Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201722112 nr. 2335

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2335 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 april 2017

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij 1 fiche, die werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche: Verordening Europese bedrijfsstatistieken

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Fiche: Verordening Europese bedrijfsstatistieken

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese bedrijfsstatistieken tot wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005 en tot intrekking van tien wetgevingsbesluiten op het gebied van bedrijfsstatistieken.

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    6 maart 2017

  • c) Nr. Commissiedocument

    COM(2017) 114

  • d) EUR-lex

    http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1489386933068&uri=CELEX:52017PC0114

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

    SWD (2017) 98, http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1489387092970&uri=CELEX:52017SC0098

  • f) Behandelingstraject Raad

    Het is nog niet bekend in welke Raadsformatie het voorstel zal worden behandeld

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Economische Zaken

  • h) Rechtsbasis

    Artikel 338, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

  • i) Besluitvormingsprocedure Raad

    Gekwalificeerde meerderheid Raad

  • j) Rol Europees Parlement

    Medebeslissingsrecht Europees Parlement.

2. Essentie voorstel

a) Inhoud voorstel

Het doel van de verordening is om de bestaande tien thema specifieke wetgevingshandelingen1 op het terrein van de Europese bedrijfsstatistieken te integreren en te stroomlijnen in één nieuwe kaderverordening. Deze regelt de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken over de structuur, de economische activiteiten en de prestaties van ondernemingen, alsmede de internationale transacties en onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van de economie van de Unie, alsmede het Europese netwerk van nationale statistische bedrijfsregisters en het EuroGroups-register2, teneinde in de huidige en toekomstige behoefte aan Europese bedrijfsstatistieken te kunnen voorzien.

Het tweede doel van het voorstel is dat verordening (EG) nr. 184/20053 wordt gewijzigd (bijlage IV) en dat tien bestaande afzonderlijke wetgevingshandelingen op het gebied van de bedrijfsstatistieken gefaseerd worden ingetrokken (zie voetnoot 1).

De verordening regelt dat de lidstaten gegevens moeten verzamelen over verschillende thematische gebieden4, de onderwerpen en de gedetailleerde onderwerpen op het gebied van bedrijfsstatistieken. Dit is nader uitgewerkt in bijlage I. De verordening regelt verder de frequentie van de te verzamelen gegevens. (bijlage II). In bijlage III5 worden vervolgens de elementen van het Europese netwerk van statistische bedrijfsregisters vastgelegd.

De verordening legt verder het juridisch kader vast voor de herziening en modernisering van het huidige systeem van de productie voor statistieken over de handel in goederen tussen de EU-lidstaten (Intrastat). De lidstaten worden op basis van het gewijzigde systeem verplicht onderling vertrouwelijke gegevens uit te wisselen over de uitvoer van goederen (intra-EU-uitvoer).

Daarnaast regelt de verordening voorschriften ten aanzien van de kwaliteit, toezending en de verspreiding van de statistische gegevens. Tevens bevat de verordening bepalingen om op basis van cofinanciering een financiële bijdrage aan de lidstaten te verlenen voor de kosten van de voorgestelde verzamelingen van gegevens. De verordening regelt eveneens de mogelijkheid voor de lidstaten om in aanmerking te kunnen komen voor een afwijkingsbepaling, indien voor de toepassing van de verordening grote aanpassingen van het nationaal statistisch systeem van een lidstaat nodig zijn.

De Commissie krijgt vervolgens de bevoegdheid om voor onbepaalde tijd gedelegeerde handelingen vast te stellen en om door middel van de onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vast te stellen.

b) Impact assessment Commissie

De Commissie verwacht dat met het onderhavige voorstel – «de voorkeursoptie» van de Commissie waarin de huidige tien wetgevingshandelingen op het terrein van de bedrijfsstatistieken zijn geïntegreerd in één enkel wetgevingsinstrument op langere termijn kan gaan zorgen voor een efficiëntere productie van de bedrijfsstatistieken alsmede een betere kwaliteit.

