Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21501-34 nr. 457 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21501-34 nr. 457 |
Vastgesteld 24 april 2026
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brieven van de:
• Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 17 april 2026 inzake de Geannoteerde agenda Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS)-Raad 11 en 12 mei 2026 (Kamerstuk 21 501-34, nr. 456);
• Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport d.d. 15 april 2026 inzake de geannoteerde agenda Jeugd- en Sportraad op 11 en 12 mei 2026 en verslagen van de voorgaande Jeugd- en Sportraad van 28 november 2025 (Kamerstuk 21 501-34, nr. 455);
• Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, d.d. 20 februari 2026 inzake Verslag van de informele Onderwijsraad van 29–30 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-34, nr. 453).
De vragen en opmerkingen zijn op 21 april 2026 aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van 24 april 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Koorevaar
Adjunct-griffier van de commissie, Bosnjakovic
Inhoud
|
I |
Vragen en opmerkingen uit de fracties |
2 |
|
|
• |
Inbreng van de leden van de D66-fractie |
2 |
|
|
• |
Inbreng van de leden van de VVD-fractie |
2 |
|
|
• |
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie |
4 |
|
|
• |
Inbreng van de leden van de PVV-fractie |
5 |
|
|
• |
Inbreng van de leden van de CDA-fractie |
5 |
|
|
• |
Inbreng van de leden van de BBB-fractie |
5 |
|
|
• |
Inbreng van de leden van de Groep Markuszower |
5 |
|
|
II |
Reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap |
5 |
|
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de OJCS-Raad van 11 en 12 mei 2026.
De leden van de D66-fractie steunen de inzet om leraren centraal te stellen bij de toepassing van AI in het onderwijs. Deze leden benadrukken daarbij dat Europa moet inzetten op de ontwikkeling van soevereine AI-oplossingen, zodat het onderwijs niet afhankelijk wordt van grote, niet-Europese technologiebedrijven. De leden vragen hoe Nederland en de EU deze Europese AI-ontwikkeling stimuleren en afhankelijkheid van externe commerciële partijen beperken. Zij vragen hoe geborgd zal worden dat alleen deze Europese AI systemen zullen worden ingezet in het onderwijs.
De leden van de D66-fractie zijn positief over de voorgestelde verbreding van het Erasmus+-programma richting vaardigheden en de arbeidsmarkt, en onderschrijven het belang van een sterkere aansluiting tussen onderwijs en maatschappelijke opgaven. Ook spreken deze leden hun waardering uit voor de inzet op inclusie en de verdere ontwikkeling van Centres for Vocational Excellence, die kunnen bijdragen aan de versterking van het beroepsonderwijs in Europa. Tegelijkertijd vragen de leden in hoeverre deze ambities zich vertalen in concrete doelstellingen en middelen voor het vergroten van de deelname van mbo-studenten aan internationale mobiliteit. Tot slot vragen zij welke specifieke inzet Nederland pleegt om het aandeel mbo-studenten binnen Erasmus+ substantieel te verhogen.
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de formele OJCS-Raad van 11 en 12 mei 2026 en de onderliggende stukken. Zij hebben hierbij nog enkele vragen.
Onderwijs
Met betrekking tot onderwijs lezen de leden van de VVD-fractie dat het beleidsdebat zich naar verwachting richt op basisvaardigheden. Deze leden delen dat dit een belangrijk thema is en aansluit bij de urgente opgave waar Nederland en veel andere lidstaten voor staan. De leden vragen de Minister welke inzet Nederland voert in dit debat en welke concrete beleidsaanpakken van andere lidstaten de Minister kansrijk acht voor de Nederlandse context. Zij vragen de Minister te bevestigen dat het niet de inzet van het kabinet is op Europees niveau kaders of andersoortige regelgeving rondom basisvaardigheden te creëren.
