Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201122112 nr. 1188

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1188 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2011

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij drie fiches aan te bieden dat werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

  • Fiche 1: Vangstmogelijkheden

  • Fiche 2: Benchmarks leermobiliteit en arbeidsmarkt inzetbaarheid (kamerstuk 22 112, nr. 1189)

  • Fiche 3: Verordening wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken (kamerstuk 22 112, nr. 1190)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Fiche: Mededeling vangstmogelijkheden

1. Algemene gegevens

Titel voorstel: Mededeling van de Commissie betreffende raadpleging over de vangstmogelijkheden

Datum Commssiedocument: 25 mei 2011

Nr. Commissiedocument: COM (2011) 298

Pre-lex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=200475

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: Niet opgesteld

Behandelingstraject Raad: Een eerste gedachtewisseling over het voorstel zal plaatsvinden in de Landbouw- en Visserijraad van 27–28 juni 2011

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

2. Essentie voorstel

Sinds 2006 presenteert de Europese Commissie rond de zomer een mededeling over de voorgenomen aanpak om de vangstmogelijkheden – de total allowable catches (TACs) en quota – voor het daaropvolgende jaar vast te stellen. Deze mededeling schetst de stand van de visbestanden in gemeenschapswateren, de generieke spelregels voor vaststelling van vangstmogelijkheden voor 2012 en stelt verder de agenda voor het komende najaar vast. In het Commissievoorstel komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • De staat van de visbestanden. De Commissie constateert dat het aantal overbeviste bestanden in het Noordoost Atlantisch gebied wederom is gedaald, maar dat het nog steeds hoog is. In de Noordzee bevinden de bestanden van schol, haring en schelvis zich op MSY-niveau (Maximum Sustainable Yield, maximale duurzame opbrengst). Het aantal bestanden waar de internationale wetenschappers voor adviseren onmiddellijk te stoppen met vissen blijft weliswaar hoog, maar is gedaald van twintig in 2007 naar elf nu. De Commissie wil de overbevissing oplossen met reducties in de vangstmogelijkheden en visserij-inspanning en langetermijnplannen, zowel binnen de EU als in akkoorden met derde landen. Nog steeds is van een groot aantal beheerde bestanden de status onbekend.

  • Generieke spelregels voor vaststelling van vangstmogelijkheden voor 2012. Voor de bestanden waar nog geen meerjarenplannen voor bestaan, hanteert de Commissie generieke regels voor het vaststellen van de TACs. Deze zijn gebaseerd op een aantal uitgangspunten, onder andere het biologisch advies, de stabiliteit en de economische perspectieven voor de sector. Met het oog op de doelstelling van Johannesburg 2002 over het halen van MSY in 2015, wil de Commissie in de nog drie resterende jaren tot 2015 in drie gelijke stappen trachten MSY te halen. Voor bestanden waar geen wetenschappelijk advies voor is, wegens het ontbreken aan informatie, wordt automatisch een 25% reductie toegepast. Daarvan kan alleen worden afgeweken met een wetenschappelijke onderbouwing. De Commissie wil daarmee lidstaten dwingen meer te investeren in wetenschappelijk onderzoek.

  • De agenda voor het tweede semester. De Commissie wil de besluitvorming over de autonome Europese bestanden al in november laten plaatsvinden. De bestanden die onderdeel zijn van de onderhandelingen met derde landen als Faeröer en Noorwegen zouden dan in december worden vastgesteld.

3. Kondigt de Commissie acties, maatregelen of concrete wet- en regelgeving aan voor de toekomst? Zo ja, hoe luidt dan het voorlopige Nederlandse oordeel over bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit en hoe schat Nederland de financiële gevolgen in?

De Commissie stelt een groot aantal mogelijke acties voor, waarbij de lidstaten voldoende mogelijkheden voor inbreng wordt geboden in de onderhandelingen. De Commissie kondigt de volgende acties aan:

  • Vaststellen van de vangstmogelijkheden (TACs) voor 2012. De Commissie stelt voor de vangstmogelijkheden voor de Oostzee in de Landbouw- en Visserijraad van oktober vaststellen, die voor de Zwarte Zee en overige gebieden in de Raad van december. De Europese autonome bestanden zouden in november aan de orde komen.

  • Vaststellen van de visserij-inspanning op basis van meerjarenplannen, zoals de al vastgestelde plannen voor kabeljauw, schol en tong. Daarnaast zal gewerkt worden aan een voorstel voor een inspanningsregime voor de westelijke wateren (zuidwesten van Ierland) en zal de Commissie onderzoeken hoe verschillende meerjarenplannen in hetzelfde gebied verankerd kunnen worden.

  • Nieuwe langetermijnplannen met prioriteit voor bestanden die herstel behoeven en evaluatie en aanpassing van plannen daar waar relevant.

Bevoegdheidsvaststelling

Op grond van artikel 3 VWEU is de Unie exclusief bevoegd op het gebied van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Subsidiariteit

Het subsidiariteitoordeel is niet van toepassing op de aangekondigde acties, aangezien het visserijbeleid een exclusieve bevoegdheid betreft van de EU.

Proportionaliteit

Voor zover de proportionaliteit beoordeeld kan worden, is het Nederlandse oordeel in beginsel positief. De Commissie stelt een groot aantal mogelijke acties voor, waarbij voldoende ruimte aan de lidstaten wordt overgelaten. Onder meer door meerjarenplannen kan het doel om de bestanden te herstellen, worden bereikt. De proportionaliteit kan echter pas goed worden beoordeeld wanneer de Commissie eind dit jaar met concrete voorstellen komt.

Financiële gevolgen

Deze mededeling zal naar verwachting geen financiële consequenties hebben voor de nationale begrotingen van lidstaten. Zouden er onverwacht wel gevolgen zijn voor de rijksbegroting worden deze ingepast op de begroting van het verantwoordelijke departement, conform de regels budgetdiscipline.

4. Nederlandse positie over de mededeling

Sinds 2006 presenteert de Commissie rond de zomer een mededeling over het proces om te komen tot het vaststellen van vangstmogelijkheden voor het daaropvolgende jaar. Deze mededeling betreft voorbereiding voor 2012 en verder. Het kabinet is blij met deze transparantie en kan instemmen met een gedachtewisseling erover in de Landbouw- en Visserijraad van juni. De Commissie constateert dat het aantal overbeviste bestanden in Noordoost Atlantische wateren wederom lager is. De toestand van veel bestanden baart echter nog steeds zorgen. De Commissie wil lange termijn duurzaamheid garanderen door reductie in de vangstmogelijkheden en visserijinspanning. Het kabinet onderstreept het belang van meerjarenplannen in het herstel en beheer van bestanden en kan instemmen met een verdere bespreking van nieuwe voorstellen. Voor bestanden zonder meerjarenplan, stelt de Commissie voor om de vissterfte in gelijke stappen in de komende drie jaar te reduceren tot zij in 2015 aan MSY voldoen. Het kabinet kan hiermee instemmen, maar acht bij de verdere uitwerking en toepassing van het MSY principe een zorgvuldige wetenschappelijke onderbouwing noodzakelijk waarbij ook de maatschappelijke organisaties, derde landen (voor de gedeelde bestanden) en industrie betrokken zijn.

Voor bestanden waar geen wetenschappelijk advies voor is, wegens het ontbreken aan informatie, wil de Commissie een 25% vangstreductie van de TAC toepassen, ongeacht de werkelijke vangstniveaus. Daarmee wordt afgeweken van voorgaande jaren, waar voor de zogenaamde categorie 11 bestanden de vangstmogelijkheden stapsgewijs werden gereduceerd tot de werkelijke vangstniveaus. Nederland vindt dit voorbarig en wil met de Commissie en andere lidstaten de eerder ingezette verkenning naar alternatieve richtsnoeren voor het beheer van soorten waarvoor geen wetenschappelijk advies voortzetten, alvorens af te stappen van de gebruikelijke aanpak. Voorts wil de Commissie de besluitvorming over de vangstmogelijkheden voor het komende jaar opsplitsen, eerst in november voor de autonome Europese bestanden en over de bestanden die onderdeel zijn van de onderhandelingen met derde landen als Faeröer eilanden en Noorwegen wordt in december besloten. Hoewel voorstander van een vroegtijdige bespreking oftewel «front loaden», ziet Nederland geen meerwaarde van deze ingrijpende opsplitsing, zo vlak voor de herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. De autonome en bestanden die gedeeld worden met derde landen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en opsplitsing leidt tot een afnemende flexibiliteit voor de onderhandelingen over de uitruil van vangstmogelijkheden met derde landen als Noorwegen.