21 664
Midden-Oosten conflict

nr. 96
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 27 februari 1998

De Regering heeft met grote voldoening kennis genomen van het akkoord met Irak dat de Secretaris-Generaal van de VN op 23 februari jl. heeft bereikt en dat de toegang tot acht Presidentiële lokaties thans mogelijk moet maken. Hierdoor is militair treffen voorlopig voorkomen. Dit akkoord is door de Veiligheidsraad positief ontvangen.

Zoals in de brief van 13 februari jl. aan de Kamer is meegedeeld is het fregat Hr Ms Abraham van der Hulst naar de Golf gevaren en heeft zich daar op 25 dezer gevoegd bij de Multinational Interception Force (MIF), die toezicht houdt op de naleving van het embargo tegen Irak dat de Veiligheidsraad heeft ingesteld. Dit is ook door tweede ondergetekende op 19 februari jl. in het Algemeen Overleg met de Vaste Commissies van Buitenlandse Zaken en van Defensie van Uw Kamer toegelicht.

Het fregat zal voorshands deel blijven uit maken van de MIF. Hiermee wordt een Nederlandse toerbeurt in de MIF die aanvankelijk, overeenkomstig een eerder besluit, vanaf augustus 1998 was voorzien, thans reeds uitgevoerd. Deelname in de MIF impliceert dat het fregat niet automatisch betrokken kan worden bij eventuele gewapende acties tegen Irak. Hiervoor blijft, zoals reeds in de brief van 13 februari gesteld, een aparte beslissing van de Regering noodzakelijk.

Na de afronding van de beraadslagingen in de Veiligheidsraad over het met Irak bereikte akkoord zal de Regering de Kamer nader informeren.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo

De Minister van Defensie,

J. J. C. Voorhoeve

Naar boven