe het ten opzichte van de consument werkt en het houdt je scherp je te bedenken waar je het eigenlijk over had.

Tegen mevrouw Aasted Madsen zeg ik dat in de ontwerprichtlijn geen specifieke bepalingen zijn opgenomen over de betalingsregeling en -termijn. Het algemeenverbintenissenrecht blijft dus van toepassing. Ik heb niet onmiddellijk de neiging om dit punt te willen opnemen in de richtlijn, omdat wij dan vanzelf ook weer een Europese discussie krijgen over incassovraagstukken en het lijkt mij beter om het even bij de huidige discussie hier te laten. Als wij op dat punt meer in discussie zouden brengen dan de afbakening van de ontwerprichtlijn levert dat op dit moment meer nadelen dan voordelen op.

Daarmee kom ik op de vragen van de heer Elias. De mate waarin ik vragen persoonlijk adresseer neemt af, voorzitter, maar dat komt door de zekere overlap in de vragen en daarmee de antwoorden.

De voorzitter: Het zij u vergeven.

Minister Hirsch Ballin: Ik zie zelfs dat ik voor de heer Graus geen enkel separaat antwoord heb, maar wellicht is daarvoor in tweede termijn nog gelegenheid. Ik hoop dat de antwoorden die hij intussen heeft gehoord op de meer algemene punten, zijn vragen voldoende dekken.

De heer Elias vroeg naar de rol van het consumentenrecht in de interne markt. Zoals ik reeds zei in mijn inleiding, is horizontale harmonisatie vooral in het belang van het gelijke beschermingsniveau voor de consument thuis en in het buitenland. Het is ook belangrijk voor de concurrentiekracht voor het bedrijfsleven en het creëren van een level playing field in Europa. Vandaar de Nederlandse inzet zoals zojuist omschreven.

De heer Elias vroeg ook of de implementatietermijn van drie jaar niet sneller kon. Ik heb even niet de lijst bij me van de nog af te handelen wetsvoorstellen over de implementatie van EG-richtlijnen, waarbij wij gegeven de zeer gefaseerde wetgevingsprocedures in Nederland toch meer tijd nodig blijken te hebben dan sommige andere lidstaten. Wij hebben de Raad van State, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer; dat zijn drie schriftelijke vragen- en antwoordrondes nadat het kabinet tot besluitvorming over een wetsvoorstel is gekomen. Hoe graag ik ook een kortere implementatietermijn zou zien bij deze en andere onderwerpen, ik vind het nu, uit een oogpunt van het vermijden van overschrijding van implementatietermijnen, niet erg verstandig om op twee jaar aan te koersen. Uiteraard zullen wij overleg en besluitvorming afwachten.

De heer Graus (PVV): Ik heb inderdaad maar één enkele vraag gesteld, zowel aan de staatssecretaris als aan de minister, namelijk om af te zien van invoering van deze richtlijn. Wie zwijgt, stemt toe; ik neem aan dat zij daar dus mee instemmen. Dan hoef ik mijn motie niet in te dienen.

Minister Hirsch Ballin: U vraagt om af te zien van invoering van de richtlijn. Nee, de strekking van de tot nu toe gegeven antwoorden is een andere.

De voorzitter: Grote verbazing bij de heer Graus.

Minister Hirsch Ballin: Mocht hij een dergelijke motie indienen, dan zullen wij ons uiteraard daar gezamenlijk op beraden. Wellicht moet hij rekening houden met de mogelijkheid dat wij deze ontraden.

De voorzitter: De minister rondt af.

Minister Hirsch Ballin: De heer Van der Ham vroeg naar inzicht in de praktische uitwerking van de richtlijn in verhouding tot de zwarte lijsten in het BW. Hiermee sneed hij een buitengewoon belangrijk punt aan. Inderdaad moeten wij in de praktijk zien hoe dit uitwerkt. Het gaat dus niet alleen om de schoonheid van onze zwarte lijsten in abstracto, maar ook om de praktische uitwerking ervan. Daarom voeren wij overleg met de SER-commissie en de Consumentenbond, ook aan de hand van de concrete voorbeelden van mevrouw Aasted Madsen en andere Kamerleden. Voor ons is dat een zeer behulpzaam middel bij de bepaling van onze posities in het proces over de richtlijn.

