22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 4390 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 juni 2026

De verdere escalatie van militaire inzet in het Midden-Oosten en de sluiting van de straat van Hormuz heeft de markt voor de productie van meststoffen nog meer gedestabiliseerd. De Europese Commissie (hierna: de Commissie) heeft op 19 mei jl. een Actieplan Meststoffen gepubliceerd om de beschikbaarheid, betaalbaarheid en strategische autonomie van in de EU-geproduceerde meststoffen te versterken. Het actieplan omvat maatregelen voor de korte en middellange termijn. Over het volledige plan infomeer ik de Kamer zo spoedig mogelijk door middel van het BNC-fiche. In het voorstel van de Commissie zit een financieel steunpakket (hierna: het steunpakket) voor de agrarische sector dat de Commissie in haar voorstel van 12 juni jl. nader uitgewerkt heeft. Het steunpakket zou gefaciliteerd moeten worden door aanpassingen in de verordening voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het aanwenden van de landbouwreserve.

De Commissie streeft ernaar om op korte termijn, mogelijk al in de week van 22 juni a.s., besluitvorming over het steunpakket te laten plaatsvinden in de Raad. In deze brief ontvangt de Kamer, vooruitlopend op de publicatie van het BNC-fiche vanwege de zeer korte termijn waarbinnen de Commissie besluitvorming over het steunpakket beoogt, een kabinetsappreciatie van het steunpakket. Deze brief betreft alleen de appreciatie van het voorgestelde steunpakket en vervangt daarmee niet het reguliere BNC-fiche dat de kabinetsappreciatie van het gehele Actieplan Meststoffen zal bevatten. In deze brief wordt eerst de context geschetst waarbinnen het steunpakket is gepubliceerd. Daarna volgt een beschrijving van de inhoud en een appreciatie van het steunpakket. Vervolgens wordt ingegaan op de juridische aspecten en financiële gevolgen.

Context van het steunpakket

Het steunpakket vormt een onderdeel van een breder pakket aan maatregelen die de Commissie heeft aangekondigd in haar Actieplan Meststoffen. Gezien de recente prijsstijgingen voor meststoffen en de directe relatie tussen meststoffen en voedselproductie, wil de Commissie op korte termijn de mogelijkheid creëren om financiële steun te verlenen aan agrariërs die dit het meest nodig hebben. Aanvullend wil de Commissie de lidstaten de mogelijkheid geven een hogere vergoeding uit te betalen aan agrariërs die al inzetten op een efficiënter gebruik van meststoffen.

Inhoud en appreciatie van het steunpakket

De Commissie is voornemens om de landbouwreserve te verhogen met 300 miljoen euro. Deze middelen worden gefinancierd vanuit de onderbesteding van de geprognotiseerde uitgaven voor het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) voor 2026. Om een gedeelte van deze middelen uit te betalen aan de agrariërs stelt de Commissie voor om de verordening voor het Nationaal Strategisch Plan (NSP) van het GLB aan te passen door een regeling toe te voegen aan de interventietypes voor plattelandsontwikkeling. Via de regeling voor steun aan boeren die getroffen zijn door de forse stijging van de kunstmestprijzen als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten, kan Nederland 25% van het gealloceerd budget van 23,7 miljoen uitbetalen. Dit vraagt een strategische aanpassing van het NSP.

In de nieuwe regeling is een aantal voorwaarden opgenomen waaronder voorwaarden voor de berekening van de vergoeding, rekening houdend met een referentieperiode, bedragen gedifferentieerd naar gemiddeld jaarlijks gebruik en sector of productie systeem. De vergoeding mag tot 50% zijn van de extra kosten als gevolg van de crisis. Dit mag tot 80% verhoogd worden als de agrariër deelneemt aan regelingen zoals de Eco-regeling, agro-milieu-klimaatverbintenissen of een investeringsregeling indien de regeling inzet op een reductie van het gebruik van meststoffen. Ook is er een aanvullende voorwaarde over verplichte voorlichting over verbeterde meststoffen efficiëntie.

De andere aanpassing van de NSP verordening is een flexibilisering van de voorwaarden om voorschotten uit te betalen. Dit geeft ruimte om liquiditeitssteun voor landbouwers makkelijker uit te betalen. Dit ondersteunt agrariërs om aan hun financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen, ondanks de stijgende kostprijzen.

Appreciatie

Het kabinet steunt het doel van het actieplan en de inzet van de landbouwreserve. Deze is namelijk bedoeld voor het opvangen van de gevolgen van marktverstoringen, zoals nu door de afsluiting van de Straat van Hormuz. Het Kabinet is daarentegen kritisch over de ophoging van dit instrument. Dat heeft te maken met de wijze waarop de landbouwreserve in de afgelopen jaren is ingezet – om extreme weersomstandigheden op te vangen – terwijl het daar niet voor bedoeld is. Het kabinet zal blijven benadrukken dat het zaak is dat de reserve strakker wordt benut daar waar het voor bedoeld is.

Met betrekking tot de nieuwe regeling die nu wordt toegevoegd is het kabinet kritisch op de uitvoerbaarheid. De gestelde voorwaarden in het huidige voorstel is moeilijk te verengingen met de inzet op vereenvoudigingen binnen het GLB. Strategische wijzigingen van het NSP vragen afstemming en kosten tijd voordat de regeling daadwerkelijk geïmplementeerd kan worden. Aanvullende voorwaarden over verplichte voorlichting en hogere steuntarieven bij deelname aan andere interventies compliceren de regeling nodeloos en drijven de uitvoeringskosten omhoog. Dit staat een snelle invoering van deze crisismaatregel in de weg. De mogelijkheid voor de lidstaat om additionele nationale financiering in te zetten binnen de voorwaarden die zijn opgenomen over de maximum vergoeding vraagt een nadere verkenning.

Het kabinet is in het algemeen positief over de extra ruimte die wordt geboden aan lidstaten om voorschotten uit te betalen voor de eerste pijler en dat er wordt ingezet op het verbeteren van de weerbaarheid van de agrarische sector. Het effect in de praktijk wordt vooralsnog als beperkt ingeschat. Het naar voren halen van de betalingen geeft geen extra liquiditeit en tegelijk vraagt dit om uitvoeringscapaciteit die bij andere werkzaamheden weggehaald zal moeten worden. De aanvullende kosten voor de uitvoering van deze maatregel wegen niet op tegen de ruimte die gecreëerd wordt door eerder te gaan uit betalen.

Juridische aspecten

Bevoegdheid

Het oordeel van het kabinet over de bevoegdheid van de Commissie om een voorstel op dit terrein te doen is positief. Het voorstel is gebaseerd op artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU). Het voorstel beoogt wijzigingen van twee verordeningen die op deze bepaling zijn gebaseerd. Deze bepaling geeft de EU de bevoegdheid tot het vaststellen van bepalingen die nodig zijn om de doelstellingen van het GLB na te streven. Het kabinet kan zich vinden in deze rechtsgrondslag. Landbouw is op grond van artikel 43, lid 2, VWEU een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten.

Subsidiariteit

Het oordeel van het kabinet over de subsidiariteit van het voorstel is positief. De verordening heeft tot doel bestaande verordeningen slechts aan te passen voor zover nodig om de beoogde flexibilisering te bereiken. Gezien de aard van het GLB kan dit onvoldoende door de lidstaten op het niveau van de lidstaten worden verwezenlijkt. Daarom is een EU-aanpak nodig.

Proportionaliteit

Het oordeel van het kabinet over de proportionaliteit van het voorstel is positief met een aandachtspunt. De verordening heeft tot doel bestaande verordeningen slechts aan te passen voor zover nodig om de marktverstoring te adresseren. Het voorstel had meer rekening kunnen houden met de ambitie om te sturen op vereenvoudigingen en regeldrukvermindering.

Financiële gevolgen

EU

De voorgestelde verordening heeft gevolgen voor de EU-begroting. De benodigde EU-middelen voor de ophoging van de landbouwreserve worden binnen de EU-begroting opgevangen. Desondanks is het kabinet van mening dat indien er toch gevolgen voor de EU-begroting zouden zijn, de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting.

Nationaal

Extra compensatie zal voor de Nederlandse agrariërs een positieve impact hebben om de gestegen kosten op te vangen. Het aanpassen van de uitvoering van het NSP en mogelijke cofinanciering brengen kosten met zich mee. Deze zijn nu nog niet te schatten.

Regeldruk, geopolitieke gevolgen en concurrentiekracht

Het voorstel van de Commissie kan mogelijk leiden tot een aanvullende regeldruk voor agrariërs die aanspraak willen maken op de steunmaatregel. Het exacte effect is nu nog moeilijk in te schatten.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

Naar boven