22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2351 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2017

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij twee fiches, die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche: Mededeling duurzame ontwikkeling van de blauwe economie in het westelijke Middellandse Zeegebied

Fiche: Mededeling bescherming migrerende kinderen (Kamerstuk 22 112, nr. 2352)

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Fiche: Mededeling duurzame ontwikkeling van de blauwe economie in het westelijke Middellandse Zeegebied

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Initiatief voor de duurzame ontwikkeling van de blauwe economie in het westelijke Middellandse Zeegebied.

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    21 april 2016

  • c) Nr. Commissiedocument

    COM (2017) 183

  • d) EUR-Lex

    http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?qid=1493799408576&uri=CELEX:52017DC0183

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

    Niet opgesteld

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad Algemene Zaken.

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Infrastructuur en Milieu

2. Essentie voorstel

De betrokken landen1 zien meerwaarde in een maritieme samenwerkingsstrategie op sub-regionaal niveau. Ze willen hun krachten op het gebied van maritiem bestuur bundelen, zodat dit kan leiden tot coördinatie van de actie, doeltreffender gebruik van de instrumenten en optimale benutting van fondsen en financieringsinstrumenten. Hiermee kan mogelijk een hefboomwerking worden gecreëerd die zorgt voor meer particuliere investeringen, onder meer door middel van het onlangs door de EU gelanceerde Investeringsplatform voor het nabuurschap2.

Het initiatief draagt er aan bij dat de EU en haar buurlanden over de grenzen heen samen kunnen werken aan:

  • meer veiligheid en beveiliging,

  • de bevordering van duurzame blauwe groei en banen, en

  • het behoud van de ecosystemen en de biodiversiteit in het westelijke Middellandse Zeegebied.

De landen hebben de moeilijkheden waar de regio mee te kampen geïdentificeerd: een aanhoudende economische en financiële crisis met een hoge jeugdwerkloosheid in verscheidene landen, toenemende verstedelijking van kustgebieden, overbevissing, vervuiling van de zee en de vluchtelingencrisis. Ook onder de klimaatverandering heeft de regio erg te lijden en de stijging van de zeespiegel vormt een grote bedreiging voor de kustecosystemen en -economieën. Die druk zal nog toenemen door andere factoren, zoals bevolkingsgroei en vergrijzing, migratie en de voortschrijdende mondialisering.

Er zijn tien prioritaire actielijnen ontwikkeld om deze moeilijkheden in samenhang aan te pakken. Het gaat onder meer om samenwerking tussen kustwachten, bestrijden van verontreiniging en beschermen van mariene biodiversiteit, aan kennis en vaardigheden, onderzoek en innovatie, beter bestuur en samenwerken voor duurzame visserij. Per actielijn zijn concrete en ambitieuze streefdoelen geformuleerd en zijn mogelijke financieringsbronnen vanuit de EU en nationale fondsen geïdentificeerd, waarbij synergie tussen deze fondsen wordt gezocht.

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Samenwerking op maritiem gebied (waaronder scheepvaart en veiligheid), het mariene milieu en de blauwe economie tussen EU-lidstaten en met EU-partnerlanden draagt bij aan prioritaire doelen die Nederland ondersteunt, onder meer op het gebied van «Migratie», «Banen, groei en investeringen», «Energie-unie en beleid inzake klimaatverandering», en een «Krachtige rol op het wereldtoneel». Schone, gezonde en productieve oceanen en zeeën is een gedeeld belang, waarbij samenwerking binnen de internationale rechtsorde en juridische kaders, zoals het VN-zeerechtverdrag een belangrijke voorwaarde is.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Nederland beoordeelt de voorliggende mededeling in zijn geheel als positief. Nederland heeft geen directe betrokkenheid of verantwoordelijkheid bij de uitvoering van het initiatief, maar het is van belang om de ontwikkelingen op gepaste manier te volgen en daar waar gewenst een bijdrage te leveren op basis vanuit onze eigen ervaringen. Duurzaam gebruik van de zeeën is in ons algemeen belang, en een versterkte duurzame economische ontwikkeling in de betreffende gebieden heeft een veelvoud aan voordelen. Onder meer waar het gaat om het duurzaam ontwikkelen van de zee voor onderwerpen als een gezond ecologisch systeem, visserij, maritiem bedrijfsleven en de vrije tijdseconomie. Dit maakt de regio ook voor Nederland van belang.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

Het initiatief wordt gesteund door de direct betrokken lidstaten en vijf partnerlanden. De overige EU-lidstaten hebben een positieve grondhouding ten aanzien van regionale samenwerking. De niet EU-landen, verenigd in de Unie voor het Middellandse Zeegebied hebben de voorbereidende stappen goedgekeurd.