De voorzitter: Ik bedank de bewindslieden voor hun antwoord in eerste termijn. Ik stel voor om per persoon één minuut voor de tweede termijn uit te trekken.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. Ik ben absoluut niet overtuigd. Nut en noodzaak zie ik niet. Waarvoor is dit nu een oplossing? Welke problemen lost het op? De staatssecretaris zei «Ik zal u aangeven welke problemen er allemaal zijn.», maar vervolgens heeft hij deze niet genoemd.

Bovendien kan alles wat de staatssecretaris wel noemde, prima op Nederlands niveau worden geregeld. Ik zie de micro- en macrovoordelen absoluut niet. Een standaardbrief, een verbod op aangekruiste hokjes; ik ben niet onder de indruk. Alleen de verlengde bedenktijd is een verbetering.

De staatssecretaris denkt dat Nederlandse ondernemers die met handel in het buitenland meer geld verdienen, dit heel lief zullen gebruiken om Nederlandse consumenten goedkopere producten aan te bieden. Dat is een redenering een econoom onwaardig.

Veel is afhankelijk van de vraag hoe het nu zal lopen met de wettelijke garantie en de non-conformiteit. Wanneer mogen wij een antwoord van de eurocommissaris verwachten op de twee voorstellen van de minister?

Hoe gaan de bewindslieden winkels aanpakken die hun consumenten op bijzonder grote schaal extra garantie laten kopen voor na het eerste jaar? Een dvd-spelertje heeft een jaar garantie en je moet €20 extra betalen als je een langere garantietermijn wilt. Gaat de Consumentenautoriteit winkeliers helpen met het verhalen van hun kosten op de fabrikanten? Soms zitten zij heel erg in de knel en zijn ze afhankelijk van de fabrikant. In het geval van de autodealer van een specifiek merk dwingt de fabrikant de dealer mee te betalen. Als wij dat aanpakken en de winkelier helpen om zijn kosten te verhalen op de voorketen, dan zullen consumenten echt profiteren want dan worden ze door de winkelier niet langer met een kluitje het riet in gestuurd.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): U geeft aan dat wij in feite de Nederlandse economie moeten stimuleren en dat over de grens kopen zo noodzakelijk is. De heer Graus sprak daar in zijn eerste termijn ook over. Zelfs in de winkel waar hij zijn fototoestel koopt – hij en ik wonen op steenworp afstand van elkaar – ...

De voorzitter: Een vraag graag.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Heeft mevrouw Gesthuizen nu echt de illusie dat de winst van internationale bedrijven – die grote ketens, zoals dat elektroconcern met twee M’en – in Nederland blijft?

Mevrouw Gesthuizen (SP): Nederland is bij uitstek een exportland. Dat moeten wij vooral zo houden.

Mevrouw Vos (PvdA): Voorzitter. Tegen de heer Graus zeg ik dat mijn vriend een Duitser is. Wij houden erg van Duitse, gründliche producten. Ik vind juist dat fototoestel en allerlei andere producten die ze in Duitsland maken, geweldig en die wil ik graag kunnen kopen. Ik ben zeer pro-Europees, maar tegelijkertijd is mijn fractie er wel van overtuigd dat wij binnen Nederland zaken moeten regelen die wij gewoon hier kunnen regelen. Ik ben gematigd positief over de antwoorden van het kabinet.

Ik zie inderdaad wel dat het kabinet de motie-Vos c.s. zeer serieus heeft genomen. Als het Commissievoorstel inderdaad dusdanig wordt gewijzigd dat die twee belangrijke punten inderdaad richting het Nederlands niveau gaan, plus die andere verbeteringen, dan zie ik nog wel het nut van deze richtlijn in. Wij zullen hierover nog met elkaar overleggen. Wij wachten het SER-advies en de landenvergelijking af.

Ik begrijp dat het voor de bewindslieden moeilijk is om nu kort iets te zeggen over het consumentenvertrouwen; dat is inderdaad niet vast te pinnen in harde cijfers. Ik vind het heel belangrijk dat onder andere door deze richtlijn dat vertrouwen toeneemt. Ik hoop dat in het SER-advies en in toekomstige reacties van het kabinet daar specifiek aandacht aan wordt gegeven.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Voorzitter. Ik bedank de bewindslieden voor hun antwoorden.

Over de overdraagbaarheid van garantie zou ik toch graag nog iets horen. Er komt nog een SER-advies. Ik zou het waarderen als daarin de gevolgen van de minimale garantie van één jaar worden meegenomen. Ik had namelijk verwacht dat de staatssecretaris zou antwoorden op de vraag wat het bijvoorbeeld betekent voor de hele autohandel als je op alle producten minimaal één jaar garantie moet geven, ook als iets tien jaar oud is.

