22 054
Wapenexportbeleid

nr. 94
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2005

Tijdens het Algemeen Overleg Wapenexportbeleid van 10 maart jongstleden (22 054/29 800 V, nr. 87) heb ik de Tweede Kamer toegezegd nadere schriftelijke informatie te verstrekken over de relatie tussen de exportkredietverzekering (EKV), sondages en wapenexportvergunningen. Deze brief strekt daartoe.

De EKV

Onder de EKV worden risico's verbonden aan export herverzekerd door de Nederlandse Staat. Het gaat om risico's die niet in de markt kunnen worden verzekerd vanwege de grootte van de transactie, de lengte van de krediettermijn of de politieke en financiële situatie in het importerende land.

Bijna alle landen met exporten van enige substantie kennen «officiële» kredietverzekeraars. Deze kredietverzekeraars verzekeren, garanderen of financieren exporttransacties namens de Staat. In Nederland is gekozen voor een verzekeringssysteem, waardoor de expertise van commerciële banken benut kan worden.

In Nederland wordt de EKV-faciliteit uitgevoerd door Atradius (voorheen Gerling NCM), in een aparte juridische entiteit (Atradius Dutch State Business) waar alleen transacties voor rekening van de Staat worden verzekerd. De Minister van Financiën en de Staatssecretaris van EZ zijn gezamenlijk beleidsverantwoordelijk voor de EKV. De Minister van Financiën heeft de budgettaire verantwoordelijkheid.

Aangezien de Nederlandse Staat een deel van de risico's draagt die door de verzekering worden gedekt, stelt de Nederlandse overheid voorwaarden aan de verzekering van transacties. Zo geldt bijvoorbeeld als voorwaarde voor schadevergoeding dat de exporteur zijn contractuele verplichtingen moet zijn nagekomen en dat alle financiële zekerheden op de juiste manier gesteld zijn.

Een andere voorwaarde voor schadevergoeding is dat de schade niet mag zijn veroorzaakt door het ontbreken van een vergunning. Bij de export van militaire goederen (maar ook bij niet-militaire goederen) zijn soms meerdere vergunningen verplicht. De exporteur is nadrukkelijk zelf verantwoordelijk voor alle benodigde vergunningen. Als de schade het gevolg is van het ontbreken van een vergunning, dan is die schade niet verzekerd. Dit ondernemersrisico wordt hieronder bij de uitleg over exportvergunningen toegelicht. Voordat een vergunning wordt afgegeven, kan een exporteur een sondage aanvragen.

Sondages

Een exporteur kan, alvorens met de commerciële besprekingen te starten, een sondage aanvragen voor de te exporteren militaire goederen. Hiermee verkrijgt de exporteur een indicatie van het besluit dat de overheid zou nemen als er op het moment van de sondage een aanvraag gedaan zou worden. Een positieve sondage biedt geen garantie dat uiteindelijk ook een vergunning zal worden verkregen. Dat hangt namelijk af van de omstandigheden op het moment van de daadwerkelijke vergunningaanvraag. Een positieve sondage betekent voor de exporteur op dat moment wel een positief startpunt om de commerciële onderhandelingen met zijn afnemer aan te gaan.

Exportvergunningen

Een exporteur kan alleen militaire goederen exporteren als hij in het bezit is van een exportvergunning. Een dergelijke vergunning heeft een geldigheidsduur van één jaar. Verlenging is mogelijk, maar in dat geval vindt opnieuw een toetsing plaats. Er wordt vervolgens een nieuw besluit genomen.

Het kan voorkomen dat een exportvergunning of een andere vergunning niet wordt verstrekt. De exporteur heeft dan veelal wel kosten gemaakt voor de te exporteren goederen. Voor deze schade is de exporteur niet gedekt omdat deze schade tot zijn eigen verantwoordelijkheid wordt gerekend.

Ondernemers financieren hun exporttransacties vaak door middel van een lening van een commerciële bank aan de buitenlandse afnemer. Deze lening wordt dikwijls ook verzekerd onder de EKV. Indien de exporteur niet voor de juiste vergunning heeft gezorgd, ontstaat vaak schade. Indien hij geen toestemming heeft om te exporteren, kan hij zijn goederen immers niet leveren aan de buitenlandse afnemer. Deze afnemer wordt hierdoor gedupeerd en zal wellicht, met een beroep op wanprestatie door de exporteur, de lening aan de bank niet willen terugbetalen. De bank lijdt hierdoor schade maar is hiervoor verzekerd onder de EKV. Deze schade wordt dus door de Staat vergoed aan de bank. Omdat de exporteur verantwoordelijk is voor het ontstaan van de schade, zal de Staat de schade vervolgens op de exporteur verhalen (regres). Zo wordt voorkomen dat de Staat schade betaalt die is ontstaan doordat een exporteur een vergunning niet heeft verkregen. Deze constructie geeft overigens geen absolute garantie dat de Staat de schade kan verhalen. De exporteur kan immers in financiële problemen verkeren. Door middel van een uitgebreide analyse van de risico's en een gefundeerde acceptatiebeslissing wordt dit probleem zoveel mogelijk voorkomen.

Conclusie

In de wijze van opereren met betrekking tot de EKV en exportvergunningen is een zuivere scheiding tussen verantwoordelijkheden van de Staat (bij het verstrekken van wapenexportvergunningen) en van exporteurs (bij het verkrijgen van wapenexport- en andere vergunningen) aangebracht. Daarbij is de exporteur verantwoordelijk voor het verkrijgen van (wapenexport)vergunningen. Indien hij er niet in slaagt om deze te verkrijgen, dan is dat een ondernemersrisico waarvan hij de gevolgen zelf moet dragen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

C. E. G. van Gennip

Naar boven