Aangezien zowel EU- als partnerlanden betrokken zijn bij het initiatief, zal het eerst in de EU politiek moeten worden onderschreven en vervolgens door de partnerlanden en de Unie voor het Middellandse Zeegebied. Het Maltese voorzitterschap voorziet het onderschrijven door de EU als onderdeel Raadsconclusies over de Europese Blauwe Groei Strategie3.

Hoewel gericht op het westelijke Middellandse Zeegebied en de tien genoemde landen kunnen de actieradius en de mogelijke voordelen zich volgens de initiatiefnemers makkelijk verder uitstrekken. Daarom kunnen de maatregelen, afhankelijk van de behoeften, openstaan voor partners in het centrale Middellandse Zeegebied en het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, alsook voor andere partners. In concreto, maar niet zo specifiek benoemd in de mededeling, gaat het hier in eerste instantie over de zeegebieden ten westen van deelnemende landen Portugal, Marokko en Mauritanië. Een dergelijke uitbreiding zal met betrokken landen eerst politiek ter sprake moeten worden gebracht in Europees verband, waarna ook een inschatting kan plaatsvinden of dit van invloed is op Nederland.

4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten

a) Bevoegdheid

De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheidsvraag is positief. De mededeling betreft een heel scala aan beleidsterreinen. De onderwerpen in de mededeling betreffen zowel de exclusieve bevoegdheid van de EU (biologische rijkdommen van de zee in het kader van het visserijbeleid) als gedeelde bevoegdheden van de EU en de lidstaten (milieu, energie, onderzoek, technologische ontwikkeling, de ruimte en EU-buitenlandbeleid). De EU heeft bevoegdheden op deze terreinen. Voor wat betreft onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte geldt dat de uitoefening van de bevoegdheid van de Europese Unie de lidstaten niet belet om hun eigen bevoegdheid uit te oefenen. Bij verdere concretisering van de verschillende acties van de Commissie en de betrokken EU-lidstaten en partnerlanden kan per actielijn een nadere analyse van de bevoegdheidsvraag aan de orde zijn. Die vragen zijn door de bij het initiatief betrokken EU landen ook gesteld.

De gekozen aanpak van instemming door de EU en haar lidstaten enerzijds, en de betrokken niet EU landen afzonderlijk anderzijds is een goede procedure. De Unie voor de Mediterrane regio (UfM) omvat meer staten dan er bij het initiatief voor de westelijke Middellandse Zee regio betrokken zijn. Daarnaast is de UfM een politiek overlegplatform en geen besluitvormend orgaan.

b) Subsidiariteit

De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteitvraag is positief.

Wegens het grensoverschrijdende karakter van het initiatief kan de aanpak het beste op EU-niveau worden belegd. Niet alleen vanuit politiek en bestuurlijk opzicht, maar ook voor het efficiënt en effectief gebruik van bestaande Europese middelen en fondsen.

c) Proportionaliteit

De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de proportionaliteitvraag is positief. De Commissie kondigt in deze mededeling geen nieuwe wet- of regelgeving aan.De complexiteit van de opgaven voor oceanen, zeeën en aangelegen kustgebieden en de veelheid aan internationale samenwerkingsverbanden vragen om een geïntegreerde aanpak. Een gezamenlijk initiatief van de Commissie, lidstaten en andere partners is daarom proportioneel.

d) Financiële gevolgen

De Commissie geeft aan dat het initiatief zal worden gefinancierd uit bestaande internationale, EU-, nationale en regionale fondsen en financieringsinstrumenten, die zullen worden gecoördineerd en complementair zullen zijn. Nationale fondsen betreffen die van de tien deelnemende landen. Nederland is van mening dat eventuele benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2014–2020 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de EU-jaarbegroting. Een bijdrage aan het initiatief vanuit Nederland bestaat uit meedenken en het delen van kennis en ervaringen op terrein van beleid en uitvoering. Een dergelijke bijdrage is beperkt van aard en valt binnen het werkpakket van de betrokken ministeries. Eventuele budgettaire gevolgen voor de Nederlandse begroting worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.

e) Gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

Deze mededeling integreert al bestaand EU-beleid en middelen, gericht op de deelnemende landen. Ten aanzien van regeldrukeffecten, gevolgen voor de administratieve lasten en nalevingskosten worden die niet binnen Nederland voorzien.


X Noot
1

Algerije, Frankrijk, Italië, Libië, Malta, Mauritanië, Marokko, Portugal, Spanje en Tunesië (de zogenoemde Dialoog 5+5 landen).

Naar boven