De minister heeft aangegeven dat wij moeten uitkijken met de betalingen en het hele incassogebeuren. Is het wel mogelijk om de betalingsvoorwaarden – een aanbetaling bedraagt zoveel procent, betaling vooraf is maximaal zes weken voor levering of iets dergelijks – uniform op te nemen in de richtlijn?

De voorzitter: Uw laatste punt?

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Het kabinet geeft aan dat de Europese geschillencommissies heel goed samenwerken. Is dat genoeg of moet er toch iets Europees komen? Als je iets constateert, zoals vanochtend in het Pretiumdebat, en een bedrijf is in meerdere landen actief, geldt de uitspraak van de ene commissie dan ook in alle andere landen?

De heer Elias (VVD): De CDA-fractie heeft indertijd tegen de motie-Vos c.s. gestemd. Hoe interpreteert u die motie? Mijn interpretatie is namelijk dat die motie ...

De voorzitter: Dat interesseert ons nu even niet.

Mevrouw Aasted Madsen maakt haar verhaal af.

Mevrouw Aasted Madsen-van Stiphout (CDA): Vanaf het begin hebben wij aangegeven dat wij in principe gaan voor de maximale harmonisatie. Daar zitten plussen en minnen in. De heer Elias kijkt onder de streep. Dat is logisch, maar in de tijd daarnaar toe moet je natuurlijk wel zorgen dat je het aantal plussen opplust.

Mevrouw Vos (PvdA): Ik begrijp hieruit dat u inhoudelijk de motie-Vos c.s. van harte had kunnen ondersteunen. Wij hebben het namelijk helemaal niet gehad over maximale harmonisatie, maar juist over ...

De voorzitter: Uw vraag?

Mevrouw Vos (PvdA): ... over verhoging van het beschermingsniveau. Mocht er dus nog eens zo’n motie worden ingediend, dan kan de CDA-fractie deze ondersteunen.

De voorzitter: Dat kan mevrouw Aasted Madsen in haar hart meenemen.

De heer Elias (VVD): Voorzitter. Ik heb vijf heel korte punten.

Ten eerste ben ik bepaald gelukkig met het antwoord van de minister over de zwarte lijst. Wel wil ik graag geïnformeerd blijven over de voortgang op dat punt. Er is immers nog niets concreets.

Ten tweede ben ik bepaald ongelukkig met het antwoord van dezelfde minister over de implementatietermijn, namelijk dat hij wil vasthouden aan de termijn van drie jaar. Het moet toch mogelijk zijn om vier rondes binnen twee jaar te doen. Mijn fractie blijft daarvoor pleiten, al is daarvoor wellicht geen Kamermeerderheid te vinden.

Ten derde stel ik vast dat er grote verschillen in waardering zijn tussen de PvdA-woordvoerder en de staatssecretaris. Ik stel vast dat laatstgenoemde aanmerkelijk positiever is.

Ten vierde stel ik vast dat de richtlijn ten doel heeft om de interne markt beter te laten functioneren, om het consumentenvertrouwen te versterken en om de terughoudendheid van het bedrijfsleven bij grensoverschrijdende handel te verminderen. Ik zie dus alweer het zoveelste monsterverbond tussen de SP en de PVV aankomen. Ook dat stel ik met interesse vast.

Ten vijfde hoop ik dat het kabinet doorgaat met een zodanig creatieve interpretatie van de motie-Vos c.s. dat de harmonisatie daar verder niet onder hoeft te leiden.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ik kom nog even terug op de opmerking van mevrouw Vos over Duitse producten. Ik doelde daar echter niet op. Ik had het over een Nikon-fototoestel dat een Nederlander in Duitsland goedkoper kan kopen dan in Heerlen of Kerkrade. Het gaat om consumentenrecht. Ik ben helemaal niet negatief geweest over Duitse producten.

De voorzitter: U hebt nog 30 seconden voor uw eigen termijn.

De heer Graus (PVV): Sterker nog, ik heb jarenlang gewerkt voor de drie Duitse topmerken, Mercedes, BMW en Audi, dus ik weet dondersgoed hoe de organisatie in elkaar steekt en hoe kwalitatief hoogstaand hun producten zijn.

De voorzitter: Uw laatste opmerkingen.

