Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-33 nr. 606

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 606 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2016

Bijgaand stuur ik uw Kamer het verslag van de Energieraad die op 6 juni 2016 plaatsvond in Luxemburg.

Voorafgaand aan de Raad ondertekenden de Noordzeelanden en de Europese Commissie een politieke verklaring1 om de energiesamenwerking op de Noordzee een verdere impuls te geven. Inzet is om door beter samen te werken de kosten voor wind op zee te verlagen en een belangrijke bijdrage te leveren aan het doel om de CO2-uitstoot op Europees niveau in 2050 met 80–95% terug te dringen. Nog voor de zomer komen de Noordzeelanden en de Europese Commissie bij elkaar om te spreken over de eerste stappen voor de implementatie van het werkprogramma.

De Raad stelde een algemene oriëntatie vast over het Commissievoorstel tot herziening van het besluit inzake intergouvernementele overeenkomsten (IGA’s). In de algemene oriëntatie blijft het hart van het Commissievoorstel, de ex ante-toetsing, overeind. Deze zou wat de Raad betreft echter specifiek moeten gelden voor IGA’s gerelateerd aan gas en gasinfrastructuur, in plaats van voor alle IGA’s gerelateerd aan energie zoals in het oorspronkelijke Commissievoorstel. Daarnaast is in de algemene oriëntatie opgenomen dat afspraken die naar de inhoud juridisch bindende verplichtingen tussen lidstaten en derde landen in het leven roepen ook als IGA moeten worden aangemerkt, ongeacht hoe partijen de afspraak noemen. Met de algemene oriëntatie is de Raad gereed om de triloogonderhandelingen met het Europees Parlement te starten.

De Raad wisselde vervolgens van gedachten over het voorstel van de Commissie tot herziening van de Verordening leveringszekerheid aardgas. De discussie spitste zich toe op een drietal kernelementen van het Commissievoorstel: regionale samenwerking, solidariteit en transparantie. Het Nederlands voorzitterschap concludeerde dat meerdere lidstaten opriepen tot meer flexibiliteit bij de invulling van het principe van regionale samenwerking, terwijl een aantal andere lidstaten zich goed kon vinden in het voorstel van de Commissie. Ook bleek dat er steun was voor het solidariteitsconcept, maar dat er brede behoefte is aan verdere praktische invulling van dit concept door de Commissie. Tot slot werd geconcludeerd dat lidstaten verschillende opvattingen hebben over nut en noodzaak van de uitbreiding van de transparantievereisten.

Tijdens de lunch informeerde Eurocommissaris Cañete de Raad over de uitkomst en opvolging van de klimaattop in Paris (COP21). De nadruk lag daarbij op de vraag welke gevolgen het klimaatakkoord heeft voor het energiebeleid.

Vervolgens presenteerde het Nederlands voorzitterschap een voorzitterschapsnotitie over het nieuwe ontwerp voor de elektriciteitsmarkt en regionale samenwerking, gebaseerd op de uitkomsten van de informele bijeenkomst van de Europese energieministers (informele Energieraad), die 10–11 april plaatsvond in Amsterdam. De meeste lidstaten verwelkomden de notitie van het Nederlands voorzitterschap en gaven aan de uitgangspunten te steunen. De Europese Commissie zal deze notitie en de reactie van lidstaten daarop tijdens de Energieraad benutten in de voorbereiding van haar voorstellen voor het nieuwe ontwerp van de elektriciteitsmarkt, die ze eind dit jaar wil publiceren.

Onder het punt diversen is een voorzitterschapsnotitie over de markt voor medische radio-isotopen gepresenteerd, waarbij de Europese Commissie werd opgeroepen een beleidsstrategie ter verbetering van de markt voor medische radio-isotopen te ontwikkelen. Ook werd de Raad door de Commissie geïnformeerd over de internationale energierelaties en de strategieën betreffende verwarming en koeling en LNG en gasopslag, die de Commissie op 16 februari jl. publiceerde. Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk en Griekenland hebben onder het punt diversen van de gelegenheid gebruik gemaakt om zich uit te spreken tegen de inzet van EU-middelen om nucleair onderzoek te financieren. Tot slot presenteerde het inkomend Slowaaks voorzitterschap zijn plannen voor de tweede helft van 2016.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

BIJLAGE: VERSLAG ENERGIERAAD 6 JUNI 2016

Intergouvernementele overeenkomsten

De Raad stelde een algemene oriëntatie vast over het Commissievoorstel tot herziening van het besluit inzake intergouvernementele overeenkomsten (IGA’s). Daarmee is de Raad gereed om de triloogonderhandelingen met het Europees Parlement te starten.