De leden van de VVD-fractie onderschrijven voorts de kernboodschap van de raadsconclusies over leraren in het tijdperk van AI, namelijk dat AI leraren moet ondersteunen en niet vervangen. Deze leden hechten eraan dat leraren zelf regie houden over hun onderwijspraktijk. De leden zijn verheugd dat Nederland de oproep steunt om leraren te ondersteunen op manieren die lidstaten zelf waardevol achten, zonder nieuwe juridische kaders op Europees niveau te ontwikkelen. Zij vragen de Minister te bevestigen dat de conclusies geen verplichtende elementen bevatten voor lidstaten.
Ten aanzien van Erasmus+ 2028–2034 vragen de leden van de VVD-fractie op welke onderdelen de Minister tijdens deze raad een akkoord verwacht te bereiken en hoe groot de Minister de kans acht dat in een later stadium ook overeenstemming wordt bereikt over de onderdelen die nu nog open staan, zoals de budgetindicaties en de verdeling van middelen binnen het programma. Deze leden vragen daarnaast of de commissie inmiddels meer duidelijkheid heeft gegeven over welke vakgebieden en onderwijsniveaus als strategisch worden aangemerkt voor de nieuwe beurzen en hoe wordt voorkomen dat de klassieke mobiliteitsfunctie van Erasmus+ onder druk komt te staan.
Cultuur
De leden van de VVD-fractie merken op dat nog niks bekend is over het cultuurgedeelte. Deze leden vragen wanneer meer bekend wordt gemaakt over de invulling van de agenda van het cultuurdeel van de raad en de daarbij horende Nederlandse inzet.
De leden van de VVD-fractie kunnen zich goed vinden in de inzet zoals verwoord in het Non-paper over de herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten (AVMSD-richtlijn) en steunen deze lijn. Deze leden zijn groot voorstander van het verminderen van regeldruk en delen dat meer regels niet automatisch betere regels betekent. De leden vinden het positief dat goed wordt afgewogen of een herziening van de AVMSD-richtlijn nodig is.
Het tegen het licht houden en waar mogelijk versimpelen van rapportageverplichtingen kan op steun van de leden van de VVD-fractie rekenen. Deze leden vragen in hoeverre de Minister verwacht dat hier een meerderheid voor is.
Verder vinden de leden van de VVD-fractie het uitwisselen van goede praktijken zeer wenselijk. Deze leden vragen welke initiatieven op het gebied van mediageletterdheid zoal uitgewisseld zijn en wat de ervaringen hiermee zijn.
Jeugd
Net als bij het onderdeel Cultuur, vragen de leden van de VVD-fractie wanneer meer bekend wordt over de invulling van de agenda voor het jeugddeel van de raad en de Nederlandse inzet.
Sport
De leden van de VVD-fractie maken zich al langere tijd zorgen over de mentale gezondheid van met name jongeren. Deze leden juichen het daarom toe dat mentale gezondheid in de sport onderwerp van het lunchdebat is. Het is positief dat Nederland mentale gezondheid niet alleen bij de individuele sporter legt, maar ook kijkt naar de bredere sportomgeving en de rol van coaches. Zoals in de Versterkingsagenda Mentale gezondheid en ggz1 wordt vermeld, geven meiden vaker aan stress, angst, slaapproblemen en prestatiedruk te ervaren. Zeker dat laatste, prestatiedruk, komt veel in de (top)sport voor. Deze leden vragen in hoeverre dit meegenomen wordt in de Nederlandse inzet. In hoeverre is er aandacht voor vrouw-manverschillen en is Nederland bereid om binnen de OJCS-Raad in te zetten op betere data en kennisdeling over mentale druk bij deze groep?
Strategie voor Gendergelijkheid 2026–2030
Verder hebben de leden van de VVD-fractie kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over uitstel toezending BNC-fiche over de Strategie voor Gendergelijkheid 2026–2030 maar zij grijpen dit moment om toch enige vragen te stellen over de strategie. De strategie benoemt terecht de toename van cybergeweld en deepfakes. Hoe wil Nederland inzetten op innovatie en effectieve aanpak? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de richtlijn voor geweld tegen vrouwen uit 2024? Welke stappen zijn er al gezet en wat moet er nog gebeuren?
In de vorige kabinetsperiode zijn veel stappen gezet op het gebied van vrouwengezondheid tot grote vreugde van de leden van de VVD-fractie. Op welke wijze gaat de Minister deze inzet voortzetten en zich in EU-verband inzetten voor vrouwengezondheid?
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Leraren in de tijd van AI
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de OJCS-Raad van 11 en 12 mei 2026. Deze leden delen van harte het standpunt van het Cypriotische voorzitterschap dat leraren een cruciale rol vervullen bij het aanbieden van een hoge kwaliteit van inclusief en toekomstgericht onderwijs in het tijdperk van AI. De leden zijn benieuwd hoe de andere EU-lidstaten de rol van AI in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs bezien en hoe daar in het onderwijs gebruik van wordt gemaakt. Welk ondersteuningsniveau wordt in andere lidstaten aan leraren geboden en hoe wordt misbruik van AI op scholen voorkomen? Kan de Minister met andere woorden voorzien in een overzicht van best practises in de EU in het gebruik van AI bij inclusief en toekomstgericht onderwijs, zo vragen deze leden.
Erasmus+
Zoals uit eerdere schriftelijke overleggen bekend hechten de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zeer aan een stevige inzet op het behoud van de EU-budgetten voor onderwijs, onderzoek en wetenschap. Deze leden vragen waarom de inhoud van de verordening voor het toekomstige programma Erasmus+ kennelijk is losgekoppeld van de budgetindicaties/ indicatieve verdeling van de middelen. Zijn deze indicaties al wel voorhanden? Zo ja, kan de Minister deze informatie met de Kamer delen? Zo nee, kan de Minister aangeven hoe de geïndiceerde budgetten zullen afwijken van de huidige budgetverdeling?
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de OJCS-Raad op 11 en 12 mei 2026. Zij hebben hier op dit moment geen opmerkingen of vragen over.
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de formele OJCS-Raad d.d. 11 en 12 mei 2026 en hebben op dit moment geen vragen of opmerkingen.
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben de geannoteerde agenda voor de formele OJCS-Raad gelezen en hebben daarover vooralsnog geen vragen.
Inbreng van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken en wachten de reactie met belangstelling af.
De leden van de fracties worden bedankt voor hun inbreng.
D66-fractie
De leden vragen hoe Nederland en de EU deze Europese AI-ontwikkeling stimuleren en afhankelijkheid van externe commerciële partijen beperken. Zij vragen hoe geborgd zal worden dat alleen deze Europese AI systemen zullen worden ingezet in het onderwijs.
De ontwikkeling van soevereine AI-oplossingen staat zowel nationaal als Europees hoog op de beleidsagenda. In Nederland wordt door SURF en Groeifondsprogramma Npuls gewerkt aan de AI-hub en EdugenAI, waarmee onderwijsinstellingen in het vervolgonderwijs op een soevereine, beveiligde en transparante manier gebruik kunnen maken van generatieve AI-modellen. Hiermee wordt geborgd dat persoonlijke data bij de instelling blijft, behouden onderwijsinstellingen keuzevrijheid en voorkomen we afhankelijkheden van grote techbedrijven. Via Groeifondsprogramma NOLAI wordt voor het funderend onderwijs gewerkt aan het ontwikkelen en implementeren van verantwoorde AI-oplossingen en worden scholen ondersteund door SIVON en Kennisnet. Kennisnet is dit jaar gestart met een verkenning van een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs. Deze is eind van het jaar gereed. De Kamer wordt over de uitkomst geïnformeerd.
De Europese Commissie zal in het najaar haar nieuwe beleidskader voor digitalisering in het onderwijs publiceren, de Routekaart 2030, waar naar verwachting de Europese beleidslijn en -acties op het gebied van digitale autonomie en AI een grote rol zullen krijgen. De routekaart is de opvolger van het huidige Actieplan Digitaal Onderwijs 2021–2027, op basis waarvan recent nog een update van de ethische AI-richtlijnen voor onderwijs en training is gepubliceerd.
De leden vragen in hoeverre deze ambities zich vertalen in concrete doelstellingen en middelen voor het vergroten van de deelname van mbo-studenten aan internationale mobiliteit. Tot slot vragen zij welke specifieke inzet Nederland pleegt om het aandeel mbo-studenten binnen Erasmus+ substantieel te verhogen.
Het kabinet zet zich in voor het structureel versterken van de positie van het mbo in het toekomstige Erasmus+ programma.2 Concreet pleit het kabinet binnen Erasmus+ voor consistente aandacht van de Commissie voor de Centres of Vocational Excellence (CoVE’s) en hun netwerken, zodat deze cruciale partnerschappen voor cross-sectorale samenwerking ook in het toekomstige programma kunnen blijven bestaan en versterkt worden.
Daarnaast zet het kabinet zich in voor het verbreden van de deelname aan internationale uitwisseling, bijvoorbeeld voor studenten uit mbo 1 en 2, ondervertegenwoordigde sectoren en groepen met minder kansen. Om deze doelgroepen te bereiken stimuleert het kabinet het gebruik van groepsmobiliteit en gerichte communicatie over extra ondersteuning, terwijl tegelijkertijd virtuele en blended mobility worden bevorderd als waardevolle, laagdrempelige vormen van uitwisseling.
De overvraging van beschikbare budgetten voor mobiliteit in het mbo is momenteel groot. Het kabinet streeft ernaar om de Europese doelstelling, om 15% van de mbo-studenten een internationale ervaring te bieden, te behalen. Om dit te realiseren zet het kabinet zich ervoor in om te zorgen dat het Erasmus+ programma hiervoor de juiste randvoorwaarden en mogelijkheden biedt.3
VVD-fractie
De leden vragen de Minister welke inzet Nederland voert in het debat over basisvaardigheden en welke concrete beleidsaanpakken van andere lidstaten de Minister kansrijk acht voor de Nederlandse context. Zij vragen de Minister te bevestigen dat het niet de inzet van het kabinet is op Europees niveau kaders of andersoortige regelgeving rondom basisvaardigheden te creëren.
Voor het kabinet staat voorop dat de nationale wettelijke opdracht aan scholen om invulling te geven aan basisvaardigheden leidend moet blijven en dat Europese initiatieven deze opdracht ondersteunen. De inzet van het kabinet is dus niet om op Europees niveau kaders of andersoortige regelgeving rondom basisvaardigheden te creëren. Het kabinet ziet vooral meerwaarde in beleid dat internationale kennisdeling stimuleert, zodat we kunnen leren van concrete beleidsaanpakken van andere EU-lidstaten en regio’s. Voor wat betreft deze concrete beleidsaanpakken kan bijvoorbeeld worden gedacht aan landen die goed presteren op het vlak van basisvaardigheden, zoals Ierland en Estland, of van landen waarvan we weten dat prestaties zijn verbeterd, zoals Italië.4 Ook volgt het kabinet ontwikkelingen in andere landen die vergelijkbaar zijn met ontwikkelingen in Nederland op de voet, zoals de implementatie van het nieuwe curriculum in Vlaanderen en delen we geregeld kennis en ervaringen met hen.
Op het moment van schrijven heeft het voorzitterschap de discussievragen voor het beleidsdebat nog niet gedeeld, waardoor het nog niet te zeggen is welke inzet Nederland hier zal voeren.
De leden vragen de Minister te bevestigen dat de raadsconclusies over leraren in het tijdperk van AI geen verplichtende elementen bevatten voor lidstaten.
De raadsconclusies over leraren in het tijdperk van AI bevatten geen juridisch verplichtende elementen voor de lidstaten. De raadsconclusies hebben een uitsluitend richtinggevend karakter en laten ruimte voor nationale invulling.
Ten aanzien van Erasmus+ 2028–2034 vragen de leden van de VVD-fractie op welke onderdelen de Minister tijdens deze raad een akkoord verwacht te bereiken en hoe groot de Minister de kans acht dat in een later stadium ook overeenstemming wordt bereikt over de onderdelen die nu nog open staan, zoals de budgetindicaties en de verdeling van middelen binnen het programma.
Naar verwachting zal er tijdens de Raad een akkoord worden bereikt op alle onderdelen van de verordening behalve de direct aan budget gerelateerde passages. Het huidige EU-voorzitterschap houdt de lijn aan dat de hoogte van budgetten alleen mag worden besproken in de overkoepelende ad-hoc werkgroep MFK. Aangezien de besprekingen hierover nog moeten plaatsvinden en de lidstaten hierover nog geen standpunt hebben ingenomen is het nog niet te zeggen wanneer en hoe deze discussie precies vorm zal krijgen, of dat een eventuele nieuwe budgetverdeling afwijkt van de huidige.
De leden vragen daarnaast of de commissie inmiddels meer duidelijkheid heeft gegeven over welke vakgebieden en onderwijsniveaus als strategisch worden aangemerkt voor de nieuwe beurzen en hoe wordt voorkomen dat de klassieke mobiliteitsfunctie van Erasmus+ onder druk komt te staan.
Het kabinet heeft tijdens de onderhandelingen in de Raad ingezet op het behoud van de kernfuncties van Erasmus+. Wat betreft acties zoals de studiebeurzen voor strategische onderwijsgebieden, waarnaar in het huidige Raadsvoorstel overigens niet meer direct wordt verwezen, is het voor het kabinet onder meer van belang dat deze niet ten koste gaan van de positie van leermobiliteit en dat het mbo niet op voorhand wordt uitgesloten. Aan deze aandachtspunten wordt in het Raadsvoorstel tegemoetgekomen. Het Raadsvoorstel bevat thans een aantal voorbeelden van strategische sectoren, maar die zijn niet uitputtend. De sectoren zullen worden vastgesteld bij de uitwerking en de opzet van de acties, op het niveau van de jaarlijkse Erasmus+ werkprogramma’s.
De leden vragen wanneer meer bekend wordt gemaakt over de invulling van de agenda van het cultuurdeel van de raad en de daarbij horende Nederlandse inzet.
Twee agendapunten van het cultuurdeel van de OJCS-Raad zijn inmiddels bekend gemaakt. Deze informatie is helaas nog niet volledig en het is niet bekend wanneer de definitieve agenda en stukken zullen verschijnen.
Ten eerste staat een gedeeltelijke algemene oriëntatie van het AgoraEU voorstel ter akkoord op de agenda. Het kabinet is voornemens om akkoord te gaan met de huidige versie van de tekst. Daarin is de inzet zoals opgenomen in het BNC-fiche AgoraEU5 voldoende meegenomen. Dit gaat onder andere om het instellen van een programmacomité om de lidstaten goed te betrekken bij de uitvoering van het programma, desks om aanvragers te ondersteunen en het opnemen van waarborgen voor artistieke en redactionele vrijheid.
Ten tweede staat het EU werkplan voor cultuur geagendeerd als een «exchange of views». Het huidige EU werkplan, waarvoor de Raad een evaluatierapport van de Commissie afwacht, loopt eind 2026 af. De verwachting is dat het aankomend Ierse voorzitterschap het opstellen van een nieuw werkplan voor de periode 2027–2030 zal agenderen. Het kabinet zal, in opvolging van het huidige werkplan en onder voorbehoud van het te verwachten voorstel, onder andere inzetten op de volgende onderwerpen: artistieke-, redactionele- en persvrijheid, weerbaarheid van de culturele sector, cultuurbeoefening en ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving.
Het tegen het licht houden en waar mogelijk versimpelen van rapportageverplichtingen rond de AVMSD-richtlijn kan op steun van de leden van de VVD-fractie rekenen. Deze leden vragen in hoeverre de Minister verwacht dat hier een meerderheid voor is. Verder vinden de leden van de VVD-fractie het uitwisselen van goede praktijken zeer wenselijk. Deze leden vragen welke initiatieven op het gebied van mediageletterdheid zoal uitgewisseld zijn en wat de ervaringen hiermee zijn.
Het verminderen van de regeldruk is een kabinetsprioriteit, zoals verwoord in het Coalitieakkoord. Waar mogelijk moet de regeldruk voor burgers en bedrijven (en administratieve lasten voor overheidsorganisaties) zoveel mogelijk worden beperkt.
Op dit moment is de evaluatie van de AVMSD-richtlijn nog gaande. Veel lidstaten hebben nog geen positie ingenomen, wel vinden er informele contacten plaats. Versimpeling van regelgeving en een gelijk speelveld voor traditionele mediadiensten wordt door veel landen belangrijk gevonden. De komende tijd zal het non-paper verder worden verspreid en wordt er gekeken naar de ontvangst van dit paper.
Nederland participeert actief in de Media Literacy Expert Group en wisselt daar diverse initiatieven uit. Zo is tijdens de laatste bijeenkomst, in maart, een project van het Netwerk Mediawijsheid gedeeld over medische desinformatie.6 Andere lidstaten presenteerden onderzoeken over dit onderwerp en over mediawijsheid in het algemeen, wat weer gebruikt kan worden als input voor een verdere Nederlandse kennisontwikkeling. Deze expertgroep is een laagdrempelig gremium om ervaringen te delen. Dit is bij uitstek een thema waar dat van toegevoegde waarde is. De Europese Commissie heeft dat ook ingezien en zet, met het recent gepubliceerde Europees Schild voor de Democratie, in op versterking van deze expertgroep.7 Verslagen van de bijeenkomsten zijn terug te vinden op de website van de Europese Commissie.8
Net als bij het onderdeel Cultuur, vragen de leden van de VVD-fractie wanneer meer bekend wordt over de invulling van de agenda voor het jeugddeel van de raad en de Nederlandse inzet.
Inmiddels is de agenda voor de OJCS-Raad door het Voorzitterschap gedeeld. Tijdens het jeugddeel staan het aannemen van de resolutie over de herziening van het werkplan 2025–2027 ter implementatie van de EU Jeugdstrategie en de resolutie over de uitkomsten van de 11e cyclus van de EU Jeugddialoog geagendeerd. Daarnaast zal een beleidsdebat worden gevoerd over het verzekeren van youth-friendliness van EU-beleid en nationaal beleid. Het voorbereidingsdocument voor dit debat is nog niet verstrekt, maar de Nederlandse inzet zal in lijn zijn met het kabinetsbeleid. In dat kader kan Nederland onder meer de ervaringen met de nationale jeugdstrategie en de gesprekken met jongeren in het kader van de kinderrechtentoets delen.
Zoals in de Versterkingsagenda Mentale gezondheid en ggz9 wordt vermeld, geven meiden vaker aan stress, angst, slaapproblemen en prestatiedruk te ervaren. Zeker dat laatste, prestatiedruk, komt veel in de (top)sport voor. Deze leden vragen in hoeverre dit meegenomen wordt in de Nederlandse inzet. In hoeverre is er aandacht voor vrouw-manverschillen en is Nederland bereid om binnen de OJCS-Raad in te zetten op betere data en kennisdeling over mentale druk bij deze groep?
Het kabinet zet zich in voor een structurele en brede benadering van mentale gezondheid in de sport. Daarom investeert het kabinet in goede begeleiding en ondersteuning van sporters, coaches en hun omgeving, zodat mentale druk tijdig kan worden gesignaleerd en aangepakt. Zowel bij mannen als bij vrouwen. Waar het specifiek gaat om verschillen tussen vrouwen en mannen, onderschrijft het kabinet het belang van betere data, meer kennis en verdere verdieping in de factoren die mentale druk bij verschillende groepen beïnvloeden, ook binnen de sport. Dit punt zal Nederland opbrengen tijdens het lunchdebat.
