Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2004-2005
Kamerstuk 22054 nr. 82

Gepubliceerd op 27 oktober 2004



22 054
Wapenexportbeleid

nr. 82
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 oktober 2004

Naar aanleiding van de u eerder aangeboden «notitie over meer openbaarheid met betrekking tot de rapportage over de uitvoer van militaire goederen» van 27 februari 1998 (Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 22 054, nr. 30), doen wij u, mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, hierbij een rapport met een aantal bijlagen toekomen over het Nederlandse wapenexportbeleid in 2003.

In dit rapport, dat tevens als Engelstalige publicatie van het Ministerie van Economische Zaken zal verschijnen, wordt onder meer ingegaan op de instrumenten, procedures en uitgangspunten van het Nederlandse wapenexportbeleid en wordt aangegeven dat de stijging van de totale vergunningwaarde ten opzichte van het voorgaande jaar toe te schrijven is aan verkopen aan de Poolse en Griekse marine. Tevens wordt aandacht besteed aan het karakter van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie en wordt een aantal internationale ontwikkelingen op het terrein van de wapenexportcontrole beschreven.

Aan dit rapport is in vergelijking met het rapport van vorig jaar een nieuwe bijlage toegevoegd, te weten: een overzicht van in 2003 verkocht overtollig defensiematerieel.

De bijlagen van het rapport bestaan voorts uit:

– overzichten voor achtereenvolgens de eerste helft van 2003, de tweede helft van 2003 en het totale jaar 2003 van de waarde van de afgegeven vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen per categorie goederen en van de waarde van de afgegeven vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen per land van eindbestemming, inclusief categorieën goederen;

– een schema van de ontwikkeling van de Nederlandse wapenexport voor de jaren 1996–2003;

– een overzicht van de waarde van de afgegeven vergunningen in 2003 voor doorvoer van militaire goederen per land van eindbestemming, inclusief categorieën goederen;

– een weergave van de door Nederland in EU-verband genotificeerde afgewezen vergunningaanvragen;

– een overzicht van de wapenembargo's die in 2003 van kracht waren;

– en een overzicht van de in 2003 beantwoorde schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over wapenexport.

Voor de goede orde zij vermeld dat de overzichten die betrekking hebben op de in de eerste helft van 2003 afgegeven vergunningen u reeds bij brief van 18 november 2003 werden aangeboden (Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 22 054, nr. 75).

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

C. E. G. van Gennip

De Minister van Buitenlandse Zaken,

B. R. Bot

HET NEDERLANDSE WAPENEXPORTBELEID IN 2003

Rapportage over de uitvoer van militaire goederen van de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Buitenlandse Zaken mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking oktober 2004

Inhoudsopgave rapport Nederlands wapenexportbeleid 2003

Inhoudsopgaveblz.
   
1Inleiding3
2Instrumenten en procedures van het wapenexportbeleid4
3Uitgangspunten van het wapenexportbeleid4
4Informatie over het wapenexportbeleid5
5De Nederlandse defensiegerelateerde industrie6
6Openheid in bewapening en het VN-wapenregister7
7Het Wassenaar Arrangement8
8EU-samenwerking9
9Kleine wapens11
10Doorvoer12
   
Bijlagen 
1Overzichten van de waarde van de in 2003 afgegeven vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen per categorie goederen en van de waarde van de in 2003 afgegeven vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen per land van eindbestemming14
2Schema van de ontwikkeling van de Nederlandse wapenexport voor de jaren 1996–200322
3Overzicht van de waarde van de in 2003 afgegeven vergunningen van doorvoer van militaire goederen per land van bestemming23
4Genotificeerde afgewezen vergunningaanvragen («denial notifications») in 200324
5Overzicht van in 2003 verkocht overtollig defensiematerieel25
6Overzicht van wapenembargo's van kracht in 200326
7Overzicht van de in 2003 beantwoorde schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over wapenexport28

1. Inleiding

Het voorliggende rapport over het Nederlandse wapenexportbeleid in 2003 is het zevende rapport dat conform de «Notitie over meer openbaarheid met betrekking tot de rapportage over de uitvoer van militaire goederen» (Kamerstuk 22 054, nr. 30, 27 februari 1998) is opgesteld. Het rapport bevat:

• een overzicht van de uitgangspunten en het instrumentarium van het Nederlandse wapenexportbeleid

• een kenschets van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie

• een beschrijving van ontwikkelingen in relevante internationale fora, te weten de EU, de VN en het Wassenaar Arrangement

• een beschrijving van het beleid inzake controle op verspreiding van kleine wapens

• een samenvatting van de doorvoerregeling die sinds 1 januari 2002 van kracht is.

In bijlage 1 bij het rapport staan de waarden van de verleende exportvergunningen in het jaar 2003 per categorie militaire goederen en per bestemmingsland. In de rapportage is ervoor gekozen de cijfers over de eerste en de tweede helft van 2003 ook afzonderlijk weer te geven.

Bijlage 2 geeft de ontwikkeling weer van de Nederlandse wapenexport voor de periode 1996–2003. Bijlage 3 bevat een overzicht van de verstrekte vergunningen voor doorvoer van militaire goederen naar derde landen.

In bijlage 4 worden de door Nederland aan de EU-partners gemelde afwijzingen van aangevraagde vergunningen vermeld. Deze meldingen zijn onderdeel van de EU-Gedragscode inzake uitvoer van militaire goederen.

Bijlage 5 biedt een overzicht van het overtollig defensiematerieel dat in 2003 is verkocht. Als bijlage 6 bij deze rapportage is een overzicht gevoegd van wapenembargo's die in 2003 van kracht waren. Tot slot bevat bijlage 7 een overzicht van de in 2003 beantwoorde schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over het wapenexportbeleid.

2. Instrumenten en procedures van het wapenexportbeleid

Vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen worden verstrekt op grond van de In- en uitvoerwet. Bedrijven of personen die voornemens zijn goederen en technologie uit te voeren die voorkomen op de zgn. lijst militaire goederen behorend bij de bijlage van het In- en uitvoerbesluit strategische goederen, dienen bij de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU) een aanvraag in voor een uitvoervergunning. De CDIU, onderdeel van de Belastingdienst/Douane van het Ministerie van Financiën, staat voor de verlening van uitvoervergunningen onder beleidstoezicht van het Ministerie van Economische Zaken. Aanvragen voor de uitvoer van militaire goederen naar lidstaten van de NAVO en de EU en daarmee gelijkgestelde landen (Australië, Japan, Nieuw Zeeland en Zwitserland) worden in beginsel door het Ministerie van Economische Zaken afgehandeld. Voor de NAVO-landen Griekenland en Turkije gold in het verslagjaar een uitzondering op deze regel. Aanvragen voor uitvoer naar deze twee NAVO-landen, alsmede aanvragen voor uitvoer naar alle overige landen, werden voor advies voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Diens advies neemt bij de besluitvorming over de afgifte van een exportvergunning een essentiële plaats in. Indien wordt vastgesteld dat geen bezwaren bestaan tegen de voorgenomen uitvoer, wordt door het Ministerie van Economische Zaken een uitvoervergunning verleend.

Waar het aanvragen betreft voor uitvoer naar ontwikkelingslanden die voorkomen op deel 1 van de OESO/DAC-lijst geeft de Minister van Buitenlandse Zaken na overleg met de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking een «ontschot» advies aan de Minister van Economische Zaken.1

In geval van uitvoer van militaire goederen die worden afgestoten door de Nederlandse krijgsmacht, wordt de Kamer vooraf vertrouwelijk ingelicht door de Staatssecretaris van Defensie. In het geval van afstoting is de normale vergunningprocedure van toepassing en worden dergelijke transacties evenals exporttransacties van het bedrijfsleven door het ministerie van Buitenlandse Zaken getoetst aan de criteria van het wapenexportbeleid.

3. Uitgangspunten van het wapenexportbeleid

Aanvragen voor vergunningen voor de uitvoer van militair materieel worden per geval getoetst aan de acht criteria van het wapenexportbeleid met inachtneming van de aard van het goed, de eindbestemming en de eindgebruiker. Deze acht criteria zijn vastgesteld door de Europese Raden van Luxemburg (1991) en Lissabon (1992), en luiden als volgt:

1. naleving van de internationale verplichtingen van de lidstaten van de Gemeenschap, met name door de Veiligheidsraad van Verenigde Naties en de Europese Gemeenschap uitgevaardigde sancties, de verdragen inzake non-proliferatie en andere onderwerpen, alsmede andere internationale verplichtingen.

2. eerbiediging van de rechten van de mens in het land van eindbestemming.

3. de interne situatie van het land van eindbestemming ten gevolge van spanningen of gewapende conflicten.

4. handhaving van vrede, veiligheid en stabiliteit in de regio.

5. de nationale veiligheid van de lidstaten, van de gebieden waarvan één van de lidstaten de buitenlandse betrekkingen behartigt, alsmede van bevriende landen of bondgenoten.

6. het gedrag van het land van eindbestemming ten opzichte van de internationale gemeenschap, met name de houding ten aanzien van terrorisme, de aard van zijn bondgenootschappen en de eerbiediging van het internationale recht.

7. het gevaar dat de goederen een andere dan de opgegeven eindbestemming krijgen, hetzij in het aanschaffende land zelf ofwel via ongewenste heruitvoer.

8. de verenigbaarheid van de wapenexporten met het technische en economische vermogen van het ontvangende land, rekening houdend met de wenselijkheid dat staten met een zo gering mogelijk beslag op mensen en economische middelen voor bewapening, in hun legitieme veiligheids- en defensiebehoeften voorzien.

In juni 1998 aanvaardden de lidstaten van de Europese Unie de EU-Gedragscode voor de wapenexport. Zij kwamen daarin een gemeenschappelijke interpretatie van de criteria van het wapenexportbeleid overeen. Tot de Gedragscode behoort tevens een mechanisme voor informatie-uitwisseling, notificatie en consultatie indien een land een exportvergunningaanvraag in behandeling heeft op een bestemming waarvoor eerder een soortgelijke aanvraag door een andere lidstaat is geweigerd. De Gedragscode bevat minimumnormen. De code erkent uitdrukkelijk de bevoegdheid van de lidstaten om nationaal een restrictiever wapenexportbeleid te voeren dan de Gedragscode voorschrijft.1

4. Informatie over het wapenexportbeleid

Ingevolge een toezegging van de Minister van Buitenlandse Zaken gedaan tijdens de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken in december 1997, bood de regering de Kamer in februari 1998 een notitie aan over meer openbaarheid met betrekking tot de rapportage over de uitvoer van militaire goederen (Kamerstuk 22 054 nr. 30). Het voorliggende rapport over 2003 is het zevende openbare rapport sedertdien. Het gaat uit van de waarde van de afgegeven vergunningen per categorie militaire goederen en per bestemmingsland. Teneinde de inzichtelijkheid van de cijfers verder te vergroten, zijn per land van bestemming de categorieën goederen nader gespecificeerd. Omwille van een heldere weergave van de trend is ervoor gekozen zowel de geconsolideerde cijfers over 2003 te presenteren, als de cijfers over de eerste en de tweede helft van 2003 afzonderlijk. Voorts is informatie opgenomen over de in het kader van de EU-Gedragscode aan de EU-partners gemelde weigeringen tot het verstrekken van een vergunning (zie bijlage 3).

Naast dit rapport over de Nederlandse uitvoer van militaire goederen in 2003, wordt het publiek ook op andere wijze geïnformeerd over het wapenexportbeleid. Zo publiceert de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer het «Handboek Strategische Goederen». Dit handboek is bedoeld voor personen, bedrijven en instellingen, die professioneel met procedures voor de in- en uitvoer van strategische goederen te maken hebben. De gebruiker vindt daarin informatie over de doelstellingen van het beleid, de toepasselijke wettelijke regelingen en procedures, alsmede allerhande praktische informatie. Het handboek vergroot op deze wijze de bekendheid met dit specifieke beleidsterrein. Het handboek wordt regelmatig herzien in het licht van de (inter)nationale ontwikkelingen op dit terrein.

Tevens is op internet, via www.exportcontrole.ez.nl uitgebreide informatie te vinden over uit- en doorvoer van strategische goederen. Hier is ook het handboek te raadplegen.

5. De Nederlandse defensiegerelateerde industrie

De Nederlandse defensiegerelateerde industrie bestaat, op een enkele uitzondering na, vooral uit civiele ondernemingen en onderzoeksinstellingen met in militaire productie gespecialiseerde onderdelen. Deze sector is weliswaar van beperkte omvang, maar kenmerkt zich door technologisch hoogwaardige productie, frequente innovatie en hoog opgeleid personeel. Het overheidsbeleid is er, binnen de marges van een verantwoord buitenlands- en veiligheidsbeleid, op gericht deze technologisch waardevolle capaciteit voor Nederland te behouden. Daartoe worden Nederlandse bedrijven rechtstreeks, of indirect door middel van compensatieopdrachten, betrokken bij nationale militaire aanbestedingen. Omdat de Nederlandse markt te klein is om de aanwezige expertise in stand te houden, wordt ook deelname van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie aan internationale samenwerking op het gebied van defensiematerieel gestimuleerd. Zodoende zijn inmiddels commerciële relaties ontstaan, met name met Belgische, Britse, Duitse, Franse en Amerikaanse ondernemingen, waarbij ook gezamenlijke verplichtingen worden aangegaan met betrekking tot het onderhoud van systemen en de naleverantie van onderdelen. Dezelfde constatering geldt voor de leverantie aan derde landen van systemen die in een samenwerkingsverband worden geproduceerd. De mogelijkheid voor Nederlandse bedrijven om langdurige internationale samenwerkingsrelaties aan te gaan, hangt in dat licht mede af van de transparantie en de consistentie van het Nederlandse wapenexportbeleid.

De exportactiviteiten van deze sector worden beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde voor de continuïteit van de bestaande kennisbasis. Evenzeer wordt erkend dat in het belang van de internationale rechtsorde en de bevordering van vrede en veiligheid grenzen moeten worden gesteld aan de exportactiviteiten van de defensiegerelateerde industrie. Binnen die grenzen mag de Nederlandse industrie, naar het oordeel van de regering, echter voorzien in de legitieme behoefte van andere landen aan defensiematerieel. Rekening houdend met bovengenoemde omstandigheden heeft de Nederlandse defensiegerelateerde industrie zich steeds meer gespecialiseerd. De ondernemingen met het grootste exportaandeel in hun militaire productie produceren voornamelijk technologisch hoogwaardige componenten en subsystemen. Hoewel zeker de maritieme sector nog altijd in staat is om alle productiefasen tussen tekentafel en tewaterlating op zich te nemen, is de Nederlandse uitvoer van complete wapensystemen in de afgelopen jaren vrijwel geheel te herleiden tot het afstoten van overtollig Nederlands defensiematerieel.

Gegevens over het defensiegerelateerde bedrijfsleven zijn op basis van vrijwilligheid door de betrokken bedrijven beschikbaar gesteld in het kader van een studie die door Research voor Beleid in opdracht van het ministerie van Economische Zaken recentelijk is uitgevoerd. Het betreft gegevens over productie (civiel/militair), export (als deel van de totale omzet), werkgelegenheid e.d. Al enige jaren telt Nederland ongeveer 245 kleine en middelgrote ondernemingen die betrokken zijn bij militaire productie. Daarbij moet worden bedacht dat militaire productie wordt gedefinieerd als productie op basis van binnenlandse en buitenlandse defensieopdrachten en niet als productie van goederen die op grond van het In- en uitvoerbesluit strategische goederen bij uitvoer vergunningplichtig zijn.

Gemiddeld levert militaire productie een totale Nederlandse omzet op van € 1,7 miljard per jaar. Het betreft een aandeel van gemiddeld 4% op de totale omzet van de betrokken bedrijven en instituten, die voor het merendeel naast militaire productie ook civiele activiteiten ontplooien. Van de totale export van deze bedrijven en instituten wordt ongeveer 45% ofwel gemiddeld € 770 miljoen als militaire export gekwalificeerd. De hoogwaardige kennisontwikkeling die gepaard gaat met militaire productie stelt deze bedrijven en instituten in staat productinnovaties te bewerkstelligen en is daarenboven belangrijk voor militaire «spin-offs» en civiele «spill-overs». De Nederlandse defensiegerelateerde bedrijven en instituten zijn onder meer actief in de ontwikkeling en productie van de scheepsbouw, lucht- en ruimtevaarttechnologie, radartechnologie en op het gebied van transport, infrastructuur en ICT. Met militaire productie zijn ongeveer 11 000 arbeidsplaatsen gemoeid.

6. Openheid in bewapening en het VN-wapenregister

In 1991 werd op initiatief van Nederland resolutie 46/36 L van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over openheid in bewapening aanvaard. Op basis van deze resolutie werd in 1992 het VN-wapenregister ingesteld. Het register verschaft openheid over de in- en uitvoer van zeven categorieën conventionele zware wapens met het oogmerk daarmee het vertrouwen tussen landen te vergroten.

Het register geeft op jaarbasis informatie over het land van uitvoer van militaire goederen, het eventuele land van doorvoer, en het land van invoer, alsmede de omvang van de goederenstromen verdeeld over de volgende categorieën: I. gevechtstanks, II. pantsergevechtsvoertuigen, III. zware artilleriesystemen, IV. gevechtsvliegtuigen, V. gevechtshelikopters, VI. oorlogsbodems, VII. raketten en raketwerpers. Daarnaast kunnen landen in een aparte rubriek «Opmerkingen» een nadere omschrijving geven van de wapens en commentaar leveren op specifieke overdrachten. Verder worden landen aangespoord informatie te verschaffen over de eigen militaire bestanden en over aanschaf door middel van eigen productie.1

Sinds 1991 is door de Algemene Vergadering elk jaar een resolutie inzake openheid in bewapening aangenomen met een oproep gegevens aan het register te leveren. Inmiddels is de gewoonte gegroeid dat Nederland het initiatief tot deze resolutie neemt. De resolutie kan traditioneel rekenen op de steun van een grote meerderheid van de VN-lidstaten.

In het afgelopen decennium hebben meer dan 160 landen deelgenomen aan het Register, waaronder alle belangrijke wapenproducerende, -importerende en -exporterende landen. Naar schatting omvat het register inmiddels meer dan 95% van de wereldwijde handel in de hogergenoemde zeven categorieën conventionele wapens. In de afgelopen jaren was sprake van een geleidelijke stijging van het aantal deelnemende landen (1999: 99, 2000: 118, 2001: 126). In 2002 bedroeg dit aantal 122 (de gegevens over 2003 waren bij het gereedkomen van het jaarrapport 2003 nog niet bekend). Naar verwachting zal deze stijging de komende jaren doorzetten. Uit het aantal landen dat ook informatie over hun militaire bestanden en over de aankopen bij de eigen defensie-industrie heeft verstrekt, valt geen opvallende ontwikkeling af te leiden. Het totaal aantal is in 2002 ten opzicht van voorgaande jaren redelijk constant gebleven en kwam uit op een derde van het aantal aan het register deelnemende landen.

