22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1944 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 maart 2015

Fiche 1: Mededeling «A Global Partnership for Poverty Eradication and Sustainable Development after 2015»

Fiche 2: Aanpassing verordening Europees Sociaal Fonds (ESF) ten bate van voorfinanciering Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief (Kamerstuk 22 112, nr. 1945)

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

Fiche: Mededeling «A Global Partnership for Poverty Eradication and Sustainable Development after 2015»

1. Algemene gegevens

Titel voorstel

Mededeling van de Europese Commissie aan het Europees parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

«A Global Partnership for Poverty Eradication and Sustainable Development after 2015».

Datum ontvangst Commissiedocument

5 februari 2015

Nr. Commissiedocument

COM (2015) 44

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

N.v.t.

Behandelingstraject Raad

Raad voor Buitenlandse Zaken-Ontwikkelingssamenwerking en mogelijk Milieuraad

Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Buitenlandse Zaken

2. Essentie voorstel

De Commissie zet met de mededeling haar visie uiteen op de financiering, middelen en implementatie van de post-2015 agenda voor duurzame ontwikkeling. De mededeling bevat voorstellen voor de EU positie in de onderhandelingen voor de Third Financing for Development Conference in Addis Ababa, Ethiopië in juli 2015 en de Post-2015 UN Summit in New York in september 2015. De mededeling bouwt voort op de Raadsconclusies van december 2014. Het doel van de mededeling is de totstandkoming van een gezamenlijk standpunt over hoe de EU en haar lidstaten effectief kunnen bijdragen aan de nieuwe duurzame ontwikkelingsagenda en invulling kunnen geven aan het nieuwe Global Partnership for Poverty Eradication en Sustainable Development after 2015, de zogenaamde Post-2015 agenda. De Commissie benadrukt de bereidheid van de EU om een positieve bijdrage te leveren aan de intergouvernementele onderhandelingen voor beide bijeenkomsten en het belang van een stevige inzet die nodig is om de implementatie van de post-2015 agenda mogelijk te maken.

Het gaat hierbij om een breed scala aan maatregelen die voortbouwen op afspraken die gemaakt zijn tijdens de Financing for Development conferenties in Monterrey (2002) en Doha (2008) en tijdens de Rio20+ conferentie (2012) en de Open Werkgroep in VN-verband (2014) over duurzame ontwikkeling. De mededeling clustert deze gezamenlijke agenda in 8 prioriteiten: a) goed bestuur b) capaciteitsopbouw c) nationale publieke middelen d) internationale publieke financiering e) handel voor groei en duurzame ontwikkeling f) technologie en innovatie g) private sector en h) migratie. De mededeling herhaalt het universele karakter van de nieuwe Post-2015 agenda en roept alle nationale regeringen op om deze te vertalen naar nationale actiepunten, rekening houdend met nationale omstandigheden en capaciteiten. Alle betrokken landen committeren zich aan de universaliteit van de agenda.

Beleidscoherentie, gedeelde verantwoordelijkheid, wederzijdse verantwoording en capaciteitsversterking zijn leidende principes. De bevordering van inclusieve multi-stakeholder partnerschappen op diverse niveaus is noodzakelijk om de doelen te bereiken. Daarnaast is het van belang dat er concrete, meetbare resultaten worden geformuleerd die bijdragen aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Uitgangspunt daarbij is transparantie. Goede communicatie richting stakeholders en het publiek is daarvoor van groot belang.

In het kort worden de volgende activiteiten voorgesteld op de acht prioriteitsgebieden:

a) Goed bestuur

Landen moeten effectieve instituties, transparant beleid, transparante systemen en verantwoordelijkheid naar hun bevolking promoten door middel van democratische processen gebaseerd op de rechtstaat. Dit betekent een wettelijk kader ter bevordering van mensenrechten, fundamentele arbeidsnormen, en zorgen voor een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen. Daarnaast is een transparant systeem voor budgettering, financiële allocatie en monitoring van uitgaven noodzakelijk.

b) Capaciteitsopbouw

De post-2015 agenda kan alleen geïmplementeerd worden als alle partners beschikken over effectieve instituties met voldoende capaciteit. Hierbij gaat vooral aandacht naar de minst ontwikkelde landen en fragiele staten.

c) Nationale publieke middelen

Regeringen hebben de primaire verantwoordelijkheid om duurzaam economisch beleid te voeren, inclusief het mobiliseren van financiering en het doelmatig gebruik van publieke goederen, zoals natuurlijke hulpbronnen. Daarnaast is een sterk publiek financieel management systeem essentieel. Om de financiële transparantie te vergroten en illegale financiële stromen tegen te gaan zijn maatregelen op het gebied van audit, controle, anti-fraude, anti-corruptie binnen de nationale rapportage noodzakelijk.

d) Internationale publieke financiering

Internationale publieke financiering blijft een belangrijk element in de algemene financiering van landen in ontwikkeling en zal de komende 15 jaar nodig blijven om de ambitieuze agenda te kunnen uitrollen. De Commissie steunt de oproep van de Secretaris-Generaal van de VN (SGVN) dat alle ontwikkelde landen moeten voldoen aan het UN target van 0.7% ODA1 van het BNP. Daarnaast moeten hoge middeninkomenslanden zich committeren aan het verhogen van hun bijdrage aan internationale publieke financiering. Hiervoor dienen specifieke doelen en tijdspaden te worden vastgesteld.

e) Handel voor groei en duurzame ontwikkeling

Handel is een belangrijke factor voor inclusieve groei en duurzame ontwikkeling en een belangrijk element in de wijze van uitvoering voor de post-2015 agenda. Een transformationele handelsagenda moet de transparantie, regelgeving, verantwoordelijkheid en opname in distributieketens verbeteren.

f) Technologie en innovatie

Wetenschap, technologie, innovatie en oplossingsgericht onderzoek kunnen ingrijpende veranderingen genereren. Alle landen zouden bilaterale, regionale en multilaterale samenwerking op deze gebieden moeten vergroten om de implementatie van de SDG's te bewerkstelligen.

g) Private sector

Een omgeving die bevorderlijk werkt voor initiatieven uit de private sector, ondersteunend is voor micro, kleine en middelgrote ondernemingen, bijdraagt aan duurzame groei en banencreatie, vrouwen versterkt en financiële inclusiviteit verdiept is noodzakelijk voor de implementatie van de post-2015 agenda. Multi-stakeholder partnerschappen zijn nodig voor schaalvergroting van initiatieven van bedrijven, vooral voor het midden- en kleinbedrijf.

h) Migratie

Migratie kan voor individuen een van de meest effectieve strategieën zijn in armoedebestrijding. Mensen verhuizen om te ontsnappen aan armoede, conflictsituaties, klimaatveranderingen en sociale spanningen. Alle landen dienen migratie effectief te managen met respect voor de rechten en waardigheid van migranten. Het versterken van partnerschappen tussen staten en andere stakeholders is noodzakelijk voor beter migratiebestuur.

3. Nederlandse positie over de mededeling

a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Een brede inzet van financiële middelen en beleidsmaatregelen sluit goed aan bij de beleidsnota Wat de Wereld verdient: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen (2013).

