22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 4343 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2026

13 maart jl. heeft het Cypriotisch voorzitterschap van de lidstaten het mandaat gekregen om met het Europees Parlement te onderhandelen over de Omnibus AI.1 Op 6 mei is er een akkoord bereikt in de trilogen over de Omnibus AI. De voor het kabinet belangrijke onderdelen van het Raadscompromis, zoals op 6 maart jl. met uw Kamer gedeeld,2 blijven in het akkoord behouden. Het kabinet is dan ook positief over het bereikte akkoord. In het akkoord is een substantieel element aan de Omnibus AI toegevoegd. Daarom informeer ik uw Kamer hierover, conform de gemaakte informatie-afspraken.

Omnibus Digitaal & AI: tijdslijn

De onderdelen van de omnibussen bevinden zich in verschillende fasen van de onderhandelingen. De Omnibus AI is het verst gevorderd. Hierop is een Raadsmandaat behaald en de trilogen zijn eind maart van start gegaan. Tijdens de triloog van 28 april is het niet gelukt om tot een akkoord te komen. Dit zag in het bijzonder op de verplaatsing van onderdelen van bijlage I van de AI-verordening naar sectorale wetgeving, wat ik hieronder nader toelicht. Vervolgens is tijdens de triloog van 6 mei wel gelukt om tot een akkoord te komen op de Omnibus AI. Met het triloogakkoord zijn de onderhandelingen over deze omnibus nu afgerond. Naar verwachting start binnenkort de juristen-linguïsten fase voor de Engelse en Nederlandse taalversies van het voorstel.

Op de Omnibus Digitaal is nog geen Raadsmandaat behaald. Op alle onderdelen zijn de inhoudelijke behandelingen in de Raad gestart.

Omnibus Digitaal & AI: krachtenveld

In het algemeen is er breed draagvlak onder de lidstaten voor het verlagen van regeldruk en voor de omnibussen. Dit is meermaals uitgesproken door regeringsleiders en bevestigd in de conclusies van de Europese Raad.

Het kabinet heeft de afgelopen maanden gewerkt aan het smeden van coalities met gelijkgestemde lidstaten op de verschillende onderwerpen. Dit is overwegend voorspoedig gegaan en tot nu toe zijn veel van de Nederlandse standpunten overgenomen. Voor het pauzeren van bepaalde onderdelen om een impact assessment te kunnen maken, is onvoldoende steun.

Omnibus Digitaal & AI: regeldrukeffecten

Voor de omnibussen presenteert de Commissie in het algemeen geen impact assessments, omdat het gaat om urgente aanpassingen van politiek belang, die te veel vertraging zouden oplopen als er een volledig impact assessment moet worden uitgevoerd. De analyse en onderbouwing van de voorstellen wordt middels een Staff Working Document gedeeld.

In dit Staff Working Document wordt voor een deel van de maatregelen de effecten op regeldruk onderbouwd en gekwantificeerd. Deze onderbouwing bouwt voort op de al eerder uitgevoerde impact assessments van de onderliggende wetgeving. Het kabinet is kritisch op onderdelen van de omnibussen waarvoor geen onderbouwing en kwantificering wordt aangedragen.

Omnibus AI: verplaatsing sectorale regelgeving

Het kabinet vond het verplaatsen van wetgeving uit Sectie A naar Sectie B in Annex I onwenselijk, omdat daardoor sectoren niet direct onder de verplichtingen van de AI-verordening vallen. Volgens het kabinet brengt dit naar verwachting onduidelijkheid met zich mee voor betrokken sectoren, zal dit voor (forse) vertraging zorgen en kan het ervoor zorgen dat specifieke eisen voor AI-systemen zoals de kwaliteit van data, databeheer en menselijke tussenkomst überhaupt niet worden getoetst voor deze systemen. Tijdens CRP-II van 29 april jl. was het verplaatsen van sectorale wetgeving het breekpunt waardoor geen akkoord bereikt kon worden.

Nederland heeft een door Spanje opgesteld non-paper, waarin gepleit wordt tegen het verplaatsen van de sectorale wetgeving in Annex I sectie A naar sectie B, medeondertekend. Ook een aantal andere lidstaten hebben tijdens raadswerkgroepen aangegeven positief tegenover dit non-paper te staan.

Na het mislukken van de triloog-onderhandelingen op 28 april jl., heeft Nederland tijdens de CRP-II van 6 mei jl. geen bezwaar gemaakt tegen het compromisvoorstel om van de sectorale wetgeving in Annex 1, Sectie A, alleen de Machinerichtlijn naar Annex I, Sectie B, te verplaatsen. Dit was een belangrijk punt voor andere lidstaten en het Europees Parlement. Door de druk vanuit deze lidstaten om dit specifieke punt wel aangepast te krijgen verschoof het krachtenveld op dit onderwerp snel in aanloop naar de bijeenkomst van 6 mei. Voor de verplaatsing van de Machinerichtlijn zijn in het uiteindelijke triloogakkoord waarborgen opgenomen om ervoor te zorgen dat de AI-specifieke eisen uit de AI-verordening ook verwerkt zullen worden in de Machinerichtlijn zelf. De opname van deze waarborgen was voor Nederland een belangrijk punt. Een spoedig akkoord op de Omnibus AI was ook wenselijk gezien de naderende implementatiedeadline van 2 augustus 2026 voor de inwerkingtreding van bepalingen van de AI-verordening en het belang van een nieuw verbod op seksuele deepfakes.

Omnibus AI: Een verbod op AI-systemen die seksuele of naaktbeelden van natuurlijke personen of materiaal van seksueel kindermisbruik kunnen genereren

Er is één substantieel element toegevoegd aan het Raadscompromis nadat wij uw Kamer hebben geïnformeerd, namelijk een bestuursrechtelijk verbod om AI-systemen op de markt te brengen die het mogelijk maken om materiaal van seksueel kindermisbruik of naaktbeelden zonder toestemming van de afgebeelde («deep nudes») te vervaardigen, manipuleren of reproduceren. Ook het Europees Parlement heeft recent voor een vergelijkbaar verbod gestemd.3 Bij de onderhandelingen heeft Nederland aandacht gevraagd voor de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, reikwijdte en effectiviteit van deze verbodsbepaling.

Ik blijf uw Kamer, conform de gemaakte informatieafspraken, informeren over de vervolgstappen in beide onderhandelingen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts

Naar boven