Fiche : Mededeling inzake een vrouwenhandvest
1. Algemene gegevens
Voorstel:
«Een grotere inzet voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Een vrouwenhandvest.»
Datum Commissiedocument: 5 maart 2010
Nr. Commissiedocument: COM (2010) 78
Pre-lex: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0078:FIN:NL:PDF
Behandelingstraject Raad: De agendering in de Raad is momenteel niet bekend.
Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van OCW
2. Essentie voorstel
De Europese Commissie heeft op 5 maart een verklaring uitgegeven voor een grotere inzet voor gelijkheid tussen vrouwen en
mannen. Deze verklaring is afgegeven ter gelegenheid van de Internationale Vrouwendag 2010 en gaat vooraf aan de nieuwe nog
in ontwikkeling zijnde Routekaart gendergelijkheid 2010–2015.
De Commissie geeft in de verklaring de volgende vijf prioriteiten:
1. Gelijke economische zelfstandigheid voor vrouwen en mannen;
2. Gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk;
3. Gelijkheid in besluitvorming
4. Waardigheid, Integriteit en bestrijding van gendergerelateerd geweld;
5. Gendergelijkheid buiten de EU.
Deze vijf prioriteiten komen grotendeels overeen met de huidige zes prioriteiten van de Routekaart gendergelijkheid 2006–2010.
De Commissie noemt in de mededeling ook de EU-2020 strategie en dat de Commissie daarin daadkrachtig zal opkomen voor gendergelijkheid,
waar nodig gekwantificeerde doelen zal stellen en stimuleren dat zowel vrouwen als mannen daadwerkelijk de kans krijgen om
werk en privéleven te combineren.
3. Kondigt de Commissie acties, maatregelen of concrete wet- en regelgeving aan voor de toekomst? Zo ja, hoe luidt dan het
voorlopige Nederlandse oordeel over bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit en hoe schat Nederland de
financiële gevolgen in?
In deze mededeling worden door de Commissie geen concrete acties aangekondigd. Wel wordt melding gemaakt dat gedurende het
gehele mandaat van de Commissie het genderperspectief in het beleid van de Commissie krachtiger zal worden toegepast en dat
de Commissie dit doet door, in de toekomst, met specifieke maatregelen te komen om gendergelijkheid te bevorderen. Gedurende
het gehele mandaat zal de Commissie rekening houden met de in deze mededeling geformuleerde uitgangspunten.
Het subsidiariteitsoordeel luidt positief. Gelijkheid van mannen en vrouwen is een grondrecht, een gemeenschappelijke waarde
van de EU (Artikel 2 Verdrag Europese Unie (VEU)) en een voorwaarde voor de verwezenlijking van de EU-doelstellingen inzake
groei, werkgelegenheid en sociale samenhang. Een Europese aanpak bij de bestrijding van discriminatie tussen mannen en vrouwen
biedt aan alle burgers binnen de EU rechtszekerheid.
De EU is tevens bevoegd om maatregelen te nemen met als doel gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen (bijvoorbeeld
op grond van artikel 19 VWEU of artikel 157 VWEU).
Omdat de mededeling geen concrete maatregelen of acties aankondigt kan de proportionaliteit thans niet worden beoordeeld.
De mededeling als zodanig schetst enkel de prioriteiten van het beleid. Deze zullen door de Commissie nader moeten worden
uitgewerkt en toegelicht, alvorens een proportionaliteitsoordeel kan worden gegeven.
Hoewel eventuele consequenties voor de EU-begroting niet expliciet genoemd worden in de mededeling zal de Commissie de nodige
middelen uittrekken om de genoemde doelen te realiseren. De omvang van die middelen wordt niet genoemd. Nederland is van mening
dat de financiële middelen gevonden dienen te worden binnen de bestaande financiële kaders van de EU-begroting.
4. Nederlandse positie over de mededeling
Nederland is positief over de expliciete aandacht van de Commissie voor beleid gericht op gendergelijkheid. De uitvoering
van het beleid inzake gelijkheid tussen vrouwen en mannen is een verantwoordelijkheid van de lidstaten. De verklaring geeft
een aantal prioriteiten weer die de Europese Commissie zichzelf stelt. De lidstaten benoemen binnen de nationale kaders hun
eigen beleidsaccenten. Nederland heeft zelf in het Meerjarenbeleidplan Emancipatie 2006–2010 een aantal prioritaire thema’s
benoemd en constateert dat deze overeenkomen met de door de Commissie genoemde vijf punten in de verklaring.
Nederland ziet in de verklaring een bevestiging van het belang van de door Nederland gemaakte keuzen op het terrein van het
emancipatiebeleid.
Nederland is positief over de verklaring en ziet de toegevoegde waarde ervan vooral in afstemming met de nieuwe te ontwikkelen
Routekaart 2011–2015 en door inbedding in de EU-2020 Strategie. De door de Commissie in haar mededeling geformuleerde doelstellingen
zijn een bevestiging van het belang van de door Nederland gemaakte keuzen op het terrein van het emancipatiebeleid en zijn
derhalve ook vanuit de Nederlandse optiek gewenst. Nederland wijst verder op de verschillen in genderongelijkheid binnen
en buiten de EU. Dat vraagt om een gedifferentieerde aanpak die zich over vele beleidsvelden uitstrekt. Nederland gaat ervan
uit dat de verklaring geen kosten met zich meebrengt.
Nederland is van mening dat de verklaring niet de indruk moet wekken dat beleid gericht op gendergelijkheid een geïsoleerd
beleidsterrein betreft, maar benadrukt dat juist gendermainstreaming van belang is in beleidsprogramma’s als Progress, de
EU-2020 Strategie en de nieuw te ontwikkelen Routekaart gendergelijkheid 2011–2015.