De Europese Commissie heeft in februari van dit jaar het voorstel voor herziening van het IGA besluit gepubliceerd. Daarin werd een ex ante-toetsing van IGA’s door de Commissie voorgesteld zodat conformiteit van IGA’s met het EU-recht wordt geborgd. Ook wilde de Commissie het toepassingsbereik van het besluit uitbreiden naar niet-bindende afspraken tussen lidstaten en derde landen. Die zouden dan na afsluiting moeten worden genotificeerd.

In de door het Nederlands voorzitterschap bereikte algemene oriëntatie blijft het hart van het Commissievoorstel, de ex ante-toetsing, overeind. Deze moet wat de Raad betreft echter specifiek gaan gelden voor IGA’s gerelateerd aan gas en gasinfrastructuur, in plaats van voor alle IGA’s gerelateerd aan energie zoals in het oorspronkelijke Commissievoorstel. Bestaande IGA’s met een impact op de Europese energievoorziening, die volgens de Commissie niet in overeenstemming waren met EU-wetgeving zijn allemaal gerelateerd aan gas of gasinfrastructuur. Met de ex ante-toetsing zoals opgenomen in de algemene oriëntatie wordt aan dit probleem tegemoet gekomen.

Daarnaast is in de algemene oriëntatie opgenomen dat afspraken die naar de inhoud juridisch bindende verplichtingen tussen lidstaten en derde landen in het leven roepen ook als IGA moeten worden aangemerkt, ongeacht hoe partijen de afspraak noemen. Daarmee zijn bijvoorbeeld Memorandums of Understanding waarin toch bindende afspraken worden gemaakt ook onderworpen aan de ex ante-toets. Tot slot is in de algemene oriëntatie de notificatie van daadwerkelijk niet-bindende overeenkomsten vrijwillig gemaakt, waardoor onnodige administratieve lasten worden voorkomen.

Vele lidstaten spraken hun waardering uit voor het Nederlands voorzitterschap dat in relatief korte tijd een compromis heeft weten te smeden op een dossier waar de standpunten van lidstaten sterk waren verdeeld. Spanje, Portugal, Kroatië en Bulgarije spraken expliciet steun uit voor het in de algemene oriëntatie opgenomen compromis.

Polen, Roemenië en de Baltische lidstaten gaven aan graag dichter bij het Commissievoorstel te zijn gebleven. Cyprus, Hongarije, Griekenland, Frankrijk en Duitsland lieten zich daarentegen enigszins kritisch uit over de ex ante-toets door de Commissie, zoals opgenomen in de algemene oriëntatie. Desondanks konden alle genoemde lidstaten leven met het compromisvoorstel. Frankrijk en Duitsland gaven daarbij aan dat het een uitgebalanceerd compromis betreft en vroegen het inkomend Slowaaks voorzitterschap daar rekening mee te houden bij de onderhandelingen met het Europees Parlement. Slovenië gaf als enige te kennen zich te onthouden van stemming, omdat het principiële bezwaren heeft tegen de ex ante-toetsing door de Commissie.

De Commissie onderstreepte nogmaals het belang van conformiteit van IGA’s met het EU recht voor een goede werking van de interne energiemarkt en het zekerstellen van de energievoorziening in Europa. De Commissie gaf tevens aan blij te zijn met de snelle overeenstemming over het voorstel in de Raad, met de kanttekening dat ze graag vast had gehouden aan verplichte notificatie van niet-bindende overeenkomsten.

Verordening leveringszekerheid aardgas

De Raad wisselde van gedachten over de herziening van de Verordening leveringszekerheid aardgas. Het Nederlands voorzitterschap had een drietal vragen voorgelegd over enkele kernelementen van het Commissievoorstel: regionale samenwerking, solidariteit en transparantie.

De Europese Commissie heeft in februari van dit jaar het voorstel voor herziening van de verordening gepubliceerd. Doel van de herziening is de leveringszekerheid van aardgas in de lidstaten te bevorderen. Dit zou moeten worden bewerkstelligd door een intensivering van regionale samenwerking. Het voorstel schrijft voor dat lidstaten in door de Commissie samengestelde regionale groepen regionale risico-evaluaties en preventieve actie- en noodplannen opstellen. Ook wil de Commissie een solidariteitsverplichting introduceren op grond waarvan lidstaten verplicht zouden zijn de gaslevering aan niet-beschermde afnemers te onderbreken ten behoeve van de beschermde afnemers (zoals huishoudens en ziekenhuizen) in een buurland dat zich in een crisissituatie bevindt. Tot slot beoogt het voorstel de transparantievereisten voor afnemers te verscherpen, zodat nationale autoriteiten en de Commissie zich een beter beeld kunnen vormen van de leveringszekerheid.

Hoewel lidstaten overtuigd zijn van de waarde van regionale samenwerking bij het zekerstellen van de gasvoorziening zijn er verschillende meningen over de invulling van die samenwerking. Vele lidstaten, waaronder België, Italië, Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk, Denemarken en Malta zijn kritisch op de «top-down» insteek van de Commissie, waarbij lidstaten wordt opgelegd hoe en met wie dient te worden samengewerkt. Zij pleitten dan ook voor meer flexibiliteit. Enkele andere lidstaten, waaronder Polen, Bulgarije en de Baltische staten steunen het Commissievoorstel op dit punt.

Wat betreft de voorgestelde solidariteitsverplichting benadrukten bijna alle lidstaten dat de Commissie moet verhelderen hoe genoemde verplichting in de praktijk zou moeten werken. Zo blijft bijvoorbeeld onduidelijk hoe de compensatie van private partijen die het gas in handen hebben zou moeten worden geregeld. Een grote groep lidstaten, waaronder België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Finland en Denemarken, onderstreepte dat een goed functionerende interne energiemarkt de basis moet zijn voor het borgen van de leveringszekerheid van aardgas en dat ingrijpen in de markt slechts een laatste redmiddel mag zijn.

Ook over de verscherping van de transparantievereisten liepen de meningen van de lidstaten uiteen. Een aantal lidstaten, waaronder België, Duitsland, Oostenrijk en Griekenland, gaf aan geen enkele toegevoegde waarde te zien in de verscherping van de transparantievereisten. Enkele andere lidstaten, waaronder Italië, Portugal en Malta uitten hun zorgen over de balans tussen transparantie en het openbaren van bedrijfsvertrouwelijke informatie. Een aantal lidstaten, waaronder Polen, de Baltische staten en Finland spraken hun steun uit voor het Commissievoorstel op dit punt.

De Commissie benadrukte het belang van een regionaal gecoördineerde aanpak van leveringszekerheid en gaf daarbij aan dat de door de Commissie voorgestelde regionale groepen niet in beton gegoten zijn. Ook bevestigde de Commissie het primaat van de markt bij het zekerstellen van de gasvoorziening, waarbij de solidariteitsverplichting slechts als laatste redmiddel fungeert. De Commissie kondigde aan dat ze de Gas Coördinatie Groep bijeen zal roepen om de verdere invulling van de solidariteitsverplichting te bespreken. Tot slot onderstreepte de Commissie dat de uitbreiding van de transparantievereisten beperkt is tot die contracten die daadwerkelijk een grote invloed kunnen hebben op de leveringszekerheid en ze benadrukte dat ze de nodige ervaring heeft met het omgaan met bedrijfsvertrouwelijke gegevens.

Het Nederlands voorzitterschap concludeerde dat meerdere lidstaten opriepen tot meer flexibiliteit bij de invulling van het principe van regionale samenwerking, terwijl een aantal andere lidstaten aangaf zich goed te kunnen vinden in het voorstel van de Commissie. Verder was er steun voor het solidariteitsconcept, maar is er brede behoefte aan verdere praktische invulling van dit concept door de Commissie. Tot slot werd geconcludeerd dat lidstaten verschillende opvattingen hebben over nut en noodzaak van de uitbreiding van de transparantievereisten.

Marktontwerp elektriciteit

Het Nederlands voorzitterschap presenteerde een voorzitterschapsnotitie over het nieuwe ontwerp voor de elektriciteitsmarkt en regionale samenwerking, gebaseerd op de uitkomsten van de informele bijeenkomst van de Europese energieministers (informele Energieraad), die 10 en 11 april 2016 plaatsvond in Amsterdam. De notitie beoogt richting te geven aan de wetgevingsvoorstellen inzake de elektriciteitsmarkt die de Commissie eind 2016 wil publiceren.

De Europese elektriciteitsmarkten staan voor grote uitdagingen in de transitie naar een CO2-arme energievoorziening. In de notitie worden belangrijke uitgangspunten benoemd voor een nieuw en toekomstbestendig ontwerp van de elektriciteitsmarkt, waaronder: volledige implementatie van bestaande EU-regelgeving en tijdige afronding en implementatie van Europese netcodes voor elektriciteit, versterking van regionale samenwerking gericht op het bereiken van een geïntegreerde, effectieve en flexibele Europese elektriciteitsmarkt, het creëren van prijssignalen voor de benodigde investeringen, de marktconforme integratie van hernieuwbare energie en het creëren van een gelijk speelveld voor alle marktdeelnemers en een meer gezamenlijke aanpak van leveringszekerheidsproblemen.

Ongeveer de helft van de lidstaten nam na de presentatie het woord. De meeste lidstaten verwelkomden de notitie van het Nederlands voorzitterschap en gaven aan de uitgangspunten te steunen. Veel lidstaten zien regionale samenwerking via een «bottom-up» benadering als een opstap naar een geïntegreerde Europese elektriciteitsmarkt. Zij onderstreepten het belang van verbetering van marktwerking en het creëren van de juiste prijssignalen. In het verlengde hiervan benadrukten zij ook dat de bestaande EU-regelgeving, zoals het derde energiepakket en de netcodes zo spoedig mogelijk moeten worden geïmplementeerd. Enkele lidstaten wezen op de noodzaak tot verbetering van interconnecties. Daarnaast vroeg een aantal lidstaten aandacht voor specifieke nationale omstandigheden en de behoefte aan capaciteitsmechanismen als back-up voor een fluctuerend aanbod aan hernieuwbare energie.

Commissaris Cañete verwelkomde de voorzitterschapsnotitie en gaf aan de discussies tijdens de informele Energieraad in Amsterdam over dit onderwerp erg nuttig te hebben gevonden. Hij onderstreepte het belang van marktgebaseerde instrumenten, een gecoördineerde aanpak van leveringszekerheid van elektriciteit en de centrale rol van de consument op de elektriciteitsmarkt. Commissaris Cañete gaf verder aan dat regionale samenwerking van groot belang is voor een goed werkende elektriciteitsmarkt in Europa. De Commissie zal de notitie en de reacties van de lidstaten benutten in de voorbereiding van haar wetgevingsvoorstellen voor het nieuwe ontwerp van de elektriciteitsmarkt.

Diversenpunten

De Commissie lichtte allereerst kort toe wat er is gebeurd sinds de publicatie van de strategie voor LNG en gasopslag. De strategie is gericht op betere benutting van het potentieel van LNG en gasopslag ten behoeve van de leveringszekerheid van gas en een verbeterd functioneren van de interne markt. Commissaris Cañete gaf aan dat er op regionaal niveau in Centraal- en Oost-Europa en in Zuidoost-Europa al stappen zijn gezet om de actiepunten in de strategie te implementeren. Ook heeft de Commissie met enkele LNG-producerende landen gesproken over hoe belemmeringen in de internationale LNG-markt kunnen worden opgelost.

Daarna lichtte de Commissie kort toe wat er is gebeurd sinds de publicatie van de strategie betreffende verwarming en koeling. Het doel van de strategie is om het gebruik van fossiele energie voor warmte en koude in de gebouwde omgeving en in de industrie (verantwoordelijk voor 50% van het energieverbruik) terug te dringen. Commissaris Cañete gaf aan dat de strategie zal worden geïntegreerd in de voorstellen tot herziening van de richtlijnen voor energie-efficiëntie en energieprestatie van gebouwen die na de zomer worden verwacht. Ook zal de Commissie zich actief inzetten om het uitwisselen van «best practice» te faciliteren.

Vervolgens informeerde het voorzitterschap de Raad aan de hand van een voorzitterschapsnotitie over de noodzaak om de markt voor medische radio-isotopen te verbeteren. In de notitie wordt de Europese Commissie opgeroepen een beleidsstrategie te ontwikkelen voor het bereiken van een internationaal gelijk speelveld en het kostendekkend maken van de productieketen van medische radio-isotopen. De voorzitterschapsnotitie werd breed gedragen en België en Roemenië namen het woord om steun uit te spreken voor dit Nederlandse initiatief. De Commissie dankte het voorzitterschap voor de notitie en gaf aan graag samen met de betrokken lidstaten een onderzoek te starten naar de markt voor medische radio-isotopen. De uitkomsten van dat onderzoek zullen dienen als input voor een in 2018 te publiceren strategie van de Commissie op dit onderwerp.

Daarna informeerde de Commissie de Raad over de internationale energierelaties. Daarbij ging zij in op de ontwikkelingen rond de Southern Gas Corridor, de in maart gehouden strategische groep voor internationale energie samenwerking, de EU-OPEC high level meeting, het bezoek van de Commissie aan Iran (16–17 april), de Mediterrane energie samenwerking, het EU-US Energy Council (4 mei) en de Clean Energy Ministerial (1–2 juni).

In een op verzoek van Luxemburg toegevoegd diversenpunt informeerde Luxemburg, gesteund door Oostenrijk, Duitsland en Griekenland, de Raad over hun standpunt betreffende nucleair onderzoek in relatie tot het Strategic Energy Technology Plan (SET Plan). Deze lidstaten spraken zich uit tegen het inzetten van EU-middelen om de ontwikkeling van nieuwe generatie IV reactoren te stimuleren. Een aantal lidstaten reageerde en onderstreepte dat de EU-middelen slechts worden ingezet voor onderzoek naar nucleaire veiligheid. Ook Commissaris Cañete benadrukte dat EU-middelen alleen worden ingezet voor onderzoek naar nucleaire veiligheid en lichtte toe dat hoewel de keuze voor nucleaire energie aan de lidstaten zelf is, nucleaire veiligheid een EU-breed belang is.

Tot slot presenteerde inkomend voorzitter Slowakije zijn werkprogramma voor de tweede helft van 2016. Slowakije wil voortgang boeken op het Commissievoorstel voor leveringszekerheid van gas en de aankomende voorstellen voor herziening van de richtlijnen voor energie-efficiëntie en energieprestatie van gebouwen, die de Commissie naar verwachting na de zomer zal publiceren en waarover uw Kamer een BNC-fiche zal ontvangen. Daarnaast zal Slowakije de triloog-onderhandelingen met het Europees Parlement en de Commissie over de herziening van de richtlijn energielabelling en de wijziging van het besluit over intergouvernementele energie-overeenkomsten starten. De informele bijeenkomst van energieministers (informele Energieraad) op 13 juli in Bratislava zal worden gewijd aan energieprijzen en -kosten en de invloed daarvan op de industriële concurrentiekracht van Europa en de bijdrage die LNG kan leveren aan verdere gasvoorzieningszekerheid in Europa. Tevens is er voorafgaand op 12 juli een gezamenlijke informele bijeenkomst van energie- en milieuministers voorzien. Daar zal worden gesproken over de financiering van de energietransitie en het governance-systeem voor de Energie Unie.