Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201722112 nr. 2264

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 2264 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2016

Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij drie fiches, die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche: Mededeling internationale oceaan governance

(Kamerstuk 22 112, nr. 2262)

Fiche: Wijziging antidumping- en antisubsidiewetgeving

(Kamerstuk 22 112, nr. 2263)

Fiche: Mededeling hernieuwd partnerschap met de ACS-landen

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Fiche: Mededeling hernieuwd partnerschap met de ACS-landen

1. Algemene gegevens

  • a) Titel voorstel

    Joint Communication to the European Parliament and the Council – A renewed partnership with the countries of Africa, the Caribbean and the Pacific

  • b) Datum ontvangst Commissiedocument

    23 november 2016

  • c) Nr. Commissiedocument

    JOIN(2016) 52

  • d) EUR-Lex

    http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=SWD:2016:380:FIN

  • e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

    Niet van toepassing.

  • f) Behandelingstraject Raad

    Raad Buitenlandse Zaken – Ontwikkelingssamenwerking

  • g) Eerstverantwoordelijk ministerie

    Ministerie van Buitenlandse Zaken

2. Essentie voorstel

Het partnerschapsakkoord tussen de EU en de ACS-landen (Afrika, Caraïben, Stille oceaan landen)1, het Verdrag van Cotonou, loopt af in februari 2020. De Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger schetsen in de voorliggende gezamenlijke mededeling de opties voor voortzetting van de relatie met Afrikaanse, Caribische en Stille Oceaan landen. In de mededeling wordt een voorstel gedaan voor een modernisering van de samenwerking met ACS-landen. Aan de hand van de mededeling zal gesproken worden met de Raad, het Europees parlement en andere stakeholders zoals de ACS-landen met als doel een onderhandelingsmandaat voor de EU vast te stellen. De onderhandelingen voor een vervolgpartnerschap met de ACS-landen dienen ingevolge het Verdrag van Cotonou uiterlijk in augustus 2018 van start te gaan.

De mededeling benadrukt de gezamenlijke prioriteiten voor een vervolgpartnerschap (vrede en democratie, goed bestuur, rule of law, mensenrechten; duurzame groei en scheppen van werkgelegenheid; migratie; human development; milieu en klimaatverandering; multilaterale samenwerking) en benadrukt voor het vervolgpartnerschap het belang van een sterkere afzonderlijke regionale focus (Afrika, Caraïben, Stille Oceaan).

De drie opties die de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger schetsen zijn: (1) voortzetting van het partnerschap in de huidige opzet, (2) drie afzonderlijke regionale partnerschappen (Afrika, Caraïben, Stille Oceaan) en (3) afzonderlijke regionale partnerschappen ondergebracht in een overkoepelend juridisch bindend raamwerk. De Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger spreken zich uit voor de derde optie. De drie regionale partnerschappen zouden voortbouwen op de al bestaande regionale structuren (o.a. Joint Africa EU Strategy). Per regio geeft de mededeling prioriteiten aan.

3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

De Nederlandse inzet voor samenwerking met de ACS landen post 2020 is geformuleerd in de kabinetsreactie op het AIV-advies «ACS-EU samenwerking na 2020: op weg naar een nieuw partnerschap?» (Kamerstuk 34 300 XVII, nr. 44). Het kabinet streeft naar het formuleren van een samenwerking met de ACS-landen die uitstijgt boven een donor-ontvanger relatie en is gebaseerd op een inclusief, coherent en geïntegreerd EU extern beleid. Hierbij is van belang dat verschillende processen op het gebied van EU ontwikkelingssamenwerking beter op elkaar aansluiten en fragmentatie tegen te gaan. Dat houdt in dat het vervolgpartnerschap een duidelijke basis moet hebben in de Agenda 2030, het Klimaatakkoord van Parijs, de Addis Abeba Action Agenda, EU Global Strategy en de nieuwe European Consensus on Development.

