Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202022112 nr. 2833

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2833 VERSLAG VAN EEN WERKBEZOEK VAN DE RAPPORTEURS TRANSPARANTIE AAN DE VENETIË-COMMISSIE VAN DE RAAD VAN EUROPA

Vastgesteld 30 oktober 2019

Op donderdag 10 oktober 2019 hebben de rapporteurs transparantie van de Tweede Kamer, de leden Omtzigt (CDA) en Leijten (SP), een werkbezoek gebracht aan de Europese Commissie voor Democratie door Recht (ook wel de Venetië-Commissie genoemd) van de Raad van Europa. Zij waren hiertoe uitgenodigd, nadat de Tweede Kamer op 5 juni 2019 een adviesaanvraag had ingediend bij de Venetië-Commissie over mogelijke tekortkomingen en mogelijke verbeteringen bij de democratische controle in de Europese Unie en de Eurozone door het Nederlands parlement. Het bezoek werd afgelegd in het kader van de kennisagenda van de commissie Europese Zaken. De delegatie werd ambtelijk ondersteund door de Parlementair Vertegenwoordiger van de Tweede Kamer in Brussel, mevrouw Timmer. De delegatie brengt als volgt verslag uit van dit werkbezoek.

Tijdens een bijeenkomst van het «Enlarged Bureau» van de Venetië-Commissie hebben beide rapporteurs transparantie de adviesaanvraag toegelicht. Zij benadrukten dat wanneer leden van het Nederlandse parlement informatie krijgen over EU-wetgeving, zij de Nederlandse regering niet kunnen houden aan artikel 68 (recht op informatie van de regering en actieve informatieplicht van regering aan parlement) en artikel 66 (openbare behandeling) van de Nederlandse Grondwet, omdat de zogenaamde «limité» documenten van de Raad van de Europese Unie niet openbaar besproken mogen worden. Zij lichtten toe dat vaak zeer technische teksten uit Europese wetgeving niet voorgelegd kunnen worden aan derden voor advies. Ook is niet duidelijk op welke wijze de Nederlandse regering in EU-gremia stemt, met name niet tijdens informele stemmingen. Daarnaast is er nauwelijks democratische controle op de Eurogroep, die zelf geen intern reglement van orde heeft en in de verdragen ook niet voorkomt. In COSAC-verband is samengewerkt met andere nationale parlementen: er is eind 2017 een brief gestuurd namens meer dan 20 kamers van nationale parlementen aan de EU-instellingen. Ook zijn ervaringen omtrent controle op regeringen inzake Europese wetgeving uitgewisseld. Sommige parlementen hebben weliswaar toegang tot informatie maar discussiëren met hun regering achter gesloten deuren. Volgens de rapporteurs maakt dit het proces nog niet transparant. Het gebrek aan toegang van een breder publiek, waaronder onderzoekers en journalisten, tot concept-Europese wetgeving leidt tot zorgen over de kwaliteit van wetgeving, aldus de rapporteurs transparantie.

Deze adviesaanvraag was al tweemaal eerder ter sprake gekomen in het Enlarged Bureau, waarna de conclusie was dat gezien het mandaat en de opdracht van de Venetië-Commissie er geen advies uitgebracht kon worden in deze situatie omdat deze subcommissie van de Raad van Europa geen uitspraken kan doen over andere Europese instellingen. In reactie op de toelichting van de leden Omtzigt en Leijten is vanuit het Enlarged Bureau van de Venetië-Commissie echter het aanbod gedaan om, voor zover dit nog niet beschikbaar is, een vergelijkende studie uit te voeren naar parlementaire controlemechanismen bij het toezicht op EU-activiteiten. Hierop is door de rapporteurs verzocht om duidelijke aanbevelingen op te nemen en ook de Eurogroep mee te nemen in het onderzoek. De plenaire sessie van de Venetië-Commissie heeft vervolgens op vrijdag 11 oktober 2019 op advies van het Enlarged Bureau besloten een vergelijkende studie uit te voeren naar nationale mechanismen van parlementair toezicht op EU-activiteiten, indien dit toegevoegde waarde levert met het oog op al bestaand wetenschappelijk onderzoek hierover. Op 6 december 2019 is de Venetië-Commissie voornemens definitief hierover te besluiten.

En marge van dit werkbezoek hebben beide leden gesprekken gevoerd met de voorzitter van de Venetië-Commissie van de Raad van Europa, de heer Gianni Buquicchio, de directeur van het bureau van de Venetië-Commissie, de heer Thomas Markert, en met de betreffende rapporteurs van de Venetië-Commissie, de heren Kaarlo Tuori en Richard Barrett, over rechtsstatelijkheid in respectievelijk Malta en Polen.

De rapporteurs,

Omtzigt

Leijten