22 093
Mededingingsbeleid

nr. 14
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 4 december 2002

Inleiding

De traditie volgend die voorgaande jaren1 is ingezet breng ik u door middel van deze brief op de hoogte van de recente ontwikkelingen binnen het Europese mededingingsbeleid.

Het doel van het Europese mededingingsbeleid is dat concurrentie op de interne markt ongestoord kan plaatsvinden ten voordele van zowel de producent als de consument. Effectieve concurrentie houdt in dat bedrijven niet samenspannen tegen de consument en dat marktmacht niet wordt misbruikt. In geval van daadwerkelijke concurrentie zullen producenten op de wensen van de consument inspelen door het aanbieden van lage prijzen, hoge kwaliteit of betere service dan de concurrent. Bedrijven zullen hun concurrentievermogen op peil houden bijvoorbeeld door te innoveren en zo efficiënt mogelijk te werken.

Op Europees niveau wordt gesproken over bevordering van concurrentie zodat een «level playing field» tussen bedrijven in de lidstaten van de Europese Unie ontstaat. De discussie over het Europese concurrentiebeleid focust op vier hoofdgebieden:

• Het elimineren van concurrentieverstorende overeenkomsten en misbruiken van machtsposities (bv. het verbieden van prijsafspraken tussen concurrenten);

• De controle op concentraties van ondernemingen (bv. het verbieden van een fusie tussen twee grote concerns die door samengaan een machtspositie op de markt zouden verwerven);

• De liberalisering van economische sectoren waarin sprake is van een monopolie;

• De controle op staatssteun.

Het Europese concurrentiebeleid is gebaseerd op een wettelijk kader dat hoofdzakelijk is vastgelegd in de artikelen 81 tot en met 90 van het EG-Verdrag. Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad betreft de controle op concentraties. Het mededingingsbeleid is een onderdeel van het Europese concurrentiebeleid en betreft concurrentie verstorendeovereenkomsten, misbuik van machtsposities en controle op concentraties van ondernemingen.

In deze brief vindt u een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op het terrein van het Europese mededingingsbeleid. Allereerst ga ik in op het onderwerp modernisering. Daarna volgen de groepsvrijstellingen betreffende de autodistributie, technologieoverdracht en verzekeringen. Tenslotte ga ik in op de ontwikkelingen binnen de concentratiecontrole.

Modernisering

De afgelopen 3 jaar hebben mijn voorgangers een grote bijdrage geleverd aan verbetering van het voorstel1 van de Commissie om het handhavingssysteem van de Europese mededingingsregels te moderniseren. Het handhavingssysteem van de Europese mededingingsregels wordt nu nog geregeld in Verordening 17 die directe werking heeft in alle lidstaten.

De moderniseringsvoorstellen in het kort

De modernisering van de handhavingsregels rust op drie pijlers:

1. Gedecentraliseerde toepassing van de mededingingsregels Voor de Commissie is het moeilijk gebleken zich toe te leggen op mededingingsbeperkende zaken die werkelijk van belang zijn voor de Gemeenschap.

Een van de redenen is dat zij als enige bevoegd is om ontheffingen van kartelafspraken te geven (artikel 81, lid 3 EG-Verdrag), waaraan zij veel van haar capaciteit moet besteden. In het nieuwe systeem is er sprake van decentrale toepassing: naast de Commissie zullen ook de nationale mededingingsautoriteiten en civiele rechters artikel 81 volledig toepassen.

De nationale autoriteiten en rechters zijn verplicht om het Europese mededingingsrecht toe te passen op de zaken die de handel tussen lidstaten merkbaar beïnvloeden. In de Industrieraad van 5 december 2001 is de mogelijkheid gecreëerd om op Europese zaken parallel ook nationaal mededingingsrecht toe te passen. De parallelle toepassing bevordert de effectiviteit: indien na onderzoek blijkt dat niet Europees recht van toepassing is maar nationaal recht, hoeft een zaak niet geheel opnieuw opgepakt te worden.

