Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201322112 nr. 1613

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1613 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 mei 2013

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij een fiche aan te bieden die werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Fiche 1: Verordening meerjarenfinanciering Europees Agentschap maritieme veiligheid

De minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Fiche: Verordening meerjarenfinanciering Europees Agentschap maritieme veiligheid

1. Algemene gegevens

Titel voorstel: Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad over meerjarenfinanciering voor acties van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging.

Datum ontvangst Commissiedocument: 3 april 2013

Nr. Commissiedocument: COM (2013) 174

Prelex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=202523

Nr. Impact Assessment Commissie en Opinie Impact Assessment Board: Niet opgesteld.

Behandelingstraject Raad: Transportraad

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Rechtsbasis, besluitvormingsprocedure Raad, rol Europees Parlement, gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen:

  • a) Rechtsbasis: Artikel 100, lid 2, VWEU.

  • b) Besluitvormingsprocedure Raad en rol Europees Parlement: gewone wetgevingsprocedure. Raad: gekwalificeerde meerderheid. Europees Parlement: medebeslissing.

  • c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen: Deze verordening is een vervolg op Verordening (EG) nr. 2038/2006. Het voorliggende voorstel kent geen gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen toe aan de Commissie.

2. Samenvatting BNC-fiche

• Korte inhoud voorstel

Het voorstel betreft de voortzetting van de meerjarenfinanciering van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, voor de uitvoering van de in Verordening nr. 100/10131 genoemde taken, zoals de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en voor door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging.

• Bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteitsoordeel

Nederland stemt in met de gekozen rechtsgrondslag. Zowel ten aanzien van de subsidiariteit als ten aan zien van de proportionaliteit van het voorstel is het oordeel van het kabinet positief.

• Implicaties/risico’s/kansen

Implicaties – het voorstel zal leiden tot vaststelling van de meerjarenfinanciering voor het Europees Agentschap maritieme veiligheid. Het voorstel leidt niet tot aanpassing van de nationale wet- en regelgeving.

Risico’s – Naar verwachting kan het voorstel zonder problemen worden ingevoerd.

• Nederlandse positie

Nederland stemt in met de door de Commissie voorgestelde financiering van het agentschap. In algemene zin blijft Nederland overigens wel kritisch ten aanzien van stijgende kosten voor agentschappen en instellingen.

Het voorstel van de Commissie voor de uitvoering van de taken door het Agentschap voor de periode 2014 – 2020 bedraagt € 160,5 mln. Afgezet tegen de in het voorstel gegeven kostenspecificatie – waarin 19 bestrijdingsschepen de hoogste kostenpost vormen – wordt dit bedrag als realistisch beschouwd.

3. Samenvatting voorstel

Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid («EMSA»), opgericht in 2002, naar aanleiding van de ramp met de olietanker Erika in december 1999, waarbij een grote hoeveelheid olie in zee terecht kwam, is belast met Europese taken op het gebied van de bestrijding van mariene verontreiniging. Aangezien de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van verontreiniging voor een lange periode aan het Agentschap wordt toevertrouwd, moet een verbintenis over meerdere jaren worden aangegaan om het Agentschap passende financiële garanties te verstrekken, zodat het zijn taken efficiënt en nauwkeurig kan uitvoeren. Daartoe heeft de EU wetgever in 2006 een meerjarenfinanciering vastgesteld voor de periode 2007–2013 voor taken door het Agentschap op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging. Het doel van dit wetgevingsvoorstel is het vernieuwen van de meerjarenfinanciering voor de periode 2014–2020 in het kader van de nieuwe financiële perspectieven. In deze financiering is meegenomen dat EMSA de nieuwe taken op het gebied van verontreinigingsbestrijding, zoals bestrijding van door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging, ook kan uitvoeren.

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2038/2006 en Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen zijn de drie voornaamste taken van het Agentschap op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging: de operationele bijstand aan de lidstaten, de samenwerking met onder meer nationale deskundigen en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de coördinatie en het verzamelen, analyseren en verspreiden van informatie.

EMSA heeft in januari 2013 (Verordening nr. 100/2013) nieuwe taken op het gebied van verontreinigingsbestrijding gekregen. Het takenpakket van EMSA is ook van toepassing geworden op door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging en EMSA wordt geacht de omvang en de milieugevolgen van door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene olieverontreiniging te monitoren. Daarnaast is met deze verordening het huidige geografische toepassingsbereik (lidstaten en toetredingslanden) uitgebreid met «Europese nabuurschapspartnerlanden en landen die partij zijn bij het Memorandum van Parijs inzake toezicht op schepen door de havenstaat». Zodoende kunnen de door EMSA ingehuurde (19) schepen worden gebruikt in het hele gebied van de regionale en perifere zeegebieden van de Unie. Over de verordening inzake de wijziging van de oprichtingsverordening van EMSA is de Kamer op 6 december 2010 een BNC fiche toegestuurd2.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

a) Bevoegdheid

De rechtsgrondslag voor het voorstel is artikel 100, lid 2, VWEU, dat in de vorige versie van het verdrag ook als rechtsgrondslag heeft gediend voor Verordening (EG) nr. 2038/2006. Nederland acht dit de juiste rechtsgrondslag.

b) Subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

Ten aanzien van de subsidiariteit van het voorstel is het oordeel van het kabinet positief. EMSA is een Europees agentschap, dat taken verricht die beter op EU-niveau dan op het niveau van de lidstaten kunnen worden uitgevoerd. De financiering van dit agentschap, waarover dit voorstel gaat, is dan uiteraard ook een zaak die op EU-niveau geregeld dient te worden.

Ten aanzien van de proportionaliteit van dit voorstel oordeelt het kabinet eveneens positief. Een verordening is ook volgens Nederland het meest geschikte wetgevingsinstrument om een meerjarenbegroting voor een EU-agentschap vast te leggen. De inzet van EMSA vindt plaats op aanvraag van de getroffen lidstaten en gaat naar Nederlands oordeel niet verder dan hetgeen noodzakelijk is in het licht van de doelstelling van het agentschap. De voorgestelde middelen staan in de juiste verhouding daartoe.

c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen

Niet van toepassing

5. Financiële implicaties, gevolgen voor regeldruk en administratieve lasten

a) Consequenties EU-begroting

Voor de uitvoering van taken van het Agentschap is volgens de Commissie een bedrag nodig van 160 miljoen euro voor de periode 2014 – 2020. Dekking is, evenals in de afgelopen jaren, voorzien vanuit categorie 1a concurrentiekracht.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

Deze verordening heeft geen financiële consequenties voor de rijksoverheid en/of decentrale overheden.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

Deze verordening heeft geen financiële consequenties voor het bedrijfsleven en voor de burger.

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

In het voorstel is opgenomen dat lidstaten het Europees Agentschap maritieme veiligheid voorzien van voor het Agentschap noodzakelijke informatie voor het bepalen van de verstrekking van operationele bijstand door het Agentschap, zoals extra schepen voor de bestrijding van verontreiniging. Dienaangaande zal sprake zijn van een informatieverplichting van de Rijksoverheid (IenM / Rijkswaterstaat) aan EMSA, die er overigens nu ook reeds is.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

Er is geen sprake van juridische implicaties en/of gevolgen voor nationale regelgeving

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

De verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

In het voorstel (art. 7) is opgenomen dat uiterlijk 31 december 2017 de Commissie, op basis van door het Agentschap verstrekte informatie, een verslag indient bij het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de verordening. De horizonbepaling is gegeven uit de termijn van dit voorstel met een looptijd tot en met 2020.

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

a) Uitvoerbaarheid

Het is de verwachting dat er zich geen implicaties zullen voordoen voor de uitvoering. Het voorstel past geheel binnen het bestaand stramien van opdrachtverstrekking en financiële bijstand tussen de EU en het Agentschap.

b) Handhaafbaarheid

Er zijn voor nationale handhavingsinstanties geen handhavingsverplichtingen voorzien.

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen

9. Nederlandse positie

Nederland stemt in met de door de Commissie voorgestelde financiering van het agentschap. In algemene zin blijft Nederland overigens wel kritisch ten aanzien van stijgende kosten voor agentschappen en instellingen.

Het Agentschap heeft zijn waarde bewezen bij zijn werkzaamheden ter bestrijding van verontreiniging door zeeschepen. Nederland is van mening dat verbreding van de activiteiten, zoals vastgelegd in Verordening nr. 100/1013, van EMSA naar bestrijding van door offshore-installaties veroorzaakte verontreiniging een toegevoegde waarde kan hebben en dat dit de bescherming van het mariene milieu ten goede komt.

Naast dat hierdoor het Agentschap op een breder vlak dan alleen de verontreiniging door schepen werkzaam kan zijn, kan EMSA-coördinatie en -bijstand tevens leiden tot een efficiënter gebruik en inzet van de binnen de lidstaten reeds aanwezige infrastructuur aan bestrijdingsvaartuigen.

Nederland neemt een positieve grondhouding aan maar blijft, zeker gelet op de in het voorstel opgenomen uiterlijk per eind 2017 te verschijnen verslaglegging over de uitvoering van deze verordening, kritisch waar het gaat om efficiënter gebruik van reeds binnen de lidstaten aanwezige infrastructuur aan bestrijdingsvaartuigen.


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 100/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van het europees Agentschap voor de maritieme veiligheid (PB L 39 van 9.2.2013, blz. 30)

X Noot
2

Kamerstuk 22 112, nr. 1105