Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201122112 nr. 1122

22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Nr. 1122 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 januari 2011

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij twee fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):

  • Fiche 1: Mededeling gezondheid van honingbijen

  • Fiche 2: Mededeling nieuwe vaardigheden en banen (kamerstuk 22 112, nr. 1123)

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Fiche: Mededeling gezondheid van honingbijen

1. Algemene gegevens

Titel voorstel: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de gezondheid van honingbijen

Datum Commissiedocument: 6 december 2010

Nr. Commissiedocument: COM(2010) 714 definitief

Prelex: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0714:FIN:NL:PDF

Nr. impact assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: Niet van toepassing

Behandelingstraject Raad: Behandeling in de Landbouw- en Visserijraad van 24 januari 2011

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

2. Essentie voorstel

De laatste jaren wordt een verhoogde bijensterfte geconstateerd in een groot aantal landen in vele delen van de wereld. Wat precies de oorzaak is, is nog niet bekend. Ook is niet duidelijk hoe groot de omvang van de verhoogde bijensterfte is. Dit heeft wereldwijd tot grote bezorgdheid geleid omdat bijen een belangrijke rol spelen bij de bestuiving van veel gewassen. De Commissie zet geld in voor onderzoek naar de oorzaken en de aanpak daarvan om de verhoogde bijensterfte te kunnen keren.

Een belangrijk punt is onder meer de beschikbaarheid van geneesmiddelen. De markt voor bijengeneesmiddelen is klein en investeringen leveren weinig rendement op. De Commissie neemt samen met het Europees Geneesmiddelenbureau actie om deze kleine markten (MUMS = «minor uses/minor species») te steunen bij nieuwe geneesmiddelenregistraties.

Onderhavige mededeling is bedoeld om de bijengezondheidsproblematiek te verduidelijken en uiteen te zetten met welke acties de Commissie deze problematiek wil aanpakken. De Commissie heeft al een aantal initiatieven genomen om de problemen in de bijensector aan te pakken. Ook daarvan geeft de mededeling een overzicht.

3. Kondigt de Commissie acties, maatregelen of concrete wet- en regelgeving aan voor de toekomst? Zo ja, hoe luidt dan het voorlopige Nederlandse oordeel over bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit en hoe schat Nederland de financiële gevolgen in?

Aan de bijengezondheidsproblematiek liggen nog onbekende oorzaken ten grondslag. De genoemde acties zijn een combinatie van bestaande, recent gewijzigde en nog te nemen maatregelen:

  • 1) Binnen de EU is of wordt de volgende regelgeving van toepassing op bijengezondheid:

    • bestaande veterinairrechtelijke voorschriften bij intracommunautaire handel (= gezondheidscertificaten) en bij import uit derde landen (Verordening (EU) 206/2010);

    • nieuwe EU-regelgeving over diergezondheid (gepland voor 2012), inclusief algemene definities, de beginselen voor ziektebestrijdingsmaatregelen en het verkeer van bijen;

    • het aanwijzen van een referentielaboratorium en een geharmoniseerde monitoring om wetenschappelijk onderbouwde kennis van oorzaken van de problemen te verzamelen.

  • 2) Een training in 2010 en 2011 voor controleurs over alle aspecten van bijengezondheid en bijenteelt, inclusief EU-gezondheidsvoorschriften voor de handel binnen de EU en de invoer uit derde landen.

  • 3) Herziening van het rechtskader voor MUMS-geneesmiddelen (Minor Uses/Minor Species) verwacht in 2012. Daarbij is ook de beschikbaarheid van diergeneesmiddelen voor bijen aan de orde.

  • 4) Vaststellen van voorschriften voor de maximumwaarden van residuen van diergeneesmiddelen.

  • 5) Een verordening voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, die rekening houdt met de gevolgen voor bijen. Op dit moment evalueert de Commissie de voorschriften voor de gegevens die in het dossier van een gewasbeschermingsmiddel moeten worden opgenomen, met als doel de honingbijen te beschermen.

  • 6) Hoewel de Commissie geen verband ziet tussen de verhoogde bijensterfte met de teelt van ggo's, worden mogelijk schadelijke effecten van ggo's op bijen bij de huidige vergunningprocedure voor de introductie in het milieu van ggo’s op basis van Richtlijn 2001/18/EG of Verordening (EG) nr. 1829/2003 wel meegenomen.