De heer Graus (PVV): Ik heb verder geen opmerkingen. Jammer dat het zwijgen niet heeft toegestemd bij de minister. Ik zal uiteraard een VAO aanvragen. Daarin zal ik door middel van een motie – ondanks het feit dat ik daarvoor geen steun zal krijgen in de Kamer – een laatste signaal geven aan het Nederlandse volk, de Nederlandse consument en het Nederlandse bedrijfsleven.

De voorzitter: Tot slot nog enkele opmerkingen van mij als woordvoerder van de D66-fractie. Daarna kunnen de Kamerleden mij desgewenst nog vragen stellen.

Ik bedank de bewindslieden voor hun reactie. Deze heeft mij inderdaad wel gerustgesteld, zeker de interventie van de minister bij eurocommissaris Kuneva, die zal kijken naar de twee voorgestelde varianten. Wat is de slagingskans? Welke medestanders heeft de minister binnen Europa? Welke andere landen komen met soortgelijke suggesties? Wanneer hoort de Kamer daar iets over?

Ook op het punt van de zwarte lijst voert het kabinet een aardige lijn. Ik hoop dat het ook hier medestanders heeft in Europa. Ik ben zeer benieuwd naar wat daar uiteindelijk uitrolt.

Dat waren mijn opmerkingen. Ik zie dat mijn collega’s mij daarover geen vragen willen stellen. Dan ga ik direct over naar de tweede termijn van de bewindslieden, waarbij de Kamerleden geen vragen meer kunnen stellen, behalve misschien helemaal op het eind.

Staatssecretaris Heemskerk: Voorzitter. Ik bedank de woordvoerders voor hun inbreng in tweede termijn.

Mevrouw Gesthuizen vroeg of wij winkels gaan aanpakken die klanten laten betalen voor zogenaamde extra garanties die onder de normale wettelijke plichten vallen. De Consumentenautoriteit komt met een stevig onderzoek naar garanties en de bijkoop daarvan. Ik zal de Kamer vervolgens daarover informeren. Mocht er zeer veel mis zijn, dan verwacht ik dat de Consumentenautoriteit echt passende maatregelen zal treffen.

Mevrouw Aasted Madsen vroeg of er één Europese toezichthouder moet komen. Er is nu een netwerk. Men heeft het enigszins anders ingevuld; men werkt samen binnen dat netwerk. De Europese Commissie analyseert op dit moment de effectiviteit daarvan. Volgens mij moeten wij dat niet meteen tillen naar het niveau van één Europese toezichthouder, maar goed samenwerken is altijd verstandig.

Mevrouw Aasted Madsen vroeg ook naar de garantietermijn van één jaar. De minister is reeds ingegaan op de garanties. Er volgt nog een SER-advies, op basis waarvan de Kamer een kabinetsreactie zal ontvangen. Daarin zal het kabinet ook op dit punt ingaan.

Tot slot kom ik bij de politieke oordelen. Zowel de SP-fractie als de PVV-fractie zegt eigenlijk «Dit is allemaal Europa» en wuift dus zelfs de zichtbare pluspunten weg of ontkent deze of vindt het allemaal verkeerd omdat het blijkbaar uit Europa komt. Volgens mij bevat de richtlijn echter zowel zichtbare als onzichtbare pluspunten.

Mevrouw Gesthuizen sprak mij in mijn hoedanigheid van econoom aan op mijn redenering dat Nederlandse consumenten niet profiteren van buitenlandse bedrijven of Nederlandse bedrijven in het buitenland. Volgens mij is die veronderstelling toch echt onjuist. Nederlandse consumenten profiteren daar namelijk wel van.

Tegen de heer Elias zeg ik dat ik goed heb geluisterd naar de diverse fracties. Ik ben de fracties van de PvdA, de VVD, het CDA en D66 erkentelijk voor het feit dat men gematigd positief reageert op wat nu voorligt en op de inspanningen van het kabinet om er nog een schepje bovenop te doen ten behoeve van de Nederlandse consument.

Minister Hirsch Ballin: Voorzitter. Ik sluit me aan bij de breed verspreide erkentelijkheid van de staatssecretaris. Ik voeg daaraan toe mijn erkentelijkheid voor de stimulerende kritiek van de leden Gesthuizen en Graus.

Het kabinet blijft natuurlijk scherp bij dit onderwerp. Daar hoeft niemand aan te twijfelen. Wij vinden de doelstelling belangrijk, ook uitdrukkelijk in het belang van de Nederlandse consument die in toenemende mate – niet alleen als hij op vakantie is – op een bepaald niveau bescherming behoeft bij de aankoop van grensoverschrijdende goederen en diensten. Dat is de realiteit anno 2009 en later.