b) Beoordeling en inzet ten aanzien van dit voorstel

Het kabinet verwelkomt de mededeling en steunt de brede aanpak die de Commissie voorstaat voor de implementatie van de post-2015 agenda. In 2015 lopen de Millennium Ontwikkelingsdoelen af en is het de bedoeling dat er nieuwe afspraken worden gemaakt over de Post-2015 ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015. Op het gebied van de nieuwe doelen (SDG’s) is al veel werk verricht. Zo is in 2014 tijdens de onderhandelingen tussen 70 VN-lidstaten in de zgn. Open Werkgroep in VN-verband een voorlopig raamwerk met 17 SDG’s overeengekomen. Daarin zijn naast sociale en economische doelen ook doelen op het gebied van duurzaamheid opgenomen. Het is van belang dat naast een nieuw raamwerk voor de doelen er ook internationale afspraken worden gemaakt over de implementatie van de nieuwe Post-2015 agenda, i.e. financiering, beleidsmaatregelen en institutionele randvoorwaarden voor de nationale en internationale uitvoering van de SDG’s. Analoog aan het samenvoegen van de sociale, economische en milieudimensies in de duurzame ontwikkelingsdoelen, zet het kabinet ook in op samenhang tussen de onderhandelingen over de middelen voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Het gaat hierbij om respectievelijk de Means of Implementation agenda van de Rio20+ conferentie en de Financing for Development agenda van Monterrey en Doha conferenties. De mededeling geeft een overzicht van de grote diversiteit aan onderwerpen, inclusief de dwarsverbanden, die tijdens de onderhandelingen voor de Third Financing for Development Conference in Addis Ababa in juli 2015 en de Post-2015 UN Summit in New York in september 2015 aan bod kunnen komen. Het bouwt voort op de mededeling «post-2015 financieringsmodel voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling» uit juli 2013.

Nederland steunt de Commissie in haar overkoepelende visie op een nieuw mondiaal partnerschap. Positief is de nadruk op het principe van universaliteit en gedeelde verantwoordelijkheden. De implementatie van de Post-2015 agenda vereist gezamenlijke inspanningen van ieder land. De verdeling zal primair op nationaal niveau lopen via nationale beleidsplannen en financieringsstrategieën voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling. Coherent en consistent beleid is hiervoor noodzakelijk. Nederland onderschrijft de multidimensionale aanpak (sociaal, economisch, ecologisch, vrede) en multi-actor benadering (w.o. overheden, private sector, maatschappelijk middenveld, filantropen, academici) benadering van de uitvoering van de Post-2015 agenda.

Stevige politieke inzet is nodig om afspraken te maken over de implementatie van de ambitieuze Post-2015 agenda. De mededeling constateert terecht dat een breed pakket aan middelen essentieel is. Nederland steunt de visie dat niet alleen verschillende financieringsbronnen, maar ook goed beleid en goed bestuur cruciaal zijn voor het behalen van de doelen in ontwikkelingslanden en daarmee een van de randvoorwaarden vormt van de nieuwe post-2015 agenda. Nederlandse inzet is om «Addis actiepunten» overeen te komen voor een vernieuwend mondiaal partnerschap die meetbaar, realistisch en inclusief geformuleerd zijn.

Het kabinet is positief over de expliciete erkenning in deze mededeling van de rol van lokale overheden in ontwikkeling en gaat ervanuit dat in de verdere uitwerking en implementatie van de agenda dit verder wordt uitgewerkt. De prioritaire gebieden en uitgangspunten in de mededeling komen op hoofdlijnen overeen met de Nederlandse inzet.

Bij de voorbereidingen voor de conferentie zal Nederland zich inspannen om te komen tot een succesvolle uitkomst van de bijeenkomsten in Addis Abeba en New York. Daarbinnen zal Nederland zich richten op de volgende prioriteiten:

  • 1) Het kabinet is een groot voorstander van het doelmatig en doeltreffend inzetten van financiering en van het stimuleren van het gebruik van de verschillende financieringsbronnen voor ontwikkeling: publiek, privaat, nationaal en internationaal. Het vergroten van het aandeel van nationale publieke middelen in de nationale begrotingen van ontwikkelingslanden is daarbij van primair belang. Ook is een belangrijke rol weggelegd voor ontwikkeling van innovatieve financieringsmechanismen, bijvoorbeeld door publieke middelen in te zetten om private financiering aan te trekken voor publieke doelen (hefboomwerking), zoals het combineren van schenkingen en leningen (blending). In potentie kunnen middelen met behulp van innovatieve financieringsmechanismen effectiever worden aangewend, treedt diversificatie op en worden méér middelen gegenereerd (katalyserend effect). Dit is bijzonder relevant voor de financiering van internationaal publieke goederen en voor klimaatfinanciering. Het gebruik van dergelijke instrumenten dient wel onderworpen te zijn aan duidelijke voorwaarden. Die voorwaarden liggen onder meer op het terrein van het voorkomen van marktverstoring, het voorkomen van budgettaire risico’s, aandacht voor schuldhoudbaarheid van de ontvangende landen en een goede verantwoording van middelen.

  • 2) Centraal in de nieuwe agenda staat voor het kabinet het belang van multi-stakeholder partnerschappen bij het behalen van de nieuwe Post-2015 doelen. Deze doelen kunnen alleen worden bereikt als er wordt samengewerkt in inclusieve partnerschappen met de private sector, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, multilaterale instellingen en nationale en lokale overheden.

  • 3) Het kabinet is een groot voorstander van het bevorderen van maatregelen die de bijdrage van handel en investeringen aan duurzame ontwikkeling vergroten en zal zich hier actief voor inzetten. Dit gebeurt onder andere via het openen van markten, het versterken van de rol van de private sector en het verbeteren van het ondernemingsklimaat, ondersteund door onder andere handelsfacilitatie en aid-for-trade. Hierbij moet speciaal aandacht besteed worden aan de spillover effecten van handelsakkoorden en moeten afspraken over kennissamenwerking en sociale impact van private investeringen (MVO) gemaakt worden.

Voor Nederland ligt het primaat voor de onderhandelingen over klimaatfinanciering bij het UNFCCC-traject2 en voor handel bij de World Trade Organisation. Nederland zal zich er voor inzetten om duplicatie te voorkomen tussen deze trajecten en de onderhandelingen voor Financing for Development en de Post 2015 conferenties.

In de mededeling wordt ook verwezen naar het Global Partnership for Effective Development Cooperation (GPEDC), een samenwerkingsverband van ongeveer 150 landen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland is op dit moment samen met Malawi en Mexico co-voorzitter van GPEDC en zet zich in om geleerde lessen en ervaringen op het gebied van bijvoorbeeld multi-stakeholder partnerschappen en monitoring & review in te brengen in de onderhandelingen voor Financing for Development en de Post-2015 agenda.

c) Eerste inschatting van krachtenveld

Het krachtenveld in de EU is op een groot aantal onderwerpen nog niet uitgekristalliseerd.

4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten

Bevoegdheid: De mededeling betreft primair ontwikkelingssamenwerking, maar raakt ook aan andere beleidsterreinen (zoals milieu en migratie). Op het terrein van Ontwikkelingssamenwerking is de EU bevoegd op te treden (zie ook artikel 208 VWEU). De uitoefening van deze EU-bevoegdheid belet de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen (artikel 4, lid 4 VWEU).

Subsidiariteit: De Nederlandse grondhouding ten aanzien van de subsidiariteit is positief. De EU is een geschikt platform waar gestreefd kan worden naar samenhang en synergie in de interventies van de lidstaten van de EU en om als EU samen te werken met de internationale gemeenschap. EU-optreden heeft door het gewicht van de EU in internationale besprekingen een duidelijke meerwaarde, parallel aan de activiteiten van de lidstaten.

Proportionaliteit: De Nederlandse grondhouding ten aanzien van de proportionaliteit is positief. De aanbevelingen die de Commissie doet laten voldoende ruimte voor nationale inzet en staan inhoudelijk in de juiste verhouding tot de geformuleerde doelstellingen.

Financiële gevolgen: Zowel vanuit de EU-begroting als via nationale begrotingen van lidstaten wordt bijgedragen aan ontwikkelingslanden. In de mededeling worden geen concrete financiële gevolgen benoemd. Nederland is van mening dat de EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders voor de EU-begroting 2014–2020 en het Europees Ontwikkelingsfonds, en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Nationale budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline. Volgens de Commissie dienen binnenlandse inkomstenbronnen (zoals belastinginkomsten) de voornaamste financieringsbron te zijn voor ontwikkeling van landen, en de private sector de belangrijkste bron van groei.


X Noot
1

Official Development Assistance.

X Noot
2

United Nations Framework Convention on Climate Change.

Naar boven