Voor de voorkeursoptie zijn initiële implementatie- en structurele productiekosten nodig (uitvoeringskosten), die voornamelijk gevolgen hebben voor de nationale statistische instituten als gevolg van herzieningen van hun operationele processen voor de productie van gegevens en de uitbreiding van de gegevensbehoefte. De effectbeoordeling wijst tevens uit dat deze kosten op de lange termijn mogelijk kunnen worden gecompenseerd door de efficiëntiewinst in de verzameling van de gegevens. De uitvoeringskosten hebben gevolgen voor de begroting van de nationale instituten voor de statistiek, en dus indirect ook voor de begrotingen van de lidstaten.

De doelstellingen van het Commissieprogramma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving REFIT op het gebied van vereenvoudiging van de regelgeving zullen worden verwezenlijkt door stroomlijning van het bestaande wettelijke kader van de bestaande tien naar één verordening. Volgens de Commissie leiden de voorstellen tot een beperkte last voor kleine en middelgrote ondernemingen, in het bijzonder met betrekking tot de toename van informatieverplichtingen over de dienstensector. Vervolgens verwacht de Commissie dat de modernisering van de statistieken over de intra-EU-handel de lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen die betrokken zijn bij intra-EU-handel in goederen op lange termijn kan verminderen.

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Nederland onderschrijft de noodzaak van vergelijkbare, relevante, coherente en betrouwbare statistische gegevens en informatie voor het meten en evalueren van de voortgang van onder andere de Europa 2020-strategie, de coördinatie van het economisch en monetair beleid binnen de Unie en de eurozone alsmede de statistische behoeften die nodig zijn voor de uitvoering van de taken van de Unie die voortkomen uit de verschillende Europese beleidsgebieden, zoals onder meer handelspolitiek en het vrije verkeer van goederen en diensten. In dat kader zijn volgens Nederland kwalitatief hoogwaardige Europese statistieken in de EU essentieel.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Ten algemene steunt Nederland enerzijds het doel van dit voorstel. Anderzijds is Nederland kritisch op de wijze waarop de Commissie dit doel wenst te bereiken. Het kabinet is van mening dat de uitvoeringslasten en de administratieve lasten als gevolg van dit voorstel niet in verhouding staan tot het doel dat de Commissie wenst te bereiken. Nederland heeft daarom een kritische grondhouding voor de voorgestelde maatregelen.

Nederland steunt het doel voor de verzameling van vergelijkbare, relevante, coherente en betrouwbare statistische gegevens en informatie voor het evalueren en monitoren van de taken van de Unie die voortkomen uit de verschillende Europese beleidsgebieden. Nederland ziet het belang dat er op EU niveau behoefte bestaat aan een verhoging van de frequentie en de uitbreiding van de vraag naar statistieken over de dienstensector. De interne markt voor diensten is thans de meest dynamische sector van de moderne economieën en vormt een belangrijke motor voor wat betreft het economisch groeipotentieel in de meeste lidstaten. De toegevoegde waarde van de uitbreiding van de statistieken voor Nederland is dat er meer informatie beschikbaar komt waardoor de kwaliteit van de raming van het bruto binnenlands product (BBP), verbetert en er hierdoor minder bijstellingen noodzakelijk zijn. Daarnaast voorziet de verordening in de reguliere productie van een productie-index diensten. Hiermee wordt een voor de beleidsvorming belangrijke indicator aan de huidige set conjuncturele indicatoren toegevoegd6. Vervolgens verwelkomt Nederland het initiatief tot de modernisering van het systeem voor de productie van statistieken over de internationale handel in goederen tussen de EU-lidstaten (Intrastat-systeem), omdat dit op de langere termijn zou moeten leiden tot vermindering van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

Het voorstel is onderdeel van het REFIT programma, maar het kabinet constateert dat het onderhavig voorstel niet leidt tot het verminderen van de informatieverplichtingen. Nederland zal zich daarom, in samenwerking met gelijkgezinde lidstaten, er maximaal voor inzetten dat hier kritisch naar wordt gekeken.