De strategie voor Gendergelijkheid 2026–2030 benoemt terecht de toename van cybergeweld en deepfakes. Hoe wil Nederland inzetten op innovatie en effectieve aanpak? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de richtlijn voor geweld tegen vrouwen uit 2024? Welke stappen zijn er al gezet en wat moet er nog gebeuren?
Het kabinet onderschrijft het belang van het verder tegengaan van AI-systemen die seksuele deepfakes genereren, zeker waar het gaat om materiaal van seksueel kindermisbruik. Het kabinet verkent, mede in Europees verband, wat een effectieve en uitvoerbare juridische vormgeving is om dit doel te bereiken. Het kabinet zet zich actief in voor een strafrechtelijke verbodsbepaling op AI-systemen die materiaal van seksueel kindermisbruik kunnen vervaardigen in de CSA-richtlijn. Daarnaast draagt Nederland in de onderhandelingen over de Omnibus AI bij aan de discussie over een bestuursrechtelijk verbod op AI-systemen die materiaal van seksueel kindermisbruik of naaktbeelden die zonder toestemming van de afgebeelde («deep nudes») vervaardigen, manipuleren of reproduceren. Voor beide trajecten is uitgangspunt voor de inzet van het kabinet dat de voorgestelde verbodsbepalingen effectief bijdragen aan het bestrijden van de problematiek.
Op dit moment wordt gewerkt aan een implementatiewetsvoorstel ter uitvoering van de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.10 Dit wetsvoorstel wordt – na de verwerking van de consultatieadviezen – voor de zomer aan de Afdeling advisering van de Raad van State aangeboden.
In de vorige kabinetsperiode zijn veel stappen gezet op het gebied van vrouwengezondheid tot grote vreugde van de leden van de VVD-fractie. Op welke wijze gaat de Minister deze inzet voortzetten en zich in EU-verband inzetten voor vrouwengezondheid?
De Nationale Strategie Vrouwengezondheid, die in 2025 is gepresenteerd, legt een stevig fundament voor de verbetering van de gezondheid van vrouwen en meisjes, met aandacht voor kennis en innovatie, passende zorg en ondersteuning, en bewustwording en samenwerking. Voor het onderzoeksprogramma, dat via ZonMw loopt, is € 15 miljoen vrijgemaakt tot en met 2029.
Begin dit jaar zijn zes onderzoeken gestart naar vrouwspecifieke aandoeningen zoals bekkenbodenproblematiek, endometriose en de hormooncyclus. Naast de onderzoeksprogramma’s die lopen via ZonMw (binnen het budget van € 15 miljoen) lopen er ook andere programma’s binnen het Ministerie van VWS, zoals bijv. het Kaderprogramma Passende Zorg. Deze programma’s bieden ook ruimte voor onderzoek naar vrouwspecifieke gezondheidsklachten. Naast het stimuleren van meer onderzoek zet het kabinet ook in op netwerkvorming om goede voorbeelden en kennis met elkaar te kunnen delen. Samen met de zorgaanbieders, zorgverzekeraars, werkgevers, innovators en patiënten federaties komt het Ministerie van VWS voor het zomerreces in de werkagenda vrouwengezondheid met concrete acties en prioriteiten om de gezondheid van vrouwen en meisjes in Nederland te verbeteren. Met betere prioritering van het onderwerp, gerichte inzet en aandacht voor vrouwspecifieke aandoeningen en meer bewustwording op dit thema maken we gezamenlijk de inhaalslag die nodig is. Ook in samenwerking met andere landen wordt gewerkt aan het thema vrouwengezondheid. Belangrijke Europese ontwikkelingen hieromtrent zijn onder andere de recentelijk uitgekomen Europese cardiovasculaire strategie, maar ook de Europese gendergelijkheid strategie. In beide strategieën wordt aandacht gevraagd voor het belang van vrouwengezondheid. Nederland kijkt positief tegen deze voorstellen aan. In EU-verband draagt Nederland proactief bij aan de uitwisseling van kennis tussen landen en het agenderen van het belang van dit thema in de bredere gesprekken rondom de volksgezondheid.
