22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 3315 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 februari 2022

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 11 fiches die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).

Fiche: Mededeling en Richtlijn milieucriminaliteit (Kamerstuk 22 112, nr. 3312)

Fiche: Verordening aanpak instrumentalisering op het gebied van migratie en asiel (Kamerstuk 22 112, nr. 3313)

Fiche: Richtlijn en verordening voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof («Waterstof en gas decarbonisatiepakket») (Kamerstuk 22 112, nr. 3314)

Fiche: Wijziging verordening Europees systeem van nationale en regionale rekeningen

Fiche: Raadsaanbeveling rechtvaardige klimaattransitie (Kamerstuk 22 112, nr. 3316)

Fiche: Raadsaanbeveling Europese benadering microcredentials (Kamerstuk 22 112, nr. 3317)

Fiche: Mededeling Duurzame koolstofcycli (Kamerstuk 22 112, nr. 3318)

Fiche: Mededeling actieplan grensoverschrijdend en langeafstandspersonenvervoer per spoor (Kamerstuk 22 112, nr. 3319)

Fiche: Mededeling EU-Kader voor Stedelijke Mobiliteit (Kamerstuk 22 112, nr. 3320)

Fiche: Verordening trans-Europese transportnetwerken (TEN-T) en mededeling verlenging van TEN-T netwerk naar naburige derde landen (Kamerstuk 22 112, nr. 3321)

Fiche: Herziening Richtlijn Intelligente Transport Systemen (Kamerstuk 22 112, nr. 3322)

De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra

Fiche: Wijziging verordening Europees systeem van nationale en regionale rekeningen

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 549/2013 en tot intrekking van elf wetgevingsbesluiten op het gebied van nationale rekeningen.

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    december 2021

  • c) Nr. Commissiedocument

    COM (2021)776

  • d) EUR-lex

    https://eur-lex.Europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52021PC0776

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing

    Niet opgesteld

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad Algemene Zaken

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in nauwe samenwerking met het Ministerie van Financiën.

  • h) Rechtsbasis

    Artikel 338, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)

  • i) Besluitvormingsprocedure Raad

    Gekwalificeerde meerderheid

  • j) Rol Europees Parlement

    Medebeslissing

2. Essentie voorstel

a) Inhoud voorstel

Verordening (EU) 549/20131 is het bestaande rechtskader voor de opstelling van statistieken in het kader van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (hierna «ESR 2010»).

Het ESR 2010 wordt gebruikt als internationaal2 raamwerk voor een systematische en uitvoerige beschrijving van een totale economie (een regio, land of een groep van landen), alsmede de elementen waaruit deze economie is opgebouwd en haar betrekkingen met andere economieën. Het ESR 2010 is het referentiekader voor tal van belangrijke economische indicatoren, nodig voor de beleidsvorming en economische analyses door de Unie en de lidstaten, zoals onder meer het bruto binnenlands product (bbp3). De gegevens van het ESR 2010 worden eveneens gebruikt voor administratieve doeleinden, zoals onder andere het bepalen van de afdrachten van de lidstaten aan de eigen middelen van de EU (op basis van het bruto nationaal inkomen), de berekening van het EMU-tekort en de EMU-schuld in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten in verband met het Stabiliteits- en Groeipact (SGP).

Het ESR 2010 bestaat uit een methodologisch kader (bijlage A) inzake gemeenschappelijke normen, definities, classificaties en registratieregels voor de opstelling van vergelijkbare rekeningen en tabellen voor de doeleinden van de Unie alsmede het leveringsprogramma (bijlage B). Hierin zijn gedetailleerd de leveringsverplichtingen van de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) vastgesteld, zoals de variabelen, de tabellen, de rekeningen en de bijbehorende termijnen voor de indiening van de gegevens. Dit voorstel beoogt bijlage A en B van de bestaande verordening te wijzigen en elf rechtshandelingen die niet langer relevant zijn in te trekken. De wijzigingsvoorstellen ten opzichte van de huidige verordening zijn opgenomen in bijlage 1 en 2, en de lijst van de elf in te trekken rechtshandelingen is opgenomen in bijlage 3 bij het voorstel.

Het eerste doel van het voorstel is het wijzigen van bijlage A. Het ESR 2010 wordt hiermee in overeenstemming gebracht met de in 2018 aangepaste COICOP4 classificatie. Tevens wordt ook van deze gelegenheid gebruik gemaakt om bijlage A aan te passen om kleine inconsistenties in de tekst die tijdens de uitvoering ervan in de lidstaten zijn geconstateerd, te corrigeren.

Het tweede doel van het voorstel is het wijzigen van bijlage B. Ten opzichte van het huidige ESR 2010 worden de leveringsverplichtingen van de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) op een aantal onderdelen uitgebreid.

Deze hebben betrekking op statistieken over de overheidsfinanciën, zoals bijvoorbeeld gedetailleerde gegevens over de transacties met instellingen en organen van de Europese Unie en gegevens over de structuur van de brutooverheidsschuld. Daarnaast voorziet het voorstel in een verbetering van de tijdigheid van de leveringstermijn van bepaalde gegevens, zoals onder andere de jaargegevens ten aanzien van de financiële rekeningen per sector en de jaargegevens over de uitgaven van de overheid naar functie (COFOG5). Tevens wordt met dit voorstel de consistentie van de gegevens tussen de tabellen versterkt, met name door wijziging van de termijnen voor de indiening van gegevens van de niet-financiële rekeningen per sector op kwartaalbasis.

Verder wordt bijlage B uitgebreid en regelt het voorstel de levering van gegevens aan de Commissie (Eurostat) die op dit moment niet verplicht zijn, zoals de niet-financiële rekeningen van de overheid op kwartaalbasis. Tevens wordt de vrijwillige levering van flashramingen6 van het bbp en de werkgelegenheid in de verordening opgenomen. Bovendien bevat het voorstel op hoofdlijnen voorschriften ten aanzien van de verbetering van de beschikbaarheid van metagegevens7 van de nationale rekeningen.

Als derde doel regelt het voorstel het intrekken van elf bestaande rechtshandelingen die betrekking hebben op het voormalige Europees systeem van rekeningen (ESR 1995). Sinds de inwerkingtreding van het huidige ESR 2010 en verordening (EU) 2019/5198 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen zijn de maatregelen voortkomend uit deze elf rechtshandelingen vervangen door het ESR 2010.

b) Impact assessment Commissie

De Commissie heeft voor dit voorstel geen impact assessment opgesteld.

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Op dit moment levert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van verordening (EU) 549/2013 reeds gegevens over de nationale en regionale rekeningen aan de Commissie (Eurostat). Daarnaast zijn er gegevens die op dit moment niet verplicht zijn, maar die het CBS op basis van een herenakkoord aan de Commissie (Eurostat) levert, zoals bijvoorbeeld de niet-financiële rekeningen van de overheid op kwartaalbasis en de flashramingen voor het bbp en werkgelegenheid.

Het kabinet erkent de noodzaak van coördinatie voor de beleidsvorming en het evalueren van de voortgang van het economisch en monetair beleid in de Unie en vindt het van belang dat hiervoor geharmoniseerde statistische gegevens van hoge kwaliteit in de gehele EU kunnen worden samengesteld.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Het kabinet steunt op hoofdlijnen het doel en de inhoud van het voorstel. Het kabinet onderschrijft het belang van de voorgestelde wijzigingen, zoals onder andere het opnemen van de nieuwe COICOP 2018 classificatie, de uitbreiding van de statistieken over de overheidsfinanciën9 en de verbetering van de tijdigheid10, van de levering van bepaalde gegevens. Deze zijn volgens het kabinet op EU-niveau nodig voor de coördinatie, de beleidsvorming en het evalueren van de voortgang van het economisch en monetair beleid. Daarnaast staat het kabinet positief tegenover het voorstel om de bestaande, maar de nog niet verankerde, statistische gegevens, zoals de niet-financiële rekeningen van de overheid op kwartaalbasis en de flashramingen voor het bbp en werkgelegenheid, op te nemen in de verordening. Dit doet volgens het kabinet recht aan de reeds bestaande verstrekking van deze gegevens op basis van een herenakkoord, en levert daarmee een essentiële bijdrage die de lidstaten en de Unie in staat stelt vergelijkbare statistische gegevens van hoge kwaliteit samen te stellen.

Het kabinet erkent weliswaar de noodzaak voor de verbetering van de beschikbaarheid van metagegevens van de nationale rekeningen, maar staat echter terughoudend tegenover de wijze waarop de Commissie hieraan invulling wenst te geven, omdat het voorstel niet concreet maakt wat de daadwerkelijk in de toekomst aan de Commissie te verstrekken gegevens moeten zijn. Het voorstel laat daarom volgens het kabinet met betrekking tot de specifieke invulling van de verplichtingen te veel ruimte over aan de Commissie, omdat de reikwijdte onvoldoende is afgebakend. Hierdoor zijn de gevolgen op dit moment nog onduidelijk.

