Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201322112 nr. 1614

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1614 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 mei 2013

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij drie fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Verordening kostenreductie infrastructuur breedband (Kamerstuk 33 613, nr. 3)

Fiche 2: Verordening steekproefenquête arbeidskrachten

Fiche 3: Mededeling EU-scorebord voor justitie (Kamerstuk 22 112, nr. 1615)

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Fiche: Verordening steekproefenquête arbeidskrachten

1. Algemene gegevens

Titel voorstel

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap

Datum ontvangst Commissiedocument

27 maart 2013

Nr. Commissiedocument

COM(2013) 155

Nr. Impact Assessment Commissie en Opinie Impact Assessment Board

Niet opgesteld

Behandelingstraject Raad

Ecofin Raad

Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Economische Zaken/Centraal Bureau voor de Statistiek in nauwe samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

  • a) Rechtsbasis artikel 338, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

  • b) Stemwijze Raad en rol Europees Parlement:

    Gewone besluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheid Raad, medebeslissingsrecht Europees Parlement.

  • c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen:

    Het voorstel voorziet in artikel 4, lid 2 en artikel 7a in gedelegeerde handelingen door de Commissie. De Commissie krijgt de bevoegdheid om voor onbepaalde tijd gedelegeerde handelingen vast te stellen. Het gaat hierbij om het vaststellen van de lijst van enquêtevariabelen, de minimale steekproefomvang en de frequentie waarmee de enquête wordt gehouden. De Commissie krijgt verder de bevoegdheid om door middel van gedelegeerde handelingen een extra reeks variabelen (hierna «speciale module» genoemd) ter aanvulling van de structurele informatie met inbegrip van het onderwerp, de referentieperiode, de omvang van de steekproef en de termijnen voor indiening van de resultaten aan de Commissie (Eurostat). Het voorstel voorziet ook in uitvoeringshandelingen.

    De Commissie krijgt de bevoegdheid om op basis van artikel 8 door middel van de onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vast te stellen. Het gaat hierbij om voorschriften voor de controleregels, de codering van de variabelen en de lijst van principes voor de formulering van de vragen over de arbeidssituatie. In dit geval wordt de Commissie bijgestaan door het Comité voor het Europees Statistisch Systeem.

2. Samenvatting BNC-fiche

Met het onderhavige voorstel beoogt de Commissie de huidige Verordening (EG) nr. 577/98 te wijzigen en in overeenstemming te brengen met het nieuwe institutionele kader van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dit geldt in het bijzonder voor de vaststelling van «gedelegeerde handelingen» (artikel 290) en «uitvoeringshandelingen» (artikel 291). Tevens beoogt de Commissie met het voorstel om specifiek voor de uitvoering van de zogeheten jaarlijkse speciale module, de juridische randvoorwaarden te scheppen om door middel van subsidies de lidstaten een financiële bijdrage in de kosten te verlenen.

Nederland acht artikel 338, eerste lid, VWEU de juiste rechtsbasis voor dit voorstel. Het betreft hier een gedeelde bevoegdheid. Nederland beoordeelt zowel de subsidiariteit alsmede de proportionaliteit als positief. Deze verordening leidt niet tot extra administratieve lasten en kosten.

Nederland kan op hoofdlijnen instemmen met het voorstel. Nederland verwelkomt het initiatief van de Commissie om het bestaande rechtskader te actualiseren aan het nieuwe institutionele kader van het VWEU. Nederland verwelkomt tevens het voorstel om de lidstaten subsidies te verlenen. Deze dienen als financiële bijdrage voor de uitvoering van de zogeheten speciale modules. Nederland plaatst kanttekeningen bij de een aantal voorstellen in het kader van de bevoegdheidsdelegatie.

3. Samenvatting voorstel

Inhoud voorstel

Het onderhavige voorstel voorziet in een wijziging van de bestaande Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad van 9 maart 1998 betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap aan de nieuwe regels van het VWEU. Met dit voorstel komt de Commissie tegemoet aan haar afspraak om voor het einde van de zittingsperiode (juni 2014) van het Europees Parlement alle bepalingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing te verwijderen.

