Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 22112 nr. 4382 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 22112 nr. 4382 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 juni 2026
Sinds de publicatie van het Commissievoorstel op 11 november jl. wordt in de Raad onderhandeld over de Omnibus Digitaal. De Raadsonderhandelingen bevinden zich nu in een afrondende fase. Het Cypriotische voorzitterschap is voornemens om tijdens de Coreper-II-bespreking van 26 juni aanstaande, het compromis dat zij dan verwachten te hebben bereikt, aan de lidstaten voor te leggen en een mandaat te vragen voor de onderhandelingen met het Europees Parlement (EP). Middels deze brief informeren wij, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uw Kamer conform de gemaakte informatie-afspraken over de ontwikkelingen in de onderhandelingen en hoe deze zich verhouden tot de kabinetsinzet zoals beschreven in het BNC-fiche. Het krachtenveld rond het voorstel is nog volop in beweging en over een aantal belangrijke onderdelen is nog discussie in de Raad. Daardoor kan het beoogde compromis in deze laatste fase nog op belangrijke onderdelen wijzigen. Middels deze brief geven wij uw Kamer een zo goed mogelijk beeld van de stand van zaken op het moment van schrijven. Deze stand van zaken zal de komen dagen waarschijnlijk voortdurend aan verandering onderhevig zijn. Er kunnen nog geen definitieve conclusies worden getrokken over de inhoud van het uiteindelijke compromis en daarmee ook niet over het oordeel hierover door het kabinet.
Gezien de zorgen die uw Kamer heeft geuit over de voorgestelde AVG-wijzigingen gaan wij in deze brief in meer detail op die onderdelen van de omnibus in. Middels deze brief gaan wij ook in op de verzoeken van de commissie Digitale Zaken om een addendum op het Fiche Omnibus AI en Omnibus Digitaal en om aandacht te vragen voor twee punten inzake de verdere behandeling van de Omnibus Digitaal.
Impact Assessment
De criteria die de Europese Commissie (hierna: de Commissie) kan hanteren om te besluiten geen impact assessment uit te voeren staan beschreven in het Betere Regelgevingskader van de Commissie en het Interinstitutioneel akkoord Beter Wetgeven. De Commissie past deze kaders in eerste instantie zelf toe en beide kaders laten ruimte aan de Commissie om af te zien van het uitvoeren van een effectbeoordeling (impact assessment), bijvoorbeeld bij minder omvangrijke voorstellen die geen significante impact hebben. Bij omnibusvoorstellen was urgentie niet de enige reden dat de Commissie van een impact assessment afziet. De Commissie gaf ook aan dat de voorstellen buiten de verlaging van regeldruk geen significante effecten hebben.
Die lezing deelt het kabinet niet voor de Omnibus Digitaal. Het kabinet is van mening dat er wel degelijk sprake is van significante effecten. Gedurende de onderhandelingen over de Omnibus Digitaal heeft het kabinet daarom herhaaldelijk verzocht alsnog een effectbeoordeling uit te voeren. Zonder voldoende steun in de Raad kan het kabinet de Commissie hier echter niet toe bewegen. Die steun is er niet. Het kabinet probeert daarom op basis van eigen analyse en onder andere de opinie van de European Date Protection Board (EDPB) en European Data Protection Supervisor (EDPS) een zo goed mogelijk beeld van de impact te krijgen. Ook spant het kabinet zich in om de voorstellen zo aan te passen dat deze geen significante impact hebben buiten het verlagen van regeldruk.
De recente Commissie-mededeling over Betere Regelgeving van 28 april 20261 bevat een koerswijziging met betrekking tot de uitvoering van effectbeoordelingen. De Commissie heeft erkend dat er de afgelopen tijd in teveel gevallen is afgezien van het maken van een effectbeoordeling en dat er teveel gebruik is gemaakt van het «urgentie-argument». De Commissie heeft in de mededeling uitgesproken dat het Betere Regelgevingskader zal worden aangepast, zodat er voortaan meer effectbeoordelingen zullen worden gemaakt; ook voor voorstellen die gericht zijn op vereenvoudiging, zoals omnibus-voorstellen.
Europees centraal meldpunt
Voor wat betreft het Europees meldpunt voor incidentmeldingen lijkt er een meerderheid van de lidstaten te steunen dat in lijn met de Nederlandse inzet de nationale meldstructuren blijven behouden en er een Europees centraal informatiepunt komt, zoals ook bepleit in het non-paper hierover dat met uw Kamer is gedeeld2. Ook lijkt er steun te zijn voor een verplichting aan lidstaten om een nationaal centraal meldpunt in te richten. Het kabinet kan dit steunen, maar acht het hierbij wel van groot belang dat er voldoende flexibiliteit blijft om dit meldpunt in te richten op een manier die aansluit bij de bestaande nationale inrichting van meldstructuren. Hier blijft het kabinet zich in de laatste fase van de Raadsonderhandelingen voor inzetten.
Platform-to-Business(P2B)-verordening
Er lijken voldoende lidstaten te steunen dat in lijn met de kabinetsinzet bepaalde onderdelen van de Platform-to-Business(P2B)-verordening in stand blijven, zodat ondernemers die zakendoen op platforms op hetzelfde niveau beschermd blijven.
Datawetgeving
Over de voorgestelde wijzigingen van de datawetgeving was het kabinet bij het oorspronkelijke voorstel al grotendeels positief. Het Raadscompromis zal waarschijnlijk niet fundamenteel afwijken van de voorgestelde wijzigingen in het Commissievoorstel. Er lijkt onvoldoende steun om in lijn met de kabinetsinzet de bepalingen over data-altruïstische diensten en het opvragen van gegevens in noodsituaties te verwijderen. Het kabinet is positief dat er in ieder geval steun lijkt om deze bepalingen te versimpelen en verduidelijken.
Er is nog discussie in Raad over de gewijzigde bepalingen die het mogelijk maken datadeling te weigeren als er risico’s zijn op inbreuk op bedrijfsgeheimen. Het kabinet is positief over het Commissievoorstel op dit onderdeel en kan verdere verduidelijking van de bepalingen steunen. Het kabinet vindt het hierbij wel belangrijk dat er geen fundamentele wijzigingen worden gedaan en dat de verplichting om het weigeren van datadeling te onderbouwen en melden bij de toezichthouder blijft behouden.
AVG
Zoals uiteengezet in het BNC-fiche bij de Omnibus Digitaal (12 december 2025), is de Nederlandse inzet bij de Omnibusvoorstellen erop gericht om regelgeving te verduidelijken en stroomlijnen, terwijl de doelen van de wetgeving overeind blijven. De kabinetsinzet is daarom om voorstellen die verder gaan dan het verduidelijken, versimpelen en stroomlijnen te laten schrappen of door aanpassing, waar mogelijk en opportuun, aanvaardbaar te maken. Het kabinet zet zich daarom in om de gewijzigde definitie van persoonsgegevens te schrappen, evenals een speciale bepaling van een grondslag gerechtvaardigd belang voor AI, het artikel over residuele verwerking van bijzondere persoonsgegevens in AI-context en de bevoegdheid van de Commissie om zelf regels op te stellen over wanneer er sprake is van persoonsgegevens (in relatie tot pseudonimisering).
Bepaalde voorstellen zijn minder of zelfs in het geheel niet problematisch, bijvoorbeeld omdat deze voorstellen geen of geen wezenlijke afbreuk doen aan de bescherming van persoonsgegevens en met gerichte en realistische aanpassingen aanvaardbaar kunnen worden gemaakt, en tegelijkertijd bijdragen aan het reduceren van de ervaren regeldruk. Gedacht kan worden aan de voorgestelde wijzigingen in de meldplicht datalekken, of het voorstel om uniforme Europese lijsten op te stellen van situaties waarin een gegevensbeschermingseffectenbeoordeling (DPIA) wel of niet verplicht is. Ook omtrent de regulering van cookies zijn er oplossingen mogelijk die geen afbreuk doen aan het niveau van gegevensbescherming. Mede dankzij de kritische opinie van de EDPB en EDPS, vindt de Nederlandse inzet op belangrijke punten weerklank in de Raad. Dit neemt niet weg dat het krachtenveld in beweging is, en dat het resultaat ook op voor Nederland essentiële onderwerpen die raken aan het grondrecht, zoals het begrip persoonsgegevens en gerechtvaardigd belang en cookies, nog niet is bereikt. In het vervolg van deze brief ga ik nader in op een aantal door het kabinet in de Raad gedane tekstwijzigingsvoorstellen.
