Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201122112 nr. 1199

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1199 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juli 2011

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij drie fiches aan te bieden dat werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

  • Fiche 1: Verordening inzake Europese statistieken over veiligheid voor criminaliteit

  • Fiche 2: Richtlijn procedures toekenning en intrekking internationale beschermingsstatus (kamerstuk 22 112, nr. 1200)

  • Fiche 3: Richtlijn minimum standaarden vluchtelingenstatus (kamerstuk 22 112, nr. 1201)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Fiche: Verordening inzake Europese statistieken over veiligheid voor criminaliteit

1. Algemene gegevens

Titel Voorstel: Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake Europese statistieken over veiligheid voor criminaliteit

Datum Commissiedocument: 8 juni 2011

Nr. Commissiedocument: COM(2011) 335

Prelex: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0335:FIN:NL:PDF

Nr. Impact-assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: Niet van toepassing

Behandelingstraject Raad: Het voorstel wordt behandeld in de Raadswerkgroep Statistiek. Wanneer behandeling in de Raad zal plaatsvinden is nog niet bekend.

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie/Centraal Bureau voor de Statistiek

Rechtsbasis, stemwijze Raad, rol Europees Parlement en comitologie

  • a) Rechtsbasis artikel 338, lid 1 van het VWEU.

  • b) Stemwijze Raad en rol Europees Parlement: gekwalificeerde meerderheid, medebeslissing Europees Parlement (gewone besluitvormingsprocedure)

  • c) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen: De Commissie stelt voor om uitvoerende bevoegdheden te krijgen en wordt daarin bijgestaan door het Comité voor het Europees statistisch Systeem. Dit Comité zal handelen via de onderzoeksprocedure en gebruik maken van uitvoeringshandelingen.

2. Samenvatting BNC-fiche

Korte inhoud voorstel

Bij de vaststelling van het programma van Stockholm1 – een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger – heeft de Europese Raad onderkend dat op Europees niveau geharmoniseerde en vergelijkbare actuele en betrouwbare statistische gegevens essentieel zijn om het effect en de doeltreffendheid van de beleidsdoelstellingen en de genomen maatregelen op het terrein van veiligheid te evalueren en de vooruitgang te monitoren. Met dit voorstel beoogt de Commissie de invoering van een enquête bij huishoudens/personen in de Europese Unie over veiligheid voor criminaliteit. De Commissie is van oordeel dat een verordening het meest geschikte rechtskader is om het gebruik van gemeenschappelijke normen en de productie van vergelijkbare statistieken te garanderen. De Commissie stelt tevens voor om uitvoerende bevoegdheden te krijgen voor het vaststellen van uitvoeringshandelingen op grond van artikel 291 van het EU-Werkingsverdrag, om praktische regelingen vast te stellen voor de uitwisseling van microgegevens, de gedetailleerde opzet van de kwaliteitsverslagen en de gegevenscoderingsregeling. Voor de uitvoering van de enquête stelt de Commissie vervolgens voor de lidstaten een financiële bijdrage in de kosten te verlenen. De bijlagen hebben betrekking op de gegevens die de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) moet leveren (bijlage I) en de nationale gebieden die van de enquête mogen worden uitgesloten (Bijlage II).

Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

Nederland acht artikel 338 lid 1, VWEU de juiste rechtsbasis voor dit voorstel. Nederland beoordeelt de subsidiariteit van het voorstel positief. Voor wat betreft de proportionaliteit is het oordeel vooralsnog positief.

Nederlandse positie en eventuele acties

Nederland verwelkomt het initiatief van de Commissie voor een wettelijke basis betreffende de samenstelling en verspreiding van Europese statistieken over criminaliteit en veiligheid binnen een geharmoniseerd kader. Nederland beschouwt de voorliggende verordening als een essentiële maatregel ter verbetering van de beschikbaarheid van geharmoniseerde Europese statistieken over criminaliteit en veiligheid. Hierdoor wordt de inhoud, de kwaliteit, de vergelijkbaarheid en de tijdigheid van de statistische informatie verbeterd. Nederland kan het voorstel op hoofdlijnen ondersteunen, maar vindt het belangrijk dat de rapportageverplichtingen proportioneel blijven ten opzichte van het na te streven doel.

3. Samenvatting voorstel

Inhoud voorstel

Het onderhavige voorstel heeft tot doel het scheppen van een juridisch kader voor de eenmalige productie van Europese statistieken over veiligheid voor criminaliteit door middel van de verzameling, opstelling, verwerking en verstrekking door de lidstaten van geharmoniseerde Europese gegevens over criminaliteit en veiligheid op basis van een enquête bij huishoudens/personen. De verordening verplicht de lidstaten om in 2013 gegevens over criminaliteit en veiligheid te verzamelen. De verordening treedt buiten werking op 30 juni 2015. Door de voorgestelde enquête over criminaliteit en veiligheid komt voor het eerst informatie beschikbaar van elke lidstaat over een kwestie die van essentieel belang is voor het beleid in de Europese Unie. De verordening geeft de gemeenschappelijke normen, definities, steekproefgrootte, voor de lidstaten, en leveringstermijnen. In de bijlagen zijn de gegevens omschreven die de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) moet leveren (bijlage I) en de nationale gebieden die van de enquête mogen worden uitgesloten (Bijlage II).

Daarnaast omvat de verordening voorstellen om de Commissie bevoegdheden te geven om op basis van artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie uitvoeringshandelingen vast te stellen. Verder omvat de verordening bepalingen met betrekking tot kwaliteitsbeoordeling, de verspreiding van en toegang tot vertrouwelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden evenals bepalingen over de datum van eerste toezending van de gegevens aan de Commissie (Eurostat). Daarnaast regelt de verordening – artikel 11 – dat de lidstaten voor de uitvoering van de enquête een financiële bijdrage van maximaal 90% van de kosten van de Commissie ontvangen.

De Commissie is van oordeel dat een verordening het meest geschikte rechtsinstrument is, omdat daarmee wordt gezorgd dat in de gehele Europese Unie dezelfde regels gelden die moeten worden toegepast om een onderling samenhangende, betrouwbare en vergelijkbare statistische informatie over criminaliteit en veiligheid van de lidstaten en van de EU te garanderen. Volgens de Commissie beperkt de verordening zich tot de relevante maatregelen om vergelijkbare statistieken op Europees niveau te kunnen samenstellen en gaan de voorstellen niet verder dan minimaal nodig is om haar doelstellingen te realiseren. De lidstaten mogen zelf beslissen conform welke nationale steekproefkaders zij de gegevens verzamelen. De lidstaten kiezen ook zelf de wijze waarop de enquête wordt uitgevoerd, conform bestaande nationale gebruiken.

Impact assessment Commissie

Er is geen Impact assessment door de Commissie opgesteld.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

a) Bevoegdheid

De Commissie baseert haar voorstel op artikel 338 lid 1 VWEU. Op grond van dit artikel nemen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure maatregelen aan voor de opstelling van statistieken wanneer dat voor de vervulling van de taken van de Unie nodig is. Volgens Nederland is dat de juiste rechtsgrondslag.

b) Functionele toets:

  • Subsidiariteit: positief

  • Proportionaliteit: vooralsnog positief

  • Onderbouwing:

    De verordening heeft tot doel de systematische productie en samenstelling van Europese geharmoniseerde en vergelijkbare hoogwaardige gegevens over criminaliteit en veiligheid. Dit kan niet op een afdoende wijze door de lidstaten afzonderlijk worden uitgevoerd en kan daarom beter door de Unie worden verwezenlijkt. Een verordening is het juiste instrument, aangezien hierdoor in de gehele Europese Unie dezelfde regels kunnen gaan gelden. Hierdoor kan het gebruik van gemeenschappelijke normen en de productie van hoogwaardige kwalitatieve en vergelijkbare statistieken op EU-niveau worden gegarandeerd. De verordening beperkt zich tot de relevante maatregelen om vergelijkbare statistieken op Europees niveau te kunnen samenstellen. De verordening gaat niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te realiseren. De lidstaten kunnen bij de uitvoering rekening houden met hun eigen statistische systemen, technieken en praktijken.

Nederland onderschrijft het oordeel van de Commissie ten aanzien van de subsidiariteit en proportionaliteit. Nederland acht het van belang dat de Commissie voor de uitvoering van haar taken, in het kader van het programma van Stockholm, beschikt over vergelijkbare, actuele en betrouwbare Europese statistieken over criminaliteit en veiligheid. Wat betreft de gegevens die bij de Commissie (Eurostat) conform bijlage I moeten worden ingediend vindt Nederland het van essentieel belang dat de rapportageverplichtingen voor alle betrokken partijen proportioneel blijven ten opzichte van het na te streven doel. Aandachtspunt voor Nederland vormt de proportionaliteit van de rapportageverplichtingen op detailniveau die uit het voorstel voortkomen.

c) Nederlands oordeel over de voorstellen op het gebied van gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen: De verordening bevat voorstellen om de Commissie bevoegdheden te geven om uitvoeringshandelingen vast te stellen. Nederland kan zich vinden in dit voorstel, omdat het een technische uitwerking van niet-essentiële delen van de Verordening betreft, waarbij de Commissie goed het voortouw kan nemen. Bij de onderzoeksprocedure hebben lidstaten genoeg invloed om in te grijpen wanneer dat nodig zou zijn.

5. Implicaties financieel

a) Consequenties EU-begroting

Voor de looptijd van de verordening 2012–2015 is een totaal van € 12 miljoen gereserveerd. De aan deze voorstellen verbonden kosten worden gefinancierd binnen het geld dat in de EU-begroting is gereserveerd voor statistiek en criminaliteitspreventie. Het voorstel omvat bepalingen dat de Commissie de lidstaten een financiële bijdrage in de vorm van een subsidie, volgens de vigerende EU regels, in de kosten voor de uitvoering van de enquête verleent. De Commissie geeft aan dat maximaal 90% van de subsidiabele kosten voor de uitvoering worden betaald uit de EU-begroting. De bedragen voor cofinanciering die de lidstaten van de Unie ontvangen zijn thans niet bekend.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden

In Nederland wordt in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) jaarlijks een Integrale Veiligheidsmonitor2 (IVM) gehouden.

Het CBS werkt bij de uitvoering van de IVM samen met het ministerie van Veiligheid en Justitie, Gemeenten en Politiekorpsen. Het landelijke en regionale onderzoek wordt door het CBS uitgevoerd. Verder zorgt het CBS voor de lokale steekproeven, voor de centrale opslag van de gegevens en voor de harmonisatie en weging van de onderzoeksgegevens.

Op basis van de Verordening wordt Nederland verplicht eenmalig in 2013 een onderzoek te houden onder 8 000 personen van 16 jaar en ouder. Het aantal personen dat onder de Europese enquête op basis van het onderhavige voorstel moet worden geënquêteerd is 40% lager in vergelijking met het aantal personen dat geënquêteerd wordt in de huidige nationale IVM (20 000 personen).

Het merendeel van de werkzaamheden die voortkomen uit deze verordening worden al door het CBS verricht en kunnen worden opgevangen binnen de bestaande capaciteit. Om aan de verordening te kunnen voldoen is echter een aanpassing van de nationale IVM noodzakelijk. Het is hierbij van groot belang dat deze aanpassing geen trendbreuk veroorzaakt met eerdere metingen van de IVM. Wanneer dit wel het geval is zal de Europese enquête los van de IVM uitgevoerd moeten worden. Het aanpassen van de IVM aan de verordening leidt tot beperkte additionele uitvoeringskosten voor het CBS.

Nederland heeft op dit moment echter nog geen inzicht in de totale omvang en de gevolgen van de noodzakelijke aanpassingen. Hiervoor is eerst onderzoek noodzakelijk. Het is daarom in dit stadium moeilijk een inschatting te maken van de totale kosten voor de aanpassingen van de IVM als gevolg van dit voorstel. Om de uitvoeringskosten voor Nederland zoveel mogelijk te beperken streeft het CBS naar maximale integratie van het onderhavige voorstel met de nationale IVM. Voor wat betreft de eventuele toekomstige financiële gevolgen geldt, dat deze dienen te worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels voor de budgetdiscipline.

Voor de uitvoering van de verordening zal Nederland – op basis van de vigerende EU-regels3 – van de Commissie maximaal 90% cofinanciering ontvangen. Indien een bedrag aan Nederland wordt toegekend, wordt dat bedrag in mindering gebracht in de opgave van de eventuele additionele uitvoeringskosten.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger

Geen

d) Gevolgen voor regeldruk/administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger

De onderhavige verordening betekent een additionele EU-verplichting voor het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Na de inwerkingtreding van de verordening dient het CBS deze additionele Europese statistische verplichting op te nemen in haar reguliere werkprogramma. De verordening leidt tot een uitbreiding van het bestaand beleid en tevens tot extra rapportageverplichtingen voor het CBS aan de Commissie (Eurostat).

Dit voorstel leidt niet tot extra administratieve lasten voor het bedrijfsleven. De verordening heeft betrekking op een enquête bij personen. In Nederland moeten op basis van de verordening 8 000 personen van 16 jaar of ouder worden geënquêteerd. Wanneer de uitvoering van de verordening kan worden geïntegreerd met de nationale Integrale Veiligheidsmonitor, blijven de administratieve lasten voor burgers gelijk.

De deelname aan de enquête geschiedt op basis van vrijwilligheid. Voor de burger zijn er geen financiële consequenties. In het geval dat de Europese enquête los van de IVM moet worden uitgevoerd, is er wel sprake van lastenverzwaring voor burgers.

Omdat het op dit moment nog niet duidelijk is of maximale integratie van de Europese enquête met de IVM mogelijk is, is het op dit moment moeilijk om hierover een concrete inschatting te maken.

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)

n.v.t.

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen en kaderbesluiten), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

Deze verordening treedt in werking op de 20e dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. De eerste gegevens moeten uiterlijk 31 juli 2014 aan de Commissie (Eurostat) worden geleverd. Voor Nederland is dat haalbaar.

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling

In het voorstel is geen evaluatiebepaling opgenomen. Op dit moment beperkt de verordening zich tot een eenmalige enquête in 2013. Deze verordening expireert in 2015. Echter omdat de kans aanwezig is dat de Commissie na 2015 met vervolgmaatregelen komt, acht Nederland het wenselijk dat er een evaluatiemoment in de verordening wordt opgenomen. Dat zou volgens Nederland kunnen door middel van een verslag, dat de Commissie indient bij het Europees Parlement en de Raad, over de uitvoering, de resultaten en de algehele beoordeling van de verordening.

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

In artikel 4 van de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek is bepaald dat het CBS op nationaal niveau belast is met de productie van communautaire statistieken. Het CBS dient de statistische resultaten in bij de Commissie (Eurostat).

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen

9. Nederlandse positie (belangen en eerste algemene standpunt)

Nederland verwelkomt, het voorstel en onderschrijft de noodzaak voor wettelijke basis voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken over veiligheid en criminaliteit. Nederland acht het van belang dat de Commissie voor de uitvoering van haar taken, in het kader van het programma van Stockholm, beschikt over vergelijkbare, actuele en betrouwbare Europese statistieken over criminaliteit en veiligheid.

Nederland kan het voorstel op hoofdlijnen ondersteunen. Aandachtspunt voor Nederland vormt de proportionaliteit van de rapportageverplichtingen die uit het voorstel voortkomen. Wat betreft de gegevens die bij de Commissie (Eurostat) moeten worden ingediend, vindt Nederland het van belang dat de rapportageverplichtingen voor alle betrokken partijen proportioneel blijven ten opzichte van het na te streven doel.

Nederland zal zich daarom tijdens de onderhandelingen in samenwerking met gelijkgezinde lidstaten maximaal inzetten om daar, waar mogelijk, rapportageverplichtingen in het voorstel ongedaan te maken, door er op aan te dringen dat nog eens kritisch gekeken wordt naar de gegevens die bij de Commissie (Eurostat) moeten worden ingediend die voor de Europese beleidsbehoefte minder relevant worden geacht.

De Commissie heeft in het voorstel geen evaluatiebepalingen opgenomen. Nederland acht het van belang dat er, met het oog op mogelijke toekomstige voorstellen voor rapportages, wel een evaluatiemoment in de verordening wordt opgenomen. Dat zou volgens Nederland kunnen door middel van een verslag, dat de Commissie indient bij het Europees Parlement en de Raad, over de uitvoering, de resultaten en de algemene beoordeling van de verordening. Nederland zal zich hiervoor inzetten.


X Noot
1

http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2010:115:0001:0038:NL:PDF

X Noot
2

De Integrale Veiligheidsmonitor (IVM) is een grootschalig onderzoek naar de gevoelens van (on)veiligheid bij de bevolking. Ook de leefbaarheid in de buurt, buurtproblemen, slachtofferschap, aangiftegedrag, respectloos gedrag, de beoordeling van het gemeentelijke veiligheidsbeleid en het functioneren van de politie worden gemeten. De uitvoering van de Veiligheidsmonitor wordt gecoördineerd door het Bureau Veiligheidsmonitor, dat is ondergebracht bij Nicis Institute. Het Bureau Veiligheidsmonitor ondersteunt de deelnemende partijen op organisatorisch en uitvoeringstechnisch terrein.

X Noot
3

Verordening z(EG, Euratom) Nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en Verordening ( EG, Euratom) Nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.