GroenLinks-PvdA-fractie
De leden zijn benieuwd hoe de andere EU-lidstaten de rol van AI in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs bezien en hoe daar in het onderwijs gebruik van wordt gemaakt. Welk ondersteuningsniveau wordt in andere lidstaten aan leraren geboden en hoe wordt misbruik van AI op scholen voorkomen? Kan de Minister met andere woorden voorzien in een overzicht van best practises in de EU in het gebruik van AI bij inclusief en toekomstgericht onderwijs, zo vragen deze leden.
In vrijwel alle lidstaten wordt veel aandacht besteed aan de rol van AI in het primair en voortgezet onderwijs. Het ondersteuningsniveau aan leraren verschilt per land en onderwijsinstelling. De Europese Commissie ondersteunt de lidstaten door het ontwikkelen van richtsnoeren, bijvoorbeeld voor ethisch gebruik van AI en data voor leraren en leerlingen, of middels het bredere pakket aan richtlijnen voor digitaal onderwijs. Daarnaast werkt de Europese Commissie samen met de OESO aan een kader voor AI-geletterdheid en wordt het kader DigCompEdu voor digitale competenties van onderwijsprofessionals regelmatig bijgewerkt.
In onderlinge contacten met lidstaten wordt regelmatig uitgewisseld over AI. Dit gebeurt met name met onze buurlanden België (Vlaanderen) en Duitsland, maar ook met andere landen die koploper zijn op het gebied van AI-implementatie in het onderwijs zoals Frankrijk, Finland en Estland. Er is echter geen volledig overzicht van best practices; het dichtst daarbij in de buurt komen vergelijkende onderzoeken van European Schoolnet, het Joint Research Committee (JRC) van de Commissie, de OESO en de Raad van Europa.11
Deze leden vragen waarom de inhoud van de verordening Erasmus+ voor het toekomstige programma kennelijk is losgekoppeld van de budgetindicaties/ indicatieve verdeling van de middelen. Zijn deze indicaties al wel voorhanden? Zo ja, kan de Minister deze informatie met de Kamer delen? Zo nee, kan de Minister aangeven hoe de geïndiceerde budgetten zullen afwijken van de huidige budgetverdeling?
Een indicatieve verdeling van de middelen voor Erasmus+ is nog niet voorhanden. Het huidige EU-voorzitterschap houdt de lijn aan dat alle direct aan budget gerelateerde onderhandelingen alleen worden gevoerd in de overkoepelende ad-hoc werkgroep MFK. Op deze manier kan de Raad budgetgerelateerde besprekingen voor losse programma’s integraal afwegen. De snelheid in de voortgang van de gesprekken tussen de sectorale onderwijswerkgroep, waar het programma Erasmus+ inhoudelijk wordt besproken, en de ad-hoc werkgroep MFK is verschillend. Hierdoor is een indicatieve verdeling geen onderdeel van deze gedeeltelijke algemene oriëntatie. Aangezien de besprekingen hierover nog moeten plaatsvinden en de lidstaten hierover nog geen standpunt hebben ingenomen is het nog niet te zeggen hoe deze precies vorm zal krijgen, of afwijkt van de huidige budgetverdeling.
Zie onder andere de publicatie van European Schoolnet – Artificial Intelligence in School Education: d0e683fa-7c71-4913-ae1d-69acbb12598b.
Zie onder andere de publicatie van European Schoolnet – Artificial Intelligence in School Education: d0e683fa-7c71-4913-ae1d-69acbb12598b.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-34-457.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.