Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 september 2012
Begin 2005 heeft mijn ambtsvoorganger Karla Peijs toegezegd om de Samenwerkingsovereenkomst
tussen HSA en NMBS vertrouwelijk ter inzage te leggen bij de Kamer. Hierbij informeer
ik u over de huidige stand van zaken omtrent de totstandkoming van deze overeenkomst.
De Samenwerkingsovereenkomst is een document dat gesloten dient te worden tussen HSA
en NMBS alvorens zij de internationale Fyra-diensten starten via de HSL-Zuid. HSA
en NMBS hebben in 2001 met de Nederlandse Staat afgesproken om deze overeenkomst uiterlijk
5 juni 2002 tot stand te brengen. Uiteindelijk hebben de spoorwegondernemingen begin
deze zomer overeenstemming bereikt over deze overeenkomst en deze is op 20 juni 2012
ter goedkeuring aan de Staat voorgelegd.
De goedkeuring van de Nederlandse Staat is alleen benodigd voor zover de Samenwerkingsovereenkomst
strijdig is met de afspraken uit 2001. Na een juridische analyse ben ik tot de conclusie
gekomen dat de conceptovereenkomst die HSA en NMBS in 2012 overeen zijn gekomen daarvan
op een aantal punten afwijkt. Daarom heb ik de vervoerders vandaag een brief gestuurd
met het verzoek om de conceptovereenkomst aan te passen, alvorens ik deze kan goedkeuren.
Beoordeling Samenwerkingsovereenkomst
De twee belangrijkste afwijkingen in de conceptovereenkomst zijn het vastleggen van
een afwijkend vervoersaanbod en het formuleren van opschortende voorwaarden voor de
start van het vervoer.
Het vervoersaanbod
In 2001 is afgesproken dat HSA en NMBS een treindienst Amsterdam – Brussel met een
frequentie van 32x per dag per richting zouden gaan uitvoeren. Vervolgens is in 2009
in de aan HSA verleende vervoerconcessie voor de HSL-Zuid met een afwijkend vervoeraanbod
ingestemd:
-
– een verbinding zestien keer per dag Amsterdam – Brussel;
-
– een verbinding acht keer per dag Den Haag – Breda – Brussel;
-
– een verbinding tien keer per dag Amsterdam – Brussel – Parijs (met een inspanningsverplichting
om dit uit te breiden naar zestien keer per dag).
Met zowel het vervoersaanbod zoals vastgelegd in 2001, als het hierboven beschreven
vervoersaanbod zoals vastgelegd in 2009 kan de Nederlandse Staat akkoord gaan. Het
in de conceptovereenkomst voorgestelde vervoersaanbod voldoet echter aan geen van
beide afspraken. De huidige versie van de Samenwerkingsovereenkomst gaat uit van een
verbinding zestien keer per dag Amsterdam – Brussel en een verbinding tien keer per
dag Amsterdam – Brussel – Parijs.
De opschortende voorwaarden
In de conceptovereenkomst van HSA en NMBS zijn opschortende voorwaarden opgenomen,
die de start van het vervoer voor onbepaalde tijd opschort. Pas wanneer de Nederlandse
Staat aan twee bijzondere voorwaarden voldoet richting NMBS, kan de Samenwerkingsovereenkomst
in werking treden. De eerste voorwaarde betreft het verstrekken van een bankgarantie
door de Nederlandse Staat aan NMBS ter borging van de financiële structuur van HSA.
De andere voorwaarde betreft het komen tot een akkoord met NMBS inzake incongruentie
en bovenstaande bankgarantie.
Op basis van ingewonnen juridisch advies concludeer ik dat beide voorwaarden van NMBS
berusten op een verkeerd begrip van de overeenkomsten tussen de Nederlandse Staat
en NMBS. Bovendien sta ik niet welwillend tegenover het oplossen van de opschortende
voorwaarden, zolang de kwestie omtrent het vervoersaanbod niet is opgelost. Ik zie
dat als onderdeel van mijn toezegging om mij tot het uiterste in te zetten om een
directe internationale HSL-verbinding voor de steden Den Haag en Breda af te spreken.
Indien ik de conceptovereenkomst met haar opschortende voorwaarden wél goedkeur zonder
zicht te hebben op een oplossing voor de opschortende voorwaarden, dan zal dit een
juridische impasse tot gevolg hebben. De samenwerkingsovereenkomst zou in haar huidige
vorm dan nooit in werking treden.
Vervolgproces
Vandaag heb ik per brief aan HSA en NMBS gemeld dat ik de samenwerkingsovereenkomst
in haar huidige vorm niet goedkeur. Naar aanleiding van mijn brief verwacht ik dat
HSA en NMBS de conceptovereenkomst zullen aanpassen en een gewijzigde versie ter goedkeuring
zullen aanbieden.
Indien de vervoerders dit doen en de nieuwe conceptovereenkomst bevredigend is, dan
zal ik deze goedkeuren en ter inzage bij uw Kamer neerleggen.
De minister van Infrastructuur en Milieu,
M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus