Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-200022026 nr. 100

22 026
Nederlands deel van een hogesnelheidsspoorverbinding Amsterdam-Brussel-Parijs

nr. 100
MOTIE VAN HET LID VAN WALSEM

Voorgesteld 18 november 1999

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat (nog) niet is aangetoond, dat er in Europa sprake is van een open, concurrerende spoorwegmarkt; en voorts dat er gerede twijfel bestaat over de juridische afdwingbaarheid van het reciprociteitsbeginsel bij Europese openbare aanbestedingen en dat nog steeds een wettelijk kader voor het spoor ontbreekt;

constaterende, dat er vooralsnog niet aan voorwaarden voor een succesvol en verantwoord openbaar aanbesteden is voldaan;

verzoekt de regering, te onderzoeken:

– of en wanneer aan deze voorwaarden zou kunnen worden voldaan;

– welke de redenen zijn voor de afwijzing van het bod van de NS;

– en voor de totale rapportage ten minste veertien dagen te nemen;

en verzoekt de regering tevens voor die tijd geen definitieve vervolgstappen ten aanzien van een openbare aanbesteding te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Walsem