Op basis van dit voorstel krijgt de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen in overeenstemming met artikel 290 VWEU. De gedelegeerde handelingen hebben onder andere betrekking op de vaststelling van zogeheten speciale modules. Deze speciale modules dienen voor de verzameling van statistische gegevens over specifieke onderwerpen in verband met de arbeidsmarkt die relevant zijn voor EU-beleid. Voorgesteld wordt de inhoud van de speciale modules, de definities, en de aanpassing van de lijst van enquêtevariabelen die nodig zijn door de ontwikkeling van technieken en concepten door middel van gedelegeerde handeling vast te stellen. De Commissie stelt tevens voor dat de omvang van de jaarlijkse speciale module niet groter mag zijn dan 11 variabelen.

Daarnaast krijgt de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de vaststelling van de lijst van structurele variabelen, waaronder de minimale steekproefomvang en de frequentie van de enquête.

Tevens worden er door middel van dit voorstel uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie verleend met het oog op uniforme voorwaarden voor de toezending van statistische informatie, met name door de vaststelling van voorschriften over de controleregels, de codering van de variabelen en de lijst van principes voor de formulering van de vragen over de arbeidssituatie volgens de onderzoeksprocedure.

Voor de uitvoering van de zogeheten «speciale modules» stelt de Commissie vervolgens voor de nationale instanties voor de statistiek en andere nationale instanties die door de lidstaten zijn aangewezen en die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling, de productie en de verspreiding van Europese statistieken op basis van cofinanciering een financiële bijdrage in de kosten te verlenen.

Impact assessment Commissie

Er is geen Impact assessment door de Commissie opgesteld

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

a) Bevoegdheid

De Commissie baseert haar voorstel op artikel 338 lid 1 VWEU. Op grond van dit artikel nemen de Raad en het EP volgens de gewone wetgevingsprocedure maatregelen aan voor de opstelling van statistieken wanneer dat voor de vervulling van de taken van de Unie nodig is. Dit is volgens Nederland de juiste rechtsgrondslag. Er is sprake van een gedeelde bevoegdheid van EU en lidstaten.

b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

Het subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel is positief. Het doel van de verordening, namelijk de aanpassing van de bestaande verordening aan de artikelen 290 en 291 VWEU alsmede het scheppen van een juridisch kader zodat de Commissie een financiële bijdrage aan de lidstaten kan toekennen, kan uitsluitend op Europees niveau worden geregeld. De verordening gaat niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

Nederland kan instemmen met de door de Commissie voorgestelde uitvoeringshandelingen, aangezien het een technische uitvoering van de verordening betreft, waarbij de Commissie goed het initiatief kan nemen. Nederland kan niet akkoord gaan met de huidige voorstellen om zonder enige inkadering de kenmerken van de enquête en de lijst van enquêtevariabelen door middel van gedelegeerde handelingen te wijzigen. Nederland twijfelt aan de voorstellen van de Commissie om de speciale module vast te stellen door middel van gedelegeerde handelingen. Wat Nederland betreft gaat het hier om maatregelen, die naar het oordeel van Nederland beter kunnen worden vastgesteld in uitvoeringshandelingen. Daarnaast kan Nederland niet instemmen met het voorstel om bevoegdheid tot de vaststelling van gedelegeerde handelingen voor onbepaalde tijd aan de Commissie te verlenen.

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting

De Commissie heeft voor de periode 2014–2020 2 miljoen euro per jaar gereserveerd in rubriek 1: slimme en exclusieve groei. Nederland is van mening dat deze financiële middelen moeten worden gevonden binnen de financiële kaders zoals deze zijn vastgesteld op de Europese Raad van februari dit jaar.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

De verordening heeft geen financiële consequenties voor Nederland, omdat de werkzaamheden voor de uitvoering van de steekproefenquête naar de arbeidskrachten al structureel door het CBS worden verricht en deze kunnen worden opgevangen binnen de bestaande capaciteit.

Voor de uitvoering van de speciale module zal Nederland – op basis van de vigerende EU-regels – cofinanciering van de Commissie ontvangen. De bedragen voor de cofinanciering zijn thans niet bekend. Indien een bedrag aan Nederland wordt toegekend, wordt dat bedrag in mindering gebracht in de opgave van de eventuele additionele uitvoeringskosten.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

Geen

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

Nederland is het niet eens met de Commissie dat gedelegeerde handelingen geen aanzienlijke extra administratieve lasten opleveren. Nederland is van mening dat in het kader van deze verordening de toekomstige voorgestelde gedelegeerde handelingen wel kunnen leiden tot extra administratieve lasten, omdat de gedelegeerde handelingen kunnen leiden tot een uitbreiding van de te verzamelen informatie. De omvang hiervan is op voorhand echter niet te kwantificeren. Voor wat betreft de eventuele toekomstige financiële gevolgen geldt, dat deze dienen te worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement (in casu het ministerie van Economische Zaken), conform de regels voor de budgetdiscipline.