In het nieuwe systeem krijgt de Commissie een centrale rol om de coherente toepassing van Europees mededingingsrecht te waarborgen. De Commissie krijgt bijvoorbeeld de bevoegdheid om Europese zaken, die reeds door een of meerdere nationale mededingingsautoriteiten worden behandeld, naar zich toe te trekken als bijvoorbeeld de nationale mededingingsautoriteiten met tegenstrijdige uitspraken dreigen te komen of wanneer te lang wordt gewacht met een uitspraak. Om te voorkomen dat het mededingingsrechtelijke «level playing field» voor grensoverschrijdende gedragingen in de Europese Unie wordt uitgehold, mag de toepassing van nationaal mededingingsrecht niet afwijken van de Europese regels (art 3, lid 2 van de nieuwe verordening). Ik ben van mening dat de huidige tekst van de verordening in voldoende mate de coherente toepassing verzekert.

2. Afschaffing van het systeem van aanmelding en ontheffing

Het huidige ontheffingssysteem, dat inhoudt dat ondernemingen hun overeenkomst aanmelden bij de Europese Commissie om een individuele ontheffing op het verbod op mededingingsafspraken te verkrijgen, wordt vervangen door een systeem van wettelijke uitzondering. Dit houdt in dat bedrijven zelf bepalen of hun overeenkomst voldoet aan de criteria van artikel 81 lid 3 EG-Verdrag. Bedrijven kunnen in het nieuwe systeem dus geen ontheffing meer vragen van het kartelverbod van artikel 81 EG-Verdrag.

3. Versterking van de controle achteraf De invoering van een systeem van wettelijke uitzondering gaat noodzakelijkerwijze gepaard met versterking van de controle achteraf op de naleving van de Europese mededingingsregels. In het kader van de modernisering worden dan ook de controlebevoegdheden van de Commissie versterkt, met onder andere het recht op huiszoekingen. Daarnaast wordt het sanctiestelsel aangepast door bijvoorbeeld vereenvoudiging van de inning van boetes bij ondernemingsverenigingen, met name indien de vereniging insolvent blijkt te zijn.

Ik vind uitbreiding van de controlebevoegdheden van de Commissie belangrijk.

De Commissie is op het moment niet bevoegd om bijvoorbeeld relevante informatie te achterhalen die thuis wordt bewaard. Ik ben evenwel van mening dat de Commissie bij dergelijke inspecties gehouden is goedkeuring te vragen aan een rechterlijke instantie.

De verordeningstekst die nu voorligt voorziet hier nu ook in.

De Commissie krijgt in de nieuwe Verordening tevens meer bevoegdheden om inbreuken op de mededinging daadkrachtiger aan te pakken. De Commissie mag in de toekomst structurele maatregelen aan bedrijven opleggen. Een structurele maatregel kan betekenen dat een bedrijf een onderdeel of licentie moet afstoten om toekomstige inbreuken op het Europese mededingingsrecht te voorkomen. De structurele maatregel kan alleen ingezet worden indien dat proportioneel gebeurt. Op de proportionele inzet van structurele maatregelen heeft Nederland met succes ingezet.

Resultaten uit het afgelopen jaar

In het afgelopen jaar hebben mijn voorgangers in nauwe samenwerking met de NMa en het Ministerie van Justitie, voor Nederland een constructieve bijdrage geleverd aan het moderniseringsdebat teneinde uitvoerbaarheid en werkbaarheid van de verordening te bevorderen en aansluiting bij de nationale belangen en (juridische) systematiek te bewerk- stelligen. De Nederlandse betrokkenen, zoals VNO-NCW en de rechterlijke macht, zijn meerdere malen geconsulteerd in het kader van de standpuntbepaling van Nederland.

De grote lijnen van de door Nederland gestelde randvoorwaarden zijn: effectieve handhaving en coherente toepassing van het mededingingsrecht, voldoende rechtszekerheid voor ondernemingen en duidelijkheid voor de rechter bij de toepassing van mededingingsrecht.

• In geval van nieuwe, nog niet eerder behandelde mededingingsrechtelijke problemen kan de Commissie advies verlenen. Hierdoor wordt de rechtszekerheid voor bedrijven, mede op aandringen van Nederland, versterkt. In de meeste mededingingsrechtelijke gevallen kunnen bedrijven echter vertrouwen op de in 40 jaar opgebouwde beschikkingspraktijk van de Commissie en de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie en het Gerecht van Eerste Aanleg.

• Nederland heeft zich hard gemaakt om in de nieuwe Verordening een zwijgrechtbepaling op te nemen en een verwijzing naar het Handvest Rechten van de Mens. Deze eis is van belang omdat de Commissie onder andere de bevoegdheid krijgt inspecties uit te voeren en medewerkers van bedrijven te ondervragen. Een zwijgrechtbepaling vergroot de rechtsbescherming van de ondervraagde.

• Om de eenheid van het Europese mededingingsrecht te bewaken, is in de verordening aan de Commissie de bevoegdheid gegeven als amicus curiae de nationale rechter adviezen te geven indien de rechter artikel 81 en 82 EG-Verdrag toepast. De nationale rechter is niet gebonden aan de mondelinge dan wel schriftelijke adviezen van de Commissie. Hoe de amicus curiae in het burgerlijk procesrecht gestalte moet krijgen, moet nader worden uitgewerkt.

• Voor de coherente toepassing en effectieve allocatie van zaken is samenwerking tussen nationale mededingingsautoriteiten en de Commissie binnen een formeel netwerk van groot belang. In het netwerk wisselen mededingingsautoriteiten informatie uit en maken zij werkafspraken. Ten aanzien van het functioneren van het netwerk is een Gezamenlijke Ontwerp-Verklaring van de Raad en de Commissie tot stand gekomen, waarvoor Nederland de basis heeft gelegd. De Gezamenlijke Verklaring is samen met de Verordening aangeboden in de Concurrentiekrachtraad van november.

• Daarnaast ben ik zeer te spreken over het schrappen van het register met overeenkomsten waarin het oorspronkelijke commissievoorstel voorzag. Nederland heeft zich tegen een dergelijk register verzet, aangezien dit zou leiden tot een verzwaring van de administratieve lasten.

Conclusie

Nu de nieuwe Verordening op 26 november is vastgesteld door de Concurrentiekrachtraad, zal dit veel voordelen opleveren ten opzichte van de huidige Verordening. De modernisering van de handhavingsregels zal de Commissie in staat stellen haar capaciteit volledig in te zetten op de meest ernstige inbreuken op het Gemeenschapsrecht. Afschaffing van het notificatiesysteem zal tevens het pad effenen voor vermindering van de administratieve verplichtingen voor ondernemingen.

In de laatste maanden is in ruime mate tegemoet gekomen aan de Nederlandse randvoorwaarden. De handhaving van de Europese mededingingsregels zal voldoende rechtszekerheid bieden en consistent zijn door een effectieve werking van onder andere het Europese netwerk van mededingingstoezichthouders.

Strikter toezicht op de mededingingsregels bevordert niet alleen de concurrentie, maar kan het vertrouwen in krachtige naleving van de mededingingsregels opnieuw versterken.

Na vaststelling van deze verordening hebben de Lidstaten tenminste een jaar om de noodzakelijke organisatorische en juridische maatregelen te nemen ter implementatie van deze nieuwe regels.

Groepsvrijstellingen

Niet alle mededingingsbeperkende afspraken zijn per definitie verboden. Indien zij bijdragen tot een verbetering van de productie of de technische of economische vooruitgang én een redelijk aandeel van de voordelen aan de consument ten goede komt, kan de Commissie door middel van een groepsvrijstelling aangeven dat bepaalde afspraken niet onder het kartelverbod van artikel 81 van het EG-Verdrag vallen. Voorbeelden zijn de groepsvrijstellingen voor horizontale of verticale overeenkomsten. De in deze brief beschreven groepsvrijstellingen zien toe op specifieke sectoren.

De Europese groepsvrijstellingen zijn rechtstreeks werkend in alle lidstaten.

Autodistributie

De nieuwe groepsvrijstellingsverordening1 in de sector motorvoertuigen is in werking getreden op 1 oktober 2002. Het evaluatieonderzoek van de Commissie bracht naar voren dat de oude verordening2 niet voldeed om daadwerkelijke concurrentie op de Europese markt voor auto's te bereiken.

Tijdens meerdere rondetafelgesprekken zijn de belanghebbenden in Nederland naar hun mening gevraagd over het conceptvoorstel van de Europese Commissie. In april zijn aan de Commissie schriftelijk1 suggesties gedaan en hiervan is veel overgenomen in de huidige verordening.

Ik ben tevreden met de nieuwe verordening. De verordening is in lijn gebracht met de algemene Europese groepsvrijstellingen (horizontaal en verticaal) en dit komt de transparantie en rechtszekerheid voor het bedrijfsleven ten goede. Ik verwelkom tevens de economische benadering. Dit betekent dat meer toegespitst wordt op overeenkomsten die de concurrentie daadwerkelijk ernstig beperken en dus nadelig zijn voor de consument die een auto koopt. Er wordt niet alleen meer gekeken of de vermeende overtreding aan alle juridische voorwaarden voldoet om van een overtreding te spreken, maar ook naar het effect van de afspraak op de markt.

De verordening weerspiegelt een goede balans van de verschillende belangen van de betrokken partijen. De bekendmaking van de plannen van de Commissie heeft een grote lobby op gang gebracht, voornamelijk door de autoproducenten. De gevolgen van de nieuwe regelgeving zijn op korte termijn nog niet zichtbaar, voornamelijk omdat een belangrijk gedeelte2 van de regelgeving pas in 2005 in werking treedt. Door meer concurrentie wordt een efficiënter distributiesysteem beoogd, waardoor het algehele prijsniveau kan dalen.

De nieuwe verordening leidt tot minder greep van de fabrikant op de dealers, zodat het distributiesysteem efficiënter kan worden. De nieuwe verordening biedt dealers en garagehouders, veelal MKB-ers, de mogelijkheid zich onafhankelijk op te stellen ten opzichte van fabrikanten. Bijvoorbeeld doordat ze nieuwe vestigingen kunnen openen of makkelijker meerdere merken in één filiaal kunnen verkopen zonder toestemming van de fabrikant. Hierdoor is de dealer beter in staat in te spelen op de behoefte van de consument. De nieuwe aanpak staat wel afspraken toe die autofabrikanten in staat stellen hun verantwoordelijkheid te nemen voor wat betreft de veiligheid en kwaliteit van de producten die ze leveren. De Commissie heeft een brochure gepubliceerd met uitleg over de werking van de groepsvrijstelling.

De keuzemogelijkheden voor consumenten worden uitgebreid, zowel op het gebied van verkoop (meerdere merken in een vestiging, meer concurrentie tussen dealers van het hetzelfde merk) als service na verkoop. Door verbetering van de toegang tot technische informatie van de fabrikant is de onafhankelijke hersteller in staat meer verschillende motorvoertuigen te repareren. De consument heeft hierdoor een grotere keuze waar hij zijn auto wil laten onderhouden.

Consumenten en dealers kunnen makkelijker gebruik maken van goedkopere originele reserve onderdelen met dezelfde kwaliteit als die onderdelen die de fabrikant gebruikt.

Technologieoverdracht

De huidige groepsvrijstelling betreffende technologieoverdracht3 stelt exclusieve licentieovereenkomsten tussen twee partijen vrij van het verbod van art 81, lid 1 EG-Verdrag. Ik ben zeer verheugd met het initiatief van de Commissie om de groepsvrijstelling te evalueren. Een goedwerkende groepsvrijstelling is belangrijk omdat deze een grote rol kan spelen in de ontwikkeling van innovatie in de economie en bijdraagt aan het concurrentievermogen van de verschillende Lidstaten. Hier ligt dus een kans voor Nederland. Het evaluatierapport over de groepsvrijstelling technologieoverdracht signaleert de volgende knelpunten: de verordening is te formalistisch en te eng

• omdat alleen octrooi- en knowhowrechten eronder vallen en niet andere intellectuele eigendomsrechten;

• omdat alleen overeenkomsten tussen twee partijen eronder vallen en niet meerpartijen overeenkomsten.

In reactie op het evaluatierapport heeft Nederland steun uitgesproken om de groepsvrijstelling in overeenstemming te brengen met de algemene groepsvrijstellingen voor horizontale en verticale overeenkomsten. Dit bevordert de samenhang van het communautaire mededingingsbeleid en de voorspelbaarheid van de regels voor het bedrijfsleven.

«Grijze» clausules zijn bepalingen in overeenkomsten die niet zijn vrijgesteld onder de groepsvrijstelling, noch uitdrukkelijk zijn uitgesloten, en worden per geval beoordeeld. Opheffing van de grijze clausules en dus het niet meer beoordelen per geval, zou kunnen leiden tot een minder rigide regeling en vermindering van administratieve lasten. Daarnaast kan verheldering omtrent welke overeenkomsten de concurrentie werkelijk beperken de rechtszekerheid en transparantie bevorderen.