Het onderhavige voorstel leidt ten opzichte van de huidige juridische kaders op een aantal onderdelen tot een aanzienlijke uitbreiding van informatieverplichtingen en een aanscherping van de leveringseisen.

Tevens veroorzaakt het voorstel substantiële extra uitvoeringskosten voor de overheid en een verzwaring van de administratieve lastendruk voor bedrijven. Dit is met name het geval met betrekking tot de voorstellen ten aanzien van de diensten-statistieken7 en als gevolg van de invoering van de herziening en modernisering van de statistieken over intra-EU handel in goederen.

Op een aantal onderdelen is de reikwijdte van de toekomstige verplichtingen voor de lidstaten nog niet bekend of niet duidelijk afgebakend. Nederland beoordeelt de reikwijdte van de bevoegdheidsdelegatie als veel te ruim. Nederland zal in de onderhandelingen dan ook kritisch zijn ten aanzien van de reikwijdte van de overdracht van bevoegdheden om nadere regelgeving vast te stellen. Nederland zal per geval zal een afweging maken op basis van het gegeven juridisch kader, de Nederlandse belangen, beleidsmatige standpunten, het voorziene krachtenveld en haalbaarheid.

In totaal bevat het voorstel 17 maatregelen voor de vaststelling van nadere regelgeving door de Commissie. Hieronder volgen aan aantal voorbeelden:

Het kabinet kan zich niet vinden in de voorstellen van de Commissie dat de inhoud en de structuur van het statistische bedrijfsregister door middel van gedelegeerde handelingen kan worden gewijzigd. Het statistische bedrijfsregister vormt als basisinfrastructuur de ruggengraat8 voor de productieprocessen van alle bedrijfsstatistieken onder het toepassingsgebied van deze verordening. Volgens Nederland zijn alle elementen van het statistische bedrijfsregister, gelet op de aard en impact, essentiële onderdelen die door de Uniewetgever moeten worden opgenomen in de verordening zelf en alleen via de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden aangepast.

Daarnaast is op een aantal onderdelen de reikwijdte van de toekomstige verplichtingen voor de lidstaten nog niet bekend of niet duidelijk afgebakend. Ten aanzien van de rechtszekerheid vindt Nederland dat de voorstellen om de exacte informatie die aan de Commissie moet worden verstrekt vast te stellen door middel van nadere regelgeving onvoldoende waarborg biedt aan nationale statistische instituten van de lidstaten, omdat deze nog te veel onduidelijkheden en open einden bevatten.

De verordening regelt geen verwerking van persoonsgegevens, alleen maar van bedrijfsgegevens. Hierdoor is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) niet van toepassing.

Het kabinet vindt echter een hoog niveau van bescherming van vertrouwelijke gegevens van bedrijven essentieel. Momenteel biedt het voorstel onvoldoende rechtszekerheid ten aanzien van de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens ten behoeve van de statistieken over de intra-EU-handel in goederen.

De randvoorwaarden waaronder de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens (micro-data) mogelijk zijn, dienen in de verordening zelf te worden opgenomen en kunnen niet worden vastgesteld door nadere regelgeving, zoals de Commissie voorstelt.

Nederland is geen voorstander van het verlenen van de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie voor onbepaalde tijd. Nederland acht het daarnaast van belang dat de bevoegdheidsdelegatie wordt geëvalueerd. Nederland zal voorstellen de gebruikelijke standaardtekst9 die op deze onderdelen toezien in de verordening op te nemen.

Voor de bovengenoemde onderdelen geldt dat Nederland zich in Brussel in samenwerking met verschillende coalities van lidstaten ervoor zal inzetten dat de verordening op die onderdelen wordt aangepast.

Nederland streeft naar het verminderen van Europese informatieverplichtingen. Het kabinet hecht hier veel belang aan. Nederland zal zich daarom, in samenwerking met verschillende coalities van lidstaten, er maximaal voor inzetten dat hier kritisch naar wordt gekeken. Leidend principe bij de onderhandelingen in Brussel is dat Nederland zich uitermate kritisch zal opstellen ten aanzien van de voorstellen die leiden tot een toename van de informatie-verplichtingen en verzwaring van de administratieve lastendruk. De Nederlandse inzet is erop gericht de uitvoeringskosten alsmede de administratieve lasten zo laag mogelijk te houden.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

De verwachting is dat een meerderheid van de lidstaten de doelen van de Commissie onderstreept. Verder zal naar verwachting een aantal lidstaten evenals Nederland kritisch staan tegenover een aantal voorstellen om de Commissie de bevoegdheid te verlenen tot het vaststellen van nadere regelgeving, alsmede het voorstel om voor onbepaalde tijd aan de Commissie de bevoegdheid te verlenen voor het vaststellen van gedelegeerde handelingen. De verwachting is verder dat er lidstaten kritiek zullen uiten op de voorstellen die leiden tot extra uitvoeringskosten, maar ook ten aanzien van de verzwaring van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

4. Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit

a) Bevoegdheid

De Commissie baseert de bevoegdheid van de EU op artikel 338 lid 1 VWEU. Op grond van dit artikel nemen de Raad en het EP volgens de gewone wetgevingsprocedure maatregelen aan voor de opstelling van statistieken wanneer dat voor de vervulling van de taken van de Europese Unie nodig is. Dit is volgens Nederland de juiste rechtsgrondslag. Er is sprake van een gedeelde bevoegdheid van EU en lidstaten.

b) Subsidiariteit

Het subsidiariteitsoordeel is positief. Het doel van de verordening, namelijk het vaststellen van het juridisch kader van geharmoniseerde en vergelijkbare Europese bedrijfsstatistieken kan het best op Europees niveau worden bereikt. Dit kan niet op een afdoende wijze door de lidstaten afzonderlijk worden uitgevoerd en kan daarom beter op Europees niveau worden verwezenlijkt.

c) Proportionaliteit

Het proportionaliteitsoordeel is negatief. Het kabinet staat kritisch tegenover de bijdrage van dit voorstel aan de vermindering van het aantal informatieverplichtingen. Het onderhavige voorstel is onder het REFIT-programma gepresenteerd. Hierdoor is de verwachting gewekt dat er met dit voorstel sprake zou zijn van een vermindering van de informatieverplichtingen en administratieve lastendruk voor het bedrijfsleven, ten opzichte van de huidige situatie. Met dit voorstel is onvoldoende rekening gehouden met de mate van evenwicht tussen enerzijds de vraag naar nieuwe statistische behoeften en anderzijds de (her) prioritering van bestaande statistische vereisten.

Het kabinet betreurt dat de Commissie een voorstel heeft gepresenteerd dat ten opzichte van de huidige juridische kaders op onderdelen leidt tot een aanzienlijke uitbreiding van informatieverplichtingen en verzwaring van de administratieve lastendruk voor bedrijven. Hierdoor lijken de effecten van de stroomlijning van de tien specifieke verordeningen naar een nieuwe kaderverordening symbolisch. Nederland had op dit terrein meer verwacht, zodat door stroomlijning en integratie van de EU-regelgeving het aantal informatieverplichtingen ook daadwerkelijk zou worden gereduceerd.

Ook ten aanzien van de voorstellen met betrekking tot de bevoegdheidsdelegatie beoordeelt het kabinet de proportionaliteit van het voorstel negatief. Het voorstel bevat in totaal 17 maatregelen voor de vaststelling van nadere regelgeving door de Commissie. Volgens het kabinet eigent de Commissie zich hier te ruime bevoegdheden toe. Op een aantal onderdelen is de reikwijdte van de toekomstige verplichtingen nog niet bekend of niet duidelijk afgebakend. Verder twijfelt het kabinet of in een aantal gevallen de keuze van de Commissie ten aanzien van de instrumenten van bevoegdheidsdelegatie wel de juiste is.

Ten aanzien van het voorstel om door middel van uitvoeringshandelingen randvoorwaarden voor te schrijven om de gegevens te verzamelen, beoordeelt het kabinet de proportionaliteit eveneens negatief. Het kabinet vindt het van essentieel belang dat Nederland voor de verzameling en de productie van Europese statistieken zelf kan bepalen op welke manier de gegevens worden verzameld, in plaats van gedetailleerde voorschrijvende bepalingen door middel van EU-wetgeving.

Bovendien is Nederland van mening dat bevoegheidsdelegatie voor onbepaalde tijd, die de Commissie zichzelf toekent, niet in verhouding staat tot het doel van de verordening. Om dat doel te bereiken volstaat het om de bevoegdheidsdelegatie te verlenen voor een termijn van 5 jaar, zoals gebruikelijk is.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting

Het voorstel omvat bepalingen dat de Commissie de lidstaten een financiële bijdrage kan verlenen in de vorm van een subsidie, volgens de vigerende EU-regels, in de kosten voor de ontwikkeling en uitvoering van gegevensverzamelingen of gegevensverzamelingsmethoden, ontwikkelen van methoden met inbegrip van proefstudies. Nederland is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2014–2020 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de EU-jaarbegroting. De Commissie heeft voor de periode 2019–2020 een bedrag van 46,5 miljoen euro gereserveerd in rubriek 1: slimme en inclusieve groei en rubriek 1a: concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid.

De middelen worden ingezet voor personeel en andere administratieve uitgaven van de Europese Commissie. Daarnaast worden er middelen ingezet als cofinanciering om de lidstaten te ondersteunen. De Commissie geeft aan dat maximaal 95% van de subsidiabele kosten voor de uitvoering worden betaald uit de EU-begroting. De bedragen voor cofinanciering die de lidstaten van de Unie kunnen ontvangen zijn thans niet bekend. Indien een bedrag aan Nederland wordt toegekend, wordt dat bedrag in mindering gebracht in de opgave van de additionele uitvoeringskosten.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/of decentrale overheden

Het onderhavige voorstel is een kaderverordening en beschrijft op hoofdlijnen de doelstellingen. De bedrijfsstatistieken staan in de kaderverordening slechts summier beschreven. In de verordening worden slechts de onderwerpen en de gedetailleerde onderwerpen aangegeven waarover in de toekomst gegevensverzameling dient plaats te vinden. De concrete invulling hiervan zal plaatsvinden in nadere regelgeving.

Het merendeel van de extra investerings- en productiekosten zijn het gevolg van de Europese vraag naar een uitbreiding en frequentieverhoging van de statistieken over de dienstensector10 en de modernisering van Intrastat. Hieronder volgt een opgave van de verwachte financiële consequenties voor zover daarover nu al informatie beschikbaar is.

Om aan de verplichtingen te voldoen zoals ze in deze versie van het voorstel staan weergegeven is de inschatting dat dit tussen 2018–2019 een eenmalige investering van circa € 5 miljoen zou kunnen vergen, en dat vanaf 2020 een structurele investering van € 7 miljoen nodig zou kunnen zijn.

Aan alle toekomstige voorgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen kunnen daarnaast additionele incidentele dan wel structurele uitvoeringskosten voor Nederland verbonden zijn. Voor deze eventuele toekomstige financiële gevolgen geldt dat deze dienen te worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels voor de budgetdiscipline.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de burger. Voor de financiële consequenties voor het bedrijfsleven zie punt 5 (d) gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger.

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

Hoewel het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) al statistische informatie over Europese bedrijfsstatistieken produceert en deze aan de Commissie (Eurostat) levert, leiden de onderhavige voorstellen van de Commissie vanwege de voorgestelde uitbreidingen tot extra rapportageverplichtingen voor het CBS aan de Commissie (Eurostat). Daarnaast leiden de voorstellen tot extra lastendruk voor het bedrijfsleven. Hieronder volgt een opgave van de verwachte extra administratieve lastendruk voor zover daarover nu al informatie beschikbaar is.

De extra lastendruk voor het bedrijfsleven11, (excl. modernisering van Intrastat) wordt geraamd op ca. 10 procent, te weten bijna 39 duizend uren of ruim € 1,5 miljoen. Een groot deel hiervan komt terecht bij dienstenstatistieken, samen ca. 33 duizend uren of € 1,3 miljoen. Onderzoek heeft vooralsnog uitgewezen dat de extra benodigde informatie (in frequentie) alleen met extra uitvraag kan worden gerealiseerd.

De modernisering van de statistiek Intra-EU-handel in goederen zal naar verwachting in 2020 operationeel zijn. De lastendruk zal in de eerste jaren na invoering van het vernieuwde Intrastat niet afnemen (mogelijk eerst zelfs licht toenemen). In de periode 2023–2025, wanneer het gebruik van microdata van andere landen kan worden gerealiseerd zou een lastendrukverlichting van 8 tot 25 procent haalbaar kunnen zijn. Dit komt neer op ca. 30 tot 90 duizend uren of € 1,2 tot 3,6 miljoen euro.

e) Gevolgen voor concurrentiekracht

Niet van toepassing

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

In de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek wordt thans in paragraaf 2a. verwezen naar verordening 638/2004. (zie de artikelen 38a, 38b, 38c, 38d) http://wetten.overheid.nl/BWBR0015926/2017-01-01 Nu de Verordening nr. 638/2004 wordt ingetrokken (met ingang van 1 januari 2020), zal de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek dienen te worden aangepast met verwijzingen naar de nieuwe verordening.

De wettelijke grondslag van de Regeling statistieken goederenverkeer (http://wetten.overheid.nl/BWBR0017701/2016-03-19) is artikel 38c, eerste en derde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek. De verwijzing naar verordening 639/2004 in artikel 38c van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek zal komen te vervallen waardoor de wettelijke grondslag voor de Regeling statistieken goederenverkeer wegvalt.

b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan

Zie hiervoor de onderdelen essentie van het voorstel en Nederlandse positie van dit fiche.

c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

Deze kaderverordening treedt in werking op de 20e dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Naar verwachting is zij van toepassing met ingang van 1 januari 2019. De haalbaarheid voor Nederland is thans niet bekend. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de onderhandelingen en de definitieve tekst. De haalbaarheid voor Nederland om de voorgestelde toekomstige gedelegeerde- en uitvoeringshandelingen tijdig en goed te kunnen implementeren is op dit moment niet bekend. Hierbij is van belang dat de lidstaten hiervoor voldoende ruimte moet worden gegeven.

d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

Geen, afgezien van de in dit fiche genoemde wens van Nederland om de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie, na de toegekende termijn van 5 jaar, te evalueren.

7. Implicaties voor uitvoering en/of handhaving

Zoals in het onderdeel over de administratieve lasten en de gevolgen voor de regeldruk heeft dit voorstel een aantal gevolgen voor de uitvoering. De onderhavige voorstellen van de Commissie leiden vanwege de voorgestelde uitbreidingen tot extra rapportageverplichtingen voor het CBS aan de Commissie (Eurostat). Daarnaast leiden de voorstellen tot extra lastendruk voor het bedrijfsleven. In artikel 4 van de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek is bepaald dat het CBS op nationaal niveau belast is met de productie van statistieken in het kader van de Europese Unie.

Het CBS dient de statistische resultaten in bij de Commissie (Eurostat).

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen


X Noot
1

Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad van 19 mei 1998 inzake kortetermijnstatistieken (PB L 162 van 5.6.1998, blz. 1).

Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de totstandbrenging van een communautaire enquête naar de industriële productie (PB L 374 van 31.12.1991, blz. 1).

Beschikking nr. 1608/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2003 betreffende de productie en de ontwikkeling van een communautaire statistiek inzake wetenschap en technologie (PB L 230 van 16.9.2003, blz. 1).