De EU-lidstaten zorgen ervoor dat openheid in bewapening en deelname aan het VN-wapenregister voortdurend aandacht krijgen. Zo worden na het verstrijken van de rapportagedatum de landen die op dat moment nog geen informatie hebben verschaft, door de EU-landen aangespoord dit alsnog te doen. Verder wordt de Secretaris-Generaal van de VN jaarlijks geïnformeerd over het standpunt van de EU inzake openheid in bewapening. Ten slotte worden de gegevens ook in het kader van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) uitgewisseld.

Om participatie aan het VN-wapenregister verder te bevorderen heeft Nederland samen met Canada, Duitsland, Japan en het bureau voor ontwapeningszaken van de Verenigde Naties (UN/DDA) het initiatief genomen een aantal (sub)regionale workshops te organiseren over transparantie in bewapening. De organisatie van dergelijke workshops was een van de aanbevelingen van de Groep van Regeringsdeskundigen die in 2000 bij elkaar kwam. In navolging van de eerdere workshops ten behoeve van Zuidelijk Afrika en West-Afrika vond in november 2002 en februari 2003 een tweetal workshops plaats, die in nauwe samenwerking met de gastlanden werden georganiseerd. De eerste workshop, gericht op de CARICOM-regio, vond in november 2002 plaats in Lima, Peru. In februari 2003 werd een tweede subregionale workshop in Bali, Indonesië gehouden. Deze was gericht op de landen de deel uitmaken van de ASEAN. Nederland was de belangrijkste donor van deze twee workshops.

In 2003 is de driejaarlijkse Groep van regeringsdeskundigen van het Conventionele Wapenregister bijeengekomen. Deze groep deskundigen heeft, mede op grond van de uitkomsten van sub-regionale workshops, de reikwijdte van het Wapenregister geëvalueerd. De evaluatie heeft, mede door Nederlandse inzet, tot de aanbevelingen geleid om het kaliber van artilleriesystemen die onder de reikwijdte van het wapenregister vallen uit te breiden van 100 mm tot 75 mm en om de categorie raketten en raketwerpers uit te breiden met zogenaamde MANPADS (Man Portable Air Defence Systems). Ook is de mogelijkheid geschapen op vrijwillige basis de in- en uitvoer van kleine en lichte wapens te notificeren. Deze aanbevelingen zijn door de SG in zijn jaarlijkse rapportage aan de Algemene Vergadering overgenomen. Dit resultaat is door de door Nederland ingediende resolutie terzake, die zonder tegenstem door de Algemene Vergadering in november 2003 is aangenomen, geconsolideerd.

7. Het Wassenaar Arrangement

Het thema wapenexport wordt in multilateraal verband besproken in het «Wassenaar Arrangement on Export Controls for Conventional Arms and Dual Use Goods and Technologies» (WA). Aan dit forum, dat zijn naam ontleent aan de plaats waar onder Nederlands voorzitterschap de onderhandelingen over de oprichting van het arrangement werden gevoerd, nemen 33 landen deel, waaronder de VS, Rusland en de EU-lidstaten1. Deze landen vertegenwoordigen tezamen meer dan 90% van de totale uitvoer van militaire goederen.

Doel van het WA (zoals geformuleerd in de zgn. Initial Elements2 is het leveren van een bijdrage aan de regionale en internationale veiligheid en stabiliteit. Middel is de regelmatige onderlinge rapportage inzake de uitvoer naar derde landen van wapens en van goederen die voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt. Dit moet leiden tot meer verantwoordelijkheidsbesef bij de nationale toetsing van aanvragen voor vergunningen voor de uitvoer van deze goederen. Immers, meer informatie betekent dat de deelnemende landen beter kunnen beoordelen of er sprake is van destabiliserende accumulatie van militaire middelen in bepaalde landen of regio's. In dat geval zouden de deelnemende landen terughoudender moeten worden met het afgeven van vergunningen op dergelijke bestemmingen.

Het Wassenaar Arrangement kent een lijst militaire goederen die geacht worden aan exportcontrole te zijn onderworpen. In Nederland is deze controlelijst integraal opgenomen in het In- en uitvoerbesluit strategische goederen. Elke herziening van de WA-lijst leidt dan ook tot een aanpassing van genoemd In- en uitvoerbesluit.

Het jaar 2003 stond voor het WA vooral in het teken van de driejaarlijkse evaluatie. Door intensieve voorbereiding in elf taakgroepen, die elk een eigen thema te behandelen kregen, kon de Plenaire Vergadering in december het arrangement op een aantal terreinen versterken. Zo werd, mede in het licht van terrorismebestrijding, overeengekomen om de beveiligingsrichtlijnen voor MANPADS (Man Portable Air Defence Systems) aan te scherpen en deze systemen toe te voegen aan de lijst van wapensystemen waarvan de uitvoer aan de andere WA-partners gemeld wordt. Aan die lijst werd op voorstel van Nederland en de VS ook de categorie kleine en lichte wapens (SALW), bestemd voor militair eindgebruik, toegevoegd. Door de opname van deze achtste categorie gaat de onderlinge transparantie op het terrein van wapenexporten nu in het WA zichtbaar verder dan het VN wapenregister.

Voorts werd op voorstel van de Lidstaten van de EU besloten dat alle WA-partners wetgeving zullen introduceren in lijn met de bestaande «catch all» bepaling van de Europese Dual Use Verordening. Deze bepaling, die het mogelijk maakt om ook de uitvoer van goederen die niet op de controlelijsten vermeld staan onder bepaalde omstandigheden aan een vergunningplicht te binden, is voor het WA vooral relevant in relatie tot VN wapenembargo's (vgl. art 4, lid 2 van Vo. (EG) nr. 1334/2000). Waar het de relatie met non-proliferatie van massavernietigingswapens (art 4, lid 1 van Vo. (EG) nr. 1334/2000) betreft, hadden de Lidstaten van de EU de catch all bepaling al eerder in de daarop gerichte exportcontroleregimes geïntroduceerd.

Ten slotte is nog vermeldenswaard dat ook een Noors voorstel tot introductie door alle WA-partners van wetgeving op het terrein van «brokers» werd aanvaard. Daardoor zullen naast exporteurs, ook personen en ondernemingen die zelf geen wapens exporteren, maar wel vanuit een aan het WA deelnemend land een wapentransactie tussen derde landen arrangeren, daarvoor een vergunning moeten aanvragen. In Nederland bestaat zo'n verplichting overigens al geruime tijd. Ten behoeve van de transparantie en in de hoop dat ook landen die niet aan het WA deelnemen vergelijkbare maatregelen zullen nemen, zijn veel van de besluiten die door de Plenaire Vergadering van het WA in 2003 genomen werden op de web site van het Wassenaar Arrangement gepubliceerd.1

8. EU-samenwerking

EU-samenwerking inzake wapenexporten vindt plaats in de Raadswerkgroep conventionele wapenexport, COARM. In deze werkgroep hebben vertegenwoordigers van de EU-lidstaten zitting. Namens Nederland nemen vertegenwoordigers van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken deel aan COARM-vergaderingen.

In COARM wisselen de lidstaten in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU informatie uit over hun wapenexportbeleid en trachten zij dit beleid en de daarop betrekking hebbende procedures beter op elkaar af te stemmen. De basis hiervoor is de in paragraaf 3 genoemde EU-Gedragscode.

Deze afstemming heeft in juni 2003 geleid tot aanvaarding van een juridisch bindend Gemeenschappelijk Standpunt (GS) over wapentussenhandel («brokering»). Het GS stelt minimumeisen aan nationale regelgeving ten aanzien van dergelijke handel, waaronder het instellen van een vergunningplicht voor «brokering» transacties. Het Standpunt is vooral van belang voor lidstaten die nog niet over nationale wetgeving inzake wapentussenhandel beschikken en dwingt hun dergelijke wetgeving zo spoedig mogelijk te aanvaarden. Het GS voorziet verder in een toepassing van het notificatieen consultatie-mechanisme van de EU Gedragscode op «brokering»-transacties door de lidstaten die wel al over degelijke beschikken, zoals Nederland.

Voorts is in november 2003 het vijfde door de COARM opgestelde EU-jaarrapport gepubliceerd, waarin verslag is gedaan van de in COARM in 2002 besproken onderwerpen.1 Het rapport bevat verder statistische informatie over de uitvoer van wapens en de toepassing van de Gedragscode door de lidstaten in 2003. In het rapport zijn naast algemene uitvoergegevens per lidstaat, tevens gegevens per land van eindbestemming per lidstaat, het aantal«denials» per lidstaat en het totaal aantal «denials» van de lidstaten per land van eindbestemming, en het aantal door de EU-Partners ondernomen consultaties opgenomen.

Teneinde de transparantie in de toepassing van de Code te vergroten is evenals in het vierde EU-jaarrapport aan het 2003-rapport een compendium van «agreed practices» toegevoegd dat een volledig overzicht bevat van de afspraken die sinds de aanvaarding van de Code in 1998 door de lidstaten zijn overeengekomen en die in de achtereenvolgende jaarrapporten zijn gepubliceerd. Aan het 2003-rapport is verder een praktische handleiding over de werking van de Gedragscode toegevoegd («user's guide»), waarover de lidstaten in het verslagjaar overeenstemming hebben bereikt. De handleiding bevat praktische richtlijnen voor de in de Code neergelegde informatie- en consultatieprocedure inzake geweigerde exportvergunningen («denials»). Voorts is een aanvang gemaakt met het opzetten van een centrale databank van nationale «denials», die zal worden beheerd door het Raadssecretariaat van de EU in Brussel. Deze initiatieven zullen naar verwachting leiden tot een efficiëntere nationale besluitvorming en verbeterde beleidsafstemming tussen de lidstaten. Zij zullen tevens bijdragen aan een soepele integratie van de tien nieuwe EU-lidstaten in de systematiek van de Gedragscode en aan een adequate en eenduidige toepassing van de daarin neergelegde criteria door deze landen.

Een dergelijke toepassing van de criteria zal tevens kunnen worden gerealiseerd door het opstellen van interpretatieve richtlijnen per criterium. In 2003 is door COARM besloten dergelijke richtlijnen op te stellen voor criterium acht van de Gedragscode, dat ziet op de verhouding tussen militaire uitgaven en ontwikkelingsniveau in een eindbestemmingsland. Een COARM-expertgroep, waarvan Nederland deel uitmaakt, is hiermee belast. Naar verwachting zullen de richtlijnen tijdens het Nederlandse voorzitterschap worden geformaliseerd.

De toetreding van de tien nieuwe lidstaten tot de EU zal leiden tot een verdere stijging van het aantal «denial notifications» en consultaties en aldus tot een intensivering van de dialoog tussen de lidstaten over de interpretatie van de Gedragscode leiden. In 2003 zijn door de (oude) lidstaten in totaal 412 afgewezen vergunningaanvragen genotificeerd (2002: 402), waarvan 7 door Nederland (zie bijlage 4). Er hebben 116 bilaterale consultaties tussen de partners plaatsgevonden over dergelijke «denials» (2002: 92). Nederland is betrokken geweest bij in totaal 8 consultaties: 2 consultaties zijn door Nederland geïnitieerd en 6 consultaties waren aan ons land gericht.

Een belangrijke doelstelling van de EU en de lidstaten is ten slotte het bevorderen van de naleving van de beginselen en criteria van de Gedragscode. Bijzondere aandacht ging daarbij uit naar de kandidaat-lidstaten van de EU en overige landen in de regio. In 2003 heeft Nederland in dat kader werkbezoeken aan ons land georganiseerd voor overheidsfunctionarissen uit Slowakije en Roemenië die verantwoordelijk zijn voor de implementatie van het wapenexport(controle)beleid. Voorts is een bijdrage geleverd aan een door het Verenigd Koninkrijk in samenwerking met Slowakije georganiseerd seminar in Bratislava over de werking van de EU Gedragscode ten behoeve van kandidaat-lidstaten van de EU. Op initiatief van Nederland is recentelijk door COARM overeenstemming bereikt over een zogenaamd «outreach»-programma dat erop gericht is de bilaterale initiatieven van de lidstaten op dit terrein beter op elkaar af te stemmen en gezamenlijke activiteiten te bevorderen.

Naast de groep COARM kent de EU de zgn. ad hoc groep POLARM, die zijn aandacht richt op het bevorderen van een Europees defensiematerieelbeleid en herstructurering van de Europese defensie-industrie. De beraadslagingen in deze groep verlopen moeizaam vanwege het, uit oogpunt van de nationale (defensie)belangen van de lidstaten, gevoelige karakter van deze materie. Tijdens het verslagjaar is onder meer een aantal initiatieven van de Europese Commissie (CIE) besproken. Deze betreffen een CIE-Mededeling inzake een EU defensiematerieelbeleid (COM(2003)113), een door de CIE uitgevoerde sterkte/zwakte analyse van de Europese defensie-industrie (DS 30/2003) en een pilotproject inzake financiering van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van veiligheid. Voorts is aandacht besteed aan het (mandaat van het) Europees materieelagentschap.

9. Kleine wapens

Om de ongecontroleerde verspreiding van kleine en lichte wapens naar conflictgebieden, criminele organisaties en terroristische groeperingen te voorkomen, is het van groot belang dat de internationale afspraken die in EU-, OVSE- en VN-verband zijn gemaakt om de illegale handel in kleine wapens te bestrijden, worden uitgevoerd.

VN-Conferentie over kleine en lichte wapens in 2003

In juli 2003 heeft in New York de eerste tweejaarlijkse bijeenkomst van de VN over de implementatie van het VN-actieprogramma inzake kleine wapens plaatsgevonden. In het VN-actieprogramma (2001) zijn politiek bindende maatregelen opgenomen over onder andere het opstellen van adequate wet- en regelgeving voor productie, handel, veilige opslag, transport, voorraadbeheer en de vernietiging van overtollige kleine wapens. Hoewel de resultaten ten aanzien van de uitvoering van het VN-actieprogramma per regio verschillen, wordt door alle landen veel belang aan de bestrijding van illegale handel in deze wapens gehecht, juist vanwege de relatie met ontwikkeling en criminaliteit.

Nederland heeft inmiddels aan alle verplichtingen die voortvloeien uit het VN-actieprogramma voldaan. Naast de uitvoering van al bestaand beleid besteedt de Nederlandse regering veel aandacht aan het initiëren van verdergaande internationale afspraken op onder andere het gebied van brokering en marking and tracing.

– «Marking and Tracing»

Naar aanleiding van een positief advies van de VN Expert Group, waarin ook Nederland was vertegenwoordigd en die in 2003 studie heeft verricht naar de mogelijkheden voor een internationaal instrument op het gebied van «marking and tracing», zal met de onderhandelingen over een instrument in 2004 worden begonnen. De onderhandelingssessies van deze werkgroep zullen in juni 2005 worden afgerond. De resultaten van deze onderhandeling zullen tijdens de tweejaarlijkse VN-conferentie over kleine en lichte wapens die in juli 2005 zal plaatsvinden, worden gepresenteerd.

– «Brokering»

Tijdens een conferentie in Oslo in april 2004 over brokering in kleine en lichte wapens is de grondslag gelegd voor het Noors-Nederlands initiatief dat er op is gericht de controle op de wapentussenhandel («brokering») te vergroten. Hoewel «brokering» in principe legaal is, kunnen juist door tussenkomst van tussenhandelaren wapentransacties plaatsvinden naar landen met een wapenembargo of naar groeperingen die via de reguliere weg niet aan wapens kunnen komen in de betreffende regio. Nederland en Noorwegen werken samen met regionale organisaties (ASEAN, ECOWAS, SADC, Pacific Forum en de OAS) bij het instellen van een regionaal controlesysteem op het gebied van brokering dat aansluit bij de al bestaande wet-en regelgeving. Zo zijn met ECOWAS en SADC besprekingen gevoerd over concrete activiteiten op dit gebied.

OVSE-voorzitterschap 2003

Tijdens het Nederlandse OVSE-voorzitterschap in 2003 is tijdens het Economisch Forum van de OVSE overlegd over nadere samenwerking op het gebied van illegale handel in kleine en lichte wapens, mensen en drugs. Nederland en Noorwegen hebben, mede naar aanleiding van dit overleg, voorbesprekingen gehouden met een aantal landen in de OVSE, waaronder Rusland, de VS, Turkije en huidig OVSE-voorzitter Bulgarije over een OVSE-instrument voor «brokering» in kleine en lichte wapens. Een ontwerptekst voor dit instrument wordt momenteel in OVSE-kader besproken.

Projecten

Uit het Fonds Kleine Wapens heeft de Nederlandse regering projecten gefinancierd om landen, die daartoe zelf niet in staat zijn, te helpen bij de uitvoering van het VN-actieprogramma. De minister voor Ontwikkelingssamenwerking stelt hiervoor jaarlijks circa EUR. 2,3 miljoen beschikbaar. De Nederlandse regering heeft in 2003 projecten gesteund in onder andere de Balkan, Afghanistan, Cambodja, Zuid-Amerika en Zuidelijk en Oost-Afrika op het gebied van wapenvernietiging, veilige opslag en het opstellen van nationale actieplannen ter bestrijding van illegale handel in kleine en lichte wapens.

10. Doorvoer

Op 27 april 2001 trad een wijziging van de In- en Uitvoerwet in werking, waarmee de mogelijkheid gecreëerd werd om de systematiek en toetsing van het wapenexportbeleid in bepaalde gevallen ook toe te passen op de doorvoer van strategische goederen. Tot dan toe was de controle op de doorvoer van wapens gebaseerd op de Wet wapens en munitie, met eigen uitvoeringsinstanties en een primaire focus op de aanwezigheid van wapens op Nederlands grondgebied. Door de overheveling van de doorvoercontrole naar de In- en uitvoerwet is de primaire focus bij die controle op het belang van de internationale rechtsorde komen te liggen, en zijn uitvoering en toezicht op de handhaving bij instanties ondergebracht die diezelfde taken al in het kader van de exportcontrole verrichten.

Zoals al bij de behandeling van de wetswijziging in de Kamer uiteen werd gezet, is de nieuwe bevoegdheid vervolgens in het In- en uitvoerbesluit strategische goederen nader uitgewerkt tot een generieke vergunningplicht in gevallen waarbij militaire goederen gedurende de doorvoer voor langere tijd in Nederland verblijven dan wel tijdens doorvoer een bewerking ondergaan. Daarnaast kan op ad hoc basis een vergunningplicht worden opgelegd voor doorvoerzendingen van militaire goederen die buiten de generieke vergunningplicht vallen. Van die laatste mogelijkheid kan met name gebruik worden gemaakt als er aanwijzingen bestaan dat een zending niet al onder de effectieve exportcontrole van het land van herkomst staat, of dat een zending tijdens de doorvoer over Nederlands grondgebied een andere dan bij de afgifte van een uitvoervergunning beoogde bestemming lijkt te krijgen.

Naast een vergunningplicht is bij de uitwerking van de nieuwe bevoegdheid ook een meldplicht voor doorvoerzendingen van bepaalde typen wapens geïntroduceerd. Na evaluatie van de doorvoerregeling is tijdens het Algemeen Overleg van 20 november 2003 de toezegging gedaan dat de meldplicht voor doorvoerzendingen zal worden uitgebreid tot alle militaire goederen van de bijlage bij het In- en Uitvoerbesluit Strategische goederen (IUB). Dit om inzicht te krijgen in de positie die Nederland inneemt als doorvoerland. De uitbreiding van de meldplicht zal via een wijziging van het IUB moeten worden geregeld. Naar verwachting zal deze wijziging in het najaar van 2004 van kracht worden.

BIJLAGE 1

Overzichten van de waarde van de in 2003 afgegeven vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen per categorie goederen en van de waarde van de in 2003 afgegeven vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen per land van eindbestemming

Inleiding

De totale waarde van de afgegeven vergunningen bedroeg in 2003 € 1150,80 miljoen. Dat is een robuuste stijging ten opzichte van 2002, toen de totale waarde € 450,33 miljoen bedroeg. Deze stijging is grotendeels te verklaren door de toegenomen export naar Griekenland en Polen; aan Griekenland werd een S-fregat verkocht. Voorts hebben aan beide landen leveranties van radar- en command & control systemen voor de marine plaatsgevonden.

De uitvoer van militaire goederen vormde 0,49 % van de totale Nederlandse uitvoer van goederen in 2003 (€ 232,8 miljard). Voor de internationale vergelijking van dit percentage is het van belang om een aantal bijzondere facetten van de Nederlandse regelgeving op het terrein van de uitvoer van militaire goederen in ogenschouw te nemen. In Nederland is niet alleen de uitvoer van door de Nederlandse industrie geproduceerde militaire goederen vergunningplichtig. Als vanzelfsprekend geldt dat ook voor de uitvoer die het gevolg is van handelstransacties die vanuit Nederland verricht worden. Wellicht minder vanzelfsprekend, maar niettemin van belang voor de Nederlandse cijfers, is dat ook de overheid zelf een vergunning voor de uitvoer van militaire goederen moet aanvragen. Alleen het materieel van Nederlandse legeronderdelen dat samen met die onderdelen voor oefeningen of VN-operaties naar het buitenland gaat, is uitgezonderd van de uitvoervergunningplicht. De afstoting van Nederlands defensiematerieel aan derde landen is derhalve vergunningplichtig en opgenomen in de cijfers.

Methodologie

De hierna gemelde waarden zijn gebaseerd op de waarde van de vergunningen voor definitieve uitvoer van militaire goederen, die zijn afgegeven in de periode waarover verslag wordt uitgebracht. De vergunningwaarde geeft de maximum exportwaarde aan, welke op het moment van publicatie evenwel niet behoeft te corresponderen met de daadwerkelijk gerealiseerde exporten. Vergunningen voor tijdelijke uitvoer zijn in de rapportage buiten beschouwing gelaten, daar aan deze vergunningen een verplichting tot wederinvoer is gekoppeld. Hierbij gaat het vooral om zendingen voor demonstratie- of tentoonstellingsdoeleinden. Vergunningen voor proef- of monsterzendingen worden overigens wel opgenomen in de rapportage, omdat vanwege de aard van deze exporten geen verplichting tot wederinvoer wordt opgelegd. Vergunningen voor goederen die na reparatie in Nederland retour worden gezonden, worden evenmin in de rapportage opgenomen. Het moet dan echter wel gaan om eerder geleverde goederen, waarvan de waarde bijgevolg in een eerdere rapportage is opgenomen. Opname van deze zogenoemde «retour-na-reparatie» vergunningen zou immers tot dubbeltelling leiden. Om dezelfde reden komen vergunningen waarvan de looptijd wordt verlengd niet terug in de rapportage. Hetzelfde geldt ten slotte voor vergunningen die worden vervangen in verband met, bijvoorbeeld, een adreswijziging van de ontvanger. Indien een verlengings- of vervangingsvergunning met een hogere waarde dan de oorspronkelijke vergunning wordt afgegeven, wordt die meerwaarde uiteraard wél gerapporteerd.

Bij de indeling van de vergunningwaarde voor individuele transacties in het overzicht van de waarde per categorie militaire goederen moesten in veel gevallen bijgeleverde reservedelen en installatiekosten als onderdeel van de waarde van complete systemen genoteerd worden. De waarde van vergunningen voor een eerste levering van een systeem wordt in feite gebaseerd op de contractwaarde, welke vaak de installatie en een aantal reservedelen omvat. De waarde van vergunningen voor de naleverantie van onderdelen is opgenomen in de categorieën A10 of B10.

Ten slotte moest er ten behoeve van het overzicht van de waarde van de afgegeven vergunningen per categorie militaire goederen een keuze worden gemaakt met betrekking tot de indeling van subsystemen. Daarbij is geopteerd voor een uitsplitsing op basis van de vraag in hoeverre een subsysteem als onafhankelijk of multifunctioneel systeem te beschouwen is. Dit is met name van belang voor de indeling van vergunningen voor de uitvoer van militaire elektronica. Indien een dergelijk product bijvoorbeeld slechts een maritieme toepassing kent, zijn de betrokken subsystemen en de onderdelen daarvoor ingedeeld in de categorie A10, als onderdelen voor de categorie A6 «oorlogsschepen». Indien een dergelijk product niet evident aan een van de eerste zeven subcategorieën van de hoofdcategorie A is gekoppeld, zal het zijn ingedeeld in de subcategorie B4 of in de subcategorie B10.

2003 (1e halfjaar)

Tabel 1: Waarde van afgegeven vergunningen voor de definitieve uitvoer van militaire goederen in het eerste halfjaar van 2003 per categorie1

Hoofdcategorie A «Wapens en Munitie»2003 (I) waarde in mln euro's
1.Tanks
2.Pantservoertuigen4.80
3.Groot kaliber wapens (>12,7 mm)15.10
4.Gevechtsvliegtuigen
5.Gevechtshelikopters
6.Oorlogsschepen35.34
7.Geleideraketten
8.Klein kaliber wapens (<=12,7 mm)0.47
9.Munitie en explosieven15.01
10.Onderdelen en componenten voor «wapens en munitie»2189.48
Totaal Cat. A260.20
Hoofdcategorie B «Overige militaire goederen»2003 (I) waarde in mln euro's
1.Overige militaire voertuigen6.45
2.Overige militaire vliegtuigen en helicopters
3.Overige militaire vaartuigen
4.Militaire elektronica147.56
5.ABC-stoffen voor militair gebruik
6.Militair oefenmaterieel1.67
7.Producten voor bepantsering en bescherming0.01
8.Militaire hulp- en productie-apparatuur0.74
9.Militaire technologie en programmatuur0.52
10.Onderdelen en componenten voor «overige militaire goederen»366.83
Totaal Cat. B223.78
Totaal Cat. A + B483.98

1 De afronding naar twee cijfers achter de komma betekent voor zowel tabel 1 als tabel 2 dat subcategorieën waarvan de waarde onder de 10 000 euro blijft niet apart vermeld worden.

2 De subcategorie A10 (onderdelen en componenten voor «wapens en munitie»), betreft grotendeels de post van € 39 miljoen, zijnde delen van (gevechts)vliegtuigen en pantservoertuigen en de post van bijna € 102 miljoen, zijnde canisters en delen daarvoor t.b.v. het PAC 3 programma, voor de Verenigde Staten.

3 De subcategorie B10 onderdelen en componenten voor «overige militaire goederen» betreft met name een post van ruim € 37 miljoen op Zuid-Korea; zijnde delen voor cryogene koelers, delen voor radarvuurleidingssystemen en communicatie modules voor militaire voertuigen. Daarnaast nog een post van ruim €15 miljoen zijnde delen van Javelin trainingssimulatoren naar de Verenigde Staten.

Tabel 2: Waarde van afgegeven vergunningen voor de definitieve uitvoer van militaire goederen in het eerste halfjaar van 2003 per land van bestemming

2003 (1e halfjaar)waarde in mln euro's
Land van bestemmingCAT. ASpecificatieCAT. BSpecificatieTOTAAL
Argentinië0,08B100,08
Bahrein0,56A106,35B16,91
Brazilië0,43A100,43
Brunei0,21B100,21
Canada0,37A8,A10B100,37
Chili0,02B100,02
Denemarken0,26A8, A100,08B100,34
Duitsland10,12A8,A9,A103,66B4,B9,B1013,78
Finland0,60A8,A100,60
Frankrijk1,34A103,41B4,B8,B9,B104,75
Griekenland43,72A2,A6,A9,A100,77B4,B1044,49
Hong Kong0,03B40,03
India0,22A100,72B40,94
Indonesië5,02A105,02
Israël0,01A100,01
Italië1,90A8,A100,37B4,B102,27
Japan0,32B9,B100,32
Jordanië15,10A30,10B115,20
Maleisië1,50A101,30B42,80
Marokko0,28B100,28
Noorwegen0.01A8,A90,01
Oostenrijk3,15A8,A9,A103,15
Polen81,03B4,B1081,03
Portugal0,76B100,76
Qatar0,00A100,01B100,01
Saoedi-Arabië0,78A100,78
Singapore0,03B100,03
Spanje2,69A8,A9,A100,41B4,B9,B103,10
Thailand0,33B100,33
Turkije5,71A1062,79B4,B9,B1068,50
Ver. Arab. Emiraten0,08B100,08
V.S. v. Amerika153,31A8,A9,A1017,67B4,B6,B7,B10170,98
Ver.Koninkrijk10,63A8,A9,A105,21B4,B8,B1015,84
Zambia0,26B80,26
Zuid Korea37,37B1037,37
Zweden1,18A8,A9,A100,11B4,B61,29
Zwitserland1,15A8,A9,A100,01B91,16
Overige NAVO10,43A100,43
Landen met waarden onder de 10 000 euro:
Australië, Kenia, Ned.Antillen, Nw-Zeeland, Tsjechische Republiek, Zuid-Afrika20,00A4,A8,A100,00B4, B100,013
Totaal260,20 223,78 483,98

1 De post «overige NAVO-landen» heeft betrekking op vergunningen voor de uitvoer van onderdelen vallende onder de subcategorie A10, waarbij meerdere NAVO-landen (excl. Griekenland en Turkije) als eindbestemming zijn toegestaan. In de praktijk wordt dit type vergunning gebruikt bij de toeleverantie van onderdelen aan producenten die uit voorraad willen kunnen leveren aan de op de vergunning als eindgebruikers vermelde NAVO-afnemers.

2 In Nederland is ook de uitvoer van pistolen of geweren voor sport- of jachtdoeleinden vergunningplichtig. Indien zulke vuurwapens voor langere tijd in het buitenland zullen verblijven, ook als deze meereizen met de eigenaar, zal een vergunning voor definitieve uitvoer aangevraagd moeten worden. Een deel van de uitvoer naar de in de opsomming vermelde bestemmingslanden, waarvoor de totale vergunningwaarde de 10 000 euro niet overschreed, heeft betrekking op dergelijke uitvoertransacties.

3 De tot 0,00 afgeronde cijfers bedragen feitelijk: Categorie A: € 2100 + Categorie B: € 4200 = Totaal: € 6300 (afgerond 0,01)

2003 (2e half jaar)

Tabel 1: Waarde van afgegeven vergunningen voor de definitieve uitvoer van militaire goederen in het tweede halfjaar van 2003 per categorie1

Hoofdcategorie A «Wapens en Munitie»2003 (2) waarde in mln euro's
1.Tanks0,00
2.Pantservoertuigen0,00
3.Groot kaliber wapens (>12,7 mm)0,00
4.Gevechtsvliegtuigen0,00
5.Gevechtshelikopters0,00
6.Oorlogsschepen0,00
7.Geleideraketten0,00
8.Klein kaliber wapens (<=12,7 mm)0.20
9.Munitie en explosieven2,05
10.Onderdelen en componenten voor « wapens en munitie» 288,20
Totaal Cat. A90,45
Hoofdcategorie B «Overige militaire goederen»2003 (2) waarde in mln euro's
1.Overige militaire voertuigen0,00
2.Overige militaire vliegtuigen en helicopters0,11
3.Overige militaire vaartuigen0,00
4.Militaire elektronica422,07
5.ABC-stoffen voor militair gebruik0,00
6.Militair oefenmaterieel0,00
7.Producten voor bepantsering en bescherming0,00
8.Militaire hulp- en productie-apparatuur1,05
9.Militaire technologie en programmatuur6,21
10.Onderdelen en componenten voor «overige militaire goederen»3146,93
Totaal Cat. B576,37
Totaal Cat. A + B666,82

1 De afronding naar twee cijfers achter de komma betekent voor zowel tabel 1 als tabel 2 dat subcategorieën waarvan de waarde onder de 10 000 euro blijft niet apart vermeld worden.

2 De subcategorie A10 (onderdelen en componenten voor «wapens en munitie») bestaat grotendeels uit de toeleverantie van onderdelen van gevechtshelikopters (ca. € 26 miljoen) en onderdelen van gevechtsvliegtuigen (ca. € 9 miljoen) aan de VS, de toeleverantie van onderdelen van pantservoertuigen aan Duitsland (ca. € 10 miljoen) en de leverantie van reservedelen voor de twee onderzeeërs die eind jaren tachtig aan Taiwan zijn geleverd (ca. € 7 miljoen).

3 De subcategorie B10 (onderdelen en componenten voor «overige militaire goederen») betreft met name leveranties van delen van radar- en command & control systemen voor de marines van Zuid-Korea (ca. € 62 miljoen) en Duitsland (ca. € 53 miljoen).

Tabel 2: Waarde van afgegeven vergunningen voor definitieve uitvoer van militaire goederen in het tweede halfjaar van 2003 per land van bestemming

2003 (2e halfjaar)waarde in mln euro's
Land van bestemmingCat. ASpecificatieCat. BSpecificatieTOTAAL
Argentinië0,00 0,01B100,01
Australië1,21A100,05B101,26
Bahrein1,76A100,00 1,76
Bangladesh0,00 2,66B102,66
Canada1,92A100,03B101,95
Chili0,50A9,A100,00B100,50
Denemarken1,46A101,74B2,B4,B103,20
Duitsland13,38A8,A9,A1057,13B4,B9,B1070,51
Finland0,79A100,00B100,79
Frankrijk1,98A8,A105,68B9,B107,66
Griekenland0,75A10386,42B4,B9,B10387,17
Hongarije0,00 0,02B100,02
India0,00 7,78B107,78
Italië0,72A8,A101,23B4,B9,B101,94
Japan1,21A100,00 1,21
Jemen0,00 0,97B100,97
Marokko0,00 0,26B100,26
Noorwegen3,02A9,A102,23B4,B105,26
Oostenrijk0,93A8,A100,00 0,93
Pakistan0,00 0,63B100,63
Polen1,21A106,83B48,04
Portugal0,71A101,01B101,71
Qatar0,00 1,09B101,09
Slowakije0,11A90,00 0,11
Spanje0,99A9,A100,32B9,B101,31
Taiwan7,19A100,00 7,19
Thailand0,00 0,12B100,12
Tsjechische Rep. 0,02A80,00 0,02 
Turkije0,00 6,92B4,B9,B106,92
Ver. Arab. Emiraten0,00 0,17B4,B100,17
Ver.Koninkrijk1,76A8,A9,A104,09B4,B9,B105,85
V.S. v. Amerika44,59A9,A1021,64B4,B8,B9,B1066,24
IJsland1,92A100,00 1,92
Zuid Afrika0,17A8,A90,32B4,B90,49
Zuid Korea0,02A1062,53B9,B1062,56
Zweden1,28A9,A101,50B4,B102,78
Zwitserland0,10A9,A102,43B4,B102,53
Overige NAVO10,71A100,56B9,B101,27
Landen met waarden onder de 10 000 euro:
Brazilië, Ecuador, Maleisië, Namibië, Nw. Zeeland, Paraguay,Singapore, Soedan, Suriname20,02A8,A9,A100,01B100,03
Totaal90,45 576,37 666,82

1 De post «overige NAVO-landen» heeft betrekking op vergunningen voor de uitvoer van onderdelen vallende onder de subcategorie A10, waarbij meerdere NAVO-landen (excl. Griekenland en Turkije) als eindbestemming zijn toegestaan. In de praktijk wordt dit type vergunning gebruikt bij de toeleverantie van onderdelen aan producenten die uit voorraad willen kunnen leveren aan de op de vergunning als eindgebruikers vermelde NAVO-afnemers.

2 In Nederland is ook de uitvoer van pistolen of geweren voor sport-of jachtdoeleinden vergunningplichtig. Indien zulke vuurwapens voor langere tijd in het buitenland zullen verblijven, ook als deze meereizen met de eigenaar, zal een vergunning voor definitieve uitvoer aangevraagd moeten worden. Een deel van de uitvoer naar de in de opsomming vermelde bestemmingslanden, waarvoor de totale vergunningwaarde de 10 000 euro niet overschreed, heeft betrekking op dergelijke uitvoertransacties.

2003 (totaal)

Tabel 1: Waarde van afgegeven vergunningen voor de definitieve uitvoer van militaire goederen in 2003 per categorie1

Hoofdcategorie A «Wapens en Munitie» 2003 waarde in mln euro's
1.Tanks0,00
2.Pantservoertuigen4.80
3.Groot kaliber wapens (>12,7 mm)15.10
4.Gevechtsvliegtuigen0,00
5.Gevechtshelikopters0,00
6.Oorlogsschepen35.34
7.Geleideraketten0,00
8.Klein kaliber wapens (<=12,7 mm)0.67
9.Munitie en explosieven17,06
10.Onderdelen en componenten voor « wapens en munitie»2277,68
Totaal Cat. A350,65
Hoofdcategorie B «Overige militaire goederen» 2003 waarde in mln euro's
1.Overige militaire voertuigen6.45
2.Overige militaire vliegtuigen en helikopters0,11
3.Overige militaire vaartuigen0,00
4.Militaire elektronica569,63
5.ABC-stoffen voor militair gebruik0,00
6.Militair oefenmaterieel1.67
7.Producten voor bepantsering en bescherming0.01
8.Militaire hulp- en productie-apparatuur1,79
9.Militaire technologie en programmatuur6,73
10.Onderdelen en componenten voor «overige militaire goederen»2213,76
Totaal Cat. B800,15
Totaal Cat. A + B1150,80

1 De afronding naar twee cijfers achter de komma betekent voor zowel tabel 1 als tabel 2 dat subcategorieën waarvan de waarde onder de 10 000 euro blijft niet apart vermeld worden.

2 Voor een toelichting over de belangrijkste leveranties die in het verslagjaar onder de categorieën A10 en B10 vielen, zij verwezen naar de verklarende voetnoten bij de tabellen over de 1e helft 2003 en de 2e helft 2003.

Tabel 1: Waarde van afgegeven vergunningen voor de definitieve uitvoer van militaire goederen in 2003 per land van bestemming

2003 (totaal)waarde in mln euro's
Land van bestemmingCat. ASpecificatieCat. BSpecificatieTOTAAL
Argentinië0,00 0,10B100,10
Australië1,21A100,05B101,26
Bahrein2,32A106,35 8,67
Bangladesh0,00 2,66B102,66
Brazilië0,43A100,00 0,43
Brunei0,00 0,21B100,21
Canada2,30A8,A100,03B102,32
Chili0,50A9,A100,02B100,52
Denemarken1,72A8,A101,82B2,B4,B103,54
Duitsland23,50A8,A9,A1060,79B4,B9,B1084,29
Finland1,39A8,A100,00 1,39
Frankrijk3,31A8,A109,10B4,B8,B9,B1012,42
Griekenland44,48A2,A6,A9,A10387,18B4,B9,B10431,66
Hongarije0,00 0,02B100,02
HongKong0,00 0,03B40,03
India0,22A108,50B108,72
Indonesië5,02A100,00 5,02
Israël0,01A100,00 0,01
Italië2,62A8,A101,60B4,B9,B104,22
Japan1,21A100,32B9,B101,53
Jemen0,00 0,97B100,97
Jordanië15,10A30,10B115,20
Maleisië1,50A101,30B42,80
Marokko0,00 0,54B100,54
Noorwegen3,04A8,A9,A102,23B4,B105,27
Oostenrijk4,08A8,A9,A100,00 4,08
Pakistan0,00 0,63B100,63
Polen1,21A1087,86B4,B1089,07
Portugal0,71A101,76B102,47
Qatar0,00 1,09B101,09
Saoedi-Arabië0,78A100,00 0,78
Singapore0,00 0,02B100,02
Slowakije0,11A90,00 0,11
Spanje3,67A8,A9,A100,74B4,B9,B104,41
Taiwan7,19A100,00 7,19
Thailand0,00 0,45B100,45
Tsjechische Rep. 0,02A80,00 0,02 
Turkije5,71A1069,70B4,B9,B1075,42
Ver. Arab. Emiraten0,00 0,25B4,B100,25
Ver.Koninkrijk12,39A8,A9,A109,30B4,B9,B1021,69
V.S. v. Amerika197,90A8,A9,A1039,31B4,B6,B7,B8,B9,B10237,21
IJsland1,92A100,00 1,92
Zambia0,00 0,26B80,26
Zuid Afrika0,17A8,A90,32B4,B90,49
Zuid Korea0,02A1099,90B9,B1099,93
Zweden2,46A8,A9,A101,61B4,B104,07
Zwitserland1,25A8,A9,A102,44B4,B103,68
Overige NAVO11,13A100,56B9,B101,69
Landen met waarden onder de 10 000 euro:      
Ecuador, Namibië, Nw. Zeeland, Paraguay, Soedan, Suriname20,01A8,A9,A100,01B100,033
Totaal350,65 800,15 1150,80

1 De post «overige NAVO-landen» heeft betrekking op vergunningen voor de uitvoer van onderdelen vallende onder de subcategorie A10, waarbij meerdere NAVO-landen (excl. Griekenland en Turkije) als eindbestemming zijn toegestaan. In de praktijk wordt dit type vergunning gebruikt bij de toeleverantie van onderdelen aan producenten die uit voorraad willen kunnen leveren aan de op de vergunning als eindgebruikers vermelde NAVO-afnemers.

2 In Nederland is ook de uitvoer van pistolen of geweren voor sport- of jachtdoeleinden vergunningplichtig. Indien zulke vuurwapens voor langere tijd in het buitenland zullen verblijven, ook als deze meereizen met de eigenaar, zal een vergunning voor definitieve uitvoer aangevraagd moeten worden. Een deel van de uitvoer naar de in de opsomming vermelde bestemmingslanden, waarvoor de totale vergunningwaarde de 10 000 euro niet overschreed, heeft betrekking op dergelijke uitvoertransacties.

3 De tot 0,01 afgeronde cijfers bedragen feitelijk voor categorie A: € 14 931 en voor categorie B: € 13 421. Opgeteld levert dat een waarde op van € 28 352. Dit totaal is afgerond op 0,03.

BIJLAGE 2

Ontwikkeling Nederlandse wapenexport 1996–2003(waarde afgegeven vergunningen in miljoenen euro's)

kst-22054-82-1.gif

* in 2003 waren de volgende landen lid van de NAVO:

België, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Spanje, Tsjechië, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten van Amerika en IJsland.

BIJLAGE 3

Doorvoer van militaire goederen in 2003 per land van bestemming

2003waarde in mln euro's
Land van bestemmingCat. ASpecificatieCat. BSpecificatieTOTAAL
Estland0,10A10 0,10
Kroatië0,09A10 0,09
Noorwegen0,08A10 0,08
Oekraïne0,12A10 0,12
Polen0,05A10 0,05
Roemenië0,06A10 0,06
Saoedie Arabië0,05A10 0,05
Slowakije0,08A10 0,08
Ver. Arab. Emiraten0,10A10 0,10
VS. v. Amerika0,07A10 0,07
Zwitserland0,20A10 0,20
Estland0,10A10 0,10
Kroatië0,09A10 0,09
Noorwegen0,08A10 0,08
Oekraïne0,12A10 0,12
Polen0,05A10 0,05
Totaal0,99 0 0,99

BIJLAGE 4

Genotificeerde afgewezen vergunningaanvragen («denial notifications») in het kader van de EU gedragscode in 2003

DatumNummerLand van bestemmingKorte omschrijvingOntvangerEind gebruikerReden voor weigering
jan. 2003NL 01/2003TaiwanTandwielen voor M42 pantservoertuigenMerex Inc. Westlake villageArmy Logistics CommandCriterium 4
       
jan. 2003NL 02/2003IndiaDraagbare rondzoek radarsysteem, type Squire (demonstratie)DEFEXPO: International Land & Naval Systems Exhibition,nvtCriteria 3 & 4
       
maart 2003NL 03/2003GuineePontonsRio Soumba, ConakryRio Soumba, ConakryCriteria 2, 6 & 7
       
maart 2003NL 04/2003EgypteWarmtebeeld camera, type Albatross (demonstratie)Ministerie van Defensie, CaironvtCriterium 4
       
mei 2003NL 05/2003IsraelDelen van F100 straalmotorenChromalloy Israel Ltd, Qiryat Gat Israëlische LuchtmachtCriteria 2, 3 & 4
       
juli 2003NL 06/2003PakistanTurbine Power Unit voor F16 vliegtuigenSpringfield International FZE, Sharjah Pakistaanse LuchtmachtCriteria 4, 6 & 8
       
aug. 2003NL 07/2003ColombiaMachine gewerenIndustria Militar, BogotaIndustria Militar, BogotaCriteria 2, 3, 6 & 7
       
nov. 2003NL 08/2003IndiaModificatie kits voor pantservoertuigenBharat Electronics Ltd, Bangalore Ministerie van Defensie, New DelhiCriterium 7

BIJLAGE 5

Overzicht van door de regering verkocht overtollig defensiematerieel in 20031

KrijgsmachtdeelType materieel Aan/via2Land van EindbestemmingEindgebruiker
Koninklijke Landmacht35 mm munitieZwitsers bedrijfDuitslandDuitse leger
     
Koninklijke LandmachtSluitstuk voor Laad- en richttoestel M-109 houwitserNederlands bedrijfThailandThaise leger
     
Koninklijke Landmacht155 mm granaten NederlandParticulier bedrijf (beproevingen)3
     
Koninklijke LandmachtPontons NederlandParticulier bedrijf
     
Koninklijke LandmachtVrachtwagens NederlandAFNORTH (NAVO-eenheid)
     
Koninklijke LandmachtTorens M-113 C&V pantservoertuigDuits bedrijfChiliChileense leger
     
Koninklijke LandmachtDrijvende brugdelen NederlandParticulier bedrijf
     
Koninklijke LandmachtTijdbuizen M577 BelgiëBelgische leger
     
Koninklijke Landmacht105 mm munitie BelgiëBelgische leger
     
Koninklijke MarineGasturbineNederlands bedrijfVAEMarine VAE
     
Koninklijke Marine2 S Fregatten GriekenlandGriekse marine
     
Koninklijke LuchtmachtBölkow Helikopters(tbv onderdelen) Nederlands bedrijf  
     
Koninklijke LuchtmachtOnderdelen Bölkow HelikoptersEngels bedrijf  
Totale contract-waarde€ 67 241 226

1 De vermelde bedragen zijn gebaseerd op de waarde van de in 2003 getekende contracten. Daadwerkelijke leverantie van de goederen heeft niet in alle gevallen in 2003 plaatsgevonden.

2 De verkoop van overtollig defensiematerieel vindt soms plaats via een particulier bedrijf ten behoeve van een bij de verkoop reeds bekende eindgebruiker, dan wel aan een particulier bedrijf voor eigen gebruik of voor wederverkoop door dat bedrijf aan een nog niet bekende eindgebruiker(s). Zie ook noot 3.

3 Verkoop aan particuliere afnemers vindt slechts plaats aan in Nederland of in landen met een adequaat wapenexportbeleid gevestigde bedrijven (NAVO- en EU-lidstaten, alsmede Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland). Indien deze bedrijven in het buitenland zijn gevestigd en zij de betreffende goederen zouden willen heruitvoeren, dan dienen zij hiervoor van tevoren toestemming te vragen aan de bevoegde Nederlandse autoriteiten (Domeinen). Voorts zullen zij een exportvergunning dienen aan te vragen in het land van vestiging.

BIJLAGE 6

Overzicht van wapenembargo's van kracht in 2003

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de internationale wapenembargo's, zoals deze van kracht waren in 2003. Voorts staat aangegeven van welke organisaties deze embargo's zijn uitgegaan en op grond van welk besluit zij zijn ingesteld.