Ik verwacht dat de Commissie naar aanleiding van het evaluatierapport zal besluiten tot herziening van de huidige verordening. Ik zal de Nederlandse belanghebbenden om hun mening blijven vragen omtrent de eventuele Commissievoorstellen. De nieuwe verordening moet de spreiding van technische kennis binnen Europa verbeteren en zo de productie van technisch verbeterde producten bevorderen. Daarnaast moet er voldoende concurrentie worden gecreëerd met betrekking tot technologische nieuwe of verbeterde producten.

Ik stel als voorwaarde aan de nieuwe verordening dat deze een gunstige juridische omgeving schept door rechtszekerheid en transparantie te bieden en bijdraagt aan de vermindering van administratieve lasten.

Verzekeringen

Op 31 maart 2003 loopt de groepsvrijstelling voor de verzekeringssector1 af. De Commissie heeft haar plannen bekend gemaakt voor de herziening van de huidige groepsvrijstelling. De Commissie wil het stelsel van de groepsvrijstelling intact laten en slechts wijzigingen van beperkte omvang aanbrengen. De nieuwe groepsvrijstelling dient regels te bevatten voor samenwerking tussen verzekeraars op de volgende terreinen:

Gemeenschappelijke berekening van indicatieve zuivere premies2 en het gemeenschappelijk verrichten van onderzoek

Samenwerking maakt het mogelijk de kennis van risico's te vergroten en vergemakkelijkt de beoordeling van risico's van individuele gevallen. Ondernemingen met een klein marktaandeel en nieuwkomers op de markt zijn vaak niet in staat om voldoende statistische gegevens te produceren om betrouwbare zuivere premies te kunnen berekenen. Verwacht kan worden dat door samenwerking de consumenten van een grotere keuze van aanbieders zullen kunnen profiteren aangezien de markttoegang verbeterd wordt en daardoor de aanwezigheid van een groter aantal concurrenten op de markt wordt bevorderd. Gemeenschappelijke standaardpolisvoorwaarden zijn noodzakelijk voor de berekening van indicatieve zuivere premies en risicopremies omdat deze onder verwijzing naar bepaalde polisvoorwaarden moeten worden berekend.

Gemeenschappelijke dekking (pooling) van bepaalde standaardrisico's

Samenwerking voor het dekken van een aantal risico's is noodzakelijk indien het risico voor de afzonderlijke ondernemingen zo groot is dat zij alleen niet in staat zijn desbetreffende verzekeringscategorie aan te bieden.

Samenwerking voor keuring van veiligheidsvoorzieningen

Samenwerking met betrekking tot keuring van veiligheidsvoorzieningen (bijvoorbeeld alarmsystemen) is zinvol, omdat daardoor de noodzaak van herhaalde individuele keuringen overbodig wordt.

Ik sta positief ten opzichte van de door de Commissie voorgestelde wijzigingen, die ik beschouw als het verwerken van de tien jaar ervaring die met de huidige verordening is opgedaan. Net als bij de eerder besproken groepsvrijstellingen streef ik naar overeenstemming van deze specifieke groepsvrijstelling met de algemene horizontale en verticale groepsvrijstellingen. Dit betekent concreet het afschaffen van de lijst van vrijgestelde bepalingen.

De commissie zal aan de hand van het commentaar van alle belanghebbenden een definitief voorstel doen. Ik zal in overleg treden met de Nederlandse betrokkenen ter voorbereiding van de adviescomités aangaande deze groepsvrijstelling.

Concentratiecontrole

Voorgeschiedenis Concentratieverordening

Zoals vorig jaar aangekondigd, heeft de Commissie eind 2001 een Groenboek uitgebracht over het functioneren van de Concentratieverordening1 («CoVo»). Deze verordening bevat regels voor de preventieve toetsing van concentraties (fusies, overnames en joint ventures).

In februari is een rondetafel bijeenkomst georganiseerd met Nederlandse deskundigen. Mede op basis van de uitkomsten van deze bijeenkomst is de Nederlandse concept-reactie2 op het Groenboek vervaardigd, die de volgende hoofdlijnen volgt:

• Instemming met het voorstel om de administratieve lasten te verminderen door multi-jurisdictional mergers door de Commissie onder Europees recht te laten afhandelen (one-stop shop) in plaats van door verschillende nationale autoriteiten onder verschillende nationale rechtsstelsels.

