Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-34 nr. 335

21 501-34 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 335 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 mei 2020

Het Kroatisch EU-voorzitterschap organiseert op 18 mei a.s. een informele videoconferentie met de onderwijsministers van de EU, ter vervanging van de formele OJCS-Raad. Het voorzitterschap stelt voor om van gedachten te wisselen over de maatregelen in het onderwijs vanwege de COVID-19 uitbraak. Er zal een besloten informele discussie plaatsvinden met de onderwijsministers van de EU-lidstaten en de Europese Commissie.

In het achtergronddocument verwijst het voorzitterschap naar de twee voorgaande informele videoconferenties voor onderwijsministers van 12 maart en 14 april jl. (Kamerstukken 21 501-34 en 25 295, nr. 329). Sindsdien heeft de situatie zich verder ontwikkeld en zijn er nieuwe stappen gezet in het onderwijs. Het voorzitterschap wijst daarbij op het belang om goed voorbereid te zijn op de potentiële effecten op de langere termijn en impact van de crisis op het onderwijssysteem.

Momenteel zitten veel EU-lidstaten in de fase dat scholen geleidelijk worden heropend, met daarbij de noodzakelijke veiligheids- en hygiënische maatregelen. Het voorzitterschap wijst daarbij op vraagstukken zoals het verplicht of vrijwillig terugkeren van scholieren naar school, welke leeftijdsgroepen als eerste naar school mogen en in hoeverre digitaal onderwijs als alternatief wordt voortgezet.

Daarnaast verwijst het voorzitterschap naar het organiseren van eindexamens en de mogelijke gevolgen voor het starten van het vervolgonderwijs. Lidstaten hebben hier binnen de nationale context verschillende keuzes in gemaakt. Het voorzitterschap wil daarom bespreken welke effecten dit kan hebben op grensoverschrijdende mobiliteit.

De ministers worden gevraagd informatie, maatregelen en goede voorbeelden met elkaar te delen. Het voorzitterschap heeft enkele vragen voorbereid als basis voor de interventies van de lidstaten. De vragen gaan in op:

  • Gekozen strategie voor het heropenen van scholen en universiteiten;

  • Plannen rond de eindexamens en toelating van studenten tot hoger onderwijs. En de samenwerking om leermobiliteit tussen EU-lidstaten te kunnen faciliteren.

Het voorzitterschap geeft aan dat nieuwe inzichten uit de videoconferentie kunnen worden opgenomen in de Raadsconclusies over het tegengaan van COVID-19 in onderwijs en training, waarover u bent geïnformeerd.1

Nederland is het eens met de geschetste situatie door het voorzitterschap. We zijn in een nieuwe fase beland waarbij ook in Nederland scholen stap-voor-stap worden heropend. Hierover bent u via diverse Kamerbrieven «COVID-19 update stand van zaken» geïnformeerd.2

Ik zal mijn Europese collega’s informeren over de gekozen strategie en maatregelen voor het heropenen van de scholen in Nederland. Ik zal daarbij aangeven dat de stap-voor-stap benadering alleen succesvol kan zijn als alle veiligheids- en gezondheidsvoorschriften worden nageleefd. Verder zal ik benoemen dat een grote uitdaging is hoe om te gaan met de beperkte publieke ruimte, specifiek in het openbaar vervoer, bij het versoepelen van de maatregelen.

Daarnaast zal ik onderstrepen dat in sommige gevallen enige coulance betracht moet worden om te waarborgen dat scholieren en studenten de mogelijkheid krijgen om ondanks de coronamaatregelen naar de volgende fase van onderwijs over te gaan en zich in te schrijven voor een vervolgstudie. Dat geldt ook voor internationale studenten. Ik wijs hierbij op maatregelen om flexibeler om te gaan met inschrijvingen, zoals het uitstellen van de inschrijvingsdeadline in Nederland. En ik onderstreep daarbij het belang van kwaliteit van onderwijs, ook in het geval van virtuele mobiliteit of blended mobility.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Kamerstukken 21 501–34 en 25 295, nr. 331

X Noot
2

Kamerstuk 25 295, nr. 315