Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201422112 nr. 1749

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1749 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 december 2013

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij een fiche aan te bieden die werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche: Verordening Vangstmogelijkheden 2014

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Fiche: Verordening Vangstmogelijkheden 2014

1. Algemene gegevens

Titel voorstel:

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn.

Datum ontvangst Commissiedocument:

31 oktober 2013

Nr. Commissiedocument:

COM(2013) 753

Nr. Impact Assessment Commissie en Opinie Impact Assessment Board:

n.v.t.

Behandelingstraject Raad:

Landbouw en Visserij Raad 16–17 december 2013

Eerstverantwoordelijk ministerie:

Ministerie van Economische Zaken

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

  • a) Rechtsbasis: Artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

  • b) Besluitvormingsprocedure Raad en rol Europees Parlement: gekwalificeerde meerderheid van de Raad, het Europees Parlement is niet betrokken.

  • c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen: n.v.t.

2. Samenvatting BNC-fiche

  • Korte inhoud voorstel:

    Dit voorstel bevat de vangst- en inspanningsbeperkingen voor de EU-visserij voor 2014. Deze zijn nodig om de totstandbrenging van een ecologisch, economisch en sociaal duurzame visserij te verwezenlijken, zoals beoogd wordt met het gemeenschappelijk visserijbeleid. Bij de voorstellen is rekening gehouden met de richtsnoeren van de raadpleging tijdens de Raad van juli 2013 («policy statement» – COM (2013) 319).

  • Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

    Bevoegdheid: artikel 3, lid 1, onder d) van de VWEU, exclusieve bevoegdheid.

    Subsidiariteit: n.v.t.

    Proportionaliteit: positief met kanttekening. De maatregelen dragen bij aan het doel van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid om te zorgen voor een duurzame exploitatie van de visbestanden. Echter, sommige voorgestelde automatische reducties voor bestanden zonder vangstadvies zijn een stap te ver.

  • Nederlandse positie en eventuele acties: Het kabinet vindt het positief dat de Europese Commissie één geïntegreerd voorstel voor een totaal toegestane vangst (TAC) en quotum doet, met daarin zowel de autonome EU bestanden als de bestanden die wachten op de uitkomst van onderhandelingen met derde landen. Het kabinet is van mening dat bij de vaststelling van de vangstmogelijkheden alvast rekening gehouden moet worden met de uitgangspunten van het nieuwe Gemeenschappelijke Visserijbeleid (GVB).

3. Samenvatting voorstel

Dit voorstel bevat de vangst- en inspanningsbeperkingen voor de EU-visserij voor 2014. Deze zijn nodig om de totstandbrenging van een ecologisch, economisch en sociaal duurzame visserij te verwezenlijken, zoals beoogd met het gemeenschappelijk visserijbeleid. Het voorstel is gebaseerd op de richtsnoeren in de raadpleging («policy statement» COM (2013) 319). Hieruit vloeit voort dat de meerjarenplannen voor duurzame exploitatie van bestanden gevolgd worden indien van toepassing. Zijn deze er niet, dan wordt naar Maximum Sustainable Yield (MSY, de maximaal duurzame opbrengst) toe gewerkt. Dit jaar kon MSY voor 22 bestanden worden toegepast, tegenover 12 twee jaar geleden. Voor een groot aantal van oudsher gegevensarme bestanden is nu toch een vangstadvies gegeven. De Europese Commissie stelt voor om deze adviezen te volgen, maar toe te passen op de totaal toegestane vangsten (TACs) en niet op de werkelijke vangsten. Voor 55 bestanden volgt de Commissie de richtlijnen van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) voor gegevensarme bestanden. Van de bestanden hiervan die klein zijn en worden bijgevangen is vorig jaar overeengekomen de TAC voor 5 jaar te bevriezen. Wanneer voor een bepaald bestand een TAC aan één enkele lidstaat wordt toegewezen, wordt die lidstaat gemachtigd het niveau van deze TAC vast te stellen. Veel van de onderhandelingen met derde landen moeten nog plaats vinden, dus voor veel van de, ook voor Nederland belangrijke bestanden zijn de vangstmogelijkheden nog niet bekend. De Tweede Kamer zal worden geïnformeerd over de uitkomst van de onderhandelingen. De in dit voorstel voor Nederland belangrijke vangstmogelijkheden die al wel bekend zijn betreffen de EU autonome bestanden: grote zilvervis, haring en zeeduivel in de Keltische Zee, roggen, tong in de Golf van Biskaje, tarbot en griet, tongschar en witje, schar en bot en horsmakreel. Hiervoor wil de Europese Commissie een daling van 12 tot 40% van de TACs. Opvallend is het voorstel om de TAC voor westelijke horsmakreel met 40% te reduceren. Hiermee zou al in 2014 MSY bereikt worden, waar de Pelagische Regionale Advies Raad (PRAC) juist adviseerde om het gefaseerd te doen om, conform het nieuwe GVB, MSY in 2015 te bereiken. Verder is net als vorig jaar de mogelijkheid opgenomen om verder te kunnen experimenteren met «fully documented fisheries», dat wil zeggen extra vangstquota voor vaartuigen die zijn uitgerust met CCTV camera’s (closed circuit television). De camera’s dienen ter controle van de in het logboek opgegeven vangsten. Tot slot bevat het een lijst van soorten waarvoor een algeheel verbod geldt, zoals de reuzenmanta.

  • Impact assessment Commissie:

    n.v.t.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

  • a) Bevoegdheid: Rechtsgrondslag is artikel 43 lid 3 VWEU. Nederland kan instemmen met deze rechtsbasis. Het Gemeenschappelijke Visserijbeleid is een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie.

  • b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel:

    Subsidiariteit: Niet van toepassing. Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het VWEU.

    Proportionaliteit: Het proportionaliteitsoordeel is positief met een kanttekening. Deze maatregelen dragen bij aan het doel van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid om te zorgen voor een vanuit economisch, ecologisch en sociaal oogpunt duurzame exploitatie van de visbestanden. Het doel staat in de juiste verhouding tot de voorgestelde maatregelen. Een kanttekening hierbij is dat het kabinet wel kritisch is ten aanzien van de automatische reductie met 20% voor bestanden zonder vangstadvies.

  • c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen: Niet van toepassing.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

  • a) Consequenties EU-begroting: geen.

  • b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden: geen

  • c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger: geen financiële consequenties.

  • d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger: geen.

6. Implicaties juridisch

  • a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo): geen.

  • b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid: 1 januari 2014. De voorgestelde datum is haalbaar.

  • c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling: neen

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

  • a) Uitvoerbaarheid: dit voorstel leidt niet additionele lasten

  • b) Handhaafbaarheid: idem

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Er zijn geen consequenties voor ontwikkelingslanden.

9. Nederlandse positie

Het kabinet vindt het positief dat de Europese Commissie één geïntegreerd voorstel voor een TAC en quotum doet, met daarin zowel de autonome EU-bestanden als de bestanden die wachten op de uitkomst van onderhandelingen met derde landen. Het kabinet is van mening dat bij de vaststelling van de vangstmogelijkheden alvast rekening gehouden moet worden met de uitgangspunten van het nieuwe Gemeenschappelijke Visserijbeleid (GVB). Dit houdt onder meer in het volgen van de meerjarenplannen en het voldoen aan het bereiken van MSY in 2015. Het kabinet wil voor de bestanden waar weinig kennis van is het voorzorgsprincipe volgen, maar een automatische reductie van de TACs 2013 met 20% gaat een stap te ver. Van geval tot geval moet bekeken worden wat de meest passende benadering is. Het kabinet zet in op een adequate bescherming van kwetsbare soorten als haaien en roggen en zal bij de Commissie aandringen op reducties van de vangstmogelijkheden en handhaving van de bestaande lijst van verboden soorten. Het advies over de zeedagen is nog niet binnen, maar het kabinet zal erop aandringen dat er een goede balans is tussen de zeedagen en de quota. Tot slot wil het kabinet dat de pilot met CCTV camera’s aan boord (volledig gedocumenteerde visserij) wordt gecontinueerd en uitgebreid naar andere soorten om hiervan te leren voor de implementatie van de aanlandplicht.