LANDSOORT EMBARGODUUR EMBARGOGENOMEN BESLUIT
AfghanistanVN-embargoGedurende het gehele verslagjaar van toepassingVN Veiligheidsraad Resolutie 1333 (2000)
    
ArmeniëVN-embargo (niet-bindend)Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingVN Veiligheidsraad Resolutie 853 (1993)
 OVSE-embargo m.b.t. wapens en munitie t.b.v. strijdende partijen in Nagorno-KarabachGedurende het gehele verslagjaar van toepassingBesluit van het Senior Comité (voorloper Permanente Raad) van 28 februari 1992
    
AzerbeidzjanVN-embargo(niet-bindend)M.i.v. 29 juli 1993VN Veiligheidsraad Resolutie 853 (1993)
 OVSE-embargo m.b.t. wapens en munitie t.b.v. strijdende partijen in Nagorno-KarabachGedurende het gehele verslagjaar van toepassingBesluit van het Senior Comité van 28 februari 1992
    
Bosnië-HerzegovinaEU-embargo (m.u.v. materieel t.b.v. het ruimen van mijnen)Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingGemeenschappelijk standpunt 1996/184/GBVB
 Uitzondering voor leveranties van kleine wapens aan de politie van Bosnië-HerzegovinaGedurende het gehele verslagjaar van toepassingGemeenschappelijk standpunt 1999/481/GBVB
    
BirmaEU-embargo Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingVerklaring van de Algemene Raad van de EU van 29 juli 1991
 Uitzondering voor niet-dodelijke militaire goederen t.b.v. humanitaire doeleinden of bedoeld ter beschermingm.i.v. 28 april 2003Gemeenschappelijk standpunt 2003/297/GBVB
 implementatie van Artikel 2m.i.v. 20 juni 2003Gemeenschappelijk standpunt 2003/461/GBVB
    
China (m.u.v. Hong Kong en Macao)EU-embargoGedurende het gehele verslagjaar van toepassingVerklaring van de Algemene Raad van 27 juni 1989
    
IrakVN-embargo Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingVN Veiligheidsraad Resolutie 661 (1990)
 Uitzondering voor wapenverkopen aan bezettende machtenm.i.v. 22 mei 2003 VN Veiligheidsraad Resolutie 1483 (2003)
 EU-embargoGedurende het gehele verslagjaar van toepassingVerklaring 56/90 van de Raad van 4 augustus 1990
 Uitzondering voor militair materieel t.b.v. bezettende machtenm.i.v. 7 juli 2003Gemeenschappelijk standpunt 2003/495/GBVB
    
LiberiaVN-embargo Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingVN Veiligheidsraad Resolutie 1343 (2001)
 Verlenging met 12 maanden van maatregelen vastgelegd in paragrafen 5–7 van resolutie 1343 (2001)m.i.v. 6 mei 2003 VN Veiligheidsraad Resolutie 1478 (2003)
 Multinationale strijdmacht uitgezonderd van paragrafen 5a en 5b van Resolutie 1343 (2001)m.i.v. 1 augustus 2003 VN Veiligheidsraad Resolutie 1497 (2003)
 Steun voor UNMIL uitgezonderd van paragrafen 5a en 5b van Resolutie 1343 (2001)m.i.v. 19 september 2003 VN Veiligheidsraad Resolutie 1509 (2003
 EU-embargo Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingGemeenschappelijk standpunt 2001/357/GBVB
 Verlenging van 2001/357/GBVB tot 7 mei 2004m.i.v. 19 mei 2003 Gemeenschappelijk standpunt 2003/365/GBVB
 Uitzondering voor militaire goederen t.b.v. multinationale strijdmachtm.i.v. 22 september 2003Gemeenschappelijk standpunt 2003/666/GBVB
LibiëEU-embargo Gedurende het gehele verslagjaar van toepassing Verklaring ministers van BZ d.d. 14 april 1986, herbevestiging van verklaring d.d. 27 januari 1986
 Bevestiging maatregelen Lidstaten afgekondigd op 27 januari en 14 april 1986Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingGemeenschappelijk standpunt 1999/261/GBVB
    
RwandaVN-embargoGedurende het gehele verslagjaar van toepassingVN Veiligheidsraad Resolutie 918 (1994)
 Resolutie 918 ook van toepassing op verkoop van wapens aan personen in aangrenzende landen, indien deze wapens bedoeld zijn voor gebruik in RwandaGedurende het gehele vergaderjaar van toepassingVN Veiligheidsraad Resolutie 997 (1995)
 Uitzondering m.b.t. leveranties aan de Rwandese overheid via specifieke invoerkanalenGedurende het gehele verslagjaar van toepassing VN Veiligheidsraad Resolutie 1011 (1995)
    
Sierra LeoneVN-embargo (t.a.v. leveranties aan niet-regeringstroepenGedurende het gehele verslagjaar van toepassingVN Veiligheidsraad Resolutie 1171 (1998)
 Resolutie 1171 (1998) niet van toepassing op militaire goederen t.b.v. partners die samenwerken met UNASMIL en de regering van Sierra LeoneGedurende het gehele verslagjaar van toepassing VN Veiligheidsraad Resolutie 1299 (2000)
 EU-embargo (m.u.v. leveranties aan de overheid van Sierra Leone, ECOMOG en de VN)Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingGemeenschappelijk standpunt 1998/409/GBVB
    
SoedanEU-embargoGedurende het gehele verslagjaar van toepassingGemeenschappelijk standpunt 1994/165/GBVB
    
SomaliëVN-embargo Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingVN Veiligheidsraad Resolutie 733 (1992)
 Uitzonderingen op Resolutie 733 (1992) voor beschermende uitrusting voor humanitaire doeleinden Gedurende het gehele verslagjaar van toepassing VN Veiligheidsraad Resolutie 1356 (2001)
 Bevestiging dat embargo ook van toepassing is op technisch advies, militaire en financiële assistentie, alsmede trainingGedurende het gehele verslagjaar van toepassing VN Veiligheidsraad Resolutie 1425 (2002)
 EU-embargoGedurende het gehele verslagjaar van toepassingGemeenschappelijk standpunt 2002/960/GBVB
    
ZimbabweEU-embargo Gedurende het gehele verslagjaar van toepassingGemeenschappelijk standpunt 2002/145/GBVB
 Verlenging van 2002/145/GBVB tot 20 febuari 2004m.i.v.18 februari 2003Gemeenschappelijk standpunt 2003/115/GBVB

BIJLAGE 7

Overzicht van de in 2003 beantwoorde schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over wapenexport in 2003

16-1-2003 Kamervragen 2002–2003, nr. 595, Tweede Kamer

Vragen van het lid Karimi (GroenLinks) aan de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Economische Zaken over wapendoorvoer via Nederland naar Israël. (Ingezonden 16 december 2002)

28-2-2003 Kamervragen 2002–2003, nr. 823, Tweede Kamer

Vragen van het lid Van Velzen (SP) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over lobbywerk van de Nederlandse ambassade in Indonesië inzake de Nederlandse defensie-industrie. (Ingezonden 24 januari 2003)

7-7-2003 Kamervragen 2002–2003, nr. 1518, Tweede Kamer

Vragen van het lid Algra (CDA) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over wapenexport. (Ingezonden 9 mei 2003)

7-7-2003 Kamervragen 2002–2003, nr. 1515, Tweede Kamer

Vragen van de leden Algra en Schreijer-Pierik (beiden CDA) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over wapenexport. (Ingezonden 22 april 2003)

16-7-2003 Kamervragen 2003–2004, vraagnr. 2 030 418 020, Tweede Kamer

Vragen van het lid Van Velzen (SP) aan de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Economische Zaken over de mogelijke inzet van Nederlandse wapentechnologie door de Indonesische marine in de oorlog in Atjeh. (Ingezonden 3 juni 2003)

16-7-2003 Kamervragen 2002–2003, nr. 1592, Tweede Kamer

Vragen van het lid Koenders (PvdA) aan de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Economische Zaken over wapenleveranties aan Indonesië en de strijd in Atjeh. (Ingezonden 10 juni 2003)

24-7-2003 Kamervragen 2002–2003, nr. 1659, Tweede Kamer

Vragen van het lid Karimi (GroenLinks) aan de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Economische Zaken over de evaluatie van de In- en Uitvoerwet (IUW) inzake doorvoer van strategische goederen van en naar derde landen. (Ingezonden 30 juni 2003)

30-9-2003 Kamervragen 2003–2004, nr. 41, Tweede Kamer

Vragen van het lid Karimi (GroenLinks) aan de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken over het verliezen van onderdelen door een El Al-Boeing. (Ingezonden 7 augustus 2003)

23-1-2004 Kamervragen 2003–2004, nr. 635, Tweede Kamer

Vragen van de leden Van Baalen en Wilders (beiden VVD) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Economische Zaken over het EU-wapenembargo tegen China. (Ingezonden 11 december 2003).


XNoot
1

De OESO/DAC lijst is een door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) opgestelde lijst van landen die internationale financiële steun ontvangen. Deel 1 van de lijst betreft ontwikkelingslanden.

XNoot
1

De tekst van de EU Gedragscode is gepubliceerd op de website van de Europese Unie: http://ue.eu.int/cms3_fo/showPage.asp?id=408&lang=nl&mode=g.

XNoot
1

Informatie over het VN-wapenregister is beschikbaar op de ontwapeningswebsite van de VN; http://disarmament.un.org: 8080/cab/register.html «Register of Conventional Arms».

XNoot
1

In 2003 gold dat voor alle EU lidstaten; van de tien in 2004 tot de EU toegetreden landen waren er echter zes op het moment van publicatie van dit rapport nog niet toegelaten tot het WA.

XNoot
2

De initial Elements zijn te vinden op de website van het Wassenaar Arrangement: www.wassenaar.org

XNoot
1

Voor de website van het Wassenaar Arrangement: www.wassenaar.org.

XNoot
1

Het jaarverslag van COARM is te vinden op de website van de Raad van de EU: http://ue.eu.int/cms3_fo/showPage.asp?id=408&lang=nl&mode=g.

Inhoudsopgave


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl