22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2284 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 januari 2017

In acht genomen de afspraak gemaakt in het AO op 12 februari 2013 inzake informatievoorziening over Europese besluitvorming (Kamerstuk 22 112, nr. 1581) treft u bijgaand het antwoord van het kabinet op de consultatie van de Europese Commissie inzake de evaluatie van de REACH-verordening1.

In de REACH-verordening is vastgelegd dat de Europese Commissie elke vijf jaar een evaluatierapport uitbrengt. De volgende evaluatie moet uitkomen per 1 juli 2017. De evaluatie wordt door de Commissie geplaatst in het kader van het REFIT-programma (Regulatory Fitness and Performance Programme).

De reactie bestaat uit:

  • Een ingevulde vragenlijst.

  • Een notitie met enkele extra aandachtspunten. Deze notitie bouwt voort op de Raadsconclusies die zijn aangenomen tijdens de Milieuraad van 19 december en waarover u separaat bent geïnformeerd (Kamerstuk 21 501-08, nr. 662).

  • Het discussiepaper voor de door Nederland als EU-voorzitter georganiseerde ambtelijke conferentie «REACH forward» op 1 juni 2016. Dit paper bevat diverse suggesties voor verbetering van REACH.

In de vragenlijst gaat het vooral om de effectiviteit en efficiency van de afzonderlijke processen binnen REACH (autorisatie, restrictie, stofevaluaties etc.). De conceptreactie is over veel aspecten van REACH positief, zoals:

  • De verbetering in beschikbare gegevens over stoffen ten opzichte van de oude chemicaliënwetgeving, en de omkering van de bewijslast.

  • De ondersteuning door het Europees Chemicaliën Agentschap (ECHA).

  • Het proces van de SVHC Roadmap waarbij voorstellen van lidstaten informeel worden besproken, hetgeen de consistentie bevordert.

  • De (mogelijke) bijdrage van REACH-informatie aan andere wetgeving, waaronder de Arbowetgeving.

De reactie is kritisch over de volgende punten:

  • De werklast voor lidstaten die voorstellen indienen voor zgn. restricties: specifieke beperkingen voor stoffen, veelal gericht op een bepaalde toepassing of bepaalde voorwerpen (bijvoorbeeld creosoot voor het behandelen van hout).

  • De lange doorlooptijd voor het verkrijgen van extra informatie over stoffen (stofevaluaties) of voor het instellen van maatregelen voor risicobeheersing (restricties, autorisaties).

  • Gebreken in de kwaliteit van registratiegegevens.

  • De communicatieverplichtingen (artikel 33) over stoffen in voorwerpen, waar de administratieve lasten vrij hoog zijn in verhouding tot de baten.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven