Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201422112 nr. 1883

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1883 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juli 2014

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij twee fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: mededeling strategisch EU-kader voor gezondheid en veiligheid op het Werk 2014–2020 (Kamerstuk 22 112, nr. 1882)

Fiche 2: mededeling strategie voor de Adriatische en Ionische regio

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Fiche: Mededeling strategie voor de Adriatische en Ionische regio

1. Algemene gegevens

Titel voorstel

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende de strategie van de Europese Unie voor de Adriatische en Ionische regio

Datum ontvangst Commissiedocument

18 juni 2014

Nr. Commissiedocument

COM (2014) 357 Mededeling

SWD (2014) 190 Actie Plan

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board

Niet opgesteld

Behandelingstraject Raad

Raad Algemene Zaken

Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Buitenlandse Zaken

2. Essentie voorstel

Met deze mededeling voldoet de Commissie aan het verzoek van de Europese Raad van december 2012 de strategie voor de Adriatische en Ionische regio voor het einde van 2014 te presenteren. Ten grondslag aan dit verzoek van de Europese Raad lag een streven van de EU-lidstaten Griekenland, Italië, Kroatië, en Slovenië, alsmede Albanië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro en Servië. De strategie zal door deze landen ten uitvoer worden gelegd. De algemene doelstelling van de strategie is duurzame economische en sociale vooruitgang in de regio te bevorderen door groei en nieuwe banen, verbetering van concurrentievermogen en connectiviteit van de regio, milieubescherming en waarborging van gezonde en evenwichtige mariene en kustecosystemen.

De Adriatisch-Ionische regio kampt met een aantal gemeenschappelijke uitdagingen op het gebied van sociaaleconomische ongelijkheden, vervoer en infrastructuur, energie, milieu, klimaatverandering en administratieve/institutionele belemmeringen, die door de landen in de regio moet worden aangepakt.

De Commissie identificeert een aantal mogelijkheden voor duurzame, slimme en inclusieve groei in de regio op het vlak van de blauwe economie, connectiviteit, cultureel en natuurlijk erfgoed, biodiversiteit en toerisme. Om deze mogelijkheden te kunnen benutten beveelt de Commissie een «rollend actieplan» voor, dat regelmatig herzien en bijgewerkt zal worden naarmate nieuwe behoeften worden geconstateerd. Het plan is gebaseerd op vier onderling afhankelijke strategische pijlers:

  • Blauwe groei, ofwel economische groei d.m.v. de maritieme economie (havens, visserij, etc)

  • Aansluiting van de regio (vervoer- en energienetwerken)

  • Milieukwaliteit

  • Duurzaam toerisme.

Daarnaast identificeert de Commissie vier horizontale onderwerpen, te weten capaciteitsopbouw, onderzoek en innovatie, verzachting van en aanpassing aan klimaatverandering en ramprisicobeheer. De Commissie geeft in het actieplan, dat in aanvulling op de mededeling door de Commissie is ontwikkeld, onderwerpen, acties en projecten per pijler, met streefcijfers die door toepassing van de strategie gerealiseerd zouden moeten zijn in 2020.

Met betrekking tot de coördinatie tussen de deelnemende landen en de tenuitvoerlegging van de strategie grijpt de Commissie terug op haar evaluatie van de macro-economische EU-strategieën voor de Baltische en de Donau-regio. Daarin heeft zij gesteld dat verwezenlijking van deze strategieën alleen kans van slagen heeft als de strategie voorziet in sterk politiek leiderschap, effectieve besluitvorming en goede organisatie. Daarom stelt zij een organisatiestructuur voor, waarin voor iedere pijler twee coördinatoren van relevante ministeries van twee verschillende landen nauw samen zullen werken met hun tegenhangers in de andere betrokken landen om het actieplan te ontwikkelen en uit te voeren. De Commissie zal daarbij optreden als onafhankelijke facilitator en een EU-perspectief bieden, ondersteund door een werkgroep op hoog niveau voor macroregionale strategieën, met vertegenwoordigers van de EU-28 en van de deelnemende derde landen. De Commissie legt de nadruk van de strategie op een geïntegreerde benadering, die verschillende beleidsterreinen koppelt met het oog op een territoriaal coherente tenuitvoerlegging van EU-beleid.

De financiering van de strategie betreft bestaande EU- en nationale financiering die verband houdt met de vier pijlers. Door de strategie goed te keuren, verplichten de regeringen van de deelnemende landen zich om gebruik te maken van deze financiering om het actieplan uit te voeren. Met name het Europese Structuur- en Investeringsfonds en het Instrument voor pre-toetredingssteun voor 2014–2020 bieden aanzienlijke middelen en een verscheidenheid van instrumenten en technische opties. Ook Horizon 2020, de Connecting Europe Facility, het programma LIFE, alsook het COSME-programma voor mkb en het Investeringskader voor de Westelijke Balkan, de Europese Investeringsbank en andere internationale financiële instellingen komen in aanmerking. Deze fondsen en instrumenten zouden een aanzienlijke hefboomwerken kunnen ontwikkelen en financiering van particuliere investeerders kunnen aantrekken.

Ter evaluatie van de strategie zullen de deelnemende landen jaarlijks een forum organiseren, om te overleggen over heroriëntering van acties en nieuwe benaderingen te ontwikkelen.

3. Wat is de Nederlandse grondhouding ten aanzien van de bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit van deze mededeling en de eventueel daarin aangekondigde concrete wet- en regelgeving? Hoe schat Nederland de financiële gevolgen in, alsmede de gevolgen op het gebied van regeldruk en administratieve lasten?

Er wordt in de mededeling geen wet- of regelgeving aangekondigd.

Bevoegdheidsvaststelling

In artikel 174 VWEU staat beschreven dat de Unie mag optreden om de economische, sociale en territoriale samenhang te versterken, om zodoende de harmonische ontwikkeling van de Unie als geheel te bevorderen, ontwikkelen en vervolgen. Aan de onderhavige strategie doen ook niet-EU lidstaten mee. Het betreffen (potentiële) kandidaat-lidstaten waarmee de EU bijzondere betrekkingen onderhoudt. Nederland acht de EU bevoegd tot de acties die voortvloeien uit de mededeling.

Subsidiariteit

De thema’s die de strategie adresseert, zoals blauwe groei, ontoereikende infrastructuur en waterbeheer zijn transnationaal en oplossing van die problemen vereist een bredere aanpak dan de gangbare nationale en bilaterale aanpak. De in het actieplan voorziene acties dragen bij aan de optimalisering van de voordelen van het EU-lidmaatschap voor de betreffende lidstaten. Bovendien kan een EU-aanpak voordelen hebben omdat de grensoverschrijdende aspecten van deze thema’s beheerst worden door EU-regelgeving. Het algemeen subsidiariteitsoordeel is positief.

Proportionaliteit

De strategie voorziet in een coördinerende rol van de Commissie op grond van een evaluatie van de macro-regionale EU-strategieën die door de Raad Algemene Zaken in oktober 2013 is aangenomen. De strategie resulteert niet in nieuwe EU-regelgeving en ziet op beleidsterreinen, waarvoor de EU bevoegdheden heeft, zoals regionaal beleid, transport en milieu. Het oordeel over proportionaliteit is derhalve ook positief.

Financiële gevolgen

Er is geen sprake van additionele financiële consequenties voor de EU-begroting. Er is reeds een aantal EU-programma’s waarmee deze activiteiten kunnen worden gefinancierd. Er zijn geen ook gevolgen voor de Nederlandse begroting.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Het kabinet is allereerst van mening dat de voorgestelde EU-strategie voor de Adriatische en Ionische regio naar aard, bedoeling en achtergronden niet moet worden «vertaald» naar de Noordzee-regio. Het kan dus niet de opmaat zijn tot een EU strategie voor de Noordzee. Indien zo’n voorstel wel zou volgen, hetgeen nu niet aan de orde is, zou het aan de Noordzeelidstaten zijn om nut, noodzaak en toegevoegde waarde daarvan vast te stellen, mede op basis van een analyse over de Noordzeeregio door de belanghebbenden in de regio zelf (bijvoorbeeld de North Sea Commission).

Nederland staat sympathiek tegenover de ambitie van de landen in de Adriatische en Ionische regio om werkgelegenheid, blauwe economie, betere basisinfrastructuur, betere interconnectiviteit en betere grensoverschrijdende samenwerking op het terrein van milieu te bevorderen.

Nederland wordt niet rechtstreeks aangesproken in deze mededeling. Voor Nederland is het van belang dat er breed draagvlak is voor de Strategie, en dat landen in de regio zich actief inzetten voor het Actieplan van de Commissie.

Nederland hecht eraan dat de EU de strategie en de activiteiten daarin goed afstemt met andere instellingen en donoren die actief zijn in de regio.