• Instemming met het voorstel de praktische bruikbaarheid van de verwijzingsstelsels (Duitse en Nederlandse clausule) te vergroten door de gebruikte criteria te versimpelen en termijnen te verkorten. Bijvoorbeeld: de beslistermijn van 3 maanden voor de Commissie in geval van een Duitse clausule verzoek lijkt excessief, niet alleen in vergelijking met de termijn voor de lidstaten maar ook die voor de inhoudelijke beoordeling.

• Instemming met het voorstel enige praktische problemen bij het gebruik van verbintenissen (commitments, remedies) te verhelpen door onder andere termijnen te verlengen wanneer remedies worden aangeboden. Praktische oplossingen worden ook gezocht buiten de herziening van de CoVo om.

• Terughoudendheid bij een fundamentele wijziging van het huidige materiële criterium (ontstaan/versterken van economische machtspositie), in de richting van het in de Verenigde Staten gehanteerde substantial lessening of competition.

• Verbetering van de procedurele garanties (checks and balances; due process) en de rechtspositie van de betrokken ondernemingen vis à vis de Commissie.

Deze conceptreactie is met u besproken en vervolgens gestuurd naar de Europese Commissie. De Nederlandse reactie was één van de 114 reacties die het Groenboek had losgemaakt.

Nieuwe ontwikkelingen CoVo

Andere belangrijke input voor de herzieningsoperatie wordt gevormd door recente uitspraken van het Gerecht van Eerste Aanleg1. Deze arresten zijn niet alleen in materieelrechtelijk opzicht belangrijk, maar indiceren ook ernstige tekortkomingen, met name gebrekkige economische analyses en onderbouwing, in de concentratiecontroleprocedure die de Commissie hanteert. De arresten zorgden voor grote beroering en vormen een stimulans voor invoering van betere checks and balances.

Nu alle reacties op het Groenboek binnen zijn, is de Commissie weer aan zet. De Commissie heeft aangekondigd nog voor het einde van 2002 te komen met een pakket hervormingen ten behoeve van het concentratiecontrolestelsel. Dit pakket zou moeten inhouden:

• Een eerste ontwerp voor een gewijzigde Concentratieverordening;

• Concept-richtsnoeren gericht op het verhelderen van de Commissiepraktijk ten aanzien van de toepassing van de criteria voor concentratiecontrole. Belanghebbenden hebben mogelijkheid tot inspraak op deze concept-richtsnoeren.

• Een nieuwe set richtsnoeren met beste praktijken (best practice guidelines) op het gebied van het voeren van de concentratiecontroleprocedure;

• Aanbevelingen over veranderingen gericht op versterking van due process en economische expertise.

Dit is een zeer ambitieus tijdschema, deels ingegeven door het verlangen de hervormingen af te ronden vóór de uitbreiding van de EU.

De CoVo is een goed instrument dat in het verleden zijn waarde bewezen heeft. Ik ben in beginsel van plan de herziening van de CoVo te beschouwen als verbeteringen van dit goedwerkende instrument. De nadruk dient wat mij betreft te liggen op vergroting van de bruikbaarheid van het instrumentarium, vermindering van administratieve lasten en verhoging van de kwaliteit van de eindbeslissing.

De Minister van Economische Zaken,

J. F. Hoogervorst


XNoot
1

TK 99/00, 22 093 nr. 1 TK01/02, 22 093, nr. 13.

XNoot
1

Europese Commissie, Witboek betreffende de modernisering van de regels inzake de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het EG-Verdrag, programma van de Commissie van 28 april 1999.

XNoot
1

Verordening (EG) nr. 1400/2002.

XNoot
2

Verordening (EG) nr. 1475/1995.

XNoot
1

TK nummer, dit nummer is bij de Kamer niet bekend.

XNoot
2

Vestigingsbeding, overweging 37 en arti- kel 5, lid 2 onder b.

XNoot
3

Verordening (EG) nr. 240/1996.

XNoot
1

Verordening (EG) nr. 3932/92.

XNoot
2

De gemiddelde kosten voor dekking van een welbepaald risico in het verleden, met uitsluiting van eventuele administratieve of commerciële kosten of fiscale of parafiscale heffingen, en zonder rekening te houden met inkomsten uit beleggingen of verwachte winst.

XNoot
1

Verordening (EG) nr. 4064/89.

XNoot
2

TK 01/ 0222 112, nr. 230.

XNoot
1

De arresten: Airtours, Tetra Laval, Schneider Legrand.

Naar boven