Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201921501-34 nr. 303

21 501-34 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport

26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. 303 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 oktober 2018

Bij brief van 18 juni 2018 (Kamerstukken 21 501-34 en 26 643, nr. 299) bent u geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de motie van de leden Kwint en Yesilgöz-Zegerius over het opheffen van EU versus Disinfo (Kamerstuk 21501- 34, nr. 290), waarin het kabinet werd verzocht zich in Europees verband stevig uit te spreken voor de vrijheid van de pers en zich hard te maken voor het opheffen van de website EUvsDisinfo.

Mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken stuur ik u hierbij een brief met een tussenstand van de uitvoering van bovengenoemde motie, zoals ook door mij toegezegd in het debat over het belang van de vrijheid van meningsuiting en vrije pers van 19 juni 2018 (Handelingen II 2017/18 nr. 95, item 43).

Het onderwerp is ook na genoemd debat nog een aantal malen aan bod gekomen in zowel vragen vanuit de Eerste Kamer als uw Kamer. Nederland heeft nadien in verschillende EU-gremia nadrukkelijk aandacht gevraagd voor het waarborgen van Europese waarden, zoals vrijheid van meningsuiting en persvrijheid bij het inrichten van een Europees gecoördineerde aanpak tegen desinformatie, bijvoorbeeld tijdens de informele Raad Buitenlandse Zaken eind augustus jongstleden. Ook ik heb in bilaterale gesprekken met andere landen het onderwerp nogmaals aangekaart.

Zoals ik eerder heb aangegeven is gebleken dat andere landen begrip kunnen opbrengen voor het Nederlandse standpunt, voornamelijk inzake de uitgangspunten als vrije pers en vrijheid van meningsuiting. Tegelijkertijd vinden zij ook dat de StratCom Task Forces goed werk verrichten en pleiten voor professionalisering.

De Minister-President heeft namens Nederland tijdens de Europese Raad in juni en in september gewezen op het belang van een Europese gecoördineerde aanpak van desinformatie, waarbij in de eerste plaats een rol is weggelegd voor niet-gouvernementele actoren zoals de media en online platforms en vrijheid van meningsuiting en onafhankelijkheid van de pers te allen tijde gewaarborgd moeten zijn.

De Hoge Vertegenwoordiger en de Commissie zijn tijdens de Europese Raad eind juni uitgenodigd om voor het einde van 2018 specifieke maatregelen te presenteren voor een gecoördineerde aanpak van desinformatie. De Hoge Vertegenwoordiger en de Commissie zijn nu bezig met het opstellen van een actieplan dienaangaande. Daarmee wordt ook een geactualiseerd mandaat opgesteld voor de StratCom Task Forces van de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO). Dit is dan ook het moment dat Nederland input wil leveren met als doel dat het actieplan geen voor Nederland onaanvaardbare onderdelen zal bevatten en toch het belang van een gecoördineerde aanpak gewaarborgd wordt.

Hierbij zal het kabinet aandacht vragen voor vrije pers en vrijheid van meningsuiting. In eerste plaats is er een rol weggelegd voor niet-gouvernementele actoren zoals de media en online platforms. Wanneer er sprake is van ondermijning van onze politieke of economische stabiliteit, danwel een gevaar voor de nationale veiligheid is een rol voor de overheid gegrond. Tevens wordt aangegeven dat de huidige website EUvsDisinfo.eu niet geschikt is voor het beoogde doel. Om de hiervoor genoemde redenen zet het kabinet in op een gewijzigd mandaat voor de Task Forces. Daarbij zal het kabinet blijven uitdragen dat Europese regelgeving op dit vlak ongewenst is.

Zodra het actieplan wordt gepresenteerd zal uw Kamer geïnformeerd worden over het kabinetsstandpunt middels een BNC-fiche.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren