Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 22112 nr. 123 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 22112 nr. 123 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 14 juni 1999
Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij twee fiches aan te bieden die werden opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):
1. Bezinning op de status van de met de EG geassocieerde LGO en richtsnoeren voor LGO 2000 (Landen en Gebieden Overzee: LGO).
2. Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2377/90 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
1. Bezinning op de status van de met de EG geassocieerde LGO en richtsnoeren voor LGO 2000 (Landen en Gebieden Overzee: LGO).
| Nummer van het Commissiedocument: | COM(99)163 |
| Eerstverantwoordelijke Ministerie: | BZ |
Er wordt expliciet een standpunt geformuleerd namens het Koninkrijk der Nederlanden. Bij het formuleren van het standpunt zijn een groot aantal departementen betrokken. Overleg heeft plaats in een breed ambtelijk overlegorgaan waarin ook vertegenwoordigers van de Gevolmachtigd Minister van respectievelijk de Nederlandse Antillen en Aruba zitting hebben. Besluitvorming geschiedt in de Rijksministerraad.
Deze mededeling van de Commissie is eenmaal aan de orde geweest in het zogenaamde Partnerschapsoverleg. Het partnerschapsoverleg werd geïntroduceerd bij de herziening van het LGO-besluit in 1990. Het omvat de Commissie, de betrokken lidstaten (Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Denemarken en Nederland) en de autoriteiten van de LGO. Op 29 en 30 april jl. heeft een partnerschapsoverleg op ministerieel niveau plaatsgevonden. Deze bijeenkomst is door alle partijen aangegrepen om hun voorlopige ideeën over de toekomstige betrekkingen EG-LGO over het voetlicht te brengen.
De Commissie zal waarschijnlijk medio juni een concept-Besluit presenteren. Dit concept-Besluit zal worden besproken in de ACS-werkgroep (besluitvorming in de Algemene Raad). Doelstelling is om vóór het aflopen van het huidige LGO-Besluit (maart 2000) overeenstemming te hebben over een nieuw Besluit.
Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:
De relatie van de EG met de LGO is een bijzondere associatie die niet te vergelijken is met andere associatie-betrekkingen. De bijzondere associatie is verankerd in het communautaire recht als één van de nevengeschikte middelen om de doelstellingen van de Gemeenschap te bewerkstelligen (artikel 2 en 3 EG). Dit wordt nader uitgewerkt in Deel IV van het Verdrag (artikel 182–186). Deze artikelen vormen de grondslag voor het LGO-Besluit waarin de wijze van de toepassing van de bijzondere associatie wordt uitgewerkt.
Het huidige LGO-Besluit loopt af in maart 2000. Voor die tijd dient er een nieuw Besluit te komen. De voorliggende mededeling van de Commissie is bedoeld om van gedachten te wisselen over de toekomstige relaties. Naar aanleiding van de gedachtenwisseling zal de Commissie een concept-Besluit presenteren.
Voor het komende LGO-Besluit is, in aanvulling op de verdragsartikelen, ook de verklaring bij het Verdrag van Amsterdam van belang. In deze verklaring verzoekt de IGC de Raad het LGO-besluit te herzien met een vierledig oogmerk:
– de economische en sociale ontwikkeling van de LGO doeltreffender te bevorderen;
– de economische betrekkingen tussen de LGO en de EG te ontwikkelen;
– meer rekening te houden met de diversiteit en de specifieke kenmerken van de onderscheiden LGO, mede wat betreft de vrijheid van vestiging;
– de doeltreffendheid van het financieel instrument te verbeteren.
In de mededeling plaatst de Commissie de toekomstige betrekkingen tussen de EG en de LGO inderdaad tegen de achtergrond van de verklaring bij het Verdrag van Amsterdam maar ook ontwikkelingen zoals globalisering en liberalisering. Enerzijds worden in de verklaring bij het Verdrag van Amsterdam de basisprincipes van de EG-LGO betrekkingen, zoals solidariteit en complementariteit, herbevestigd. De verklaring «herhaalde plechtig dat het doel van de associatie bestaat in de bevordering van de economische en sociale ontwikkeling der landen en gebieden en de totstandkoming van nauwe economische betrekkingen tussen hen en de Gemeenschap in haar geheel.» Anderzijds wijst de Commissie op trends in de wereldhandel die de voordelen van nauwe relaties van de LGO met de EG op termijn eroderen.
Gezien deze ambivalente situatie schetst de Commissie een drietal opties voor het toekomstige handelsregime van de LGO. De optie die de voorkeur lijkt te hebben van de Commissie, is dat de LGO aansluiting trachten te zoeken bij integratieprocessen in de eigen regio. Hier haakt de Commissie aan bij de plannen die bestaan voor de nieuwe Lomé Conventie, die in de toekomst regionale vrijhandelszones tussen de EG en groepen van ACS-landen (Afrika, Caraïben en Stille Zuidzee) ziet ontstaan. Een andere optie die door de Commissie wordt geschetst is dat de banden tussen de LGO en de EG worden versterkt. Dat betekent dat de LGO steeds dichter tegen de EG aan komen te staan. Ook noemt de Commissie de mogelijkheid van een continuering van de huidige situatie met enkele aanpassingen. Deze laatste optie wordt door de Commissie het minst uitgewerkt.
Los van deze opties, laat de Commissie in ieder geval geen onduidelijkheid bestaan over het feit dat ze af wil van het kanaal waarbij de LGO produkten importeren uit de ACS, en deze vervolgens na een zeer lichte bewerking tariefvrij op de Europese markt kunnen afzetten.
Met betrekking tot de financiële hulp-component stelt de verklaring bij het Verdrag van Amsterdam dat de doeltreffendheid verbeterd moet worden. Hiertoe komt de Commissie met een aantal suggesties, met name op het gebied van de administratieve procedures. Voor wat betreft de hoogte van de hulp geeft de Commissie al aan dat een verhoging van de gelden die naar de LGO zouden gaan, moeilijk zou kunnen liggen bij de andere lidstaten.
Met betrekking tot het recht van vrije vestiging en dienstverlening, met inbegrip van financiële dienstverlening, stelt de Commissie geen wijzigingen van belang voor.
Subsidiariteitstoets, deregulering:
Zowel de subsidiariteitstoets als de proportionaliteitstoets worden positief beoordeeld. Het beleid op het gebied van de handel, belangrijk onderdeel van de samenwerking, is grotendeels gecommunautariseerd. Voor wat betreft de financiële samenwerking zal er op worden toegezien dat dit complementair is aan het beleid van de lidstaten. Voor de overige kwesties dient steeds te worden bezien of de hand wordt gehouden aan het principe van subsidiariteit, en of het voorgestelde beleid proportioneel is. Aangezien er nog geen concept-Besluit is voorgesteld, kan hierop nog niet nader worden ingegaan.
De belangen voor het Koninkrijk der Nederlanden mogen duidelijk zijn. De twee Nederlandse LGO, de Nederlandse Antillen en Aruba, hebben direct profijt van de bepalingen van het Besluit.
Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar):
Financiële consequenties zijn nog niet te overzien. De financiële samenwerking is onderdeel van het LGO-Besluit. Deze financiële samenwerking wordt tot nu toe gefinancierd uit het Europees Ontwikkelingsfonds. Overigens maakt het Europees Ontwikkelingsfonds geen onderdeel uit van de EG-begroting, maar is van intergouvernementele aard.
Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden
N.v.t.
Rol EP in de besluitvormingsprocedure:
Geen formele rol voor het Europees Parlement.
2. Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2377/90 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
| Nummer van het Commissiedocument: | COM(99) 130 def. |
| Eerstverantwoordelijke Ministerie: | LNV i.o.m. VWS |
Het voorstel is tot nu toe twee maal in Raadswerkgroep behandeld. Op termijn naar de Landbouwraad.
Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:
Het voorstel beoogt de procedure voor het vaststellen van een MRL (maximale residulimiet) voor diergeneesmiddelen te wijzigen. Een MRL is de maximale hoeveelheid van een diergeneesmiddel dat aanwezig mag zijn in dierlijke produkten zonder dat schade wordt toe gebracht aan de volksgezondheid. Deze wordt vastgesteld op basis van wetenschappelijk advies van een comité (CVMP) dat bestaat uit wetenschappers van de lidstaten en vergadert in Londen (het agentschap EMEA). Het Standing Comité waarin de lidstaten politiek vertegenwoordigd zijn toetst dit advies op beleidsmatige en politieke overwegingen en neemt een MRL aan bij stemming.
In het voorstel wordt de procedure voor vaststellen van een MRL zodanig gewijzigd dat het politieke comité niet meer bijeen hoeft te komen voor vergadering in Brussel, maar slechts (elektronisch) instemt met de door wetenschappers voorgestelde waarde.
De Commissie heeft mondeling toegezegd dat als een Lidstaat elektronisch zijn bezwaar kenbaar maakt, het politieke comité alsnog bijeen zal komen. Ingeval geen enkele Lidstaat elektronisch reageert, wordt de MRL door het technische comité vastgesteld.
Subsidiariteitstoets/deregulering:
Overwegend positief: Regelgeving inzake vaststellen van MRLs voor diergeneesmiddelen is in het kader van het EG Landbouwbeleid een bevoegdheid van de EG.
Het belang bij de betreffende wetgeving is volksgezondheid en handel in dierlijke produkten. Nederland denkt dat deze belangen het best gediend zijn door de risicoanalyse benadering toe te passen. Een snelle en efficiënte procedure tot vaststelling van MRLs is ook in het belang van de farmaceutische industrie. Nederland heeft belangen liggen bij een goede residuwetgeving, naast volksgezondheid ook omdat Nederland een groot exporterend land is. Met name voor markten als Japan is dit van groot belang. De belangen van de toonaangevende landen in de EU (die de grootste stem hebben in EMEA): Frankrijk en het VK, liggen voor een groter deel bij de farmaceutische industrie.
Consequenties voor EG-begroting in Euro (per jaar):
Niet te verwachten; het voorstel kan een bezuiniging inhouden op Commissievergaderingen, daar taken gedelegeerd worden naar EMEA in Londen. De kosten van EMEA zouden hierdoor kunnen stijgen.
Consequenties voor nationale regelgeving/beleid cq decentrale overheden
n.v.t.
Rol EP in besluitvormingsprocedure:
Rechtsbasis in het voorstel is Artikel 43 (oud), dus raadpleging EP.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-123.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.