Afhankelijk van de toekomstige invulling door de Commissie, zou dit kunnen leiden tot een verdere uitbreiding van de rapportagelast en additionele capaciteitsinzet. Het kabinet kan hier niet zonder meer mee akkoord gaan, omdat het hierin een risico ziet voor een verzwaring van de rapportageverplichtingen. Het kabinet is voorstander van het verstrekken van een beperkte hoeveelheid aan metagegevens. Het kabinet zal dit punt in de onderhandelingen aankaarten.

Op basis van het onderhavige voorstel moeten er extra gegevens worden geleverd en worden er een aantal reeds bestaande vrijwillige gegevensleveringen aan de Commissie (Eurostat) verplicht gesteld. Daarnaast wordt de leveringsfrequentie van een aantal gegevens verhoogd. De cumulatie van een aantal van de bovengenoemde maatregelen veroorzaakt additionele uitvoeringskosten voor de rijksoverheid. Zowel uit het oogpunt van de beperking van de uitvoeringskosten als vanuit het oogpunt van kosteneffectiviteit vindt het kabinet het van essentieel belang dat een nog verdere toename van leveringsverplichtingen zoveel als mogelijk wordt vermeden.

Bij de onderhandelingen in Brussel zal de Nederlandse inzet, in samenwerking met andere lidstaten, erop gericht zijn te voorkomen dat de leveringsverplichtingen verder toenemen dan noodzakelijk om de kosten zo laag mogelijk te houden. Het kabinet zal bij de behandeling van het voorstel hierbij per geval een afweging maken op basis van de Nederlandse belangen, het voorziene krachtenveld en de haalbaarheid.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

De inschatting is dat een groot aantal lidstaten het voorstel van de Commissie op hoofdlijnen zal steunen, maar daarbij mogelijk wel een aantal aandachtspunten zal hebben op de voorstellen ten aanzien van de uitbreidingen. De Commissie economische en monetaire zaken (ECON) van het Europees Parlement zal het voorstel gaan behandelen. Er is op dit moment door het Europees Parlement nog geen formeel standpunt ingenomen en de rapporteur is thans nog niet bekend. De verwachting is dat het Europees Parlement positief zal staan tegenover het initiatief van de Commissie.

4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

a) Bevoegdheid

Het kabinet beoordeelt de bevoegdheid positief. Het voorstel is gebaseerd op artikel 338, lid 1 VWEU. Op grond van dit artikel is de EU bevoegd maatregelen aan te nemen voor de opstelling van statistieken wanneer dat voor de vervulling van de taken van de EU nodig is. Dit is volgens het kabinet de juiste rechtsgrondslag. Er is hierbij sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en lidstaten (artikel 4, lid 1, VWEU).

b) Subsidiariteit

Het subsidiariteitsoordeel is positief. Het doel van de verordening is het herzien en aanvullen van de bestaande gemeenschappelijke voorschriften over het verzamelen en opstellen van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen.

Omdat het gaat over de productie van geharmoniseerde en vergelijkbare statistieken op EU-niveau, nodig voor de coördinatie, de beleidsvorming en het evalueren van de voortgang van het economisch en monetair beleid, kan dit niet op een afdoende wijze door de lidstaten afzonderlijk worden bereikt en kan dit volgens het kabinet beter op EU-niveau worden verwezenlijkt. Bovendien kan een wijziging van bestaande EU-regelgeving alleen op EU-niveau plaatsvinden. Optreden op EU-niveau is daarom gerechtvaardigd.

c) Proportionaliteit

Het oordeel ten aanzien van de proportionaliteit is positief. Het kabinet ondersteunt op hoofdlijnen het voorstel voor de wijziging van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen en het intrekken van bestaande regelgeving die niet langer relevant is. Het kabinet is van mening dat de voorgestelde wijzigingen zoals onder andere het opnemen van de nieuwe COICOP 2018 classificatie, de uitbreiding van de statistieken van de overheidsfinanciën en de verbetering van de tijdigheid van bepaalde gegevens een belangrijke bijdrage leveren aan de beleidsvorming en het evalueren van de voortgang van het van het economisch en monetair beleid, waardoor het voorgestelde optreden geschikt is om de doelstelling ervan te verwezenlijken. Daarnaast is het kabinet van mening dat een verordening het juiste instrument is, aangezien hierdoor in de gehele EU hetzelfde kader kan gelden, zodat de productie van kwalitatief hoogwaardige en vergelijkbare gegevens over de nationale en regionale rekeningen op EU-niveau worden gegarandeerd. Het voorgestelde optreden gaat bovendien niet verder dan noodzakelijk om de doelstelling van het optreden te bereiken, omdat de maatregelen beperkt blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor de coördinatie van beleidsvorming en het evalueren van de voortgang van het economisch en monetair beleid. Het kabinet zal echter wel aandacht vragen voor het zoveel mogelijk vermijden van een nog verdere toename van de leveringsverplichtingen.