Dit voorstel leidt als zodanig niet tot extra regeldruk en administratieve lasten voor het bedrijfsleven en burgers. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) produceert al statistische informatie over de arbeidsmarkt. De verordening heeft betrekking op een enquête bij personen. De deelname aan de enquête geschiedt op basis van vrijwilligheid. Voor de burger zijn er geen financiële consequenties. De verordening leidt niet tot extra rapportageverplichtingen voor het CBS aan de Commissie (Eurostat). De toekomstige voorgestelde gedelegeerde handelingen in het kader van deze verordening kunnen echter wel leiden tot extra administratieve lasten.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

n.v.t.

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

Deze verordening treedt in werking op de 20e dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Voor Nederland is dat haalbaar.

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

n.v.t.

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

In artikel 4 van de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek is bepaald dat het CBS op nationaal niveau belast is met de productie van statistieken in het kader van de EU. Het CBS dient de statistische resultaten in bij de Commissie (Eurostat).

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen

9. Nederlandse positie

Nederland verwelkomt het initiatief van de Commissie om de bestaande verordening te actualiseren aan het nieuwe institutionele kader van het VWEU. Hiermee komt de Commissie tegemoet aan de toezegging om uiterlijk voor de zevende zittingsperiode van het Europees Parlement (juni 2014) alle bepalingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing te verwijderen. Nederland verwelkomt tevens het voorstel van de Commissie om een juridische basis te creëren, die de Commissie in staat stelt om op basis van cofinanciering subsidies aan de lidstaten toe te kennen voor de uitvoering van de in het kader van een speciale module te verzamelen informatie.

Nederland kan niet akkoord gaan met de huidige voorstellen om zonder enige inkadering de kenmerken van de enquête en de lijst van enquêtevariabelen door middel van gedelegeerde handelingen te wijzigen, omdat aanpassingen van de voorgestelde onderdelen door middel van toekomstige gedelegeerde handelingen kunnen leiden tot additionele lasten en kosten. Op dit moment is nog niets bekend over de invulling van de toekomstige gedelegeerde handelingen. Hierdoor bestaat er bezorgdheid over mogelijke toekomstige gevolgen voor de administratieve belasting voor respondenten en de kosten voor het nationale en Europese statistische systeem.

Nederland zal tevens voorstellen dat de toekomstige gedelegeerde handelingen altijd dienen te worden voorzien van een kosten/baten-analyse. Hierbij is voor Nederland van belang dat de administratieve belasting voor bedrijfsleven en burger alsmede de kosten voor het statistisch systeem expliciet in kaart worden gebracht, voordat er gedelegeerde handelingen worden vastgesteld. Verder acht Nederland het van belang dat bij de toekomstige invulling van gedelegeerde handelingen die zullen voortvloeien uit deze verordening zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de thans beschikbare gegevensbronnen.

Volgens Nederland dient de jaarlijks vast te stellen speciale module gezien te worden als een tijdelijke statistische actie. De speciale module voorziet in het verzamelen van aanvullende gegevens. De gegevensverzameling van iedere speciale module beperkt zich tot de periode van maximaal één jaar.

Daarom is naar het oordeel van Nederland op de speciale module artikel 14 lid 2 van Verordening (EG) 223/2009 betreffende de Europese statistiek van toepassing. Dit artikel voorziet erin dat tijdelijke statistische acties, zoals de jaarlijkse speciale module kunnen worden vastgesteld op basis van uitvoeringshandelingen.

Nederland kan er niet mee akkoord gaan de uitoefening van de delegatie aan de Commissie toe te kennen voor onbepaalde tijd, zoals door de Commissie wordt voorgesteld. In dit kader zal Nederland voorstellen de Commissie de bevoegdheid te verlenen voor een termijn van vijf jaar. Deze termijn kan stilzwijgend worden verlengd met termijnen van dezelfde duur tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór afloop van een termijn tegen een dergelijke verlenging verzet.

Nederland acht het verder van belang dat de bevoegdheidsdelegatie wordt geëvalueerd. Dit zou volgens Nederland kunnen door middel van een verslag, dat de Commissie indient bij het Europees Parlement en de Raad, over de uitvoering, de resultaten en de algemene beoordeling van de bevoegdheidsdelegatie.