Verordening (EG) nr. 48/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de productie van jaarlijkse communautaire statistieken over de staalindustrie voor de referentiejaren 2003–2009 (PB L 7 van 13.1.2004, blz. 1).

Verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lidstaten en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad (PB L 102 van 7.4.2004, blz. 1).

Verordening (EG) nr. 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende communautaire statistieken over de informatiemaatschappij (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 49).

Verordening (EG) nr. 716/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de communautaire statistiek van de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 17).

Verordening (EG) nr. 177/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor ondernemingsregisters voor statistische doeleinden en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2186/93 van de Raad (PB L 61 van 5.3.2008, blz. 6).

Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 betreffende structurele bedrijfsstatistieken (herschikking) (PB L 97 van 9.4.2008, blz. 13).

Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 23).

X Noot
2

Dit register omvat alle ondernemingen die een economische activiteit verrichten en deel uitmaken van een multinationale ondernemingengroep.

X Noot
3

Verordening (EG) nr. 184/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 betreffende de communautaire statistiek inzake de betalingsbalans, de internationale handel in diensten en buitenlandse directe investeringen (PB L 35 van 8.2.2005, blz. 23).

X Noot
4

Bijlage I regelt de thematische gebieden, de onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen waarover de lidstaten statistische gegevens bij de Commissie moeten indienen. Dit zijn de thematische gebieden; korte termijn bedrijfsstatistieken, bedrijfsstatistieken op nationaal niveau, regionale bedrijfsstatistieken en statistieken over internationale activiteiten.

X Noot
5

Bijlage III regelt de elementen van het Europese netwerk van statistische bedrijfsregisters, zoals de gedetailleerde onderwerpen voor het register en unieke identificator, de frequentie waarmee de registers worden bijgewerkt, de verschillende eenheden alsmede de gedetailleerde onderwerpen per eenheid.

X Noot
6

Naast de reeds belangrijke bestaande conjunctuurindicatoren productie-index bouw en industrie, wordt door het onderhavige voorstel voorzien in de reguliere productie-index diensten.

X Noot
7

Op basis van het voorstel worden de lidstaten verplicht om de statistische informatie in plaats van per kwartaal in de toekomst maandelijks aan de Commissie te leveren. Daarnaast voorziet het voorstel in de reguliere samenstelling van een productie-index diensten. Hierdoor is er sprake van een substantiële uitbreiding van het waarnemingsgebied van de dienstensector waarvoor een dienstenprijsindex gemaakt moet worden, de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, sport en recreatie.

X Noot
8

De statistische bedrijfsregisters zijn een basiselement. Zij bieden een geharmoniseerd steekproefkader dat de organisatie en coördinatie van statistische enquêtes mogelijk maakt. Daarnaast vormen zij de belangrijkste bron van informatie over de bedrijvendemografie, aangezien hierin gegevens worden bijgehouden over de oprichting en sluiting van bedrijven en over structurele veranderingen in de economie door concentratie of deconcentratie ten gevolge van fusies, overnames, opsplitsingen, afsplitsingen en veranderingen in de opbouw van de bedrijvenpopulatie.

X Noot
9

De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van [...] jaar. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van [...] jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet

X Noot
10

Op basis van het voorstel worden de lidstaten verplicht om de statistische informatie in plaats van per kwartaal in de toekomst maandelijks aan de Commissie te leveren. Daarnaast voorziet het voorstel in de reguliere samenstelling van een productie-index diensten. Hierdoor is er sprake van een aanzienlijke uitbreiding van het waarnemingsgebied van de dienstensector waarvoor een dienstenprijsindex gemaakt moet worden, zoals de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, sport en recreatie.

X Noot
11

De verzwaring van de lastendruk zal terecht komen bij de sectoren onderwijs, gezondheid, kunst, recreatie, wellness en overige dienstverlening voor de jaarlijkse statistieken en de sectoren zakelijke dienstverlening en groothandel voor de maand statistieken.