5. Financiële consequenties, gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

a) Consequenties EU-begroting

Dit voorstel heeft volgens de Commissie geen consequenties voor de EU-begroting. Daarom is het voorstel niet voorzien van een financieel memorandum. Indien er toch gevolgen zijn voor de EU-begroting, is het kabinet van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of medeoverheden

Alhoewel het CBS al gegevens over de nationale en regionale rekeningen op basis van de bestaande verordening aan de Commissie (Eurostat) levert, leidt het onderhavige voorstel tot additionele uitvoeringskosten. Deze zijn onder andere het gevolg van een uitbreiding van onderdelen van de bestaande verordening (EU) 549/2013, inclusief de verhoging van de leveringsfrequentie van bepaalde gegevens, de levering van nog niet wettelijk verplichte statistische gegevens.

Ten opzichte van de huidige verordening heeft de uitbreiding betrekking op de statistieken over de overheidsfinanciën, door bijvoorbeeld de toevoeging van verplichte onderdelen, zoals gegevens over de transacties met instellingen en organen van de EU in (tabel 2 van bijlage 2).

Daarnaast worden de thans vrijwillige driemaandelijkse leveringen over de niet-financiële rekeningen van de overheid in het verplichte leveringsprogramma opgenomen (tabel 25 van bijlage B). Hierdoor moeten deze statistieken vervolgens gaan voldoen aan de hoge kwaliteitscriteria die de verordening voorschrijft. Bovendien wordt ten opzichte van de huidige verordening een geheel nieuwe tabel in het leveringsprogramma opgenomen (Tabel 28A van bijlage B). Deze tabel heeft betrekking op de levering van gegevens over de structuur van de brutooverheidsschuld («Maastrichtschuld») en vervangt onder andere de huidige jaarlijkse Eurostat vragenlijst «structure of debt». Met het integreren van deze nieuwe tabel wordt tevens de frequentie van de levering aan de Commissie (Eurostat) verhoogd van een keer per jaar naar twee keer per jaar en moeten de gegevens vervolgens gaan voldoen aan de hoge kwaliteitscriteria die de verordening voorschrijft. Door de voorgestelde vervanging van de bestaande COICOP classificatie naar de nieuwe COICOP 2018 classificatie, moeten bestaande verzamel- en productieprocessen voor de samenstelling van statistische gegevens worden aangepast en deze veroorzaken eveneens additionele uitvoeringskosten.

Om aan de uitbreiding van de verplichtingen te voldoen zoals ze in het voorstel staan weergegeven is de voorlopige inschatting dat dit voor het CBS in de jaren 2023–2025 eenmalige investeringen zou kunnen vergen van circa € 163.000 in 2023, € 252.000 in 2024, € 326.000 in 2025 en dat vanaf 2026 jaarlijks een structurele intensivering van € 311.000 nodig zou kunnen zijn. Dit wordt conform de regels voor de budgetdiscipline ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijk departement.

De genoemde bedragen zijn exclusief de omvang van de kosten die kunnen voortkomen als gevolg van de voorgestelde maatregelen voor de verbetering van de beschikbaarheid van de metagegevens van de nationale rekeningen, omdat nadere details van de daadwerkelijk in de toekomst te verstrekken gegevens op dit moment nog niet is geconcretiseerd. Op basis van een eerste voorlopige inschatting zou een intensivering tussen minimaal 0,5 fte en maximaal 2,0 fte nodig kunnen zijn.

De budgettaire gevolgen voor de Rijksbegroting dienen te worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels voor de budgetdiscipline.

c) Financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk bedrijfsleven en burger

Dit voorstel heeft geen financiële consequenties en geen gevolgen voor de regeldruk voor het bedrijfsleven en burgers.

d) Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

Niet van toepassing.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

Niet van toepassing.

b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan

Niet van toepassing.

c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid.

Deze verordening treedt in werking op de 20e dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie en is van toepassing met ingang van 1 september 2024. Het kabinet acht dit haalbaar.

d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

Geen

e) Constitutionele Toets

Niet van toepassing.