Definitie wetenschappelijk onderzoek
Het kabinet heeft in de Raad voorgesteld om de door de Commissie voorgestelde definitie van wetenschappelijk onderzoek te schrappen of anders significant te wijzigen om aan de zorgen tegemoet te komen. In de ogen van het kabinet is deze definitie te breed geformuleerd en niet in lijn met EDPB-richtsnoeren (05/2020) en een EDPS-opinie (6 januari 2020). Ook de EDPB en EDPS zijn kritisch en hebben wijzigingsvoorstellen gedaan. Nederland steunt deze voorstellen in de onderhandelingen. In deze voorstellen wordt onder meer toegevoegd dat wetenschappelijk onderzoek moet worden uitgevoerd op een autonome en onafhankelijke wijze, en dat dit nieuwe wetenschappelijke kennis genereert of bestaande wetenschappelijke aanvult, volgens een methodologische en systematische aanpak die consistent is met de normen van het betreffende wetenschappelijke vakgebied. Ook wordt toegevoegd dat wetenschappelijk onderzoek verifieerbare en transparante resultaten produceert. Deze voorstellen lijken in de Raad weerklank te vinden.
Bijzondere persoonsgegevens in AI-context
De Commissie heeft voorgesteld om een uitzondering te maken op het verwerkingsverbod van bijzondere persoonsgegevens voor «residuele» bijzondere persoonsgegevens bij de ontwikkeling en de exploitatie van een AI-systeem of AI-model. Dit zijn bijzondere persoonsgegevens die, ondanks het nemen van strikte technische en organisatorische maatregelen om te voorkomen dat zij worden verwerkt, onbedoeld worden verwerkt. Nederland heeft voorgesteld om deze bepaling te schrappen. De EDPB en EDPS uiten in hun opinie over de Digitale Omnibus echter begrip voor de voorgestelde uitzondering voor AI op het verwerkingsverbod. Onder lidstaten lijkt op dit moment onvoldoende draagvlak voor het schrappen van de voorgestelde uitzondering. Nederland heeft daarom – voor het geval dat een meerderheid van de lidstaten deze uitzondering wil handhaven – tekstvoorstellen gedaan ter verbetering van het voorstel. Volgens het Commissievoorstel is de gegevensverwerking toegestaan als het een «disproportionele inspanning» vergt om de gegevens te verwijderen, of als dit onmogelijk is. Nederland heeft voorgesteld om de uitzondering bij disproportionele inspanning te schrappen en de gegevensververwerking te beperken tot gevallen waarin het «technisch onmogelijk» is om de persoonsgegevens te verwijderen. Ook daarbuiten heeft Nederland tal van voorstellen gedaan om de reikwijdte van de uitzonderingen te reduceren. Het kabinet zal zich inspannen om het Raadscompromis zoveel mogelijk in lijn te brengen met de hierboven beschreven inzet en u informeren over het uiteindelijke compromis.
Misbruik van inzageverzoeken
Inzageverzoeken kunnen op grond van artikel 12(5) AVG worden afgewezen als deze «kennelijk ongegrond of buitensporig zijn, met name vanwege hun repetitieve karakter». In het Commissievoorstel is afwijzing daarnaast mogelijk bij «misbruik voor andere doeleinden dan de bescherming van zijn gegevens». Het kabinet ziet dat het Commissievoorstel kan leiden tot nieuwe onzekerheid over de reikwijdte van deze misbruikbepaling. Het kabinet is daarop kritisch, omdat onzekerheid het risico van een groter aantal juridische (klacht)procedures bij de toezichthouder met zich meebrengt. De EDPB en EDPS hebben voorgesteld om «misbruik» te specificeren als «abusive intention», wat aansluit bij de jurisprudentie van het Hof van Justitie en richtlijnen van de EDPB. Het kabinet steunt dit voorstel. Ook onder diverse andere lidstaten lijkt hiervoor draagvlak.