Bij de vraag hoeveel later, kom ik op het punt van de duur van het onderhandelingsproces en de implementatie. Tegen de leden Gesthuizen en Van der Ham en anderen zeg ik dat wij nog niet zijn toegekomen aan de artikelsgewijze bespreking. De specifieke punten komen dus bij de artikelsgewijze bespreking in de onderhandelingen met de andere lidstaten. Dan krijgen wij ook zicht op de vraag wat het beschermingsniveau in die andere lidstaten op specifieke onderwerpen is. Uiteraard heeft de Europese Commissie haar werk al gedaan, maar hoe de lidstaten zich vervolgens verhouden tot wat de Commissie op tafel legt, zal moeten blijken in de onderhandelingen. Bovendien moet het Europese Parlement nog rapporteren, wat het pas zal doen na de komende verkiezingen.

Het is een wat paradoxale geruststelling aan het adres van de heer Elias. Naarmate die onderhandelingen langer duren, krijgt Nederland meer kansen om zich voor te bereiden en om voorwerk te doen voor de implementatiewetgeving, in ieder geval voor die onderdelen die in dat onderhandelingsproces niet omstreden blijken te zijn. Dit punt is eigenlijk het enige wat de heer Elias en mij nog verdeeld houdt, maar wij maken daar enkel en alleen een punt van omdat wij liever een in acht genomen implementatietermijn van drie jaar zien dan een overschreden termijn van twee jaar. Ik ben het wel met hem eens dat een in acht genomen reële termijn van twee jaar nog beter is. Het is uitsluitend een kwestie van realistische inschattingen, die zich gaandeweg het proces nader kunnen ontwikkelen.

Mevrouw Gesthuizen vroeg naar het blijven monitoren van de toepassing, conform het Quelle-arrest en dergelijke. De vraag hoe monitoring deel uitmaakt van onze jurisprudentie zal zeker onderdeel blijven uitmaken van onze, ook op de praktijk georiënteerde voeding van het onderhandelingsproces; ik noemde al het contact met de Consumentenbond.

Mevrouw Aasted Madsen vroeg naar een éénjaarsgarantie bij tweedehands producten en naar de benodigde informatie over aanbetaling. Om met dat laatste punt te beginnen: het moet duidelijk zijn wanneer, waarvoor en hoe moet worden betaald. Het is denkbaar dat de verkoper ook bij tweedehands producten een extra garantie biedt. Bij de implementatie van de Richtlijn consumentenkoop is de tweejaarstermijn voor de non-conformiteit noch de optionele eenjaarstermijn voor tweedehands goederen geïmplementeerd, maar is de open regeling uit het BW gehandhaafd. Onze bestaande regeling is dus flexibeler, maar wij zullen dit uiteraard alle aandacht geven bij de finetuning in het onderhandelingsproces.

De voorzitter: Daarmee komen wij bij de afronding van het AO. De heer Graus heeft een VAO aangekondigd. Ik wil het graag aan hem zelf overlaten om dat aan te vragen.

De heer Graus: Dat is prima.

Toezeggingen

– De minister van Justitie gaat de jurisprudentie na over de klachtplicht, in het bijzonder de ervaring met de tweemaandentermijn.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Timmer

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

De Pater-van der Meer

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Franke


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Schreijer-Pierik (CDA), Vendrik (GroenLinks), Ten Hoopen (CDA), Spies (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Aptroot (VVD), Smeets (PvdA), Samsom (PvdA), Timmer (PvdA),voorzitter, Irrgang (SP), Jansen (SP), Biskop (CDA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Graus (PVV), Zijlstra (VVD), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Vos (PvdA), De Rouwe (CDA) en Elias (VVD).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Jan Jacob van Dijk (CDA), Sap (GroenLinks), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Koşer Kaya (D66), Ulenbelt (SP), Blok (VVD), Besselink (PvdA), Kalma (PvdA), Dam (PvdA), Karabulut (SP), Luijben (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Atsma (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Madlener (PVV), Nicolaï (VVD), Gerkens (SP), Thieme (PvdD), Heerts (PvdA), Uitslag (CDA), Weekers (VVD) en Blom (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Krom (VVD), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA), Anker (ChristenUnie) en Heemelaar (GroenLinks).

Plv. leden: Sterk (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Smeets (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Roemer (SP), Van Raak (SP), Jan de Vries (CDA), Weekers (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), De Roos-Consemulder (SP), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Slob (ChristenUnie) en Halsema (GroenLinks).