21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 586 MOTIE VAN DE LEDEN VAN VELDHOVEN EN BELHAJ

Voorgesteld 7 april 2016

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit inspecties blijkt dat sinds de invoering van strengere regelgeving er nog altijd schepen op zwavelrijke stookolie in plaats van zwavelarme dieselolie in de Noord- en Oostzee varen terwijl dat niet toegestaan is;

overwegende dat de Nederlandse reders aangeven dat het niet op dezelfde manier handhaven van de geldende regels door de inspectiediensten van Noord- en Oostzeelanden hen een doorn in het oog is;

overwegende dat hoe lager het percentage schepen is dat gecontroleerd wordt, hoe hoger de kans is dat rederijen de gok wagen niet gecontroleerd te worden en zich vervolgens niet aan de regels houden;

overwegende dat het principe van «de vervuiler betaalt» ook in de scheepvaartsector strenger moet worden toegepast, zodat het voor rederijen loont om bijvoorbeeld te investeren in ingebouwde wasinstallaties;

verzoekt de regering:

  • het percentage gecontroleerde schepen aanzienlijk te verhogen zodat de pakkans wordt vergroot;

  • een lik-op-stukbeleid te voeren ten aanzien van boetes en deze waar mogelijk te verzwaren;

  • hiervoor voldoende capaciteit en middelen aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ter beschikking te stellen;

  • te streven naar maximale harmonisatie van de handhaving tussen inspectiediensten van landen gelegen aan de Noord- en Oostzee,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Veldhoven

Belhaj

Naar boven