Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-33 nr. 666

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 666 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 oktober 2017

Bijgaand stuur ik uw Kamer het verslag van de informele Energieraad die op 20 september 2017 onder Ests voorzitterschap plaatsvond te Tallinn.

Na een korte introductie door het voorzitterschap en door Eurocommissaris

Cañete (Klimaat en Energie) gingen de lidstaten in gesprek over een aantal elementen van de Europese wetsvoorstellen op het gebied van het marktontwerp van de elektriciteitsmarkt.

Hierna werd tijdens een gezamenlijke bijeenkomst voor transport- en energieministers gesproken over de financiering van de Europese netwerken voor transport, telecom en energie.

Tenslotte ondertekende Nederland tijdens de informele Energieraad een politieke verklaring over de digitalisering van de energiesector, de Tallinn e-Energy declaration.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

BIJLAGE: VERSLAG INFORMELE ENERGIERAAD 20 SEPTEMBER 2017

Marktontwerp elektriciteitsmarkt

Tijdens de informele Energieraad spraken de lidstaten over verschillende elementen uit de Europese wetsvoorstellen over het marktontwerp van de elektriciteitsmarkt. Hierbij vroeg het voorzitterschap de lidstaten specifiek in te gaan op de rol van de consument en op grensoverschrijdende samenwerking.

Diverse lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten dat een concurrerende markt de beste basis is om de positie van de consument te versterken. Een concurrerende markt geeft de consument meer keuze, stimuleert innovatie en leidt tot lagere prijzen. Verder wezen verschillende lidstaten er op dat de rol van de consument versterkt kan worden door deze gemakkelijke toegang tot (markt)informatie te geven. Voorbeelden hiervan zijn prijsvergelijkingstools en het gebruik van slimme meters. Enkele lidstaten merkten hierbij op dat slimme meters nog meer van belang worden als we overgaan tot de elektrificatie van warmte en transport. Ook werd opgemerkt dat er nieuwe partijen zijn die nieuwe, innovatieve diensten en producten kunnen ontwikkelen om beter gebruik te maken van de beschikbare informatie, met name voor consumenten die niet de behoefte hebben om zelf een actieve rol te spelen.

Toen energiearmoede ter sprake kwam, gaf een meerderheid van lidstaten aan dat het belangrijk is dat er aandacht voor dit probleem is, maar dat dit in eerste instantie geen onderdeel moet zijn van het energiebeleid. Er lijkt consensus te bestaan onder de lidstaten dat energiearmoede onderdeel moet zijn van algemeen sociaal beleid. Nederland heeft zich hierbij aangesloten en daarbij benoemd dat sociaal beleid een nationale bevoegdheid van de lidstaten is. Wel kunnen maatregelen zoals energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving de energiekosten omlaag brengen en zo een positieve bijdrage leveren.

Voor wat betreft regionale samenwerking heeft Nederland ten eerste aangegeven dat grensoverschrijdende samenwerking essentieel is in een energiemarkt die meer en meer geïntegreerd raakt. Hierbij heeft Nederland als voorbeelden de samenwerking in het Pentalaterale energieforum en de Noordzeesamenwerking benoemd.

Wanneer het echter gaat om het overdragen van bevoegdheden van netbeheerders (TSO’s) aan regionaal operationele centra (ROC’s) is een grote groep lidstaten, evenals Nederland, kritisch. Verbeterde samenwerking tussen TSO’s wordt toegejuicht, maar de lidstaten gaven aan in het Commissievoorstel onder meer de politieke sturing door lidstaten bij de samenwerking te missen. Daarnaast plaatsten de lidstaten vraagtekens bij overdracht van een aantal taken en de wijze waarop regio’s worden vormgegeven. De Commissie gaf in reactie aan dat ook de TSO’s hebben aangegeven dat ze behoefte hebben aan politieke sturing. Daarnaast kan de Commissie meegaan in het geven van een groter politiek mandaat voor de lidstaten bij de vormgeving van regionale TSO-samenwerking.

Financiering en realisatie van de Europese netwerken van transport, telecom en energie (Gezamenlijke bijeenkomst van Ministers van transport en energie)

Tijdens de informele Raad vond een gezamenlijke bijeenkomst plaats van de Ministers van transport en energie. Het voorzitterschap organiseerde een debat over de financiering van de Europese netwerken van transport, telecom en energie. Voor de ontwikkeling van dat netwerk wordt gebruik gemaakt van subsidies uit de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, de Connecting Europe Facility (CEF). Voor de realisatie van de netwerken wordt tevens gebruik gemaakt van leningen en garantstellingen uit het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI).

De bijeenkomst werd van de zijde van de Europese Commissie bijgewoond door de heer Šefčovič, vicepresident en verantwoordelijk voor de Energie-unie, Eurocommissaris voor Transport mevrouw Bulc en Eurocommissaris voor Klimaat en Energie de heer Cañete. De Commissie benadrukte het belang van de CEF voor de realisatie van de netwerken voor transport, telecom en energie. Met de CEF is een nieuw instrument gerealiseerd waarbij gewerkt wordt met een project-pipeline van haalbare en rijpe projecten die een grote Europese meerwaarde hebben. De Commissie benoemde hierbij dat deze projecten op korte termijn kunnen bijdragen aan het versterken van de interne markt, het realiseren van de klimaatdoelen, economische groei en werkgelegenheid. In de komende jaren staan we bovendien voor een groot aantal transities die de domeinen van transport, telecom en energie met elkaar verbinden. Digitalisering en de energietransitie zijn twee grote ontwikkelingen die mogelijkheden bieden en vragen om investeringen, aldus de Commissie.

Alle lidstaten gaven aan het ingezette beleid van de CEF te ondersteunen. De werkwijze met een project-pipeline en monitoring door het agentschap van de Commissie levert resultaat op. Vanuit sommige lidstaten werd opgemerkt dat de sturing vanuit Brussel helpt om projecten tijdig te realiseren. Alle lidstaten merkten op dat een sterk CEF nodig is om de netwerken gerealiseerd te krijgen. Het EFSI wordt vooral als aanvullend instrument gezien waar succesvol gebruik van kan worden gemaakt. Nederland merkte op dat het CEF-instrument zich bewezen heeft en adviseerde de Commissie het beleid voort te zetten. Nederland gaf bovendien aan dat we de focus niet eenzijdig moeten richten op de inzet van innovatieve financiële instrumenten. Het gaat er om dat de doelen van de CEF worden gerealiseerd.

Tallinn e-Energy declaration

Nederland heeft tijdens de informele Energieraad een politieke verklaring getekend, de Tallinn e-Energy declaration. De verklaring roept op tot een open en positieve houding ten opzichte van de digitalisering van de energiesector en de veranderingen die dit met zich meebrengt op het gebied van innovatie en nieuwe bedrijfsmodellen. Ook roept de verklaring op om actief deel te nemen in activiteiten gericht op het voorkomen van cyber-bedreigingen. Tenslotte roept de verklaring op samen te werken aan een «Digitale Energiestrategie». De verklaring bevat een politieke intentie en beoogt geen juridische werking. Het Estse voorzitterschap zal in de eerste helft van 2018 een voorstel doen om de samenwerking op deze thema’s verder vorm te geven. Afhankelijk van de voorstellen zal Nederland bepalen of en in welke mate er zal worden geparticipeerd.