Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201022112 nr. 1000

22 112
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

nr. 1000
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 maart 2010

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij 1 fiche aan te bieden dat werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):

1. Verordening inzake uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in de vrijhandelsovereenkomst EU-Korea.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

Fiche: Verordening inzake uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in de vrijhandelsovereenkomst EU-Korea

1. Algemene gegevens

Voorstel: Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in de vrijhandelsovereenkomst EU-Korea

Datum Commissiedocument: 9.2.2010

Nr. Commissiedocument : COM(2010) 49 final

Prelex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=199008

code: 52010PC0049

Nr. impact-assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board: N.v.t.

Behandelingstraject Raad: Ad hoc experts, mogelijk Raadswerkgroep Handelsvraagstukken, Raad Buitenlandse Zaken (datum nog niet bekend)

Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Economische Zaken

Rechtsbasis, stemwijze Raad, rol Europees Parlement en comitologie

a) Rechtsbasis: art. 207, 2 VWEU

b) Stemwijze Raad en rol Europees Parlement: gekwalificeerde meerderheid van stemmen, medebeslissing

c) Comitologie: de Commissie krijgt bijstand van het vrijwaringscomité (Vo 260/2009). Dit is een raadgevend comité.

2. Samenvatting BNC-fiche

Inhoud voorstel:

Het voorstel strekt tot nadere uitwerking van de in het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Zuid-Korea opgenomen bilaterale vrijwaringsclausule. Deze clausule voorziet in de mogelijkheid voor de Europese industrie om aan de noodrem te trekken indien de invoer uit Zuid-Korea dermate stijgt (als gevolg van de overeengekomen verlaging of afschaffing van de douanerechten) dat hierdoor schade wordt toegebracht aan de hiermee concurrerende Europese producenten.

Indien aan de in het voorstel neergelegde vereisten is voldaan, kunnen de (in het vrijhandelsakkoord) overeengekomen tariefverlagingen worden opgeschort dan wel worden teruggebracht (verhoogd) tot het oorspronkelijke niveau.

Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

De Commissie baseert de bevoegdheid van de EU op art. 207, lid 2 VWEU. Er is sprake van een exclusieve bevoegdheid van de EU (artikel 3, lid 1 onder e VWEU).

Nederlandse positie en eventuele acties

Het voorstel betreft een nadere uitwerking van een in het vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea overeengekomen bilaterale vrijwaringsclausule. Dit vangnet werd noodzakelijk geacht om in te kunnen instemmen met verdergaande liberalisering van de handel tussen de EU en Zuid-Korea. Dit uitgangspunt wordt door Nederland niet betwist noch ter discussie gesteld. Wel zal kritisch gekeken worden naar (eventuele) afwijkingen van de algemene vrijwaringsregels.

3. Samenvatting voorstel

Inhoud voorstel

Het voorstel strekt tot nadere uitwerking van de in het (op 15-10-2009 geparafeerde) vrijhandelsakkoord tussen de EU en Zuid-Korea opgenomen bilaterale vrijwaringsclausule. Deze clausule voorziet in de mogelijkheid voor de Europese industrie om aan de noodrem te trekken indien de invoer uit Zuid-Korea dermate stijgt (als gevolg van de overeengekomen verlaging of afschaffing van de douanerechten) dat hierdoor schade wordt toegebracht aan de hiermee concurrerende Europese producenten. Indien aan de in het voorstel neergelegde vereisten is voldaan, kunnen de volgende vrijwaringsmaatregelen worden getroffen:

– opschorting van de in het vrijhandelsakkoord voorziene (verdere) verlaging van het douanerecht op het betrokken goed;

– verhoging van het douanerecht op het betrokken goed tot het – multilateraal – in het kader van de WTO ter zake afgesproken (MFN: most favoured nation) niveau.

Het voorstel sluit qua procedures en voorwaarden grosso modo aan bij de in Vo 260/2009 neergelegde voorschriften voor het nemen van multilaterale vrijwaringsmaatregelen (raadgevend comité).

Oorspronkelijk zou het voorstel gelijktijdig met de goedkeuring van het vrijhandelsakkoord aan de Raad en het EP worden voorgelegd, de indiening is vervroegd omdat besluitvorming meer tijd vergt nu deze (met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon) via de gewone wetgevingsprocedure dient te geschieden.

Impact assessment Commissie: Niet opgesteld.

4. Bevoegdheidsvaststelling en subsidiariteits- en proportionaliteitsoordeel

a) Bevoegdheid: De Commissie baseert de bevoegdheid van de EU op art. 207 lid 2 VWEU. Er is sprake van een exclusieve bevoegdheid (artikel 3, lid 1 onder e VWEU). Nederland kan zich vinden in deze rechtsbasis.

b) Functionele toets:

Subsidiariteit: Niet van toepassing

Proportionaliteit: positief

Onderbouwing: Het betreft hier een exclusieve bevoegdheid van de EU. Daarom is aan het subsidiariteitsvereiste voldaan. De proportionaliteit wordt positief beoordeeld. Het voorstel gaat niet verder dan noodzakelijk is. Het voorstel legt noodzakelijke procedures vast voor de toepassing van het bestaande handelspolitieke instrumentarium van de EU. Voor uitvoering van de overeenkomst is een verordening noodzakelijk. Dat kan niet worden overgelaten aan de wetgeving of praktijk van de lidstaten.

Nederlands oordeel: Het voorstel is noodzakelijk om de in het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Zuid-Korea opgenomen bilaterale vrijwaringsclausule toe te kunnen passen en sluit grosso modo aan bij het in de EU reeds van kracht zijnde (multilaterale) vrijwaringsregime. Nederland is daarom in beginsel positief over dit voorstel.

5. Implicaties financieel

a) Consequenties EU-begroting: geen

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/of decentrale overheden: geen

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger: geen

d) Administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden: geen

e) Administratieve lasten voor bedrijfsleven en burger: geen

6. Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid: geen

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen en kaderbesluiten), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid: De datum van inwerkingtreding van de Verordening is nog niet bekend (deze is afhankelijk van het moment van officiële publicatie).

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling: nee

7. Implicaties voor uitvoering en handhaving

a) Uitvoerbaarheid: geen

b) Handhaafbaarheid: geen

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden

Geen

9. Nederlandse positie (belangen en eerste algemene standpunt)

Het voorstel betreft een noodzakelijke nadere uitwerking van een in het vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea overeengekomen bilaterale vrijwaringsclausule. Dit vangnet werd noodzakelijk geacht om in te kunnen instemmen met verdergaande liberalisering van de handel tussen de EU en Zuid-Korea. Dit uitgangspunt wordt door Nederland niet betwist noch ter discussie gesteld. Nederland is in beginsel positief over dit voorstel. Wel zal kritisch gekeken worden naar (eventuele) afwijkingen van de algemene vrijwaringsregels (Vo 260/2009), aangezien hierin het WTO Vrijwaringsverdrag is geïmplementeerd. Uitgangspunt van het Nederlandse beleid is immers dat bilaterale handelsovereenkomsten in het verlengde dienen te liggen van de in WTO-verband afgesproken disciplines. Dit houdt in dat ernaar gestreefd wordt om bilateraal verdergaande disciplines af te spreken en dat ervoor gewaakt wordt dat afbreuk wordt gedaan aan het multilaterale acquis.