  • 7) De Commissie komt binnenkort met een mededeling over een EU-Biodiversiteitsstrategie voor het bereiken van de EU 2020-doelstelling voor biodiversiteit. Hierin wordt de problematiek voor bijen ten aanzien van het verlies aan biodiversiteit benoemd.

  • 8) Het budget voor het honingprogramma voor de periode 2011–2013 is ten opzichte van 2008–2010 met 25% verhoogd, van € 25 miljoen naar € 32 miljoen.

  • 9) In het Zevende Kaderprogramma (KP7) trekt de EU € 10 miljoen uit ter ondersteuning van onderzoeksprojecten op het gebied van bijengezondheid. Tevens steun aan COLOSS (Project Prevention of COlony LOSSes), een internationaal netwerk van onderzoekers om meer inzicht te krijgen in de factoren die aan de massale bijensterfte ten grondslag liggen en deze te bestrijden. Nederlandse onderzoekers zijn nauw betrokken bij het internationale COLOSS-netwerk.

  • 10) Een website van de Commissie over het houden van bijen, honingproductie en wilde bijen.

  • 11) Nauwe samenwerking met de OIE (de internationale organisatie voor diergezondheid).

De subsidiariteit wordt positief beoordeeld, omdat de bijengezondheidsproblematiek een mondiaal fenomeen is. De EU is derhalve het gepaste niveau om maatregelen te nemen en voor stimulering van onderzoek.

De proportionaliteit wordt eveneens als positief beoordeeld. Van de aangekondigde maatregelen is het verhogen van het budget voor onderzoek naar bijensterfte het meest verstrekkend. Het kabinet acht dit proportioneel, omdat in dit stadium onderzoek het meest geëigende middel is om de bijengezondheidsproblematiek aan te pakken. Via onderzoek moet duidelijk worden welke factoren de bijengezondheidsproblematiek veroorzaken en hoe deze factoren kunnen worden aangepakt.

Het meeste geld gaat naar onderzoek in de verschillende lidstaten via het honingprogramma (€ 32 miljoen) en naar onderzoek naar bijengezondheid via een aantal specifieke projecten (€ 10 miljoen).

Vooralsnog zijn de financiële gevolgen van de overige nog te nemen acties niet bekend. Nederland zal de Commissie vragen precies aan te geven wat het financieel beslag van de toekomstige voorstellen zal zijn.

Bij bovengenoemde wijziging van de EU-regelgeving over diergezondheid (punt 1, 2e item) en de herziening van het rechtskader voor MUMS-geneesmiddelen (punt 3) gaat het om vervanging van bestaande regelgeving op dit gebied. De wijzigingen komen niet voort uit de bijengezondheidsproblematiek maar bieden wel een mogelijkheid om een aantal punten specifiek voor de bijen mee te nemen.

De EU-biodiversiteitsstrategie (punt 7) is een vervolg op de huidige biodiversiteitsstrategie.

4. Nederlandse positie over de mededeling

De oorzaken van de bijengezondheidsproblematiek zijn nog onbekend. De Commissie geeft een goed overzicht hiervan met mogelijke verbeterpunten. Veel actiepunten zijn al in gang gezet. Afstemming tussen lidstaten van inzet van de bijenproblematiek is belangrijk, evenals kennisuitwisseling. De nieuwe website van de Commissie kan hierbij een goede rol spelen.

Van de vele actiepunten die genoemd worden, die alle een stukje van de puzzel zijn, verwacht Nederland het meest van onderzoek dat zich richt op oorzaken en gevolgen. Nederland krijgt uit het honingprogramma een budget van € 515 392,– voor de periode 2011–2013. Nederland financiert eenzelfde bedrag als cofinanciering. In Nederland wordt dit budget, evenals in de periode 2008–2010, ingezet voor de methoden voor de bestrijding van de varroamijt. Deze mijt lijkt een hoofdrol te spelen in de bijengezondheidsproblematiek.

Aanvullend op dit onderzoek naar methoden voor de bestrijding van de varroamijt draagt Nederland uit eigen middelen € 1 miljoen bij in de periode 2010–2013. Dit geld wordt ingezet voor monitoring van de bijensterfte, onderzoek naar de parasiet nosema, drachtmogelijkheden en bestuiving en verdiepend onderzoek naar de oorzaken van bijensterfte. Eerste resultaten van dit onderzoek worden in 2011 naar de Tweede Kamer gestuurd.