7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving

In artikel 4 van de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek is bepaald dat het CBS op nationaal niveau belast is met de productie van statistieken ter uitvoering van bindende rechtshandelingen van de Europese Unie. Het CBS dient de statistische resultaten in bij de Commissie (Eurostat). De onderhavige voorstellen leiden vanwege de voorgestelde uitbreidingen tot extra rapportageverplichtingen voor het CBS aan de Commissie (Eurostat). Als gevolg hiervan kan de verordening niet zonder additionele initiële en structurele financiering door het CBS worden uitgevoerd.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen.


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2013/549.

X Noot
2

Het ESR 2010 is in 2014 van kracht geworden. De structuur van het ESR 2010 is consistent met de mondiale richtlijnen voor de nationale rekeningen, als bepaald in het Systeem van nationale rekeningen 2008 (System of National Accounts 2008 – 2008 SNA), afgezien van bepaalde verschillen in presentatie en de hogere precisiegraad van sommige ESR 2010-begrippen die voor specifieke EU doeleinden worden gebruikt. Deze richtsnoeren zijn opgesteld onder de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties (VN), het Internationaal Monetair Fonds (IMF), het Bureau voor de statistiek van de Europese Unie (Eurostat), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Wereldbank. Het ESR 2010 is gericht op de situatie en informatiebehoeften in de EU. Het ESR 2010 fungeert als het centrale referentiekader voor de sociale en economische statistiek van de EU en haar lidstaten.

X Noot
3

Het bbp is de meest gebruikte maatstaf voor de totale omvang van een economie, terwijl afgeleide indicatoren zoals het bbp per hoofd van de bevolking veelvuldig worden gebruikt om materiële levensstandaarden te vergelijken of om de economische convergentie of divergentie binnen de EU te monitoren. Bovendien geven bbp-componenten en gerelateerde indicatoren – zoals die voor de productie, invoer, uitvoer, binnenlandse (private en publieke) consumptie of investeringen – waardevolle inzichten in de belangrijkste drijvende krachten achter de economische activiteit en vormen zij aldus een basis voor het ontwerpen en evalueren van, en het houden van toezicht op, specifiek Unie-beleid.

X Noot
4

Het ESR 2010 is gebaseerd op internationaal erkende statistische classificaties, die de vergelijkbaarheid van gegevens tussen landen waarborgen. Deze classificaties worden periodiek bijgewerkt om de relevantie ervan voor gebruikers te verbeteren. De classificatie van individueel verbruik per doel (COICOP) is in 2018 aangepast. COICOP is de afkorting voor Classification of Individual consumption by purpose en wordt door de Verenigde Naties vastgesteld. De COICOP is een statistische classificatie voor de indeling van goederen-en diensten.

X Noot
5

COFOG – Classification of the Functions of Government – is een internationale standaardclassificatie van verschillende overheidsuitgaven naar functie. Defensie is daar één van; andere functies zijn bijvoorbeeld onderwijs of volksgezondheid.

X Noot
6

Flashraming zijn de resultaten van de eerste berekening

X Noot
8

Verordening (EU) 2019/516 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen en tot intrekking van Richtlijn 89/130/EEG, Euratom van de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad (bni-verordening). https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2019/516/oj

X Noot
9

Ten opzichte van de huidige leveringsverplichtingen heeft de uitbreiding betrekking op de statistieken over de overheidsfinanciën, door bijvoorbeeld de toevoeging van verplichte onderdelen, zoals gegevens over de transacties met instellingen en organen van de Europese Unie in (tabel 2 van bijlage 2). Daarnaast worden de thans vrijwillige driemaandelijkse leveringen over de niet-financiële rekeningen van de overheid in het verplichte leveringsprogramma opgenomen (tabel 25 van bijlage B). Hierdoor moeten deze statistieken gaan voldoen aan de hoge kwaliteitsnormen die de verordening voorschrijft. Bovendien wordt ten opzichte van de huidige verordening een geheel nieuwe tabel in het ESR 2010 leveringsprogramma opgenomen (Tabel 28A van bijlage B). Deze tabel heeft betrekking op de levering van gegevens over de structuur van de brutooverheidsschuld («Maastrichtschuld») en vervangt onder andere de huidige jaarlijkse Eurostat vragenlijst «structure of debt». Met het integreren van de nieuwe tabel wordt tevens de frequentie van de levering aan de Commissie (Eurostat) verhoogd van een keer per jaar naar twee keer per jaar en moeten de gegevens gaan voldoen aan de hoge kwaliteitscriteria.

X Noot
10

De verbetering van de tijdigheid van de leveringstermijn van bepaalde gegevens, zoals onder andere de jaargegevens ten aanzien van de financiële rekeningen per sector en de jaargegevens over de uitgaven van de overheid naar functie (COFOG).

Naar boven