Geautomatiseerde individuele besluitvorming
Het huidige artikel 22 AVG formuleert nadrukkelijk een «recht» om niet te worden onderworpen aan geautomatiseerde besluitvorming. Het Commissievoorstel tot wijziging van artikel 22 AVG verwijst niet langer naar een «recht» en bevat een limitatieve opsomming van gevallen waarin geautomatiseerde besluitvorming is toegestaan. Met deze voorgestelde wijziging is niet beoogd dat de voorwaarden voor geautomatiseerde besluitvorming worden gewijzigd. De AP en het College voor de Rechten van de Mens hebben desalniettemin kritiek geuit op deze herformulering, en ook de EDPB en de EDPS zijn in hun opinie over de Omnibus Digitaal kritisch over de voorgestelde wijziging, die rechtsonzekerheid in de hand kan werken. Nederland deelt deze zorg en steunt het voorstel in de opinie van EDPB en EDPS om het artikel niet te wijzigen zoals voorgesteld door de Commissie. Voor dit standpunt lijkt in de Raad op dit moment steun te zijn. Daarnaast steunt het kabinet het voorstel van EDPB en EDPS om in een overweging te verduidelijken dat de toets op «noodzaak» inhoudt dat er geen andere even effectieve en minder ingrijpende middelen (geautomatiseerd of niet) beschikbaar mogen zijn voor de verwerkingsverantwoordelijke.
Commissiebevoegdheden
In het Commissievoorstel krijgt de Commissie de bevoegdheid om door middel van uitvoeringshandelingen bindende interpretaties te geven over pseudonimisering (en daarmee indirect over het begrip persoonsgegevens), gegevensbeschermingseffectbeoordelingen (in welke gevallen die verplicht zijn en het sjabloon) en de meldplicht datalekken (idem). Zoals in eerdere antwoorden op Kamervragen en in het BNC-fiche is toegelicht, is het kabinet niet overtuigd van de noodzaak om bevoegdheden van de onafhankelijke EDPB over te dragen aan de Commissie. Daarom heeft Nederland tekstvoorstellen gedaan om ervoor te zorgen dat de EDPB de bevoegdheid behoudt om richtlijnen over deze onderwerpen uit te vaardigen. Hoewel de onderhandelingen nog gaande zijn, lijken deze tekstvoorstellen weerklank te vinden bij andere lidstaten.
Gerechtvaardigd belang in AI-context
Nederland heeft bepleit om de door de Europese Commissie voorgestelde bepaling over de grondslag «gerechtvaardigd belang» in geval van AI te schrappen. Op dit onderwerp is op dit moment veel beweging in de Raad. Nederland zet erop in deze bepaling niet te laten terugkeren als een overweging. Ook een overweging kan ten onrechte de indruk wekken dat de grondslag «gerechtvaardigd belang» standaard aanwezig is bij AI. Een overweging mag geen afbreuk doen aan de voorwaarden voor gerechtvaardigd belang.
Diverse (technische) verbeteringen
Nederland heeft tal van tekstvoorstellen gedaan op technische punten of op het gebied van de wetgevingskwaliteit. Diverse voorstellen vinden weerklank in de Raad. Een concreet voorbeeld is de meldplicht datalekken, waarbij Nederland heeft voorgesteld om niet alleen een lijst te verplichten van omstandigheden die erop wijzen dat melding verplicht is, maar ook een lijst van omstandigheden ter verduidelijking van wanneer een melding niet verplicht is (artikel 33, zesde lid).
Akkoord Omnibus AI
Uw Kamer heeft verzocht om een addendum op het BNC-fiche over de Omnibus AI en Omnibus Digitaal met een tabel over de huidige AI Act, het commissievoorstel, het Raadsmandaat, de EP-positie, het akkoord en de Nederlandse inzet. Uw Kamer is middels het BNC-fiche en Kamerbrieven op 9 maart jl. en 13 mei jl. al geïnformeerd over het Commissievoorstel, de kabinetsinzet, het Raadsmandaat en het akkoord. Hierin is duidelijk beschreven hoe de kabinetsinzet, het Commissievoorstel, het Raadsmandaat en het akkoord zich tot elkaar verhouden.
Vervolg
Zoals in deze brief beschreven lijkt het kabinet op verschillende belangrijke punten binnen de Raad op steun te kunnen rekenen. Tegelijk is onzeker of die steun behouden blijft en zijn er verschillende punten waar nog discussie over is. In de laatste fase van de Raadsonderhandelingen kan er nog veel veranderen. Het kabinet zal zich blijven inspannen om het Raadscompromis zoveel mogelijk in lijn te brengen met de hierboven beschreven inzet en u informeren over het uiteindelijke compromis.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-4382.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.