Nederland zet in op een modern partnerschap. Een vervolgpartnerschap dient gebaseerd te zijn op een relatie met partnerlanden op basis van hun ontwikkelingsperspectief, en niet – zoals het huidige verdrag – op basis van een koloniaal verleden.

b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

De Nederlandse inzet focust op coherentie en het stroomlijnen van de verschillende EU OS-instrumenten. Dit is van belang om overlap en fragmentatie van het EU OS-beleid tegen te gaan. De huidige situatie met één EU ontwikkelingsinstrument buiten de EU begroting (het Europees Ontwikkelingsfonds) en één binnen de EU begroting (het Development Cooperation Instrument) is onwenselijk. Mogelijk heeft deze stroomlijning implicaties voor de Landen en Gebieden Overzee (LGO). Nederland zal deze ontwikkeling nauwlettend volgen.

Nederland is positief over de in de mededeling voorgestelde uitbreiding van de groep landen waarmee een toekomstig samenwerkingsverband wordt gezocht. De mededeling stelt dat ook geprobeerd moet worden Noord-Afrikaanse landen, andere Minst Ontwikkelde Landen (MOLs), en kleine eilanden en ontwikkelingslanden (SIDS) te betrekken. Het kabinet is echter voorstander van een meer rigoureuze aanpak. Een daadwerkelijk coherent EU OS-beleid vereist dat een toekomstig partnerschap openstaat voor alle ontwikkelingslanden.

Het kabinet zet verder vraagtekens bij het voorstel tot een nieuw overkoepelend juridisch bindend raamwerk. Er is niet aangetoond dat het juridisch afdwingbare karakter van het huidige verdrag meerwaarde heeft over meer flexibele vormen van samenwerking. Ook ziet het kabinet niet de noodzaak van het naast de regionale pijlers behouden van een overkoepelend raamwerk. De mededeling laat duidelijk zien hoe divers de verschillende regio’s zijn en hoe weinig hen samenbindt. Een overkoepelend verdrag met een daarmee samenhangende zware institutionele en administratieve structuur moet dan ook in de ogen van het kabinet voorkomen worden.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

Het Europees parlement en de Europese Commissie hebben zich duidelijk uitgesproken voor de optie van een vervolgpartnerschap met een juridisch bindend overkoepelend raamwerk.

De lidstaten binnen de Raad zijn nog erg verdeeld. Er zijn partijen die bang zijn dat een nieuw raamwerk de belangen in de ACS-landen onvoldoende zullen dienen. Anderzijds is er het inzicht dat moderniseringen van de relaties deze mogelijk zullen versterken.

4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten

a) Bevoegdheid

Positief. De EU is bevoegd een overeenkomst met een of meer derde landen te sluiten wanneer de verdragen daarin voorzien of wanneer het sluiten van een overeenkomst nodig is om doelstellingen te verwezenlijken (artikel 216 VWEU). Zo is het huidige Verdrag van Cotonou een associatieakkoord ex. Artikel 217 VWEU.

b) Subsidiariteit

De Nederlandse grondhouding t.a.v. de subsidiariteit van dit voorstel is positief. EU ontwikkelingshulp wordt ingezet in partnerlanden van de EU, o.a. de ACS-regio. Bilateraal werkt Nederland niet met alle ACS-landen samen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, EU OS-inzet zorgt voor politieke leverage van Nederland in deze landen.

c) Proportionaliteit

De Nederlandse grondhouding t.a.v. de proportionaliteit van dit voorstel is positief met een kanttekening. De grondhouding ten opzichte van de proportionaliteit van het continueren van afspraken toegespitst op de individuele regio’s is positief. Daarbij maakt Nederland de kanttekening dat het kritisch is t.o.v. de proportionaliteit van een overkoepelend raamwerk en de vorm hiervan (juridisch bindend). Nederland zal de institutionele en administratieve lasten scherp blijven beoordelen.

d) Financiële gevolgen

Geen.

e) Gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

Nederland zal de institutionele en administratieve lasten scherp blijven beoordelen.


X Noot
1

79 landen uit Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan.